1. Wat betekent ‘globalisering’ ?
Globaliseren is optreden op wereldschaal, volgens het neoliberale model. Liberalisering
, privatisering en deregulering, dat zijn de spelregels! De vrije wereldhandel leidt echter niet vanzelf naar welvaart voor iedereen. De ongelijkheid wordt groter. Zonder regulering, m.a.w. meer politieke democratie, mensenrechten en sociale rechten komen we er niet.
Globalisering is een term uit het jargon van de Amerikaanse business schools en verwijst naar de capaciteit van grote industriële en financiële groepen om een globale aanpak te hebben van grondstoffen, productieprocessen en afzetmarkten. Globalisering is mondialisering – optreden op wereldschaal - binnen het neoliberale model. Hierbij wordt intensief van het internet gebruikgemaakt. Globalisering is de wereldwijde integratie van markten en economiën. Globalisering is dus ingrijpender dan de internationalisering van de handel, waarbij bedrijven buiten de grenzen kopen en verkopen. Globalisering gaat verder dan de multinationalisering, waarbij grote bedrijven zich op wereldschaal - meestal via de oprichting van dochterondernemingen - hebben ingeplant. Globalisering verwijst naar de veelheid van banden tussen staten en samenlevingen in het huidige wereldsysteem. Het is het proces waardoor gebeurtenissen of beslissingen in één deel van de wereld belangrijke gevolgen hebben voor mensen in andere delen van de wereld.
2. niets nieuws onder de zon ... ?
Echt nieuw lijkt het allemaal niet. Tenslotte bestaan er al eeuwenlang contacten tussen de verste uithoeken van de wereld en hebben volkeren en culturen elkaar afwisselend positief en negatief beïnvloed. De globalisering is de laatste fase van een historisch proces van de groei en ontwikkeling van het kapitalistische wereldsysteem. Het begon al in de late middeleeuwen met de opkomst van het handelskapitalisme in Europa en de strijd om de handelsroutes op wereldschaal. Rond 1800 ontstond het industriële kapitalisme en tegen het begin van de 20ste eeuw waren praktisch alle continenten min of meer in het kapitalistisch wereldsysteem opgenomen, als heersers of als kolonies. De globalisering vandaag lijkt dus slechts de nieuwste fase: de ondernemingen hebben zich grondig gereorganiseerd in functie van hun winststreven en de concurrentiepositie in de economie.
3. Drie politieke opvattingen
• De neo-liberale opvatting van multinationals, liberale partijen en regeringen: vrij verkeer van goederen, diensten en kapitalen in de hele wereld leidt tot meer welvaart voor iedereen, waar ook ter wereld. De derde wereldlanden kunnen maar ontwikkelen via deelname aan de globale wereldhandel. “Trade, not aid”. Meer handel zal meer welvaart brengen, dus ook meer vrede en democratie. De markt zal alles wel regelen en iedereen wordt er vanzelf beter van. Er is dus geen behoefte om de wereldmarkten in sociale banen te leiden.
• Voor communisten is globalisering een fase van het kapitalisme dat door zijn logica van winstmaximalisatie onvermijdelijk leidt tot schaalvergroting en het veroveren van steeds nieuwe gebieden. Door zijn ongestuurde werkwijze leidt het steeds tot grote crisissen en een steeds diepere economische en sociale kloof op wereldvlak. De derde wereld verarmt totaal.
• Voor socialisten en sociaal democraten is de mondialisering een proces dat globaal de welvaart vergroot, maar vrije wereldhandel leidt niet vanzelf tot rijkdom voor allen. Het leidt tot ongelijkheid en soms tot verarming. Daarom is er, op elk niveau, een sterke bijsturing nodig om die welvaart te herverdelen en gelijkmatiger te verdelen tussen regio’s en bevolkingsgroepen.
4. De neoliberale spelregels ...
De spelregels van het neoliberale project zijn liberalisering, privatisering en deregulering. Liberalisering is het vrijmaken van nationale markten voor vrije handel en bewegingen van goederen, diensten, personen en kapitaal. Liberalisering, nl. het wegnemen van alle belemmeringen voor de internationale handel, is het belangijkste liberale recept om een gezonde en welvarende wereld tot stand te brengen. Privatisering is het overhevelen van economische activiteit van de overheids- naar de privé-sector. De markt zal vanzelf zorgen voor de beste verdeling van de beschikbare middelen volgens de marktbehoeften. Deregulering betekent dat de overheid minder normen en maatstaven moet vastleggen. Volgens de neoliberalen kunnen de marktkrachten de hele waaier van de nationale en internationale economie op lokaal, regionaal en mondiaal niveau reguleren.
... in de praktijk
In het Zuiden hebben de Wereldbank en vooral het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de schuldenlast van de Derde Wereld gebruikt als breekijzer om structurele aanpassingsprogramma’s door te voeren. Die moesten geld in het laatje brengen om de buitenlandse schuld af te lossen. De recepten van het IMF waren gericht op liberalisering, privatisering en deregulering van hun economie. De Derde Wereldlanden moesten immers aantrekkelijk worden gemaakt voor buitenlandse multinationals. Staatmonopolies werden geprivatiseerd. Invoerquota werden afgeschaft. De repatriëring van de winsten werd mogelijk. Er moest geproduceerd worden voor de export. Geld voor voedselsubsidies en sociale voorzieningen was er niet meer.
Amartya Sen, Nobelprijs economie 1998: “Direct of indirect, de kern van het probleem ligt bij de ongelijkheid. Dit is de echte uitdaging. Ongelijkheid tussen de verschillende staten en de ongelijkheden binnen elk land. Verschillen in rijkdom, maar ook enorme onevenwichten op politiek, economisch en sociaal vlak. Cruciaal wordt de herverdeling van de weldaden van de mondialisering tussen rijke en arme landen, maar ook tussen de diverse bevolkingsgroepen binnen elk land.”
5. 95% van de geldtransacties is puur voor speculaties op de "vrije" markt
Het vrije kapitaalverkeer is al lang geen middel meer om investeringen en handel te stimuleren. Het is een doel op zich geworden. Financiële speculanten spelen met reusachtige sommen geld op de financiële wereldmarkten en veroorzaken - zonder veel scrupules - ernstige muntcrisissen met zware sociale gevolgen. De geldmarkt is uitgegroeid tot de grootste markt ter wereld. Begin de jaren zeventig werd er dagelijks ongeveer 18 miljard dollar per dag verhandeld, in 1995 was dat 1300 miljard US$ en in 1998 was dit volume gestegen tot 1852 miljard $ per dag.
Per jaar wordt er ‘slechts’ voor 4300 miljard dollar aan goederen en diensten verhandeld!
De meeste wisseltransacties hebben dus niets met reële economie of handel te maken. 95 % van het geld wordt gewisseld in de hoop te kunnen profiteren van de koersschommelingen. Ooit was geld een "ruilmiddel", nu draait geld om geld, de klok rond .... supersnel, via .... het internet, waar jij en ik nu ook achter zitten. De financiële markten zijn erg geconcentreerd. 32% van de handel grijpt plaats in Londen. De banken zijn de grootste spelers. Daarnaast zijn er de pensioenfondsen, de verzekeringsmaatschappijen en de financiële holdings. Een speciale categorie zijn de hefboomfondsen, the hedgefunds, een soort exclusieve club van superrijke beleggers. Die gokken met hoge inzet en veel risico’s.
Even vergelijken (obv cijfers uit april 2001 - NBB): de totale schuldenlast van de Derde Wereld bedroeg ongeveer 1500 miljard US $. De jaarlijkse ontwikkelingshulp van de rijke landen bedroeg 50 tot 60 miljard $ per jaar. In Belgie – toch een klein landje – was de geldhandel goed voor een dagomzet van 10 miljard US $ per dag.
Joseph Stiglitz: Nobelprijs economie 2001 “Joseph Stiglitz nam in 1999 ontslag als hoofdeconoom van de Wereldbank omdat hij het niet eens was met het beleid. Stiglitz zei dat het IMF in 1998 een recessie veroorzaakte in Zuid-Oost Azie¨ door de regio tijdens de financiële crisis te verplichten de rente te verhogen en het overheidstekort terug te dringen. “Een economisch beleid ontwerpen veronderstelt het zorgvuldig afwegen van belangen en risico’s. Dat is een politieke taak die toekomt aan regeringen en niet kan worden overgelaten aan internationale bureaucraten, hoe technisch beslagen die ook mogen zijn.”
Claude Demelenne: Auteur van ‘Pour un socialisme rebelle’’ “De op geld gevestigde wereldorde vertoont barsten en de afstand tussen arm en rijk neemt voortdurend toe. Het fortuin van Bill Gates is groter dan het BBP van de armste landen. Ex-Oostbloklanden geraken in de handen van de georganiseerde misdaad, La Russie se clochardise. Afrika sterft. De Aziatische tijgers verloren hun tanden. Argentinië ging failliet. Overal heerst onveiligheid, fysieke en sociale. Er dient zich, op de internationale markt, een nieuwe klassestrijd aan.”
6. Tobin-tax: “zand in de raderen van het kapitaal”?
James Tobin lanceerde al in 1972 het idee om op internationale geldstromen een belasting te innen om speculatieve wisselverrichtingen te ontmoedigen en de financiële markten te stabiliseren. Twee vliegen in één klap: Een grotere stabiliteit op de geldmarkt en meer controle op de financiële sector. Opbrengsten voor ontwikkelingsdoeleinden: voedsel, onderwijs, gezondheidszorg. De Tobin-taks was vooral gericht naar de kortetermijnspeculaties en viseerde niet de lange termijn geldstromen voor buitenlandse investeringen. Het idee werd verfijnd door Professor Paul-Berndt Spahn. Bij een normale verhandeling van munten zou een minimale taks van 0,1% geïnd worden op alle munttransacties. Dat zou jaarlijks minimaal 40 miljard US $ opbrengen. Goed voor een flinke stijging van het mondiale ontwikkelingsbudget. Bij een dreigende financiële crisis, als een munt pijlsnel stijgt of daalt en er grote schommelingen zijn, zou een hoge taks worden geheven (evt. zelfs tot 100%), zodat het niet meer lonend is om te speculeren.
Maar deze tax is nooit doorgevoerd!!!!
7. Van Hollywood tot MacDonalds...
De term dekt niet alleen economische stromen en relaties. Kijk eens naar de top tien van de best verkochte cd’s in de wereld of naar de lancering van de nieuwste commerciële films uit Hollywood: ook dat gebeurt op wereldschaal. Ze komen tezelfdertijd in de rekken of in de bioscopen in alle Westerse landen, maar ook in Turkije, Indië of Zuid-Amerika. Natuurlijk is dit soort culturele ‘globalisering’ ook grotendeels economisch bepaald. Grootschalige en wereldwijde reclamecampagnes zorgen ervoor dat vedettes en producten op een steeds grotere markt gelanceerd worden. Vaak zorgt de inbreng van vreemde culturele elementen voor wrijvingen. Al is het maar omdat ze de eigen producten in verdrukking brengen. Maar ook omdat cultuur heel nauw verweven is met de eigen en collectieve identiteit. Die « botsing » van culturen (clashes of cultures) leidt soms ook tot extremere reacties: van het nog vrij onschuldige culinair chauvinisme naar protectionisme, van nationalisme naar racisme, van fundamentalisme naar terrorisme.
Naomi Klein: Canadese journaliste – auteur van “No Logo”: "To buy is to be. To buy is to love. To buy is to vote. People outside the US who want Nikes - even counterfeit Nikes - must want to be American, love America, must in some way be voting for everything America stands for. Consumers would lead, inevitably, to freedom. But authoritarian-ism co-exists with consumerism, and desire for American products is mixed with rage at inequality.
Meer info: No Logo Org. of het boek No Logo
8. De paradox: meer markt, minder welvaart
Alle akkoorden om de wereldmarkten vrij te maken voor handel, investeringen en kapitaal, gaan gepaard met een verlies aan invloed van de nationale regeringen. Ze hebben minder politieke maneuvreerruimte om een sociaal beleid te voeren, op straffe van sancties van het IMF of de Wereldbank. De internationale concurrentie zet landen tegenover elkaar, zowel in het Noorden als in het Zuiden. Regeringen proberen de investeringen binnen te halen door sociale afbouw en belastingvrijstellingen. Dit is de paradox van de globalisering. De huidige manier van globalisering leidt tot meer ongelijkheid en minder welvaart.
“Vrijhandel is op zich niet verkeerd en zelfs eerder positief. Het is de vrijhandel als religie en het fundamentalisme van een aantal machtige aanhangers van die religie die problemen oproept. De markt moet gecorrigeerd worden, want zij zet geen prijs op collectieve goederen, zoals het milieu en de natuur.”
9. Wie zijn de winnaars, wie zijn de verliezers?
De weldaden van de globalisering zijn grotendeels terechtgekomen bij de rijke noordelijke landen. Enkele landen uit het zuiden - vooral in Latijns-Amerika en in het Verre Oosten - wisten mee te surfen op de golven van de economische groei. Sub-Saharaans Afrika heeft de globaliseringsboot helemaal gemist. Dat is het algemene beeld: de realiteit is echter meer genuanceerd. Globalisering heeft de ongelijkheid nog verscherpt. Rijken worden rijker, armen worden armer. Niet enkel op wereldvlak, maar zowel in de landen van het Noorden als in het Zuiden.
Meer info: World Development Report
Francine Mestrum, ontwikkelingsdeskundige: “Armoedebestrijding klinkt als een antwoord op de kritiek op de neoliberale globalisering maar is er in feite het sluitstuk van. “Armoedebestrijding geldt enkel voor de allerarmsten. Diegenen die niet kunnen deelnemen aan de markt. Sociale zekerheid die ook beter gestelde groepen helpt, heet nefast omdat ze ertoe leidt dat mensen geen risico’s meer nemen, zeker in ontwikkelingslanden waar ze beslag legt op overheidsmiddelen die naar de allerarmsten zouden kunnen gaan. Dit is een liberale visie: alleen recht op overleven wordt beschermd. Zo’n systeem vereist veel minder herverdeling van rijkdom en laat de bestaande sociale orde intact. Armoedebestrijding gaat dus perfect samen met meer ongelijkheid.”
10. Armoede in het rijke Noorden
Armoede is niet alleen een probleem van de Derde Wereld. In het rijke Noorden delen 100 miljoen (cijfers uit 2002) mensen hetzelfde lot:
• In de geïndustrialiseerde landen zijn er enkele miljoenen mensen dakloos, minstens 37 miljoen werkloos en ongeveer 8 miljoen ondervoed.
• In de VS zijn er 45 miljoen armen, 44 miljoen mensen hebben geen ziekteverzekering en 25 miljoen mensen hebben geen drinkbaar water.
• In Europa zijn er 57 miljoen armen en 2 miljoen kinderen moeten dagelijks arbeid verrichten.
11. Braindrain of brain gain?
De globalisering blijft niet beperkt tot goederen en geld. Ook mensen migreren massaal en globaal. Legaal en illegaal. De illegale migratie is uitgegroeid tot de meest lucratieve bedrijfstak van de maffia. Mensen worden ‘verhandeld’, goedkopere arbeidskrachten worden geleverd voor zwartwerk in een vele sectoren die aldus nationaal en internationaal ‘competitief’ blijven. Wereldwijd is er nood aan hooggeschoolden op technologisch vlak: er is een nieuwe concurrentieslag bezig tussen de drie blokken – VS, EU en Japan - om via legale immigratieformules de beste mensen aan te trekken. De USA hebben al tientallen jaren speciale quota voor hooggeschoolden en hebben in 1998 de quota verdubbeld tot 120.000 per jaar. Europa gaat hier nog onwennig mee om. Duitsland was de eerste lidstaat om ‘green cards’ uit te schrijven: jaarlijks zouden 50.000 IT-specialisten worden toegelaten. Voor de meeste herkomstlanden betekent deze braindrain een zwaar verlies aan menselijk kapitaal. Deze hooggeschoolden - ingenieurs, technici, artsen, verpleegkundigen, leerkrachten... - keren zelden terug naar hun land. Braindrain is een nieuwe roofbouw van het Noorden op het Zuiden. Duizenden Afrikaanse hooggeschoolden zijn vertrokken, terwijl er in Afrika ongeveer 100.000 internationale experten werken. Van de 6000 Ghanese artsen zijn er ongeveer nog 300 die in Ghana zelf werken. Het plaatje is niet altijd zo negatief. In Indië studeren jaarlijks 65.000 IT-specialisten af, waarvan de helft naar de USA vertrekt. Braindrain leidt soms tot braingain: De Indische computerindustrie kon op zijn beurt ontwikkelen mede dankzij de investeringen, ervaring en zakelijke relaties van de teruggekeerde ICT specialisten.
Meer info: International Organization for Migration
Het Europese beleid gaat uit van de economische en demografische behoeften van de EU landen. De pragmatische argumenten van de bedrijfswereld krijgen voorrang op de menselijke waarden. Migratiebeleid moet rekening houden met de belangen van het gastland én van het land van herkomst. Een genuanceerde aanpak is nodig: het uitsturen van hooggeschoolden kan interessant zijn, op voorwaarde dat ze terugkeren en hun kennis en ervaring in hun eigen land inzetten. Een dergelijke globale aanpak zou gepaard kunnen gaan met :
• Bevordering van samenwerking en ontwikkelingshulp aan landen uit het Oosten en het Zuiden.
• Aanhalen van de banden en dialoog -ook op sociaal vlak- tussen gastland en land van herkomst.
• Versterking van het principe van vrij verkeer van personen en een verbetering van het statuut van de burgers uit derde landen.
• Stages in de herkomstlanden, zodat de eigen industrie kan worden uitgebouwd.
Meer info: Global Union
12. Versnelde triadisering sinds 1990
Naast de globalisering is er een ander fenomeen, de triadisering, met concentratie van rijkdom en macht rond drie polen: EU, VS en Japan. Er onstaan regionale samenwerkingsverbanden, gaande van vrijhandelszones tot gemeenschappelijke markten. Zowel in het Noorden als in het Zuiden. De Europese Unie met haar gemeenschappelijke markt en eenheidsmunt is hierin het verst gegaan. Ook elders zijn er regionale initiatieven, zoals de NAFTA (VS, Canada en Mexico ), de ASEAN in Zuidoost-Azië of nog MERCOSUR met Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. De regio’s sluiten ook onderling handelsakkoorden af. De drie grootste handelsblokken zijn goed voor meer dan de helft van de wereldhandel. De EU is één van de grootste markten met 20% van de wereldhandel. Ook de investeringen gebeuren binnen deze drie blokken. De kernlanden van die regio's werken nauw samen in instellingen als de OESO, de club van de 29 geïndustrialiseerde landen, en in de G-7, de 7 grote industriemogendheden.
Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling: OECD, Organisation for Economic Co-operation and Development
Ignacio Ramonet, Le Monde Diplomatique: Er zijn mondialiseerders en gemondialiseerden. Er is op zich niets tegen mondialisering: We leven op een geïntegreerde planeet, dat is zelfs bijna een ideaal. Maar we integreren de planeet niet, we integreren drie polen: NoordAmerika, West-Europa en Japan. Daar zit de rijkdom en elke dag meer. Hoe sterker die polen worden, hoemeer ze in staat zijn om te domineren.
13. Transnationale ondernemingen (TNO’s)
De motor achter de liberalisering van de handel zijn de transnationale ondernemingen. Ze willen vrij kunnen investeren en herinvesteren waar het hen het beste uitkomt en de winsten het grootste zijn. Omdat hun productiesystemen zo complex georganiseerd zijn, lijkt het alsof de handel toeneemt. Volgens de cijfers is dat zo. In feite is een groot deel van de wereldhandel intra-TNO handel, dit wil zeggen handel tussen ondernemingen van dezelfde transnational. De liberalisering van de handel in goederen en diensten maakt dit gemakkelijker en vergroot de winstmarges. Uiteraard gebeurt dit tegen een achtergrond van toenemende concurrentie. Staten en regio's proberen investeringen van multinationals naar zich toe te trekken door gunstige voorwaarden: geen overheidsbemoeienis, geen vakbonden, geen sociale rechten, belastingvrijstellingen ... Hoe meer de handel globaliseert, hoe groter de rol van de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Deze internationale instellingen, die door de rijke landen worden gedomineerd, hebben steeds de internationalisering en liberalisering van de handel bevorderd. En zo is de cirkel rond.
Globalisering anders bekeken: In De Kritische Reeks verschijnen boeken met een prikkelende, tegendraadse visie op mens en maatschappij. Deze reeks wil een bijdrage leveren aan de discussie over een rechtvaardiger wereld waarin culturele diversiteit, zorg voor het milieu en zeggenschap van mensen over hun eigen omgeving centraal staan.