<rss version="2.0" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:trackback="http://madskills.com/public/xml/rss/module/trackback/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"><channel><title>Vriezen denkt...</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/category/31979.aspx</link><description>Poetica, theorie, hardop denken, enz.</description><managingEditor>Samuel Vriezen</managingEditor><dc:language>en-US</dc:language><generator>.Text Version 0.95.2004.102</generator><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Andere Leegtes, over Jeroen Mettes</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/04/30/813451.aspx</link><pubDate>Tue, 30 Apr 2013 22:57:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/04/30/813451.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/813451.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/04/30/813451.aspx#Feedback</comments><slash:comments>0</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/813451.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/813451.aspx</trackback:ping><description>De tekst van mijn voordracht over leegte bij Jeroen Mettes, vorig jaar gehouden in Perdu en in aangepaste vorm gepubliceerd in nY #17, is nu &lt;a href=http://www.ny-web.be/untimely-meditations/andere-leegtes-uitgaande-van-jeroen-mettes.html&gt;&lt;b&gt;te lezen&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; op nY-web.&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Mijn tekst riep bij Piet Joostens enkele vragen op, en die zijn ook op nY-web &lt;a href=http://www.ny-web.be/untimely-meditations/leegte-vol-verlangen.html&gt;&lt;b&gt;te lezen.&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/813451.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Detemporalizing</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/03/07/806549.aspx</link><pubDate>Thu, 07 Mar 2013 23:50:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/03/07/806549.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/806549.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2013/03/07/806549.aspx#Feedback</comments><slash:comments>0</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/806549.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/806549.aspx</trackback:ping><description>Weinig geblogd, de laatste maanden. Ondanks dat heb ik vol frisse moed een nieuw blog geopend om Engelstalige posts op te publiceren. De bedoeling is in eerste instantie om het blog te gebruiken om notities en fragmenten van theoretische aard, die wellicht interessant kunnen zijn, openbaar toegankeljik te maken; het is niet mijn bedoeling het blog speciaal vaak te updaten. Voorlopige blogtitel: &lt;a href=http://samuelvriezen.blogspot.nl&gt;&lt;b&gt;Detemporalizing&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;. De &lt;a href=http://samuelvriezen.blogspot.nl/2013/03/a-hidden-non-hierarchical-structure.html&gt;&lt;b&gt;eerste post&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; betreft een kleine correspondentie tussen musicoloog Gilbert Delor en mijzelf over de compositie &lt;i&gt;The Weather Riots&lt;/i&gt; en over de rol van zogenaamde 'block designs' in mijn werk en dat van Tom Johnson.&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/806549.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Vijf vragen van Jori Stam over het literaire tijdschrift</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/07/08/665357.aspx</link><pubDate>Fri, 08 Jul 2011 20:49:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/07/08/665357.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/665357.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/07/08/665357.aspx#Feedback</comments><slash:comments>1</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/665357.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/665357.aspx</trackback:ping><description>&lt;i&gt;Enkele dagen geleden ontving ik van Jori Stam een e-mailtje met vijf vragen ten behoeve van een kort artikel voor De Contrabas over het literaire tijdschrift. Als verse redacteur van &lt;a href=www.ny-web.be&gt;&lt;b&gt;&lt;/i&gt;nY&lt;i&gt;&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; schreef ik hem onderstaande antwoorden. Er moet daar iets mis mee zijn gegaan, want een ontvangstbevestiging kreeg ik niet en de antwoorden zijn niet gebruikt in het &lt;a href=http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2011/07/jori-stam-de-literaire-tijdschriften.html&gt;&lt;b&gt;korte artikel&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; dat Stam inmiddels gepubliceerd heeft. Maar bij dezen dan:&lt;/i&gt;

&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;i&gt;Wie leest er tegenwoordig nog een literair tijdschrift?&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan, maar ik kan wel zeggen waarom ik zelf de literaire tijdschriften lees die ik lees, om daarmee aan te geven hoe ik me de lezer van een literair tijdschrift voorstel.&lt;br&gt;&lt;br&gt;Ik lees de bladen die ik lees hoofdzakelijk vanwege de mogelijkheden die ze bieden om kennis te nemen van nieuwe literatuur, ook in vertaling, en om in uitgebreidere essays op literaire en maatschappelijke onderwerpen te reflecteren. Met name voor die wat ambitieuzere literaire essayistiek (stukken van boven de 3000 woorden) zie ik nog geen andere kanalen in ons literaire landschap dan de tijdschriften, die, mede dankzij ondersteuning van de overheid, goed in staat zijn om opdracht te verstrekken tot zulke teksten.&lt;br&gt;&lt;br&gt;Ik zie onze doelgroep als bescheiden in omvang maar gretig. We maken het blad voor de literatuurliefhebber met een intensieve literatuur-&lt;i&gt;habit&lt;/i&gt; en een honger naar stellingname, naar doorwrochte kritische reflectie op letter en wereld.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;i&gt;Wat is de huidige oplage van uw tijdschrift?&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;500 exemplaren. Het overgrote deel daarvan gaat naar de abonnees, naar de losse verkoop, en naar de auteurs, geaffilieerde instellingen en de pers. Daarnaast worden er exemplaren gereserveerd voor archief/stock en voor promotie op evenementen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;i&gt;Ervaart u problemen met het produceren van uw tijdschrift en het werven van lezers?&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Het produceren gaat uitstekend. We hebben een enthousiaste redactie en een levendig redactieproces. Ideeen voor artikelen en dossiers kunnen uit de discussies binnen de redactie voortkomen (zoals recentlijk het Overtalig-nummer, over poëzie in andere talen dan de eigen taal) maar kunnen ook ontstaan vanuit een aanbod van buitenaf. Bijvoorbeeld, in nY #3 introduceerden we het buitengewone proza van de Duitser Reinhard Jirgl in het Nederlands op suggestie van Arne De Winde. Een themanummer over radicale poëtica's ontstond rondom een aanbod van vertalingen en reflecties rondom het Franse radicale politieke tijdschrift Tiqqun, enzovoort. Er zijn daarnaast vele inzendingen, die anoniem worden beoordeeld door de redactie en waar soms teksten uitgevist worden. nY introduceert regelmatig debutanten (recentlijk o.a. Maarten van der Graaff, Beda Dhondt, Roos van Mierlo, Maartje Smits). We profiteren van een goede beeldredactie, die vaak voor geschikt beeldend werk bij de tekst zorgt, en van een flexibele vormgever. Onze onvermoeibare redactiesecretaris is bij dit alles een onmisbare steun.&lt;br&gt;&lt;br&gt;De redactie wil meer lezers werven, en we doen wat we kunnen op dat vlak. nY onderhoudt daartoe onder meer een website als uithangbord, waarop ook volledige artikelen gepubliceerd worden. We zijn actief in de sociale media en zoeken wisselende samenwerkingen met andere literaire organisaties, en presenteren ons bij evenementen. Ik zit nog maar sinds kort in de redactie en  probeer ook persoonlijk minstens te werven onder de mensen die ik op uiteenlopende plekken waar ik in mijn artistieke praktijk kom ontmoet, voor zover ik verwacht dat ze inhoudelijke belangstelling voor ons werk kunnen hebben. Voorts werven we onder studenten in de literatuur en verwante vakken. Overigens is geen van de redacteurs professioneel werver, maar we doen wat we kunnen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;i&gt;Welke functie / macht heeft het literaire tijdschrift?&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Wat is de macht van een kunstwerk of artistieke praktijk? De enige macht waarin ik geïnteresseerd ben, is het emancipatoire potentieel van een kunstwerk. Een kunstwerk helpt ons zelfstandigheid te verwerven in onze waarneming van en interactie met de wereld, in ons voelen, denken, handelen. Dat is ook de belangrijkste macht die ik een tijdschrift toeken. Het tijdschrift is specifiek een manier om literaire ideeen te ontsluiten. De macht van het tijdschrift reikt dus zo ver als de macht van de literaire teksten die door het blad beschikbaar worden gemaakt.&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Die beschikbaarheid is ook belangrijker dan commercieel succes op de korte termijn. Wat we publiceren wordt natuurlijk al snel door onze abonnees gelezen, maar de adem van een publicatie in een literair tijdschrift is vaak langer dan een publicatie in een dagblad, weekblad of op een weblog, waar actualiteit of het kortlopende debat meer centraal staat. De nummers die we maken blijven ook langdurig nabestelbaar en beschikbaar, bijvoorbeeld via bibliotheken. Veel van de vertalingen en essayistiek die in ons blad gepubliceerd worden kunnen, in de huidige opzet van het literaire landschap, niet op een andere manier beschikbaar worden, om de eenvoudige reden dat er geen andere kanalen zijn waar dit soort werk ook financieel gehonoreerd kan worden. &lt;br&gt;&lt;br&gt;

De tijdschrift-vorm bovendien ruimte biedt daarnaast aan uitvoerige begeleiding van en redactie op de teksten.&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Maar over de "functie" van een blad wil ik het niet hebben. Dat woord suggereert dat we het blad maken om een of andere rol te hebben binnen een organische maatschappij, maar zo zie ik dat niet. Ik maak mijn kunst niet om als radertje van de Staat te "functioneren". Ik maak wat ik maak in de hoop juist, waar mogelijk, tot nieuwe verbanden te kunnen komen. In andere termen dan die van mijn antwoord op je eerste vraag zou ik dan ook niet graag over de functie van ons tijdschrift praten.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;Heeft het literaire tijdschrift een toekomst?&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Ja. Op papier en/of op internet: het medium is voor mij niet de hoofdzaak. Belangrijker dan dat is de mogelijkheid om auteurs te kunnen betalen voor de stukken die we van ze verzoeken en toegestuurd krijgen. En onze inzet om de teksten grondig door te nemen als redactie (de redacteurs werken zelf onbezoldigd).&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Zolang het zin heeft om met een groep mensen op regelmatige basis teksten bij elkaar te zoeken, en in grondig geredigeerde vorm openbaar te maken, heeft het tijdschrift toekomst. Ik zie eigenlijk niet in waarom dat ooit anders zou worden.&lt;br&gt;&lt;br&gt;
&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/665357.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Artistiek politiek zelfbewustzijn. En: Komrij en Temme over literaire tijdschriften.</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/06/28/663179.aspx</link><pubDate>Tue, 28 Jun 2011 00:08:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/06/28/663179.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/663179.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/06/28/663179.aspx#Feedback</comments><slash:comments>0</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/663179.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/663179.aspx</trackback:ping><description>Is er licht in de duisternis? Altijd. Langzaamaan begint er nieuw politiek bewustzijn te ontstaan bij kunstenaars onder druk van de komende slachtpartijen. Ramsey Nasr gebruikte op het Malieveld vanmiddag de bezuinigingen als aanleiding voor stevige uithalen naar de politiek van de coalitie in brede zin, zonder te vervallen in slachtofferschap of elitarisme. Nasr liet zien hoe de bezuinigingen op de kunst niet op zichzelf staan, maar het gezicht tonen van een leugenachtige en onmenselijke politiek die zich op alle beleidsterreinen openbaart. Hopelijk is dit de opmaat voor meer doordachte politieke stellingnames van kunstenaars. Maar wat ik meer nog hoop is dat er een verbeterd begrip voor de politieke betekenis van de kunst zelf naar voren zal treden.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Want vergeet niet, vrienden: dat de schoften die over ons heersen ons stuk willen hebben, is ook een groot compliment. En ja, ze willen ons stuk hebben, of minstens onze trots, ze willen ons onderwerpen. De regering wil ons niet zomaar korten of hervormen. De manier waarop de bezuinigingen erdoor worden gejast toont aan dat ze ons knock-out willen slaan. &lt;i&gt;Shock and awe&lt;/i&gt; heette dat ten tijde van onze laatste koloniale onderneming. Die politiek van overrompeling heeft een reden, en die reden gaat terug op het emancipatoire potentieel van de kunst: de kunst is één van de belangrijkste disciplines waarmee mensen verantwoordelijk worden voor hun eigen leven. Kunst bevrijdt. Zomaar. Met de kunst kunnen mensen alle kanten op gaan.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Het is dat potentieel dat de politiek wil disciplineren. En het goede nieuws is: het zal niet gebeuren. Er is een verzet inherent aan elke vrije gedachte. Dat verzet gaan wij, kunstenaars, nu op nieuwe manieren leren inzetten. Desnoods zonder subsidie, desnoods zonder de markt: wij gaan staan voor de &lt;a href=http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/dit_is_de_vraag_in_wat_voor_maatschappij_willen_wij_leven/&gt;&lt;b&gt;scheppende mens&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp; &lt;b&gt;*&lt;/b&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;


Maar dat zelfbewustzijn is er nog niet. De afgelopen weken was de woede en paniek onder kunstenaars op Facebook goed te proeven. Het leidde tot stortvloeden van artikelen  en boze berichten, die, als ze boos genoeg van toon waren, steevast op wagonladingen &lt;i&gt;likes&lt;/i&gt; konden rekenen. Op zich prima, maar daarbij werd niet altijd kritisch naar de inhoud van de stukken zelf gekeken, en de bijbehorende debatten vertonen soms vreemde kronkels.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Zeer duidelijk was dat te zien bij een &lt;a href=http://www.nrc.nl/komrij/2011/06/24/ja-zo-zijn-de-parasieten/&gt;&lt;b&gt;opiniestuk&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; van &lt;a href=http://komrij.blogspot.com/&gt;&lt;b&gt;Gerrit Komrij&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;. Dat stuk keert zich in Komrijs bekende virtuoze scheldstijl tegen het kabinet. Applaus alom natuurlijk. Maar niet iedereen gaf zich er rekening van dat het stuk onder het mom van protest vooral een afrekening met de literaire tijdschriften is.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

De literaire tijdschriften worden in de voorstellen van Zijlstra allemaal uit de staatsbegroting geschrapt omdat ze te weinig bereik zouden hebben. Komrij hierover:&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;Als ik de woorden ‘literaire tijdschriften’ hoor haal ik mijn wenkbrauwen op, zonder dat ik maar één seconde het triomfantelijke erop loshakken van deze politieke half-aap &lt;/i&gt;[Zijlstra, SV]&lt;i&gt; wens bij te vallen. &lt;/i&gt;[...]&lt;i&gt; Als literaire tijdschriften zo belangrijk waren, waarom heb ik er dan nooit van gehoord? Goede vraag, lieve lezer. U hebt nooit van literaire tijdschriften gehoord omdat ze al een tijdlang niet meer bestaan. Literaire tijdschriften zijn morsdood.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Ik schreef daarop een reactie op Facebook die ik ook op de NRC-site plaatste maar (vermoedelijk wegens opmaakproblemen) niet werd gepubliceerd:&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;Gerrit Komrij heeft het best lastig, heden ten dage. Hij is zelf immers één van de retorische grootouders van het hedendaagse populisme. Komrij was misschien altijd grappiger, mogelijk minder apert abject, maar deel van dezelfde dynamiek: succesjes halen met het schelden op veronderstelde elites.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dat kan. Maar daarom lukt het hem ook nu niet om ondubbelzinnig stelling tegen het populistische beleid te nemen. Dan krijg je speeches tegen de overheid waarin het toch nog even moet gaan over "kunstvarkentjes" die wellicht terecht geslacht worden. Dan krijg je aanvallen op de bezuinigingen waarbij er tegelijk naar de literaire tijdschriften moet worden gesneerd vanuit het veilige bolwerk van de krant.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Het sentiment in dit stuk kan iedereen op zich best navoelen: als er 100 instituten omvallen, kan ik er ook altijd wel 90 tussen aanwijzen die mij niet zoveel zeggen. Maar een politiek uitgangspunt zou toch iets dieper moeten liggen dan de toevallige eigen voorkeuren.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Echt problematisch wordt het als je Komrijs argumenten tegen de tijdschriften eens zou abstraheren. De tijdschriften zijn kennelijk sektarisch en marginaal en daarom is het niet erg als ze verdwijnen. Maar, hee, geldt dat niet toevallig ook voor al die productiehuizen, postacademische opleidingen, presentatieruimtes... die vele dozijnen instellingen die elk een klein publiek, tot duizend man zeg, trekken? Hupsakee, weg ermee! Nou, en dan heb je al zo ongeveer de agenda van Zijlstra. De meer prestigieuze instellingen worden immers netjes ontzien, toch? Er blijft een hoop kunst en cultuur over, toch? Komrij-Zijlstra: een minder grote stap dan het lijkt.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Jammer natuurlijk voor vele dozijnen maal tegen de duizend mensen en het werk waar zij voor staan. Dat wel.&lt;/i&gt; &lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp; &lt;b&gt;*&lt;/b&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Nu moet ik één ding toegeven. Het belangrijkste argument dat Komrij gebruikt tegen de papieren literaire tijdschriften verzwijg ik hierboven: het is het mediale argument. Dankzij internet zou het papieren tijdschrift achterhaald zijn en dat zou de belangrijkste reden zijn voor het “morsdood” zijn van de tijdschriften nu. Daarmee doet Komrij het voorkomen dat de tijdschriften niet meer gelezen worden. Maar dat is niet waar. Ja, ze hebben een klein bereik; maar ook: ja, ze worden gelezen. Geloof het of niet. Ik kan het weten. Ik ben zelf zo’n fossiel dat ze graag leest. Sinds een jaar of vijf nog maar. Ik vind er teksten die ik elders niet kan vinden, daarom. Zo simpel is het.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Maar het mediale argument heeft wel een air van plausibiliteit. Kunnen de tijdschriften niet veel beter, sneller, handiger, breder opereren op internet? Met meer “debat” en flitsendere polemieken en dergelijke? Waar meer lezers mee gewonnen kunnen worden? Dit lijkt ook de inzet te zijn van een nogal ik-zei-het-tocherig &lt;a href=http://www.tzum.info/2011/06/essay-literaire-tijdschriften-hebben-hun-eigen-ondergang-bewerkstelligd/&gt;&lt;b&gt;stukje op Tzum&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; (“essay”, zeggen ze daar) van Bart Temme. Temme is bekend om een afstudeeronderzoek naar de tijdschriften waaruit zou blijken dat dezen hun functie in het bestel (die door Temme nauwkeurig gedefinieerd wordt) verloren hebben. In het Tzum-stuk stelt Temme zelfs dat de tijdschriften hun eigen ondergang hebben bewerkstelligd doordat ze zijn aanbevelingen om &lt;i&gt;en masse&lt;/i&gt; over te gaan op het nieuwe medium, internet, niet hebben opgevolgd.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

De vraagt dient zich aan: zou internetaanwezigheid de tijdschriften dan wel hebben gered van deze regering? Ik heb zo mijn vermoedens.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Voor de tendens van de bezuinigingen over de gehele linie is de veelgeroemde "vrije markt" op geen enkele manier criterium. Anders zouden instellingen als De Nederlandse Opera en dergelijke wel wat meer gekort zijn. Daarom kun je ook grote vragen stellen bij het belang van dat lezersbereik (dat ook niet per definitie groter is met een website: zoals iedereen een website kan bezoeken, kan iedereen net zo goed zo’n tijdschrift bestellen). Wat we met de presentatieruimtes, productiehuizen, postacademische opleidingsinstituten zien verdwijnen is een &lt;i&gt;functie&lt;/i&gt; van het artistieke bestel: R&amp;D, zeg maar, de vrijplaatsen van het artistieke denken. Daar past het schrappen van de literaire tijdschriften en de kunsttijdschriften naadloos in.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Om die reden is het vermengen van de discussie over de bezuinigingen met die over het “juiste” medium voor de tijdschriften ook zo onzuiver. Mogelijk zitten er elementen van waarde in Temmes kritiek, en wellicht zou, pak hem beet, &lt;a href=http://www.literairtijdschriftparmentier.nl/&gt;&lt;b&gt;Parmentier&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; als zuivere webpublicatie heel goed kunnen gedijen. Maar de manier waarop die discussie over functie (die de echte politieke discussie is) steeds wordt verward met een discussie over media is storend.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Gek is het overigens niet dat Temme daar aan meedoet. De functies die hij aan het literaire tijdschrift toekent zijn betrekkelijk technocratisch van aard (wat logisch ook uit zijn verlangen voortvloeit om die functies vervolgens wetenschappelijk te kunnen "meten"). Maar vanuit dat perspectief is er geen zicht mogelijk op de ideologische strijd, die óók gaande is. &lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp; &lt;b&gt;*&lt;/b&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;


Tenslotte: een paar opvallende opvattingen van het tweetal.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Komrij omschrijft een literair tijdschrift als volgt:&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;Een literair tijdschrift, lezer, was een regelmatig, maar meestal onregelmatig verschijnende kruising tussen een vouwblad en een boek, waarin lezers die het lezen niet konden laten alvast kennis konden nemen van wat er op literair gebied stond te gebeuren, terwijl ze intussen geprikkeld werden met een mengelwerk van boze geluiden, lyriek en teksten waaraan vaak meer drift dan bezinning te pas kwam. In tijdschriften, daar gebeurde het. Daar kregen de polemicus, het aanstormende genie en de zwoeger die een langere rijping nodig had alle kansen.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Die omschrijving komt best aardig overeen met die paar Nederlandstalige en buitenlandse tijdschriften die ik met enige regelmaat in de bus krijg. Nou ja, minus die afgezaagde schrijversromantiek misschien. Maar dat gaat meer over voorkeuren. Je kunt in elk geval met deze definitie niet zomaar concluderen dat het tijdschrift dood is.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Ook schrijft hij: “Literaire tijdschriften zijn na de tweede wereldoorlog nooit meer dan de aanhangwagens van de uitgevers geweest.” Dat schijnt op te gaan voor de meeste grote Nederlandse tijdschriften, maar het is niet waar voor de bladen die ik lees, die worden onafhankelijk van een uitgeverij uitgebracht.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

En Temme schrijft deze interessante alinea:&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

De Revisor &lt;i&gt;is het tijdschrift dat het meeste gehoor heeft gegeven aan de oproep van het Nederlands Letterenfonds. De nieuwe redactie (Gustaaf Peek, Daan Stoffelsen, Jan van Mersbergen en Erik Lindner) zette een stap naar het internet. In januari van dit jaar toonde ik mij op dit weblog positief over deze ontwikkeling. We zijn nu een paar maanden later en de vreugde is stukken minder geworden. Er gebeurt soms weken niets op de website van &lt;/i&gt;De Revisor&lt;i&gt;. Dat is verdomde jammer, want juist door frequent bijdragen te publiceren vergroot je het publiekbereik. Ook is er geen sprake van literair debat op de site – dat is teleurstellend. &lt;/i&gt;De Revisor&lt;i&gt; was immers vroeger een belangrijke schakel in het literaire debat.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Er wordt in de tijdschrift-versus-internet discussie meestal gedaan alsof het alleen maar om distributie gaat. Het internet is dan de betere manier om dezelfde tekstuele inhoud te verspreiden. Deze alinea toont aan dat er meer aan de hand is. Het brengen van literatuur op een website brengt kennelijk heel andere verplichtingen met zich mee. Elke week moet er iets “gebeuren”, en er moet “literair debat” zijn. Maar ik vind het wat tragere redactieproces met veel overleg en zo eigenlijk ook wel zijn charmes hebben. Het is hoe dan ook niet hetzelfde.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dat van “het literaire debat” is natuurlijk omdat Temme dat nou net als functie van het tijdschrift had gedefinieerd. Maar als dat zich vertaalt naar het zinloos in cirkeltjes ronddraaien en de rancuneuze ruziezoekerij die op de meest “levendige” sites van het internet voor “literair debat” doorgaan, dan wil ik geen “literair debat”. Doe mij dan maar gewoon gelijk hebben.&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/663179.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Een nieuwe publieke sfeer</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/05/22/658015.aspx</link><pubDate>Sun, 22 May 2011 17:28:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/05/22/658015.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/658015.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/05/22/658015.aspx#Feedback</comments><slash:comments>7</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/658015.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/658015.aspx</trackback:ping><description>&lt;i&gt;Het &lt;a href=http://earreader.nl/archives/280&gt;&lt;b&gt;Manifest voor een nieuw kunstbegrip&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; heeft inmiddels veel weerklank gekregen, is in diverse debatten rond kunstpolitiek aangehaald, en was aanleiding voor een artikel in NRC over opkomend kunstenaarsprotest. Onderstaande tekst schreef ik als opiniebijdrage in een poging om in het kielzog van het Manifest het denken over een andere verhouding tussen kunst en politiek verder uit te werken.&lt;/i&gt;


&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Enkele weken geleden kwamen vier componisten, waaronder ikzelf, bijeen om een manifest te schrijven over het kunstbegrip. We waren de beleidsmatige en marktgerichte stijl van het publieke kunstdebat spuugzat, en probeerden eens goed te verwoorden wat kunst volgens ons wél is. Ons &lt;i&gt;Manifest voor een nieuw kunstbegrip&lt;/i&gt; raakte een gevoelige snaar. Binnen zeer korte tijd kwamen er vele honderden positieve reacties en ondertekeningen. Een eerste stap naar een nieuw artistiek-politiek bewustzijn. En, zo hoop ik, zelfs naar nieuwe grondslagen voor een publieke sfeer, naar nieuwe mogelijkheden om weer politiek verantwoordelijk te worden voor het eigen leven en de wereld.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Het manifest richt zich niet op staatssubsidie en wijst het gebruik van kunst als sociaal beleidsinstrument af, maar tegelijk verzet het zich tegen elk idee van kunst als consumeerbaar product. Wat wij, kunstenaars, doen is weliswaar mogelijk omdat wij gesteund worden, door overheid, mecenas, markt, oud geld of een bijbaantje, maar is inhoudelijk niet tot zulke ondersteuning te herleiden. We maken eenvoudigweg geen kunst om er rijk van te worden, maar omdat wij denken dat kunst maken datgene is wat wij met ons leven moeten doen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Lange tijd is die activiteit vanzelfsprekend opgevat als een bijdrage aan de publieke ruimte. Wat wij maakten verrijkte de burgers van het land. Waar wij, kunstenaars, in de middeleeuwen nog vooral voor adel en kerk werkten, werkten we in de burgerlijke tijd voor het publieke belang, voor de burgerij, voor de verheffing van arbeiders, voor de vele culturen van het land, voor de democratie. Wij dienden deze publieke sfeer soms met verbijsterende schoonheid en soms met onverteerbare weerbarstigheid. Maar dát wij deden wat wij deden werd algemeen begrepen als een publieke zaak.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dit wordt niet langer voetstoots aangenomen. Maar dat ligt niet aan de kunst. De burgerlijke politieke cultuur zelf is in crisis. De laatste decennia werd het oude burgerlijke ideaal van een publieke sfeer, waarin alle burgers participeren en waarvan de staat de fundamenten onderhoudt, steeds verder uitgehold door neoliberale opvattingen die de complete publieke sfeer liefst morgen nog op marktplaats.nl zouden zetten. Uit “efficiëntieoverwegingen” vervangt de staat zichzelf door een schimmige parodie, die de verantwoordelijkheid voor het publieke in toenemende mate uitbesteedt aan allerhande quango’s en “marktpartijen” waar geen burgerorgaan nog enige serieuze zeggenschap over heeft.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Tegelijk worden burgers zelf onder dwang omgevormd tot “consumenten” en wordt hen verteld dat dat vrijheid is. Maar feitelijk krijgt de post-burgerlijke samenleving steeds meer een neo-feodaal karakter, met topmannen en grootaandeelhouders als nieuwe adel, en flexwerkende consumenten als nieuwe horigen. Machteloosheid regeert de burgers van ooit.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Bij dat proces horen aanvallen op de vertegenwoordigers van de oude burgerlijke orde. Voorheen eerbiedwaardige publieke instituten zoals kunst en wetenschap zijn hun autoriteit kwijtgeraakt, gereduceerd tot opinie en verstrooiing. Daarbij worden kunst en wetenschap graag als elitair aangevallen, alsof we nog in de middeleeuwen leven en uitsluitend voor adel en kerk werken, en niet voor algemeen gedeelde publieke belangen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dat verwijt van elitarisme steekt. Waarom? Omdat kunst en wetenschap juist fundamenteel egalitair zijn. Voor kunst en wetenschap is iedereen gelijk. Eenmaal bewezen is een wiskundige stelling voor iedereen waar, ook voor wie het bewijs niet doorgrondt. Net zo is de gedachte van een kunstwerk, eenmaal in de wereld, voor iedereen beschikbaar om zich toe te verhouden. Kunst neemt iedereen even serieus, ongeacht zijn of haar achtergrond. Natuurlijk, veel kunst heeft een klein bereik, maar dat heeft niets met elite te maken. Het komt juist doordat alle mensen dezelfde vrijheid hebben om verschillend op dezelfde werken te reageren.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Kunst is &lt;i&gt;egalitaire discipline&lt;/i&gt;. Iedereen kan zich erin verdiepen, en dan een grote ontwikkeling maken. Niet iedereen hoeft dat te doen. Maar de kunsten bieden iedereen de mogelijkheid van een wezenlijke vrijheid: om via gedisciplineerde toewijding verantwoordelijkheid te verwerven voor je manier van kijken, luisteren, handelen in de wereld – voor je leven. En die vrijheid staat open voor iedereen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Ze is bovendien van een fundamentelere orde dan de “keuzevrijheid” van de consument, die geen vrijheid is, maar verveling. Daarom is op de voorwaarden van enkel het marktdenken geen kunst te maken. En, met het instorten van het burgerschapsidee en de uitverkoop van de staat, ook niet op de voorwaarden van de overheid, die niet meer van de markt te scheiden is.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Onvermijdelijk opereert de kunst middenin de marktstaat, maar ze is er wezenlijk van onafhankelijk. Dat is haar trots. Vanuit die trots biedt zij de vrijheid om anders in de wereld te staan dan als consument. Als de kunst met discipline trouw blijft aan haar onafhankelijkheid en haar egalitarisme, zal ze een vernieuwde verantwoordelijkheid mogelijk maken voor het eigen leven en de wereld. Iets wat in post-burgerlijke tijden de oude burgerzin vervangt. Een nieuwe publieke sfeer.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;De tekst werd opgestuurd naar enkele kranten. Redacties reageerden over het algemeen zeer positief op de inhoud maar konden de tekst helaas niet plaatsen – in de woorden van een redacteur was de tekst "een mooi pleidooi, maar minder geschikt als opiniestuk", een interessante afwijzingsgrond voor een tekst die bedoeld is als bijdrage aan een publiek debat.&lt;/i&gt;&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/658015.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Twee nieuwe essays online, over Jeroen Mettes en over de verdediging van het componeren</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/12/18/634871.aspx</link><pubDate>Sat, 18 Dec 2010 18:37:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/12/18/634871.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/634871.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/12/18/634871.aspx#Feedback</comments><slash:comments>1</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/634871.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/634871.aspx</trackback:ping><description>Voor het Vlaams-Nederlands Huis &lt;a href=http://www.deburen.eu/nl/&gt;&lt;b&gt;deBuren&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; schreef ik een korte &lt;a href=http://www.deburen.eu/nl/nieuws-opinie/detail/voortleven-en-voortlezen&gt;&lt;b&gt;beschouwing&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; over de literaire nalatenschap van Jeroen Mettes en de betekenis van internet voor zijn werk, compleet met terugblik op de poëtische weblog-&lt;i&gt;scene&lt;/i&gt; vijf jaar terug, en een vergelijking met de situatie vandaag: een zekere verstijving lijkt te zijn opgetreden, maar hopelijk kan het werk van Mettes ons in beweging houden.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

En voor wie eens echt de tijd ergens voor wil nemen: er is een mooi nieuw tweetalig webmagazine over het componeren, &lt;a href=http://earreader.nl/&gt;&lt;b&gt;The Ear Reader&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;. Voor deze site schreef ik een lang essay over de verdediging van het componeren onder de titel &lt;a href=http://earreader.nl/archives/1&gt;&lt;b&gt;De Vrije Muziekpraktijk&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;. Hierin onderwerp ik veelgehoorde strategieën om het componeren als kunstvorm te verdedigen aan een kritisch onderzoek aan de hand van teksten van Klaas de Vries, Cornelis de Bondt en Micha Hamel. Elitarisme, traditionalisme, de ideologie van de pluriformiteit en het publiek als uitgangspunt worden afgewezen, ten gunste van een componeren dat kennis van mogelijke klankervaringen wil delen met principiëel onbegrensde groepen mensen.&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/634871.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Over Anna Tilroes Ja-sprong</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/11/28/631552.aspx</link><pubDate>Sun, 28 Nov 2010 01:37:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/11/28/631552.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/631552.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/11/28/631552.aspx#Feedback</comments><slash:comments>4</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/631552.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/631552.aspx</trackback:ping><description>&lt;i&gt;Afgelopen vrijdag, 26 november 2010, vond in Perdu een debat plaats rondom &lt;a href=http://www.google.com/search?hl=en&amp;source=hp&amp;q=anna+tilroe&amp;aq=f&amp;aqi=&amp;aql=&amp;oq=&amp;gs_rfai=&gt;&lt;b&gt;Anna Tilroes&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; nieuwe pamflet, &lt;/i&gt;De Ja-sprong: Naar een nieuwe vitaliteit in de kunst&lt;i&gt;, haar kritische reflectie op het hedendaagse kunstbedrijf. In dat boek bespreekt zij de overheersende rol van de kunstmarkt, de invloed van die markt op de kunstinstituten, de rol die kunstenaars, curatoren en verzamelaars in deze constellatie spelen, en wat de kritiek en het museum zouden kunnen doen om tot de onafhankelijke waarde van de kunst weer te herstellen.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Het debat bestond uit een presentatie van Tilroe en referenties van &lt;a href=http://www.flexmens.org/drupal/?q=Bio_Merijn_Oudenampsen&gt;&lt;b&gt;Merijn Oudenampsen&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, &lt;a href=http://www.ny-web.be/archive/author/joost-de-bloois/&gt;&lt;b&gt;Joost de Bloois&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, &lt;a href=http://www.jonasstaal.nl/&gt;&lt;b&gt;Jonas Staal&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; en mijzelf. Mijn tekst volgt hieronder.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;


Toen ik De Ja-sprong van Anna Tilroe had gelezen dacht ik twee dingen.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Ten eerste: wat een zegen, dat ik werk in velden waar de markt zeer, zeer klein is. Ik ben dichter en componist, in beide gevallen werkzaam in betrekkelijk obscure uithoeken. En ter ondersteuning heb ik tal van nevenfuncties gehad: pianist, performer, redacteur, concertorganisator, essayist, criticus, curator. In zowel de poëzie als in de kamermuziek die me interesseert lijkt de markt een heel bescheiden factor. Wat niet wegneemt dat er ook hier sprake is van machtsverhoudingen en van een kunstpolitiek, natuurlijk. Maar ze werkt niet in de eerste plaats via een markt, via investeerders, via sheiks en foute kapitalisten die ik absoluut op mijn hand moet zien te krijgen. De belangrijkste politieke vraag waar ik steeds mee geconfronteerd wordt is: welke mensen ken ik die ik enthousiast kan krijgen om mee te doen aan een goed idee?&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Mijn economie lijkt dus heel anders te werken dan de bijna totalitaire markteconomie van de kunstwereld zoals Anna Tilroe die schetst. &lt;a href=http://www.argotistonline.co.uk/Bernstein%20interview.htm&gt;&lt;b&gt;Charles Bernstein&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, een van de belangrijkste experimentele dichters en essayisten in de Verenigde Staten, beschrijft de economie van de poëzie als volgt:&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;i&gt;The economy of poetry is antipathetic to profit, it’s a “negative” economy. As James Sherry once remarked, if you take a sheet of plain white paper, perhaps it’s worth a penny, but if you write a poem on it, it’s worth nothing. It can no longer be sold. But, then again, that nothing is worth quite a lot. You’ve created negative value. Put a different way, that just shows that there are different kinds of economies and that poetry is an exchange economy.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Wat er geruild wordt is poëzie. Dichters leveren elkaar continu een negatieve waarde. En deze zeldzame, negatieve waarde gebruiken ze voor de fabricatie van objecten die vrijwel nooit grote beleggingswaarde gaan vertegenwoordigen. Ze richten bijvoorbeeld uitgeverijtjes op en tijdschriften en organiseren evenementen in lokale kroegen of theaters. Ze schrijven essays over elkaars werk, waarmee ze alleen maar meer negatieve waarde produceren.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Het belangrijkste punt voor mij is dat in mijn wereld productie, organisatie en receptie een nauwer circuit lijken te vormen dan in de wereld die Tilroe beschrijft. Veel dichters zijn op een bepaald moment van hun leven ook recensent of redacteur. Dat geldt ook voor de manier waarop ik mijn componeren steeds weer blijk aan te pakken. De stukken die ik schrijf vereisen vaak eigen vormen van organisatie van uitvoerenden of zijn specifiek gedacht voor alternatieve podia, waardoor ik met enige regelmaat weer opnieuw ensembles samenstel, zelf concerten organiseer of als uitvoerder optreed in eigen werk of dat van collega's.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;&lt;br&gt;


&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp &lt;b&gt;*&lt;/b&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Het tweede wat me opviel aan &lt;i&gt;De Ja-sprong&lt;/i&gt; was de nadruk op interpretatie, op het verhaal van de kunst, als sleutel tot haar politieke werking. Kort gezegd geeft Tilroe een meeslepend portret van een door de markt beheerste kunstwereld, waarin marktwaarden en machtsposities bepalend zijn voor de waarde van de kunst. Om hier verzet tegen te kunnen bieden pleit Tilroe voor een hernieuwde inzet van met name critici en van de musea. Deze moeten de positie van de kunst versterken; de critici kunnen dat doen door "erop te wijzen dat goede kunst altijd in verband staat met morele vraagstukken, levensbeschouwing en verantwoordelijkheidsgevoel", en het museum door de kunst te voorzien van een rijke en dynamische discursieve context, een "voorraadkamer van verhalen, wachtend op vertellers die zich willen inleven in wat gelijk opgaat met hun eigen verhaal of eraan voorafgaat, om beter te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen." Als deze rollen weer vervuld worden dan zal de markt, volgens de laatste zin van het boekje, niet meer sturend maar volgend worden.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Dat is een optimistische gedachte waarvan de precieze uitwerking me eerlijk gezegd een beetje abstract is gebleven, waarschijnlijk omdat er niet nader op de morele positie van de kritiek en het museum &lt;i&gt;an sich&lt;/i&gt; wordt ingegaan of op morele posities überhaupt. Maar wat me nu het meest interesseert is hoe de politieke werking van de kunst, haar mogelijkheid om verzet te bieden tegen de markt, niet uit de kunstproductie zelf moet komen, maar uit de manier waarop de gemeenschap de kunst leert lezen (met dank aan criticus en museum). De politiek van de kunst gaat kennelijk niet via haar productie maar via hoe we haar decoderen. Anders gezegd: kunstpolitiek is hier geen politiek van presenties, maar van representaties.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Deze opvatting van politiek lijkt niet vreemd te zijn in de beeldende kunstwereld. Zo vond ik het intrigerend om een vergelijkbare opvatting van politiek tegen te komen bij Jonas Staal, die zich eerder in NRC tegen de kunstpolitieke opvattingen van Tilroe had gekeerd. In een &lt;a href=http://www.ideabooks.nl/title/24993/&gt;&lt;b&gt;gesprek&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; met collega-kunstenaar Harmen de Hoop zegt Staal bijvoorbeeld: "Politiek gaat over de wijze waarop je je met je idealen verhoudt tot de wereld om je heen. Specifieker nog gaat het over de vraag hoe je je idealen ten opzichte van anderen &lt;i&gt;vertegenwoordigt&lt;/i&gt;. Voor mij is kunst het instrument voor die vertegenwoordiging. Om deze reden beschouw ik mijzelf als een politiek kunstenaar." [mijn cursivering, SV]&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Ik vind dat opvallend, omdat in mijn opvatting de politieke processen beginnen  vooraf aan de representatie. Voor de representatie is er presentie. Voor de interpretatie is er al een groep, het begin van organisatie. Elke politieke geste houdt in dat je ergens voor gaat staan, maar dat betekent vooral ook dat je &lt;i&gt;ergens gaat staan&lt;/i&gt;. Politiek handelen is zeggen: Wij zijn hier en we zijn bereid.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Dat betekent ook dat ik andere nadrukken leg als het gaat om het politieke in de kunst. Van de kunst wil ik niet in de eerste plaats weten op welke manier ze speelt of breekt met verhalen en symbolen, maar hoe ze mensen organiseert, in beweging zet en samenbrengt. En dat laatste bedoel ik niet symbolisch, maar letterlijk; niet in een abstracte toekomst, maar hier en nu. Ik doe bijvoorbeeld op dit moment mee aan de lezing van de &lt;i&gt;One Million Years&lt;/i&gt;-boeken van On Kawara in het Stedelijk Museum, waar steeds twee mensen (een man en een vrouw) afwisselend een aantal totaal onbegrijpelijke jaartallen uit het verre verleden of de verre toekomst opleest. Ik beschouw dit als een politiek werk, maar het politieke heeft volgens mij nauwelijks iets te maken met enige vertegenwoordiging of verhaal. Het werk is immers nagenoeg betekenisloos, niemand weet waar die jaartallen voor staan of wat er toen is gebeurd, dan wel of de mensheid tegen die tijd nog bestaat. En toch is het oplezen een simpele vorm van speculatieve politiek. Op volstrekt toevallige gronden worden steeds twee mensen en wellicht enkele bezoekers samengebracht. Dat is één propositie, één van de vele mogelijke modellen voor menselijke coëxistentie. De representatieve betekenisloosheid van dit werk werkt zelfs als een weldadig geweld, die het paar juist de maximale vrijheid geeft om zich tot de absurde dwang van de situatie te verhouden. De politieke situatie van het lezen van On Kawara is maar kort werkzaam maar ze is in die tijd wel degelijk volkomen reëel, en zou wellicht zelfs een model kunnen vormen voor weer andere manieren waarop mensen zich kunnen organiseren.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Ik ervaar het lezen van die jaartallen met steeds een andere dame bovendien als iets muzikaals. En dat is niet gek, en wijst ook misschien op de achtergrond van het verschil tussen mijn opvatting van het politieke en de opvattingen die ik bij Tilroe en Staal lees. Immers, het maken van een concert is niets anders dan het organiseren van mensen. In mijn muziek interesseert weinig me zo sterk als het ontwerp van de gezamenlijke verantwoordelijkheden van de musici, en/of van het publiek. Wellicht gaat dit verschil terug op een diep verschil tussen de media. De beeldende kunst immers is geneigd te denken vanuit objecten, die zelf niks doen. Een gemeenschap daaromheen is uit de aard der zaak al snel een gemeenschap van omstanders die via interpretatie en kritiek zich verhouden tot het mysterieuze object. Terwijl de muziek, hoe vaak ze ook in formele termen wordt beschreven en geanalyseerd als "ding" (partituur, opname), in de eerste plaats het tonen van een samenwerking van mensen is die zich tegelijk en voor hetzelfde doel in hetzelfde vertrek bevinden.
&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;


&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp&amp;nbsp &lt;b&gt;*&lt;/b&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;
Iets wat ik minder bevredigend vond aan De Ja-sprong was wat het boek te zeggen heeft van het doen en het samenwerken van mensen binnen de kunstwereld. De analyse in termen van instituten die elk een eigen rol hebben en elk een eigen agenda houdt het beeld van de kunstwereld zeer gecompartimentaliseerd. Misschien is dat een soort onvermijdelijke vloek van de kunstwereld. Toch zou ik graag meer horen over de &lt;i&gt;samenhang&lt;/i&gt; die er is tussen productie van werken en de organisatie van een wereld daaromheen, in al of niet voorlopige instituten. Dat geldt óók voor de kritiek. Bij een kritiek die verhalen fabriceert voor de objecten die zogezegd op een totaal andere afdeling worden gemaakt kan ik me niet veel voorstellen als politieke kracht. Is het niet zinvoller om op zoek te gaan naar gemeenschappelijke agenda's van kunstenaars, organisatoren en critici? Welke organisatie is er voor de productie van een bepaalde artistieke waarde nodig? Dat lijken mij politieke basisvragen.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Tot slot, bij wijze van toepassing, een korte opmerking over het curatorschap. Tilroe schetst de toegenomen macht van de curator als gevolg van een democratisering die in de kunstproductie, en in de waardenproductie, zelf zou hebben plaatsgevonden: "De kunst heeft [...] een enorme vrijheid gekregen: alle stijlen, onderwerpen en culturele invloeden liggen open. [...] Maar zoals altijd bij grote bevrijdingen ontstaat er daarna een machtsvacuüm. Daarin is een nieuwe autoriteit opgedoken, de curator." De kunstenaar beschikt daarbij nog wel over een eigen macht, over een "toverstok" die de criticus niet heef en waarmee hij iets tot kunst kan maken, maar de criticus heeft wellicht een eigen "toverstok" waarmee kunst kan worden herkend. Welnu, een belangrijke tendens in de avant-garde is altijd de ontmythologisering van de toverstok van de kunstenaar geweest. Als dan op dit moment de "toverstok" van de curator het magische middel is dat de kunstwereld organiseert en de kunstmarkt faciliteert, is het dan niet tijd voor een radicale democratisering van het curatorschap? Laten we gewoon dit afspreken: zoals elke mens kunstenaar is, is vanaf vandaag elke kunstenaar curator.  &lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/631552.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Besluiten te vertrouwen</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/21/576641.aspx</link><pubDate>Thu, 21 Oct 2010 18:16:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/21/576641.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/576641.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/21/576641.aspx#Feedback</comments><slash:comments>6</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/576641.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/576641.aspx</trackback:ping><description>Mijn &lt;a href=http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/16/575979.aspx&gt;&lt;b&gt;Trouw-opiniestuk&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; heeft een voor mijn doen zeer hoog aantal page-views opgeleverd, vooral dankzij Facebook, Twitter en &lt;a href=http://sargasso.nl/archief/2010/10/17/kunstenaars-uw-opdracht-is-niet-om-polderend-zoete-broodjes-te-bakken-met-een-verwerpelijke-regering/&gt;&lt;b&gt;Sargasso&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, wat me plezier doet.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Ook zijn er commentaren gekomen op &lt;a href=http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2010/10/de-kunst-moet-iets-nu.html&gt;&lt;b&gt;De Contrabas&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;. Zoals bij deze site wel vaker het geval is zijn deze commentaren minder welwillend, wat ik op zich geen probleem vind, hoewel ik me niet geroepen voel om elke sneer en elke interpretatie van een antwoord te voorzien. Maar op één verwijt dat Rutger Cornets de Groot mij vanuit de contrabas-comments maakt wil ik wel nog ingaan, namelijk dat ik aan volksverlakkerij zou doen:&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

&lt;i&gt;Een derde punt heb ik hier al bij een eerdere gelegenheid genoemd: kunst is niet "uiteindelijk voor iedereen". Dat is volksverlakkerij. Dat kunst een linkse hobby zou zijn betwijfel ik ook, maar de kunst waar het hier over gaat is zeker wel een hobby van een elite. En dat moet vooral zo blijven. Géén "vergroting van de publieke ruimte" alsjeblieft; ik wil ook nog wel eens mezelf kunnen zijn. &lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Waar het hier om gaat is om een verschil in uitgangspunten tussen Rutger en mij. Ik ga Rutgers opvatting dan ook niet weerleggen, maar wil wel dat verschil even aanstippen, om duidelijker te maken wat ik bedoel als ik zeg dat kunst er uiteindelijk voor iedereen is.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

De simpelste manier om duidelijk te maken wat ik bedoel is door naar mijn &lt;a href=http://www.xs4all.nl/~sqv&gt;&lt;b&gt;website&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; te verwijzen. Ik heb daar een aantal composities en teksten van mij in uiteenlopende formaten beschikbaar gemaakt. Voor wie beschikbaar? Wel, voor iedereen. Als ik zeg dat mijn werk er voor iedereen is bedoel dat ik dat &lt;i&gt;in de eerste plaats&lt;/i&gt; op dit onnozele, uiterst letterlijke niveau - waar volgens mij geen speld tussen te krijgen valt.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Maar het is een &lt;i&gt;feit&lt;/i&gt; dat niet iedereen ter wereld mijn muziek ook beluistert. En dat is zelfs iets waar ik aan denk als ik iets maak: ik hou altijd rekening met de gelegenheid waar ik een stuk voor schrijf. Maar nadat zo'n stuk voor het eerst heeft geklonken betreedt het stuk stapje voor stapje het publieke domein, en het is niet aan mij om daar enige limiet aan te stellen. Uiteindelijk mag iedereen er naar luisteren. En omdat ik graag wil dat iedereen die daar behoefte aan heeft iets aan mijn stuk zal ontlenen, probeer ik ook bij het componeren zo min mogelijk de identiteit van mijn publiek als uitgangspunt te nemen. Ja, er &lt;i&gt;is&lt;/i&gt; een eerste publiek; maar de identiteit van dat eerste publiek vormt niet de limiet van mijn werk.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dat mijn werk er voor iedereen is, is dan ook geen &lt;i&gt;feitelijke&lt;/i&gt; waarheid. Het is een &lt;i&gt;beslissing&lt;/i&gt;, die al bij het componeren een rol speelt. Een beslissing over welke aspecten van mijn publiek ik wel en welke ik niet probeer aan te spreken. Met het oog op potentiële verspreiding van mijn werk in de toekomst, als het lot van het werk steeds minder in mijn handen zal zijn. Ik schrijf voor iedereen, niet omdat ik beschik over een formule waar iedereen zich op magische wijze toe zal voelen aangetrokken, maar omdat ik iets voor heel de wereld beschikbaar wil maken, en iedereen is altijd uitgenodigd om zich ertoe te verhouden. "I write for myself and strangers," zegt Gertrude Stein.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Dat mijn werk er voor iedereen is is dus een &lt;i&gt;beslissing&lt;/i&gt; over hoe ik over mensen die zich voor muziek interesseren wil denken. Die beslissing heeft dan nog een belangrijk gevolg: namelijk dat ik niet, zoals kunstenaars helaas maar al te vaak door &lt;a href=http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/6949/Werp_de_kunsten_terug_op_markt_en_mecenas&gt;&lt;b&gt;populistische demagogen&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; in de schoenen wordt geschoven, schrijf om neer te kunnen kijken op het volk. Dat is een elitaire houding waar ik mijn positie niet in herken. In plaats daarvan besluit ik ervan uit te gaan dat iedere mens die daar behoefte aan heeft over het vermogen beschikt om mijn werk op een volwassen en zelfstandige manier tegemoet te treden.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

De beslissing dat mijn werk voor iedereen is betekent een weigering van het elitarisme waar Rutger zo'n voorstander van is, maar het betekent óók de weigering van een didactisch ideaal van volksverheffing. Ik schrijf niet om te instrueren. Ik kan alleen maar vertrouwen hebben in wie wil luisteren. Het universalisme van de kunst is niets dan het besluit vertrouwen te hebben in mensen. Waar moet ik het anders van hebben?&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/576641.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>De Strijd van de Kunst / The Struggle of Art</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/16/575979.aspx</link><pubDate>Sat, 16 Oct 2010 22:05:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/10/16/575979.aspx</guid><description>&lt;i&gt;(For English version see below)&lt;/i&gt;&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;b&gt;DE STRIJD VAN DE KUNST&lt;/b&gt;&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;i&gt;Dit opiniestuk werd, in licht gewijzigde vorm, gepubliceerd in Trouw, 16 oktober 2010.&lt;/i&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
De frontale aanval op de vrije kunsten van de conservatief-populistische regering Rutte heeft één positief bijeffect. Hij brengt de kunst op de plek waar deze hoort: in het hart van het politiek-culturele strijdperk. Een plaats waar de kunstsector helaas niet in het minst klaar voor is.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Dit mag blijken uit de opzet van de  petitie 'Stop de culturele kaalslag'. Deze roept op het disproportionele bezuinigingsbedrag op kunst te verminderen en niet te bezuinigen zonder overleg met de sector. De oproep gaat uit van 'vakbonden, beroepsverenigingen, kunstenaars, musici, acteurs, filmmakers, schrijvers, andere makers'.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Hoewel ik als componist en literair auteur tot deze groep behoor en volstrekt tegen de bezuinigingen ben, heb ik deze petitie niet ondertekend, omdat de oproep het politieke karakter van de aanslag op het vrije kunstklimaat miskent. De oproep tot overleg en proportionaliteit past in de politieke cultuur van de polderdemocratie, een cultuur die tijdens de totstandkoming van het kabinet-Rutte nou juist op opportunistische wijze ten gunste van een rabiaat populisme opzij is geschoven. Wilders is niet zo van het bruggen bouwen en Rutte voert in zijn kunstbeleid precies Wilders' beleid van het bruggen opblazen uit.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
De petitie speelt bovendien Wilders' retoriek in de kaart door zo nadrukkelijk in te zetten op de vakwereld van de makers. Als we daar niet de linkse elite hebben van de kunstbobo's die nodig eens een toontje lager moeten zingen! Maar precies dit idee van een 'linkse elite' is wat de kunstwereld zo fel als zij kan dient te bestrijden.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Tegenover het kunst-als-elitaire-hobby verhaal moet worden staande gehouden dat de kunst er uiteindelijk voor iedereen is; zoals ook iedereen deel kan hebben aan de publieke ruimte, de wetenschap, vriendschap en liefde.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Makkelijk te brengen is deze boodschap niet zonder meer. Uiteraard valt kliekvorming in de kunst niet te ontkennen, noch het bestaan van wereldjes en bobo's en hun willekeur. Natuurlijk zal veel kunst altijd marginaal zijn en niet in de eerste plaats de meerderheid van de mensen bereiken. Maar toch dienen al die kringetjes, die vakmensen, die al of niet marginale activiteiten een belangrijk doel dat boven de individuele kunstbeleving uitstijgt en de kunst een politieke werking verleent. Dat doel is het ontdekken en uitbreiden van manieren waarop wij allen kunnen waarnemen, ervaren, betekenen en handelen. De marge is hierbij net zo belangrijk als het centrum, want als je de marges wegsnijdt, wordt het centrum ook kleiner. De kunst is juist het onderzoek naar hoe de mens zijn leefwereld kan vergroten.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
En alle retoriek over elites en linkse hobby's ten spijt is juist dat potentieel het politieke doelwit van Wilders' aanvallen op de kunst. In brede zin voert Wilders een politiek van beperking van culturele mogelijkheden. Die richt zich op lange termijn tegen de moslims, en op korte termijn tegen makkelijkere prooien, waaronder de emancipatoire mogelijkheden van de vrije kunst. Het is om die reden en geen andere dat de bezuinigingen op de kunst zo ver alle boekhoudkundige proportie te buiten gaan. De furie waarmee Wilders en Rutte de kunst te lijf gaan, toont bij uitstek de belangrijke politieke rol van de kunst aan. De kunst dient deze rol nu weer centraal te stellen.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Kunstenaars, uw opdracht is niet om polderend zoete broodjes te bakken met een verwerpelijke regering. Uw opdracht is om de mogelijke menselijke ervaring te vergroten, en om de ontdekkingen die u doet in uw werk voor alle mensen beschikbaar te maken. Uw taak is de verruiming van de publieke ruimte. En wat u nu duidelijk moet maken, is dat het die verruiming is waar de regering Rutte tegen, en u voor, strijdt.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;b&gt;THE STRUGGLE OF ART&lt;/b&gt;&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;i&gt;Translation of the original version of an opinion piece published by Trouw on october 16, 2010.&lt;/i&gt;&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
There is one positive side-effect of the Rutte administration's frontal assault on the free arts. It puts the arts at the point where they belong: at the heart of the political-cultural battlefield. Unfortunately, it's a position that the arts in the Netherlands are not in the least prepared for.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
This clearly shows in how the petition 'Stop de culturele kaalslag' [Stop Cultural Devastation] is structured. The petition calls for a diminishing of the disproportional cuts to the arts budgets and to refrain from cutting any subsidies without consulting the sector. Those who make the call are the 'unions, professional associations, artists, musicians, actors, filmmakers, writers, other creators.'&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Even though, as a composer and literary author, I belong to this group and though I'm dead set against these cuts I could not bring myself to sign the petition, as the call fails to acknowledge the political character of this attempt on our free artistic climate. A call for deliberation and proportionality is well suited to the political culture of 'polder democracy', which is the culture the Netherlands used to have until it was brutally pushed aside during the opportunistic formation of the Rutte government, in favor of hysterical populism.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Furthermore, the petition plays into Wilders' rhetorics through explicitly stressing the professional world of the creators of art. That all too easily translates into the image Wilders tries to promote of left-wing art moguls who really ought to be taught a lesson. It's exactly this idea of a 'left wing elite' that the arts must challenge to the best of their ability.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Against the narrative of arts as an elite hobby it's necessary to maintain that in the end, everybody stands to profit from the arts - the same way everybody can profit from science, public space, human interaction, friendship and love.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
It's not easy to get this message across. Of course the existence of cliques in the arts can not be denied, nor can the existence of art moguls and their arbitrary influence. And of course, much of art will always remain marginal, unable to immediately reach a majority of people. Still, all those little circles, those professionals, those possibly marginal activities do serve an important goal that goes beyond individual artistic experience and that confers upon art its political agency. That goal is the discovery and expansion of the ways in which all of us might perceive, experience, mean and act. For that, the margins are no less important than the centers, because if you cut away the margins around them, the centres will also shrink. Yet art is precisely the investigation of how humans can magnify their world.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
And in spite of all the rhetorics that speaks of 'left-wing hobbies' it is exactly that potential of art that is the political target of Wilders' attacks on the arts. In a broad sense Wilders is pursuing a politics of the reduction of cultural possibility. In the long run he is targetting the muslem population; in the short run he is going for easier victims, prime among which are the emancipatory possibilities of the free arts. It is for that reason and no other that the subsidy cuts to the arts are so far beyond any sane proportions of good accounting. There is no better proof for the important political role that the arts have than the fury with which Wilders and Rutte threaten to savage them. It is this role that the arts should now again make their central concern.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;
Artists, your task is not to be diplomatic in good polder tradition and make nice with a reprehensible government. Your task is to magnify potential human experience, and to make everything you discover through your work available for all human beings as best you can. Your task is the expansion of public space. And what you must show now is that it is this expansion that the Rutte administration opposes, and that it is what you are fighting for.&lt;br&gt;
&lt;br&gt;&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/575979.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item><item><dc:creator>Samuel Vriezen</dc:creator><title>Globalization in literature - vierde column voor Vooys</title><link>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/05/25/550548.aspx</link><pubDate>Tue, 25 May 2010 23:52:00 GMT</pubDate><guid>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/05/25/550548.aspx</guid><wfw:comment>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/550548.aspx</wfw:comment><comments>http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2010/05/25/550548.aspx#Feedback</comments><slash:comments>3</slash:comments><wfw:commentRss>http://blogger.xs4all.nl/sqv/comments/commentRss/550548.aspx</wfw:commentRss><trackback:ping>http://blogger.xs4all.nl/sqv/services/trackbacks/550548.aspx</trackback:ping><description>&lt;i&gt;The text below was published my fourth column as guest writer for &lt;a href=http://www.tijdschriftvooys.nl/&gt;&lt;/i&gt;&lt;b&gt;Vooys&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;&lt;i&gt;, a Dutch-language "review of letters", in its issue devoted to new media and literature (issue 27-4, December 2009).&lt;/i&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;


In recent years, the effect of the internet on Dutch poetry has been tremendous. I believe this neither to be primarily a question of the invention of new genres (such as interactive poetry or &lt;a href=http://bas.geerts.nu/poems/requiem.php&gt;&lt;b&gt;Flash&lt;/b&gt;&lt;/a&gt;-&lt;a href=http://www.tonnusoosterhoff.nl/menu/index.html&gt;&lt;b&gt;animated&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; &lt;a href=http://www.yhchang.com/&gt;&lt;b&gt;poetry&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;), nor just a question of different forms of distribution of poetry and poetical discourse and the different organization of community, through the growth of the blogosphere, as such. Both of these developments are of course vital and interesting. But from my own perspective, the most fundamental aspect of the internet's influence on my own reading and writing practice (and that of many younger poets I know) is how it has opened up Dutch poetic practice to outside influences, most notably American ones. And this raises fundamental questions about what it means to be writing poetry in Dutch in a globalized world.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

The Internet has seen a great expansion of the possibilities for world-wide distribution of poetry from the American small presses. It is now very easy to order a book published by some small press through &lt;a href=http://www.amazon.com&gt;&lt;b&gt;Amazon.com&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, &lt;a href=http://www.spdbooks.org&gt;&lt;/a&gt;Small Press Distribution&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; in California, or from the publishing company itself. At the same time, the poetical debate surrounding small press publications has become readily accessible from Amsterdam because of the great liveliness of the American poetical blogosphere. Together, these two developments have made experimental poetry of America much more accessible, and have changed my perspective on American Poetry.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Back in the 90s, one might have heard of the existence of some poet doing interesting work, but unless he or she were published by a major trade press, it would be very tricky to get bookshops to import their work, or even to find out what was available at all. Getting to know it would typically take at least visiting their country. For example, I had heard of Jackson Mac Low and the Language Poets primarily through references to them in the work of composers like John Cage or Brian Ferneyhough, whose works and writings I was familiar with (the field of contemporary music being by its nature more international than that of literature); but I had no way of knowing what their work was actually like. If it was actually known to a few poets in Holland and Flanders, this could only be because they had come across those books in fringe bookshops in the USA in person.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

We now live at the end of the Oughts, and the picture has changed dramatically. A new generation of Dutch poets, which includes &lt;a href=http://www.arnoudvanadrichem.nl/&gt;&lt;b&gt;Arnoud van Adrichem&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, the late &lt;a href=http://n30.nl/poezienotities.html&gt;&lt;b&gt;Jeroen Mettes&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; and &lt;a href=http://www.xs4all.nl/~sqv&gt;&lt;b&gt;myself&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, have managed to become very familiar with the Language Poetry tradition. I have been able to track down the important works of Jackson Mac Low which allowed me to start a Jackson Mac Low Band based in Amsterdam, dedicated to the performance of his text compositions and of related work. Finally, extremely recent literary phenomena from America such as Flarf and Conceptual Writing have left their mark on the Dutch scene, particularly by the emergence of a &lt;a href=http://flarfy.wordpress.com/&gt;&lt;b&gt;Dutch counterpart&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; to the American Flarf collective.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

As has always been the case, the liveliness of foreign literary developments is an important source for the Dutch situation as well. But those literatures have now become available in much greater quantities, and it has become easier to sidestep the slow and heavily institutionalized process of canonization. Consequently, in the low countries we now have access to work that would not have surfaced at all in the older economy. If it took half a century before Vestdijk introduced Dickinson to Dutch readers, Flarf could make its mark on the Dutch situation within about five years. What gets noticed and picked up in The Netherlands and in Flanders has less and less to do with the institutional structures of major publishing and academic canonization, and more and more with the vitality of poetical discussion, which, in the States, generally is most vibrant in the "Post-Avant" general family of poetic directions.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

And those American discussions of poetics are influencing discussions in Dutch. Posts on &lt;a href=http://ronsilliman.blogspot.com/&gt;&lt;b&gt;Silliman's Blog&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; get discussed by Dutch readers, and, again, Flarf presents a strong case in point, with large-scale polemics being waged on Dutch weblogs around topics that originate in American blog discussions. On the weblog of &lt;a href=http://www.decontrabas.com/&gt;&lt;b&gt;De Contrabas&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, former editor &lt;a href=http://1hundred1.blogspot.com/&gt;&lt;b&gt;Ton van 't Hof&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, for example, very regularly used to post links to entries on poetics on American websites (and current editor &lt;a href=http://jjpollet.wordpress.com/&gt;&lt;b&gt;Jan Pollet&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; is continuing this tradition).&lt;br&gt;&lt;br&gt;

For myself, then, foreign poetry has become a more important factor than original Dutch poetry. About half the poetry I have bought over the past five years is in English; about a quarter is in Dutch; the rest is mostly in German, French, or Spanish. This has caused a veritable reversal in my relation to my own language: if, normally, one would read foreign poetry and evaluate it with respect to its relation to domestic poetic developments, today I increasingly find myself "testing" Dutch language poetry against what I know from foreign poetries.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

There is a subtle difference between the poetic situation in one's language being influenced by outside influences, and the continuation of some debate that comes from an outside context within one's own language. The balance seems to shift now more towards the latter end, and this raises questions about the status of Dutch in such debates. Because of course the positions of Dutch and English are highly asymmetrical. American experimental poets may often show a genuine interest in what happens in Holland; but the things that they might be most interested in, poetry generally considered fringe within Dutch literature, is often just unavailable to them.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Of course this simply reflects the cultural realities of globalization; but it also points to a striking contradiction within Dutch culture. The Netherlands has always been a major player in globalization - modern global capitalism was practically &lt;a href=http://en.wikipedia.org/wiki/Dutch_East_India_Company&gt;&lt;b&gt;invented&lt;/a&gt;&lt;/b&gt; here. Many aspects of Dutch society are internationalist to the bone: banking, trading, etc; there exists a great openness to the world on this level. On the other hand, there is residual authentic Dutch culture that, from a global point of view, cannot but appear provincial - particularly to the cosmopolitan Dutch themselves. For the sake of cosmopolitan expediency, the Dutch have always been very ready if not eager to ignore their own culture. Symptoms of this abound: from the complete impossibility for foreigners to learn Dutch because the Dutch will always speak English to them to the oft-encountered attitude among Dutch readers that they will only read English, German, French but not Dutch literature, to the near impossibility of establishing enduring Dutch traditions in the arts since generation after generation of artists is again more impressed by outside models. Dutch culture, then, can - and perhaps should - be defined as "that which the Dutch are willing to relinquish."&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Of course, all this has been cause for much complaining and, by way of reaction, insipid canonizing debates - as if the establishing of arbitrary lists of "great authors" would somehow resolve the fundamental paradoxes facing a modest-sized culture with a strong cosmopolitan streak. That can only provide Dutch literature with a false identity, one that is entirely based on provincialism. This must be rejected. If, once upon a time, Nijhoff could hold that Dutch poetry was among the world's finest, we can today only excuse him on the grounds that he had no internet access.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Instead, Dutch literature should find ways to account for its own position between an irreducible provincialism (because its language can't be widely read) and its globalized culture. It is only in this way that it might be able to address what it means to be a speaker of Dutch in this world. Thus, first of all, the Dutch literary scene should try to follow foreign literatures as much as possible, and always be willing to compare its own production to what it finds abroad. The Dutch should do what the Dutch are traditionally good at, which is to read other languages.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

Finally, for a more radical suggestion I turn to the ideas of a Finnish poet, &lt;a href=http://leevilehto.net/&gt;&lt;b&gt;Leevi Lehto&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, a specialist (among others) in American experimental writing, who has devoted many essays to the issues of translation and the relation of international poetries. He observes that the most widely spoken language in the world today is "English spoken as Second - or Nth - Language", but that this language does not yet have its proper literature. Therefore he advocates the production of "barbaric poetry": that as a Finn, for example, he might write original work in other languages - including, perhaps, languages he can not even read himself (and in fact Lehto has done so). Internationalism, then, is not to be achieved by everybody speaking the same language, but by everybody coming to the same uncontrollable pluriformity of languages from an uncontrollable pluriformity of linguistic positions. Radicalizing a poetics of misprision, language and nation would then no longer be fundamentally linked. Instead there would be a "new kind of World Poetry not yet in existence", a poetry that might involve "independence vis-à-vis National Literatures, including institutionally [...]; mixing of languages; borrowing of structures – rhythmical, syntactical – from other languages; writing in one's non-native languages; inventing new, ad hoc languages; conscious attempts to write for more heterogeneous, non-predetermined audiences…" (quoted from his essay &lt;a href=http://www.sibila.com.br/index.php/sibila-english/402-plurifying-the-languages-of-the-trite-&gt;&lt;b&gt;Plurifying the Languages of the Trite&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;). Recent examples of similar approaches in Dutch literature might include Arjen Duinker's original work in other languages or Rozalie Hirs' multi-lingual text-and-electronic-sounds composition, &lt;a href=http://www.htvdeijsberg.nl/80-toonbeeld/rozalie-hirs/#more-654&gt;&lt;b&gt;Brug van Babel&lt;/a&gt;&lt;/b&gt;, based on quotes from poets in many different languages.&lt;br&gt;&lt;br&gt;

To acknowledge globalization in literature would then mean both to read and write in any language that one has access to, one's own as much as those of others, acknowledging the local at the same time as its place in the world.

&lt;img src ="http://blogger.xs4all.nl/sqv/aggbug/550548.aspx" width = "1" height = "1" /&gt;</description></item></channel></rss>