Tuesday, June 14, 2011

Onderstaande opinie heeft de afgelopen dagen gecirculeerd op Facebook; nu bij wijze van publiek archief op Vriezen Vindt...


Halbe Zijlstra gaat het advies van de Raad voor Cultuur over hoe te bezuinigen naast zich neerleggen. De kunstwereld zal er schande van spreken, en ze zal zich daarmee verder marginaliseren in het politieke proces. Beter zou ze Zijlstra het respect geven dat hij verdient: niet het respect dat een vriend of een grote geest toekomt, maar het respect dat je voor een echte vijand kunt opbrengen.

Nederland heeft een cultuur met een sterke hang naar overleg en consensus. We zijn gewend allemaal min of meer sociaal-liberaal te zijn, met een beetje conservatisme en een toefje religie waar nodig. In ons hart zijn we nog polderaars. Als er dus hard bezuinigd gaat worden op kunst, zijn wij als kunstenaars geneigd om een beroep te doen op de redelijkheid van de regering. We zijn bereid mee te denken in de hoop invloed uit te kunnen oefenen op het beleid en het te matigen. We kunnen maar niet geloven dat de rechtse helft van Nederland de samenwerking met de rest botweg heeft opgezegd.

De tragiek van de Raad voor Cultuur, en ook van het kunstsectoroverleg van de Tafel van Zes, is het verlies van een perfecte kans om te weigeren. De kunst wil, zoals alle maatschappelijke sectoren in Nederland, van oudsher meepraten aan de tafel van de grote jongens met de macht. De kunstwereld kent zichzelf nog nauwelijks anders dan als onderknuppel van de Staat. Door steeds in overleg te zijn gebleven houdt ze zich medeverantwoordelijkheid voor haar eigen inkapseling in het staatsbeleid, iets waar de kunst sowieso geen competentie in heeft, en iets dat de kunstwereld wezenlijke schade gaat toebrengen.

Men begrijpt niet dat Zijlstra de kunstsector kreupel wil slaan, om na de afstraffing alleen met een kleine hoeveelheid gerenommeerde instellingen over te blijven die des te makkelijker aan de leiband van de staat kunnen worden gehouden. Men ziet niet dat de afstraffing van de vrije kunsten tot de symbolisch meest belangrijke politieke daden van het huidige kabinet behoort. Men weigert de doelbewustheid te zien waarmee VVD en CDA een bloeiend cultureel bestel offeren op het altaar van het populisme, om een ver-gaande rechtse sociaal-economische agenda veilig te stellen.

Als Zijlstra nu die klap wil uitdelen, dan moet hem de eer gegund worden persoonlijk de bijl te hanteren. Zijlstra zelf begrijpt dat. Hij stelt zich openlijk op als de vijand die de kunstwereld niet heeft willen zien, en bewijst daarmee gewiekst eens te meer haar irrelevantie.

Wat te doen? Overleggen is duidelijk zinloos. Maar ook verzet tegen het beleid is zinloos: hoe groter het verzet uit de kunstwereld, hoe harder Zijlstra zich zal opstellen, omdat zulks “vastberadenheid” en “moed” (geile woorden voor managers) zal uitstralen. Wat nodig is, is het opbouwen van de eigen positie, van waaruit de tegenaanval kan worden ingezet. Dat begint met het besef van een eigen politiek van de kunst. En: met het erkennen van de vijand.

Laten we stellen: kunst bevordert de menselijke vrijheid van ervaren en handelen. En de vijand is iedereen die de ontplooiing van die vrijheid wil fnuiken. Op dit moment zijn de Nederlandse regering en allen die haar steunen dus zonder meer vijand. Laten wij niet meegaan met hun retoriek. Zij zeggen dat er een “cultuurverandering” nodig is en dat de kunst “onafhankelijker” moet worden. In de praktijk echter betekent dit het afschieten van bloeiende instellingen, zonder dat het minste perspectief geopend is op een alternatieve manier van opereren; en juist toenemend conformisme aan de Staat, en zijn markt-ideologie, bij al wat er overblijft. Trouwens, niemand gelooft serieus dat die markt nu plotseling 200 miljoen gaat ophoesten. Hier zit geen enkele goede bedoeling bij.

Een moeilijke waarheid voor wie de oude politiek gewend was, maar op dit moment zijn alle VVD’ers en alle CDA’ers vijand van de kunst. Het eerste dat kunstenaars zouden moeten doen is hierover duidelijk zijn. Iedereen kent wel een VVD’er die zich voor kunstvriend uitgeeft. Wij moeten deze mensen beleefd maar dwingend erop wijzen dat steun aan de regering en vriendschap voor de kunst niet samengaan. Het is vandaag het één of het ander.

Zij zullen proberen ons te verleiden, met ons “mee te denken” over hoe wij onder het nieuwe regime misschien kunnen overleven. Daarmee zullen zij ons enkel meer aan hen willen binden, en aan de willekeur van hun rechtse markt en mecenaat. Wij moeten daar niet intrappen. Wij moeten durven zeggen: Frits Bolkestein, als je dan zo van kunst houdt, zeg dan je VVD-lidmaatschap op, of je bent, wat de kunst aangaat, net zo’n ploert als de rest.



Inmiddels zijn de plannen van Zijlstra bekend geworden. Topinstellingen worden gespaard, maar min of meer álle instellingen voor ontwikkeling, voor kleinschalig experiment en dergelijke worden niet langer gesteund. Het wordt moeilijk voor deze instellingen om andere geldbronnen te vinden op korte termijn. De meerderheid, zoniet alle, zullen verdwijnen: alle productiehuizen, vrijwel alle presentatieruimtes, alle beeldende kunst-tijdschriften, alle literaire tijdschriften. Op De Nederlandse Opera daarentegen wordt nauwelijks gekort. Dit terwijl DNO tot de zwaarst gesubsidiëerde instellingen behoort, die bovendien een publiek met meestal een hoog inkomen trekt.

Wat daar vooral zo schofterig aan is, is dat het kabinet-Rutte eerst nog heeft geprobeerd om te doen alsof de bezuinigingen op cultuur tot de maatregelen behoorden die vooral door de hogere inkomens in de portemonnee zou worden gevoeld. Leugens van liegende leugenaars. De juiste naam voor deze "bezuinigingen" is: ideologische zuivering van de staatscultuur.

posted @ 1:11 AM | Feedback (1)