Friday, October 10, 2008

Twee wat late aankondigingen:

- De nieuwe dichtbundel van Hans Groenewegen is verschenen! Hij heet Zuurstofschuld en is vorige week tijdens een vrolijke avond in boekhandel Verwijs gepresenteerd. Er zit een CD bij waarop Hans de bundel voorleest, waarbij hij zich in enkele teksten heeft laten bijstaan door Ben Zwaal en door mij.

- Morgenmiddag vindt in de Brakke Grond een middag plaats over 'De rol van het tijdschrift, het essay, het intellectueel debat, lezen vandaag en morgen', georganiseerd door het tijdschrift Streven dat 75 jaar bestaat. Met voodrachten van Jeroen Vanheste, Dirk van Weelden en mijzelf en dan debat gemodereerd door Wil Derkse; de middag wordt ingeleid door Herman Simissen. Aanvang 14.00.


Streven publiceert gewoonlijk ‘essays’. Dat zijn als het ware gecondenseerde schriftelijke voorstellen tot beschouwing van de wereld. Een auteur heeft daarvoor kennis vergaard, die het gestelde probleem in al zijn complexiteit laat zien. Vervolgens formuleert hij een eigen, door de stijl soms kunstzinnige oplossing. Die heeft onvermijdelijk een levensbeschouwelijk fundament, waarbij traditie (opvoeding, onderwijs) is bijgesteld door ervaringen. Lezers kunnen dit verworven inzicht op hun beurt toetsen aan eigen ideeën, en daar al dan niet lucht aan geven. In zijn elementairste vorm is zo een ‘intellectueel debat’ ontstaan, een begin.

Er duiken ter zake echter al decennialang onheilsberichten op. In de jaren tachtig van de vorige eeuw proclameerde de Amerikaan Arthur Danto het einde van de kunst, enkele jaren later riep zijn landgenoot Francis Fukuyama het einde van de geschiedenis uit. Voordien was het einde van het gedrukte woord al herhaaldelijk afgekondigd: opgroeiende generaties, gedomineerd door de alomtegenwoordige televisie, zouden enkel nog belangstelling hebben voor het beeld. Naar hun veronderstelde postreligieuze verlangens en kundes werd het onderwijs heringericht, waarbij kennis geen prioriteit genoot. Daarnaast zouden mensen steeds vaker multitasken, activiteiten tegelijk verrichten, zodat bijvoorbeeld het aandachtig lezen van een tekst zonder afbeeldingen, of zonder muziek op de achtergrond, een vrome wens heette te zijn.

De cultuurpessimistische kijk op het voorland van gedrukte tekst kreeg een extra impuls door de opkomst van internet, die alle – niet per definitie betrouwbare – kennis door één klik met de muis binnen handbereik zou brengen. Moest Gutenberg na eeuwen trouwe dienst plaatsmaken voor allemansvriend Microsoft? Waar prompte toegankelijkheid, vaart en afwisseling de weg schenen te wijzen, kon het onafhanke-lijke, door diverse vormen van kalmte om-geven essay in de knel raken. Media vroegen naar verluidt veeleer om opinie, liefst simplificerend en spraakmakend, zodat niet zozeer lezers als wel adverteerders hun belangstelling behielden. Het legendarische Interbellum, waarin een opeenvolging van conflictueuze politieke constellaties zich vertaalde in een explosie van diverse papieren ontwerpen en diagnoses, leek nu met recht voltooid verleden tijd te mogen worden genoemd.

Maar als ‘het debat’ louter nog beantwoordt aan wetmatigheden van de markt en lezers meer en meer het veld moeten ruimen voor snel afgeleide kijkers, wat moet dan een blad als Streven dat nu zo trots het vijfenzeventigjarig bestaan viert? Bedrijven auteurs die ‘essays’ publiceren een genre dat door uitsterving wordt bedreigd?

posted @ 3:30 PM | Feedback (3)