(De eerste versie van deze recensie is verschenen in Awater
)
‘Zoem! Wat was dat? Het kan dat je/ dat zelf zou zijn (en de liefde dan en/ de waarheid?)’ lezen we in Marc Kregtings tiende boek,
Zoem! Evoluties. Na zijn tweede,
Kopstem/Stopnaald (1997), noemde Kregting de teksten in zijn bundels niet langer gedichten maar ‘Brieven’, ‘Gedragslijnen’, of -in de bundel hilarische prozagedichten
Dood Vogeltje- ‘Vluchtstroken’.
Zoem! bestaat dus uit Evoluties. De dichter heeft niets minder dan de ontwikkeling van het complete menselijk leven op het oog. De hoofdpersoon van het boek wordt door de dichter met ‘je’ aangesproken -die mensheid kan je dus zelf zijn. In zesenvijftig korte, symmetrisch gerangschikte teksten word je verwekt en geboren, sterf je, verwek je en zoog je, en word je omringd door personages die ‘men’ heten. Je verandert steeds van gedaante: je kunt een baby zijn, of een paard, een acteur of Inheems Artiest van het Jaar. En om deze figuren heen dansen kindsoldaten rookvrij in het bos, naait de helpdesk op aanvraag oren aan en stoot god zijn oog aan de lepel in de cacao.
Er gebeurt in Kregtings boeken vaak erg veel tegelijk. Zo veel verschillende registers worden aangesproken, zo veel verwijzingen gebruikt, dat elke lezer, hoe belezen ook, wel het gevoel moet krijgen dat hem dingen ontgaan. Filosofie, reclame, kinderliedjes, moppen, wetenschap, vergaderpraat, het nieuws: alles wat taal is in de wereld kan tot werk van Kregting worden gemaakt, gecomprimeerd tot de karakteristieke vorm van Kregtings rechthoekige tekstblokken. Het lijkt onmogelijk om een totaalbeeld te krijgen van de inhoud van zulk werk. Deze poëzie verzet zich tegen elke gezaghebbende lezing. Je kan er zo veel over zeggen dat je nauwelijks weet waar je moet beginnen.
Ook in
Zoem! valt erg veel te lezen, en op heel verschillende manieren. Snel of langzaam bijvoorbeeld. Wie snel leest, zal
Zoem! op de manier van het hierboven geciteerde ‘Wat was dat?’ beleven. Je buitelt dan door de referenties en de steeds een andere kant op schietende zinnen heen; de talloze mogelijke betekenissen flitsen voorbij en zijn nauwelijks bij te houden. Maar ook valt dan op hoe de bundel geraffineerd gebruik maakt van motieven en frasen die verderop worden gespiegeld of hernomen in een andere context. De reclametekst 'Choco, choco!' wordt eerst beantwoord met 'Pindakaas!' en later getransformeerd tot 'Wraak, wraak!'. ‘Al heb je, geil van alle kwade dampen,/ je natje en droogje gehad’ wordt pagina's verderop, ‘En web is droog/ en web is nat van tongvocht.’ (Waarbij ik vreselijk mijn best doe om niet aan webpionier Bart FM Droog van poëziesite Rottend Staal te denken). Snel lezend beleef je de panorama's van de bundel als een rijk, steeds transformerend weefsel van frasen, stemmen en registers.
Maar wie langzaam leest, geniet ‘de liefde en de waarheid’ van het raffinement dat vrijwel elke zin op zich laat zien. En ook bij die langzame lectuur blijkt Kregtings tempo hoog. Een willekeurig voorbeeld. In ‘Stroomversnelling of proefboring, dat is de vraag’ klinkt Hamlet natuurlijk mee, maar dan met een stroomversnelling op de plaats van het zijn, en een proefboring op die van het niet-zijn. Zo weet Kregting, met dank aan Shakespeare, in één geste de zin te openen voor tal van betekenissen. Een proefboring-als-niet-zijn kan verwijzen naar sex waarbij geen bevruchting optreedt, ook omdat de bundel überhaupt veel verwijzingen bevat naar sex, bevruchting en zogen. Als je dat zo leest dan moet bij die stroomversnelling-als-zijn de bevruchting op een of andere manier wel zijn geslaagd -en zo'n stroomversnelling zou dan, indachtig de ondertitel van het boek, op evolutie wijzen. Ook de proefboring zelf evolueert, enkele regels verderop, tot juist een bevallingsscène: ‘proef de geboorte van room’, staat er. Met zulke technieken van gelaagde verwijzing laat Kregting steeds de betekenissen van woorden en frasen zelf razendsnel evolueren. Grote verschillen, zoals tussen dood en leven, kunnen dan op oneindige snelheid overbrugd worden. Zoals ook even eerder op dezelfde pagina: ‘Of weet je/ standrechtelijk geïnsemineerd (roep Herman)’. Executie wordt inseminatie; de evolutie (van de nakomelingen van stier Herman) geschiedt gereguleerd maar wel door het standrecht; en dit alles in vier woorden. Soms past zelfs een heel leven in één woord (‘doodgemoedereerd’).
Hoe je het ook leest, het is veel, levendig, en steeds in beweging. Drie keer laat Kregting zijn evolutiegeweld onderbreken door een soort nostalgische tegenstem, waarvoor al die beweging teveel is geworden en die dan reactionaire praat uitkraamt als ‘Nee, dan vroeger. Toen waren we al blij met het wóórd cadeau.’ Al gebruikt Kregting hier provocatief melige humor, toch blijft hij subtiel: de formulering ‘Nee, dan vroeger’ plaatst dat vroeger onmogelijk in de toekomst.
Zoem! is een complexe, bizarre, soms erg grappige, altijd prikkelende bundel, die iedereen vroeg of laat boven het hoofd zal groeien. Uitputtend en opwindend, een boek om vaak en op veel manieren te lezen.