Freetrader Blog
Freetrade that is, not the enforced kind of WTO treaties ...

Sunday, March 15, 2009

Beschouwing n.a.v. Erich Fromm - De angst voor de vrijheid.

‘Voorwaarde voor deze spontaniteit is de aanvaarding van de gehele persoonlijkheid en de overwinning op de breuk tussen “rede” en “natuur”, want alleen dan, wanneer de mens geen essentiële delen van zijn persoonlijkheid verdringt, wanneer hij voor zichzelf doorzichtig geworden is en wanneer de onderscheiden gebieden van het leven een fundamentele integratie bereikt hebben, is spontaan handelen mogelijk’. (190/191).

Het individuele karakter (persoonlijkheid) kan als een open systeem worden gezien dat zich aanpast aan de maatschappelijke werkelijkheid. Of liever de neiging heeft zich aan te passen. Dit vanwege de neiging tot angstreductie. Hieronder is op een zeer simplistische wijze aangegeven hoe de autoritaire persoonlijkheid een suboptimalisering van de angstreductie kan opleveren, terwijl streven naar meer integratie in eerste instantie meer angst zou kunnen opleveren.

math fashion victim

De vorm die deze curve aanneemt, is (mede) maatschappelijk bepaald. In een samenleving waar eerlijkheid over de eigen emoties een enorm taboe is, of waar twijfelen aan de grootsheid van de leider tot doodstraf leidt, zal het voor een autoritaire persoonlijkheid moeilijker zijn om iets met emoties en twijfels te doen. Het zal meer angst opleveren; het dal is dieper, de piek is hoger dan in andere samenlevingen.

Persoonlijkheid is een multidimensionaal gegeven. Terwijl hier alleen een ééndimensionele doorsnede wordt gegeven, waarbij de autoritaire persoonlijkheid een onvermijdelijk tussenstation lijkt op de weg naar integratie. Dat is natuurlijk niet zo. Er zijn ook routes mogelijk waarbij deze kuil wordt vermeden.

Hoe het ‘angstlandschap’ er precies uitziet, is echter maatschappelijk afhankelijk. Er kunnen maatschappijen zijn waar een hele brede omgeving rond de autoritaire persoonlijkheid naar beneden glooit, richting valkuil. Er kunnen ook samenlevingen zijn waarin dat een betrekkelijk geïsoleerd gebied is.

Maar zelfs als er paden zijn waarbij de autoritaire persoonlijkheid gemakkelijk vermeden kan worden op weg naar de geïntegreerde persoonlijkheid, wil dat niet zeggen dat die ontwikkeling voor het individu vanzelf gaat. In die zin is dit een wezenlijk andere curve dan die van de potentiaal kromme van bijvoorbeeld een geladen deeltje in een magnetisch veld. Daar wordt het deeltje hoe dan ook naar de toestand van laagste energie gedreven. De karakterontwikkeling richting geïntegreerde persoonlijkheid blijft echter altijd afhankelijk van de inspanning en inzichten van het individu.

Dus hoe geintegreerd ben jij eigenlijk?

posted @ 6:50 PM | Feedback (3)
 

Tijdens de ‘Mama Appelsap Compilatie’ (zie YouTube) krijg je buitenlandse songs te horen, waarin degene aan te telefoon een stukje Nederlandse tekst meent te herkennen. Zoals ‘luilak hang je jas op’, of ‘ik zat in de buik van een vuile kameel’. Wetenschapsfilosofisch / sociologisch gezien een interessant fenomeen.

Iedereen gaat er natuurlijk vanuit dat de tekst buitenlands is en dat de telefonist het mis heeft. Op een onbegrijpelijke werkelijkheid worden spontaan de interpretatieschema’s geprojecteerd die de waarnemer tot zijn beschikking heeft. Mensen vinden het maar moeilijk om iets onbegrijpelijk te laten.

Een andere mogelijkheid is echter dat de stukjes tekst wel degelijk Nederlands zijn. Bijvoorbeeld, omdat de artiest die dag toevallig z’n nichtje uit Nederland op bezoek had en voor de grap een stukje – niet al te duidelijk- Nederlands heeft gezongen, met uiteraard – het is een grap – absurdistische teksten. In dit geval wordt de ‘begrijpelijke’ werkelijkheid niet gezien door de toeschouwer, omdat hij die werkelijkheid niet verwacht. Er is sprake van cognitieve dissonantie.

Of heeft de meerderheid altijd gelijk? Die hoort een vreemde taal, dus is het een vreemde taal. Ook al zegt de artiest wat anders? Of heeft de artiest het laatste woord? Maar hoe weten we of hij niet liegt (of een grap uithaalt)? Tenslotte kan hij ook onwetend iets in het Nederlands hebben gezongen, negen van de tien gebruiken regelmatig drugs tenslotte.

Het beste is om e.e.a. objectief wetenschappelijk te onderzoeken. We halen er een oscilloscoop bij om de door de song geproduceerde geluiden te vergelijken met wat we denken dat er in het Nederlands wordt gezegd. Een audio opname programma als Audacity kan hier overigens ook goede diensten bewijzen. Nog mooier is natuurlijk als de song golven tevens worden vergeleken met de tekst in de taal waarin het lied is gesteld.

Je hoeft nu alleen maar te kijken waar de golven uit de song het meest op lijken, om een objectieve vaststelling van de taal te krijgen. De song-golf lijkt bijvoorbeeld 30% op de Nederlandse golf en 70% op de buitenlandse golf. Eitje dus.

Maar hoe kom je eigenlijk aan die dertig procent? Hoe stel je eigenlijk de mate vast waarin twee golven op elkaar lijken? Wie bepaalt daar eigenlijk de regels voor? Zijn die niet wat willekeurig?

De verschillende golven zullen toch wel enigszins op elkaar lijken anders zou de luisteraar ze niet met elkaar verwarren. Dus met een andere meetmethode voor de overeenkomstigheid, kom je misschien wel op heel andere cijfers. En als het dan 49% en 51% wordt (en die meetmethode is er gegarandeerd), durft de wetenschapper dan nog een uitspraak te doen?

Kortom, je zakt hier weg in het drijfzand van de theoriegeladen waarneming, de sociologie van bestaande praktijken voor meetmethoden en hun gevestigde belangen. Zeg maar dag dag tegen de hoop om er ooit achter te komen hoe het nu werkelijk zit.

math fashion victim

En zing jij wel eens een liedje?

posted @ 6:01 PM | Feedback (4)