Posted on Friday, July 29, 2005 11:04 PM
Het honderdsteaapverschijnsel
Het gaat over een apenkolonie op een eiland. Enkele jonge apen ontdekken dat vruchten die in het zand vielen, beter eetbaar waren als ze eerst gewassen werden. Deze ontdekking werd door maar een paar apen overgenomen. Het duurde enige jaren voor de negenennegentig soortgenoten het wassen van fruit tot gewoonte hadden gemaakt. Bij de honderdste aap vond een ommezwaai plaats. Twee weken later wasten alle apen de vruchten en aten ze pas daarna. Binnen afzienbare tijd bleken ook apenkolonies op andere eilanden tot het nieuwe gedrag zijn overgegaan.
De plotse overgang van het ene stadium van bewustzijn (niet wassen van de vruchten) naar het volgende (wel wassen) voltrekt zich als een rite de passage. Deze bewustzijnstransformatie is toe te schrijven aan het door Rupert Sheldrake ontdekte morfogenetische veld, een energieveld of veldstructuur die er door morfische resonantie voor zorgt dat nieuwe vormen, gedragingen of inzichten al snel toegankelijk en bruikbaar worden op andere plaatsen dan waar zij ontdekt zijn. Sheldrake noemt dit de invloed van het gelijke op het gelijke. Volgens hem beschikt de natuur over een inherent geheugen in plaats van een eeuwige, mathematische geest. De kristallisatie van zout is niet gebaseerd op een wet. Hoe vaker het gebeurt des te dieper slijt de gewoonte in tot het is alsof het door onveranderlijke wetten wordt gestuurd.
Als we het morfogenetische veld als gegeven accepteren, kunnen we het bestaan van een collectief bewustzijn niet uitsluiten. Dit collectieve bewustzijn is niets anders dan het veld dat de geest van alle mensen verbindt. Met de komst van de mens is er beschouwend bewustzijn aan de ontwikkeling van de aarde toegevoegd. De evolutie vindt niet langer vanzelf plaats maar reflecteert en verfijnt zich stapsgewijs in het menselijk bewustzijn. Vanuit een egoïstisch bewustzijn gericht op overleven, ontwikkelen wij ons tot een algemeen bewustzijn van de hele kosmos en zijn evolutie. Van een individueel bewustzijn naar een mondiaal en collectief co-creator bewustzijn, dat mensen verbindt met het ontwikkelings- en scheppingsproces van de aarde en de biosfeer. Een brein dat gevormd en gevoed wordt door het denkvermogen van de hele planeet.
Andere, gerelateerde begrippen:
Cognitie, Cognitief
Een cognitief proces is een proces dat zich binnenin afspeelt (in het hoofd) en is daardoor moeilijk wetenschappelijk te onderbouwen.
Een cognitie betekent het vermogen om iets te leren (cognitief: verstandelijk). In eerste instantie was daarom vooral de behaviouristische aanpak binnen de psychologie populair, omdat daar alleen uitgegaan wordt van uiterlijk waarneembare kenmerken en gedragingen. Toch werd de drang om het innerlijke te omschrijven in wetenschappelijke termen steeds groter en kwam uiteindelijk de cognitieve psychologie als school naar voren. Hierin worden cognities zo wetenschappelijk mogelijk omschreven en door middel van experimenten worden theoretiën getest of verworpen (bewijzen worden op deze manier (vrijwel) niet verkregen, enkel worden theorieën alsmaar getoetst en ge-hertoetst).
Meme, Memen Een meme is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt (tot nu toe voornamelijk menselijke hersenen), en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. In meer specifieke termen: een meme is een zichzelf vermeerderende eenheid van de culturele evolutie, zoals een gen de eenheid is van de biologische evolutie.
In Van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal, 13e uitgave 1999, is het begrip meme opgenomen, met de volgende uitleg:
meme (de; -n) [van mimesis], eenheid van culturele overdracht: memen verdubbelen zich door imitatie en kunnen dat in principe veel sneller dan genen (NRC).
Tipping Point (kantelpunt)The phrase tipping point or angle of repose is a sociology term that refers to that dramatic moment when something unique becomes common.
The phrase was coined by Morton Grodzins, who studied integrating neighborhoods in the early 1960s. He discovered that most white families would remain in the neighborhood so long as the comparative number of black families remained very small. But, at a certain point, when "one too many" black families arrived, the remaining white families would move out en masse in a process known as white flight. He called that moment the "tipping point." The idea was expanded and built upon by Thomas Schelling in 1972.