Wednesday, May 18, 2011

MUUR


Maandenlang naar deze muur
gekeken, z'n baksteen
vaal, brokkelig, ijspegels

vast aan het dak
net tanden,
boog van het raam

aan de overkant, witte verf
bladdert af, randje
van grijsblauw.

Bepaalt een grens –
waarvan? Een huls
van een huis, niemand woont er,

flinterdun,
klamme leegte
onder een lek dak.

Koud laat het verder
die muur zo dicht,
aanhoudend,

bij de mijne –
misschien dringen
met het oog, en denken

aan waar je niet kunt gaan,
wie verpletterd zijn
in het zogenaamde zwart,

wanhoop. Wat hier licht
aanvaard wordt is
geen plek door muren

weerkaatst,
echt of bedacht.
Ze staan tussen

binnen en buiten –
zoals op school, jaren terug,
toen we Muur zagen,

Muur hoorden zeggen, "Zo heb ik,
Muur, mijn part geheel gedaan;/
En, daarmee klaar,

moet Muur nu henen gaan" –
Wolken boven, flard
blauwe hemel schuift. Vaag zon.


               Robert Creeley



Robert Creeleys Wall, uit zijn bundel Memory Gardens, was de afgelopen maand het onderwerp van de Vertaalwedstrijd op Facebook, een heel mooi initiatief, georganiseerd door Rutger Cornets de Groot, waarbij een aantal vertalers hetzelfde gedicht vertaalt, over de oplossingen in discussie gaat, en uiteindelijk stemt. John Groosman ging met goud strijken; mijn versie kwam uit op zilver, Joost Baars op brons. (Zie hier voor de herschreven versie van de laatstgenoemde.) De hier gepubliceerde versie is naar aanleiding van de discussies herschreven en beschouw ik als definitief.

posted @ 7:31 PM | Feedback (0)