Het traditiebewustzijn van de innovatie

Posted on Tuesday, November 10, 2009 7:11 PM
Willem Thies, in een reactie op De Contrabas over het interview van Henk van der Waal met Astrid Lampe in De Kunst van het Dichten:


"Lampe viel me mee noch tegen. Al haar uitspraken bevestigden mijn oordeel over haar/haar poezie. Ook mij is zij een gruwel. Het blijft me (bovendien) verbazen dat zij haar poezie in verband blijft brengen met het innovatieve/progressieve, en zij zich afzet tegen 'ouderwetse' poezievormen. Terwijl niets zo gedateerd aandoet als het (of je het nu het postmodern noemt of niet) werken met verschillende letterkorpsen, (wild ogende) cursiveringen, en vooral: het versnijden van regels en zinnetjes uit verschillende registers, de compilatie, de collage, de assemblage. Wat te denken van de collagetechnieken van het dadaisme, wat van de 'cut-up method' van William Burroughs... dit samplen, dit monteren... dit procede... is... oud... stokoud...

"Van die mensen die iets oppikken dat decennia geleden zeer vooruitstrevend was, tot de 'voorhoede' behoorde, dat procede adapteren, en dan beweren dat 'de rest' achterblijft en jij zelf voorop ligt: knippen&plakken, anno 2009, is toch... heel erg retro!"



Thies verwijt Lampe haar beroep op innovatie, terwijl ze in feite in een traditie van ongeveer een eeuw opereert. Maar het is de vraag, ten eerste, of Thies' verwijt terecht is, en ten tweede of traditie en innovatie wel zo simpel in tegenspraak zijn.

Claimt Lampe in het interview bijvoorbeeld wel dat de vernieuwing die zij brengt zo absoluut is, dat ze niets te maken heeft met het voorafgaande? Hieronder twee citaten van Lampe zelf uit het stuk.


Eerste citaat:

"De hele kwestie van originaliteit en oorspronkelijkheid vind ik eerlijk gezegd hopeloos achterhaald. Ik snap ook helemaal niet waarom er zo denigrerend gedaan wordt over knippen en plakken. Onze genen doen niks anders. Alsof alles aan je eigen brein ontsproten zou zijn. Alsof we niet van papegaaien en na-aperij aan elkaar hangen. Die overspannen oorspronkelijkheidsclaim is met de razendsnelle ontwikkeling van de nieuwe media toch volstrekt niet meer vol te houden.

"Dat hele idee van citeren, wat je in de beeldende kunst royaal ziet, dat is in de literatuur niet erg wijdverbreid en blijft achter, daar is het nog een groot taboe. Ik vind dat hypocriet, alsof je als dichter niet automatisch aan alle dichters schatplichtig bent."



Tweede citaat: (volgt op de vraag van Van der Waal, Vind je dat de poëzie achterloopt bij de beeldende kunst?

"Het is alsof er niet echt een geheugen is voor mensen die bijzondere dingen hebben gedaan. Die worden snel ingepakt en geneutraliseerd. Op een gegeven moment komen dichters als Van Ostaijen en Lucebert wel bovendrijven, maar het begrip voor de noodzakelijkheid van wat ze deden, is erg klein. Dat komt denk ik omdat we nog heel erg steunen op het beeld dat de Romantiek van de dichter heeft gemaakt. Dat beeld is nooit bijgesteld. In de beeldende kunst is dat heel anders. Daar wordt alles wat is gebeurd, alle revoluties die hebben plaatsgevonden, voortdurend opnieuw naar voren gehaald. Zo ontstaat er een geheugen voor de ontwikkeling in de beeldende kunst en daardoor kunnen aankomend kunstenaars niet zomaar landschapjes gaan schilderen en doen alsof het kubisme of het abstract expressionisme er nooit zijn geweest."


Thies verwijt Lampe dat zij aansluit bij bestaande innovatieve traditie, alsof ze daar niet van op de hoogte zou zijn, maar Lampe legt nou juist de nadruk op het belang van historisch besef. Ze blijkt haar voorbeelden juist wél te kennen, ze noemt expliciet Van Ostaijen en Lucebert. En inderdaad is bijvoorbeeld de typografie bij Lampe in hoge mate schatplichtig aan Van Ostaijen. Maar betekent dat meteen ook dat Lampe's werk daarom niet innovatief is? Veel moeite hoeft het niet te kosten om te laten zien op wat voor manieren Lampe's poëzie verschilt van die van Van Ostaijen en Lucebert. Of van willekeurig welke dadaïst of van William Burroughs voor mijn part. Of datgene wat Lampe aan die traditie toevoegt inderdaad van belang is, is een heel andere discussie, die zeker gevoerd zou moeten worden.

Willem Thies heeft een vergelijkbare truuk niet lang geleden tegen mijzelf geprobeerd, ook in een reactie op De Contrabas, waar hij mij in de schoenen schuift dat ik mij "opwerp als avant-gardist" (iets wat ik me niet kan herinneren ooit te hebben gedaan) om dan te kunnen aantonen dat een idee van mij helemaal zo nieuw niet is. Maar je kunt natuurlijk altíjd wel voorlopers aantonen. Om enkel op grond van het bestaan van voorlopers het innovatieve te diskwalificeren is dan een heel makkelijke excercitie. Veel te makkelijk. Uitdagender is het om te denken wat dat nou eigenlijk betekent, een "innovatieve traditie". Kennelijk ziet Lampe juist op grond van haar voorbeelden nog steeds mogelijkheden tot verdere vernieuwing.

Lampe zet zich niet af tegen Van Ostaijen of Lucebert (of Dada of Burroughs); die traditie is voor haar juist een ijkpunt. Maar waar zet Lampe haar idee van innovatie dan wel tegen af? Tegen dichters die "als ouderwetse troubadours met de poëzie aan de gang zijn", tegen het oorspronkelijkheidsideaal, tegen mensen die de voorgaande artistieke revoluties niet willen kennen. Ik denk dat je alleen maar de jaarproductie van Nederlandse poëzie willekeurig hoeft door te bladeren om de soort gelijkvormigheid te zien waar Lampe op doelt. Ondanks ruime hoeveelheid afwijkingen bestaat bij ons "poëzie" nog steeds hoofdzakelijk uit gedichten in 2-4 strofen van 2-8 regels, allemaal ongeveer even lang, meestal op één pagina, met observaties van een lyrisch subject er in, en met een of twee onverwachte wendingen en enkele kleine diepere inzichten. Daar hoeft niks mis mee te zijn, die vorm is al vele eeuwen vruchtbaar, maar als je het tegen die achtergrond bekijkt moet je Lampe's werk wel als vernieuwend te zien. Van Ostaijen zou dat ook zijn als hij nu zou schrijven.

Voor Lampe bestaat dus de tegenspraak, die Thies lijkt te zien tussen traditie en innovatie, niet. Trouwens, ook in Thies' eigen betoog kun je zien dat die twee niet eenvoudigweg elkaar uitsluiten. Om Lampe van voorlopers te voorzien haalt hij er Dada en William Burroughs bij. Maar Burroughs' cut-ups komen zelf ook weer enkele decennia na Tzara's recept voor een Dadaïstisch gedicht. Een Willem Thies van de jaren '50 zou ongetwijfeld hebben aangetoond dat het werk van Burroughs helemaal niets nieuws onder de zon was. Toch zou die voorloper van Thies daarmee geen volledig recht aan Burroughs hebben gedaan.

Je kunt dus ook concluderen dat de innovatieve potentie van de Van Ostaijen-Dada-Lucebert-Burroughs-Lampe-lijn nog niet is uitgewerkt en dat men er daarom op kan doorgaan. Waarom dat is, is ook een interessante vraag. Er is misschien gewoon nog niets gebeurd dat deze stromingen echt heeft achterhaald. Onze maatschappij lijkt, ondanks enorme ontwikkelingen, op veel manieren nog heel erg veel op die van een eeuw terug. Er is geen zodanig nieuwe situatie ontstaan dat deze traditie plotseling haar werkzaamheid is kwijtgeraakt. Het enige dat dan ook steeds tegen deze traditie wordt ingebracht is deze traditie zelf.

Thies' opmerking is een variant op een vaak voorkomende geste. Experimentele kunst zal altijd een modegril zijn die snel zal overwaaien maar is tegelijk altijd achterhaald onder verwijzing naar een vorige "modegril". Er zijn heel veel varianten van deze beweging. "In [x] was dat nog nieuw, maar nu schrijven we weer gewoon [y]" waarbij x=de jaren '80, de jaren '70, de jaren '60, de jaren '50, enzovoort en y=sonnetten, ontroerende gedichten, gedichten die gaan over relevante maatschappelijke kwesties, communicatie, traditie, wat dan ook. Zulke gestes zijn er meestal op gericht om iets niet te hoeven lezen. Niet voor niets schrijft Thies dat al Lampe's uitspraken zijn oordeel over haar en haar poëzie bevestigen.

Maar intussen stelt juist de innovatie zich als een traditie op.



Willem Thies reageert op De Contrabas, en wel hier

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: