Van de eerste artisjok die ik op instructies van ik weet niet meer wie schoonmaakte bleef niets over. Zojuist ondernam ik een tweede poging met een zaterdag op de markt gekochte kleine artisjok. Geslaagd dit keer.
De steel haalde ik er bij de bodem van de artisjok af [er mag overigens een stukje steel aan de bodem van de artisjok blijven zitten], de artisjok sneed ik van boven tot onder in tweeen en het harig hartje [dat er nauwelijks was] haalde ik er met een theelepeltje uit. De meeste kookboeken schrijven voor om het bovenste kwart van de bladeren af te snijden. Jane Grigson zegt daarover in haar Vegetable Book [ISBN 0140273239]
Snipping the sharp points from the leaves with scissors or knife is an accepted thing. Why? There is no point in deforming such an beautiful object. I have never done this, and no one has pricked their finger and fallen asleeop for hundred years at our table.
Groot gelijk heeft ze!
In een liter water tot koken gebracht met een theelepel zout en sap van een halve citroen gaarde ik de artisjok in 20 minuten. De artsjok at ik met een sausje gemaakt van Turkse yoghurt [10 %] waar ik een beetje mayonaise, witte wijnazijn en peper & zout door heen had geroerd. Voor een herhaling op niet al te lange termijn vatbaar.
Op de vraag hoe ingeblikte artsjokken te kiezen antwoordt Jane Grigson in haar Vegetable Book:
Don't. And don't be caught by cans labelled 'artchoke bottoms'. Look at the picture. They quite often turn out to be tiny whole artichokes, which are even more tasteless preserved in this way than the artichoke bottoms.
Ook daar heeft Jane Grigson gelijk in.