Door oude folders bladerend kwam ik net deze Kenneth Koch-vertaling tegen:
GEDICHT
"Liefjes van ver weg", zong
Het madrigaal. Toen ik ging liggen slapen
Op het team, woud. Toekomst, lieve
Elisie. Roem zei, "Zij is vast Latijn".
In deze kamers kunnen kamelen
Een toekomst afschuimen. Laat geen traan,
Mijn godvergeliefde, op de kaars
Die hij die ik haat draagt. Nee,
Laat hem de nicht verlichten, lucht
En hartplaatje. Pfoe! ijs
Onder de tram met de hemel
In mijn armen, wat dondert het? een muis of een droom
Ligt te wachten op de divan
Want moe om zijn pit te geven
Droomt en roept hij! de vastberadenheid
Slapend te sterven, de uitgebreidheid
Van een moment van onoplettendheid
Dat geen eeuw van plagiaat verdrijven kan -
Oh schande, lieve gestamelde, sneeuw
Waar de kleine knotsjes schitteren,
En het waaierende park
In minnespoor van omgeklakte sneeuw;
Voor pepermuntjes, je heldere zomer
En mijn koude haar! de benen gaan beter.
               - Kenneth Koch