Friday, July 08, 2011

Enkele dagen geleden ontving ik van Jori Stam een e-mailtje met vijf vragen ten behoeve van een kort artikel voor De Contrabas over het literaire tijdschrift. Als verse redacteur van nY schreef ik hem onderstaande antwoorden. Er moet daar iets mis mee zijn gegaan, want een ontvangstbevestiging kreeg ik niet en de antwoorden zijn niet gebruikt in het korte artikel dat Stam inmiddels gepubliceerd heeft. Maar bij dezen dan:


Wie leest er tegenwoordig nog een literair tijdschrift?

Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan, maar ik kan wel zeggen waarom ik zelf de literaire tijdschriften lees die ik lees, om daarmee aan te geven hoe ik me de lezer van een literair tijdschrift voorstel.

Ik lees de bladen die ik lees hoofdzakelijk vanwege de mogelijkheden die ze bieden om kennis te nemen van nieuwe literatuur, ook in vertaling, en om in uitgebreidere essays op literaire en maatschappelijke onderwerpen te reflecteren. Met name voor die wat ambitieuzere literaire essayistiek (stukken van boven de 3000 woorden) zie ik nog geen andere kanalen in ons literaire landschap dan de tijdschriften, die, mede dankzij ondersteuning van de overheid, goed in staat zijn om opdracht te verstrekken tot zulke teksten.

Ik zie onze doelgroep als bescheiden in omvang maar gretig. We maken het blad voor de literatuurliefhebber met een intensieve literatuur-habit en een honger naar stellingname, naar doorwrochte kritische reflectie op letter en wereld.



Wat is de huidige oplage van uw tijdschrift?

500 exemplaren. Het overgrote deel daarvan gaat naar de abonnees, naar de losse verkoop, en naar de auteurs, geaffilieerde instellingen en de pers. Daarnaast worden er exemplaren gereserveerd voor archief/stock en voor promotie op evenementen.



Ervaart u problemen met het produceren van uw tijdschrift en het werven van lezers?

Het produceren gaat uitstekend. We hebben een enthousiaste redactie en een levendig redactieproces. Ideeen voor artikelen en dossiers kunnen uit de discussies binnen de redactie voortkomen (zoals recentlijk het Overtalig-nummer, over poëzie in andere talen dan de eigen taal) maar kunnen ook ontstaan vanuit een aanbod van buitenaf. Bijvoorbeeld, in nY #3 introduceerden we het buitengewone proza van de Duitser Reinhard Jirgl in het Nederlands op suggestie van Arne De Winde. Een themanummer over radicale poëtica's ontstond rondom een aanbod van vertalingen en reflecties rondom het Franse radicale politieke tijdschrift Tiqqun, enzovoort. Er zijn daarnaast vele inzendingen, die anoniem worden beoordeeld door de redactie en waar soms teksten uitgevist worden. nY introduceert regelmatig debutanten (recentlijk o.a. Maarten van der Graaff, Beda Dhondt, Roos van Mierlo, Maartje Smits). We profiteren van een goede beeldredactie, die vaak voor geschikt beeldend werk bij de tekst zorgt, en van een flexibele vormgever. Onze onvermoeibare redactiesecretaris is bij dit alles een onmisbare steun.

De redactie wil meer lezers werven, en we doen wat we kunnen op dat vlak. nY onderhoudt daartoe onder meer een website als uithangbord, waarop ook volledige artikelen gepubliceerd worden. We zijn actief in de sociale media en zoeken wisselende samenwerkingen met andere literaire organisaties, en presenteren ons bij evenementen. Ik zit nog maar sinds kort in de redactie en probeer ook persoonlijk minstens te werven onder de mensen die ik op uiteenlopende plekken waar ik in mijn artistieke praktijk kom ontmoet, voor zover ik verwacht dat ze inhoudelijke belangstelling voor ons werk kunnen hebben. Voorts werven we onder studenten in de literatuur en verwante vakken. Overigens is geen van de redacteurs professioneel werver, maar we doen wat we kunnen.



Welke functie / macht heeft het literaire tijdschrift?

Wat is de macht van een kunstwerk of artistieke praktijk? De enige macht waarin ik geïnteresseerd ben, is het emancipatoire potentieel van een kunstwerk. Een kunstwerk helpt ons zelfstandigheid te verwerven in onze waarneming van en interactie met de wereld, in ons voelen, denken, handelen. Dat is ook de belangrijkste macht die ik een tijdschrift toeken. Het tijdschrift is specifiek een manier om literaire ideeen te ontsluiten. De macht van het tijdschrift reikt dus zo ver als de macht van de literaire teksten die door het blad beschikbaar worden gemaakt.

Die beschikbaarheid is ook belangrijker dan commercieel succes op de korte termijn. Wat we publiceren wordt natuurlijk al snel door onze abonnees gelezen, maar de adem van een publicatie in een literair tijdschrift is vaak langer dan een publicatie in een dagblad, weekblad of op een weblog, waar actualiteit of het kortlopende debat meer centraal staat. De nummers die we maken blijven ook langdurig nabestelbaar en beschikbaar, bijvoorbeeld via bibliotheken. Veel van de vertalingen en essayistiek die in ons blad gepubliceerd worden kunnen, in de huidige opzet van het literaire landschap, niet op een andere manier beschikbaar worden, om de eenvoudige reden dat er geen andere kanalen zijn waar dit soort werk ook financieel gehonoreerd kan worden.

De tijdschrift-vorm bovendien ruimte biedt daarnaast aan uitvoerige begeleiding van en redactie op de teksten.

Maar over de "functie" van een blad wil ik het niet hebben. Dat woord suggereert dat we het blad maken om een of andere rol te hebben binnen een organische maatschappij, maar zo zie ik dat niet. Ik maak mijn kunst niet om als radertje van de Staat te "functioneren". Ik maak wat ik maak in de hoop juist, waar mogelijk, tot nieuwe verbanden te kunnen komen. In andere termen dan die van mijn antwoord op je eerste vraag zou ik dan ook niet graag over de functie van ons tijdschrift praten.



Heeft het literaire tijdschrift een toekomst?

Ja. Op papier en/of op internet: het medium is voor mij niet de hoofdzaak. Belangrijker dan dat is de mogelijkheid om auteurs te kunnen betalen voor de stukken die we van ze verzoeken en toegestuurd krijgen. En onze inzet om de teksten grondig door te nemen als redactie (de redacteurs werken zelf onbezoldigd).

Zolang het zin heeft om met een groep mensen op regelmatige basis teksten bij elkaar te zoeken, en in grondig geredigeerde vorm openbaar te maken, heeft het tijdschrift toekomst. Ik zie eigenlijk niet in waarom dat ooit anders zou worden.

posted @ 8:49 PM | Feedback (1)