Dit is allereerst een onderzoek naar de aard en de rechtvaardiging van wetenschappelijke kennis. Maar mijn heroverweging van wetenschappelijke kennis leidt naar een brede reeks vragen buiten de wetenschap.
Ik begin met het verwerpen van het ideaal van wetenschappelijke afstandelijkheid. In de exacte wetenschappen is dit ideaal wellicht onschadelijk, omdat ze in feite door wetenschapsmensen wordt genegeerd. Maar we zullen zien dat het een verwoestende invloed op biologie, psychologie en sociologie uitoefent en onze gehele blik ver voorbij het domein van de wetenschap misvormt. In het algemeen wil ik een alternatief kennisideaal neerzetten.
Vandaar het wijde aandachtsgebied van dit boek en vandaar ook het smeden van de nieuwe terminologie die ik voor mijn titel heb gebruikt: Persoonlijke Kennis. De twee woorden kunnen elkaar tegen lijken te spreken: want ware kennis wordt als onpersoonlijk, objectief en universeel geldig beschouwd. Maar de ogenschijnlijke tegenspraak wordt opgelost door het aanpassen van het begrip van kennis.
Ik heb de bevindingen van de Gestaltpsychologie als mijn eerste aanwijzingen voor mijn conceptuele hervorming gebruikt. Wetenschappers zijn weggelopen voor de filosofische implicaties van gestalt; ik wil ze compromisloos tegemoet treden. Ik beschouw het kennen als een actief begrijpen van het gekende, een handeling die vaardigheid vereist. Kundig weten en doen, wordt verricht door het dienstbaar maken van een verzameling individualiteiten, als aanwijzingen en gereedschappen, aan het vormgeven van een vakkundige prestatie, of die nu praktisch of theoretisch is. We worden dan zogezegd ‘ondergeschikt bewust’ van deze individualiteiten binnen ons ‘brandpuntsbewustzijn’ van de samenhangende entiteit die we tot stand brengen. Aanwijzingen en gereedschappen zijn dingen die als zodanig worden gebruikt en niet omwille van zichzelf worden waargenomen. Ze zijn ingezet om als extensies van onze lichamelijke uitrusting te functioneren en dit brengt een zekere verandering van onszelf met zich mee. Tot op deze hoogte zijn daden van begrip onomkeerbaar en ook onkritisch. Want we kunnen geen vast kader bezitten waarbinnen het hervormen van ons tot dan toe vaste kader kritisch getest zou kunnen worden.
Zo zit het met de persoonlijke participatie van de kennende in alle daden van begrip. Maar dit maakt ons begrip niet subjectief. Begrijpen is noch een willekeurige daad noch een passieve ervaring, maar een verantwoordelijke daad die universele geldigheid claimt. Zulk kennen is zeker objectief in de zin van het contact leggen met een verborgen werkelijkheid; een contact dat gedefinieerd wordt als de voorwaarde voor het anticiperen van een onbepaalde reeks van vooralsnog onbekende (en wellicht nog onvoorstelbare) ware implicaties. Het lijkt redelijk om dit samengaan van het persoonlijke en objectieve als Persoonlijke Kennis te beschrijven.
Persoonlijke Kennis is een intellectuele betrokkenheid en als zodanig inherent riskant. Slechts van mededelingen die onwaar zouden kunnen zijn, kan worden gezegd dat ze objectieve kennis in deze zin meedelen. Alle in dit boek gepubliceerde mededelingen zijn mijn eigen persoonlijke overtuigingen, zij claimen dat en niet meer dan dat voor zichzelf.
Door het hele boek heen heb ik deze situatie duidelijk proberen te maken. Ik heb laten zien dat er in elke kennende daad een gepassioneerde bijdrage meekomt van de persoon die kent wat gekend wordt, en dat dit aandeel niet slechts een onvolkomenheid maar een essentieel onderdeel van deze kennis is.
En rondom dit centrale feit heb ik een systeem van samenhangende overtuigingen geprobeerd op te bouwen, waar ik oprecht achter sta, en waartegenover ik geen acceptabele alternatieven zie. Maar uiteindelijk is het mijn eigen loyaliteit die deze overtuigingen overeind houdt, en het is alleen op die grond dat ze aanspraak op de aandacht van de lezer kunnen maken.