Tuesday, August 26, 2008

(Addendum onderaan)

En plotseling zag ik het, werd me duidelijk waarom Hirst's For the love of God - dat is die ultradure diamanten schedel die nu in het Rijks komt - werkt. En er is eigenlijk niets opzienbarends aan. Ik zeg werkt, ik doe geen uitspraak over of de schedel al of niet een goed kunstwerk is, ik weet namelijk niet of die schedel een goed kunstwerk is of niet en ik zou daar zelfs het liefst geen mening over hoeven hebben. Het is in elk geval een nogal bot werk dat op een slimme manier bekende symbolen laat spelen: vanitas, de 'eeuwige' kristallijnen perfectie van diamanten, en bovenal: geld. Heel veel geld.

Het is de brutale duurheid, patserigheid eigenlijk van het project dat maakt dat het werkt. En met 'werkt' bedoel ik eigenlijk dat die vraag of het een 'goed' stuk is, die vraag dus waar ik liefst aan voorbij zou willen gaan, zich eindeloos opdringt. Qua beeld en concept hebben we niet te maken met iets dat subtieler of intelligenter is dan de eponieme McGuffin van de laatste Indiana Jones-film: de Crystal Skull. Maar we hebben wel te maken met een presentatie die de verweving van dood, eeuwigheid en poen (met nog een beetje God in de titel er bij om het nog wat vetter te maken) optimaal presenteert, die deze drie ultieme fascinatie-mechanismen onvermijdelijk hun werk op ons laat doen. Van For the love of God leer ik niets. Het stuk prikkelt niet, het wekt me niet tot een bijzondere waarheid over de thema's waaraan het refereert, het ontroert me niet. Het onderwerpt me. Het fascineert vanwege de brute ontplooing van zijn elementen, van het pure daar-zijn van een echte schedel en heel veel echte edelstenen. De adembenemende opdringerigheid van het werk kan niet anders dan ontzag afdwingen. En die brutaliteit wordt uitsluitend bereikt door het derde element: de poen.

Bij Zizek las ik onlangs deze alinea:

Truth is not characterized by the inherent features of true propositions, but by the mere formal fact that these propositions were spoken from the position of Truth. Consequently, in an exact parallel to the fact the the subject is a pure messenger, an apostle of Truth, irrespective of his inherent properties, Truth itself is not a property of statements, but that which makes them true. Truth is like ready-made art: an urinoir is a work of art when it occupies the place of a work of art - no material property distinguishes Duchamp's urinoir from the urinoir in a nearby public lavatory.

Dan is Hirst's schedel als een readymade, die tot ons spreekt omdat hij spreekt vanaf een speciale "Waarheids"-positie - maar niet de positie van het kunstwerk: Hirst's schedel spreekt van de positie van de poen. Het is daarbij niet meer de omgeving die een volstrekt onopvallend voorwerp legitimeert met een artistieke status zoals bij Duchamp's sterkste ready-mades, maar een geweldige protserigheid die de museale presentatievorm zelf legitimeert met een maatschappelijk status, en die de allerbotste reflectie over de Grote Thema's op meedogenloze wijze afdwingt. Dat het stuk in het Rijksmuseum komt en niet in b.v. het Stedelijk is dan ook veelzeggend: niet het museum van de hedendaagse kunst, maar dat van de onbetaalbare eeuwige kunst zal ons onderwerpen aan onze fascinatie met de McGuffin, ik bedoel de dood.


Addendum Ook NRC Handelsblad is diep onder de indruk geraakt. In het hoofdartikel van afgelopen vrijdag schrijft de krant:

Door, in samenwerking met Hirst, de diamanten schedel te spiegelen aan memento mori-schilderijen uit de Gouden Eeuw en aan de schimpscheuten naar luxe en decadentie van bijvoorbeeld Jan Steen, legt het Rijksmuseum een relatie tussen de hypocrisie van de inhalige VOC-mentaliteit met het gedachteloze 21e-eeuwse consumentisme.

Het is dus niet zomaar een schedel vol diamanten - het is vijftig miljoen euro aan maatschappijkritisch potentieel, komt dat zien, komt dat zien! En de Big Mac is een aanklacht tegen de bioindustrie.

posted @ 4:57 PM | Feedback (3)