De Werkelijke Aandeelhouderswaarde
Reeds vanaf het uitbreken van de kredietcrisis klinkt de roep om een nieuwe vorm van duurzaam
kapitalisme. Overheden trekken de regie en de algehele verantwoordelijkheid voor de beoogde
omwenteling naar een duurzamere wereld sterk naar zich toe. Uit recent onderzoek (Dijkgraaf) blijkt
dat klimaat- en energieconvenanten tussen overheid en bedrijfsleven niet werken. Het bedrijfsleven
vraagt overheden in het kader van voorgenomen klimaat- en duurzaamheidsmaatregelen om een
concurrentietechnisch internationaal ‘level playing field’.
Bedrijven en ook pensioenfondsen hebben een stevig eigenbelang om in de duurzame omwenteling
een prominente rol te spelen. De sombere toekomstscenario’s voor de leefbaarheid op aarde van
gerenommeerde instituten als het IEA, IPCC, Wereldbank, MIT, WNF e.a. hebben namelijk grote
gevolgen voor de aandeelhouderswaarde van bedrijven. Aandeelhouderswaarde rekent de toekomst
terug naar nu, in de vorm van de contante waarde van toekomstige bedrijfskasstromen. Echter,
zonder hierin de effecten van de bedrijfsactiviteiten op de Planet te verdisconteren, die leiden tot
voornoemde sombere toekomstscenario’s. Terwijl de hulpbronnen van de aarde zoals vruchtbare
grond, zoet water, oerwouden, visgronden, goede leefomgeving, biodiversiteit, stabiel klimaat etc.
steeds schaarser worden, heeft het gebruik ervan nog altijd geen prijs in economische zin (‘Cost of
Planet’). De aarde staat tot op heden ‘gratis’ ter beschikking en wordt dan ook ongelimiteerd
uitgeput.
Dit uitgangspunt van een ‘gratis aarde’ is door de toenemende schaarste aan hulpbronnen niet
langer houdbaar en zelfs onethisch tegenover onszelf als mensheid, omdat het ons bestaan gaat
bedreigen en dus is het ook vanuit bedrijfsmatig perspectief onverstandig om aan deze ‘Cost of
Planet’ voorbij te gaan. Voor bedrijven en pensioenfondsen zou de impact van de ‘Cost of Planet’ op
aandeelhouderswaarde ook nu al een serieus boardroom issue moeten vormen; maximalisatie van
aandeelhouderswaarde is immers de grote, drijvende kracht achter het huidig Angelsaksisch
kapitalistisch systeem.
Maximalisatie van aandeelhouderswaarde sluit naadloos aan op het oudste en meest dominante
deel van onze hersenen, de hypothalamus; combinatie van neurologisch en gedragswetenschappelijk
onderzoek (Postma) toont aan dat hier de sterkste driften van de mens zetelen waaronder
statusgerichtheid, machtswellust en hebzucht. Wie als manager binnen een onderneming goed is in
het maximeren van aandeelhouderswaarde, krijgt een hogere functie (appelleert aan status &
macht) en een hoger salaris (appelleert aan hebzucht). Dit verklaart de intrinsieke kracht en het
succes van het kapitalistisch systeem, dat ‘als beste systeem ooit’ wordt aangemerkt.
Duurzaamheid ontbeert vooralsnog een dergelijk universele, drijvende kracht. Door duurzaam
handelen via ‘Cost of Planet’ onderdeel te maken van aandeelhouderswaarde, wordt de werkelijke
aandeelhouderswaarde zichtbaar en haakt duurzaamheid aan bij de kracht van het kapitalistisch
systeem.
Wat is de relatie tussen ‘Cost of Planet’ en aandeelhouderswaarde? De aarde is ‘de supermachine’
die aan alle leven en menselijke activiteiten ten grondslag ligt. Precies deze supermachine wordt in
hoog tempo uitgehold, doordat we jaarlijks inmiddels 1,3x meer van de aarde gebruiken dan zij
opbrengt (Living Planet Report 2008). Ontbossing, verwoestijning, chemische vervuiling van water en
lucht, erosie van de vruchtbare topgrondlaag, afnemende zoetwatervoorraden, afnemende
voorraden cruciale metalen en teruglopende biodiversiteit zijn de gevolgen; terwijl het productieve
deel van de Aarde jaarlijks steeds harder terugloopt, stijgt de wereldbevolking ondertussen van 6,5
naar 9,2 miljard mensen in 2050 met een gemiddeld hoger consumptieniveau dan nu. Een voedsel-,
water-, energie-, klimaat- en milieucrisis zijn het gevolg (Wereldbank). De mens teert dus letterlijk in
op haar grootste en meest basale kapitaal: De aarde.
Dat de mens inteert op haar basiskapitaal heeft ook ernstige gevolgen voor bedrijven. Immers,
zonder leefbare Planet geen People, laat staan Profit. De toenemende onleefbaarheid als gevolg van
voornoemde demografische ontwikkelingen en crises zal de bedrijfsactiviteiten steeds sterker gaan
belemmeren. De mens tevens werknemer/gever, consument en belegger zal noodgedwongen steeds
meer tijd moeten gaan besteden aan survival, eerst vooral in de 3e wereld, later wereldwijd.
Klimaatrampen, voedsel-, energie-, en watertekorten verminderen de employability, productiviteit
en ook de beschikbaarheid van bedrijfspersoneel. De afnemende beschikbaarheid van personeel
maar ook van water, energie, cruciale metalen en grondstoffen en toenemende milieuvervuiling zijn
schadelijk voor de bedrijfscontinuïteit.
Deze ontwikkelingen met betrekking tot grondstoffen, energie, voedsel, water, klimaat en hun
invloed op personeel tasten niet alleen het productieproces aan, maar ook het besteedbaar inkomen
van consumenten, zodat bedrijven toenemend problemen in hun afzet zullen gaan ondervinden.
Daarnaast zijn er de op te brengen kosten als gevolg van klimaatverandering (€ 10.500 miljard - IEA)
en overige crises. Het IEA stelde onlangs vast dat er, ondanks alle politieke intenties, de facto nog
altijd sprake is van ‘ongewijzigd beleid’. De meest recente onderzoeken (MIT) tonen verslechterende
klimaatprognoses. Winstgevendheid, aandeelhouderswaarde en belegbaar vermogen dalen door de
samenloop van deze ontwikkelingen. Precies daar zit het belang van bedrijven en pensioenfondsen
om een prominente rol te spelen in de realisatie van een duurzamere wereld en aandacht te
besteden aan de ‘Cost of Planet’. De ‘Cost of Planet’ en hun effect op aandeelhouderswaarde zijn
vooralsnog onontkoombaar. Sterker nog, ze zijn er al, ook al worden ze nog aan het oog onttrokken.
Hoe zijn de ‘Cost of Planet’ te bepalen? Deze bevatten een volume- en een prijscomponent. Het
wetenschappelijk gefundeerd meetsysteem van de ‘Ecologische Footprint’ bestaat reeds sinds 1997
(Rees & Wackernagel). De Footprint meet de hoeveelheid productief land en zee, die nodig is om de
natuurlijke hulpbronnen te produceren voor onze consumptie en infrastructuur, alsmede de ruimte
die nodig is om CO2-uitstoot en afval te absorberen. Het ruimte- en energiegebruik, uitgedrukt in
aantal gebruikte hectares per jaar, kan van ieder product, dienst, individu, bedrijf, organisatie of land
worden berekend. Dit is de Footprint (www.footprintnetwork.org). De EU-Commissie kwalificeert de
Ecologische Footprint als het beste meetinstrument voor duurzaamheid van dit moment.
De Footprint is een concreet management tool met het oog op de eerdergenoemde crises. De
Footprint reflecteert namelijk de effecten op de voedselproductie (productieve ha’s), klimaat én
energie (de CO2-Footprint maakt 50% uit van de Ecologische Footprint), het welvaartsverschil tussen
1e en 3e wereld (Footprintomvang per land), het watergebruik (Waterfootprint) en de milieubelasting
(productieve ha’s benodigd voor afvalabsorptie).
De Footprint is daarnaast door haar eenvoud en uniformiteit een uitstekend wereldwijd
communicatiemiddel voor duurzaamheid gerelateerd aan ‘Planet’; iedereen, van bedrijven en
pensioenfondsen tot consumenten, NGO’s en overheidsinstellingen, kan werken met de Footprint en
spreekt dan dezelfde taal. Bedrijven beschikken in hun systemen over alle benodigde gegevens om
hun Footprint te kunnen bepalen. In de UK wordt de Footprint al vermeld op productverpakkingen.
Wat ontbreekt, is de prijs per gebruikte ha per jaar en dat roept de vraag op: ‘Wat is de waarde van
de aarde?’ Dé waarde van de aarde is uiteraard niet te bepalen, deze waarde is immers oneindig
groot, gevarieerd, immaterieel en onmeetbaar. Het kapitalistisch systeem daarentegen, biedt juist
vanwege haar beperkte scope wel aanknopingspunten voor waardebepaling. En aangezien dit
systeem een groot deel van het menselijk handelen bepaalt, is waardebepaling vanuit dit perspectief
relevant.
De aarde is vanuit kapitalistisch perspectief ‘slechts’ een productiemiddel. Het is de onderliggende
supermachine die ons met haar 13,4 miljard productieve ha’s (Living Planet Report 2008) in staat
stelt tot het genereren van het jaarlijkse wereldwijde BNP, in 2008 bedroeg dit $ 60.115 miljard
(Wereldbank). Dit is de huidige ‘earning capacity’ van de aarde en daarmee tevens de ‘value at risk’,
die verloren gaat wanneer de productieve ha’s op aarde in extremo tot 0 worden gereduceerd.
Gezien de onvoorspelbaarheid en de onomkeerbaarheid van veranderingen in complexe ecosystemen
in combinatie met de onvervangbaarheid van de aarde en haar hulpbronnen, kunnen wij
ons geen kansberekening veroorloven ten aanzien van de gevolgen van ons huidig handelen. Een
worst case benadering is hier wijsheid, ook al om de ernst van de situatie duidelijk te maken.
De gebruikskosten van de aarde vanuit strikt kapitalistisch perspectief bedragen aldus $ 4.500,- per
ha per jaar (‘Cost of Planet’). Dit is een direct bruikbare simplificatie van de uitkomsten van het
waarderingsmodel, dat momenteel onderwerp is van promotie-onderzoek.
Hoe maken we deze ‘Cost of Planet’ concreet en zichtbaar? Dit kan relatief eenvoudig plaatsvinden
door 2 regels toe te voegen aan de huidige bedrijfsjaarrekening als volgt:
Jaarrekening Bedrijven
Omzet
-/- Bedrijfskosten
Bedrijfsresultaat
-/- Belasting
Netto Resultaat ?? Traditionele Jaarrekening = Profit
-/- ’Cost of Planet’ ?? Ecologische Footprint x $ 4.500,-/ha/jaar = Planet
Maatschappelijk Resultaat ?? Maatschappelijke Jaarrekening = Profit & Planet
Het inzicht om de aarde niet langer als ‘gratis’ te beschouwen, betekent een doorbraak. Het
abstracte en ongrijpbare begrip duurzaamheid wordt met deze aanpak op
geld gewaardeerd, althans
voorzover het ‘de Planet’ betreft. Duurzame bedrijfsprestaties zijn hierdoor op uniforme wijze te
meten en te managen, waardoor vergelijking in de tijd en onderling tussen bedrijven mogelijk wordt.
De voorgestelde aanpak betekent een
verandering in de harde kern van het kapitalistisch systeem;
bedrijfsprestaties worden nu gemeten in termen van Profit én Planet. Bestaande MVO-rapportages
en sociale jaarverslagen moeten vooral intact blijven, aangezien deze alle relevante kwalitatieve
indicatoren bevatten, veelal gerelateerd aan ‘People’.
Rapportage van de ‘Cost of Planet’ in de jaarrekening betekent dat de werkelijke aandeelhouderswaarde
plotseling transparant wordt. De ‘Cost of Planet’ gaan deel uitmaken van het aandeelhouderswaardedenken.
Dit heeft majeure impact op de allocatie van de tienduizenden miljarden €/$
aan vermogen van pensioenfondsen, juist vanwege hun focus op lange termijn aandeelhouderswaarde.
Pensioenfondsen oefenen met deze herallocatie van vermogen druk uit op het bedrijfsleven,
waardoor duurzaamheid en het reduceren van de ‘Cost of Planet’ topprioriteit worden; het
aantrekken en behouden van financiering is immers zeer belangrijk voor bedrijven, gegeven dat
CEO’s & CFO’s ca. 30% van hun tijd besteden aan investor relations.
De ‘Cost of Planet’ is overigens dermate hoog dat bedrijven er niet in zullen slagen via hoge netto
winst tot maatschappelijke winst te komen. Maatschappelijke winst is uitsluitend te realiseren door
forse reductie van de Footprint. Het merendeel van de bedrijven zal een kleiner of groter
maatschappelijk verlies laten zien, hetgeen aansluit bij de realiteit; we bevinden ons immers letterlijk
in een situatie van ‘maatschappelijk verlies’.
Nu zichtbaar wordt wat bedrijven maatschappelijk gezien werkelijk verdienen, zal naast ‘het nieuwe
aandeelhouderswaardedenken’ ook een PR- en imago-effect optreden; eerder zagen we wat er
gebeurde met Shell Brent Spar, Nike kinderarbeid en PGGM wapenhandel, maar wat betekent het
voor het imago van een bedrijf dat € 200 miljoen financiële netto winst maakt, maar tegelijkertijd
een maatschappelijk verlies van -/- € 1 miljard laat zien?
Bedrijven zullen enerzijds hun Footprint en daarmee hun ‘Cost of Planet’ gaan terugdringen in hun
internationale productie- en inkoopketens, anderzijds zullen zij hun ‘Cost of Planet’ in hun producten
dienstenassortiment gaan doorbelasten. Hierdoor krijgen producten hun werkelijke prijs. Nu de
werkelijke energieprijzen kunnen worden berekend, zal blijken dat duurzame zonne- en windenergie
goedkoper is dan fossiele energie. Dit betekent een doorbraak voor versnelde investeringen in
duurzame energie en andere innovatieve duurzame technologieën.
Maatschappelijk resultaat wordt de nieuwe mantra, het nieuwe statusobject. Een bonus op hoog
maatschappelijke resultaat, vooralsnog gericht op het wegwerken van maatschappelijke verliezen, is
uiteraard prima. De focus van bestuurders wordt zo verbreed van sec Profit naar Planet & Profit,
waarmee de platte hebzucht in belangrijke mate uit het systeem wordt gehaald.
Hebzucht is zoals vermeld diep geworteld in het oudste deel van onze hersenen. Echter, talloze
onderzoeken (Veenhoven e.a.) tonen aan dat het individuele
geluk in de 1e wereld jaarlijks afneemt.
Deze tegenstelling wordt verklaard door statusangst (de Botton) en de wet van het relatieve inkomen
(Layard). Deze fenomenen maken dat we niet alleen telkens meer willen bezitten, maar liefst ook nog
meer dan die ander: De buurman, de collega en het reclamerolmodel. Dit leidt tot een oneindige rat
race onder afnemend
geluk. De focusverbreding doorbreekt dit en zou daarom ook het individuele
geluk van burgers weleens ten goede kunnen komen; voorbij de lege consumptiedrift.
De invloed van bedrijven op een duurzame omwenteling is zeer groot. De herkomst van de
wereldwijde Footprint vloeit direct of indirect voor 100% voort uit de activiteiten van bedrijven en is
daarmee uitstekend door hen te beïnvloeden. Daarnaast beschikken bedrijven over de financiële
middelen, het innovatief vermogen én de macht om een duurzamere wereld te realiseren. Noreena
Hertz, David Korten e.a. toonden reeds overtuigend aan dat het mondiale bedrijfsleven de werkelijke
machthebber is en niet overheden of consumenten.
Bij het bedrijfsleven zit kortom de te ontketenen kracht en pensioenfondsen spelen hierin een
bijzondere en cruciale rol; met hun focus op lange termijn aandeelhouderswaarde hebben zij het
motief om de fictie van de ‘gratis aarde’ te verlaten en hun beleggingskeuze te baseren op werkelijke
aandeelhouderswaarde. Dit geeft het bedrijfsleven de doorslaggevende prikkel om hun business op
werkelijke aandeelhouderswaardecreatie te gaan sturen.
De ‘Cost of Planet’ lijken slechts een onschuldig rapportage-item, echter zij hebben een enorm cash
effect door de herallocatie van de vermogens van pensioenfondsen naar bedrijven met een lage Cost
of Planet. Dit leidt vervolgens tot de aanpassing van inkoop-, productie- en verkoopprocessen door
bedrijven. Op termijn is voorstelbaar dat de ‘Cost of Planet’ door bedrijven in cash zullen worden
gestort in een duurzaam investeringsfonds.
Het gebrek aan schaarste aan
geld ligt mede ten grondslag aan de huidige kredietcrisis en de
eerdergenoemde sombere toekomstscenario’s. Op termijn is het onvermijdelijk dat de Footprintcapaciteit
van de Aarde zich vanwege toenemende schaarste zal ontwikkelen tot een steeds
dominanter betaalmiddel, parallel aan
geld. Deze capaciteit is namelijk écht schaars in tegenstelling
tot
geld.
Met de introductie van ‘Cost of Planet’ in de wet op de jaarrekening doorbreken overheden het nietduurzame,
korte termijn denken en komen zij tegemoet aan de oproep van het bedrijfsleven tot een
internationaal ‘level playing field’. Tegelijkertijd verzekeren overheden zich zo van zeer sterke
rugwind van het bedrijfsleven en pensioenfondsen in de beoogde omwenteling naar een duurzamere
maatschappij. Duurzaamheid dringt via de ‘Cost of Planet’ door tot in de kern, de haarvaten van het
kapitalistisch systeem en haakt zo aan bij de kracht ervan. In essentie wordt hiermee een nieuwe en
duurzame vorm van kapitalisme geïntroduceerd, waarin eigenbelang en maatschappelijk belang
samenvallen.
Drs Roland J.I. Menke RC
Venture Capitalist en M&A-Adviseur
Dit artikel vormt een weerslag van zijn lopende promotie-onderzoek
E-mail: mcf.rotterdam@planet.nl