Friday, May 30, 2008

Originaliteit bestaat niet, want alles is al een keer gedaan, want alles bouwt voort op iets dat er al was, want...

Zulke dingen kan je altijd zeggen. En wat je dan zegt is structureel onweerlegbaar. Precies daarom is de opvatting dat originaliteit niet (meer) bestaat (kan bestaan) nooit interessant.

Bij originaliteit gaat het er ook niet om dat ik iets zeg dat nog niet gehoord is. Het gaat er om dat de mogelijkheid ontstaat om een stem van buiten te horen. Deze stem van buiten is niet mijn stem; het is ook niet een stem die "Het Buiten" zelf toebehoort en hoorbaar maakt, of die over Het Buiten, De Stilte, enz. spreekt, maar een stem die kan spreken over onze situatie en in onze taal, alleen, op een vreemde manier. Vreemd, tenminste, voor diegene die het vreemde in zijn eigen taal kan - wil - horen.

Wie dat niet wil of kan heeft altijd gelijk, omdat de stem van buiten wel in onze taal spreekt, die al bekend is. Het is dan ook nooit zaak om de originaliteit van iets of iemand aan te tonen (want dat kan niet), maar om er op te letten. Het gaat om het verwelkomen van het nieuwe. Zoals hoe Badiou de taak van zijn filosofie omschrijft: Produire, dans le monde tel qu'il est, des formes neuves pour accueillir l'orgueil de l'inhumain, voilà qui nous légitime. (in: Logiques des Mondes)


               *


Originaliteit hangt ook nooit samen met probeersels van kunstenaars. Gisteren vond de presentatie plaats van de vierde serie Poëzie op het Scherm, samenwerkingen tussen dichters en digitaal vormgevers. Tijdens het gesprek na afloop werd af en toe gewezen op het experimentele karakter van deze samenwerkingen, de manier waarop zulke mediaoverschrijding ook wel iets Dada-achtigs had, en dat die Dada-experimenten ook niet altijd geslaagd waren, maar tenminste een beginpunt vormden voor latere exploraties, enzovoorts. Ik schrok van deze discussie, die volgens mij de plank links en rechts sloeg en vooral mis. Dada was niet een experiment, opgezet door twee kunstfondsen, dat een al of niet geslaagd resultaat liet zien. Dada was anti-institutioneel, iets dat niet mogelijk was. Dada-kunst was niet kwalitatief goed of slecht maar buiten categorie. Dat daarbij intermediaal gedacht werd is niet vreemd; genres en kunstvormen zijn instituten. Maar het intermediale volgt bij Dada (en bij verwante experimentele bewegingen) uit een niet-institutioneel beginpunt, het komt niet voort uit een opdracht aan bestaande genres om samen te werken.

Bij deze vierde Poëzie op het Scherm viel me overigens weer op hoe weinig in staat dichters zijn om hun idee van hoe een gedicht in elkaar zit op het spel te zetten. Er werd in bijna alle gevallen uitgegaan van bestaande teksten; de paar teksten die speciaal voor het project werden geschreven staan zijn waarschijnlijk ook, met lichte aanpassing, goed publiceerbaar in geschreven vorm. Dat betekent niet dat de projecten niet goed zouden zijn; integendeel, ik heb mooie dingen gezien (vooral K. Michel's en Dirk Vis' meerlagig woordlint vond ik sterk, en Xavier Roelens' polyfone voordracht was mooi, en zijn idee om een on-line database van voordrachten van een gedicht te maken lijkt me spannend).


               *


Bij dezen richt ik het Nederlands Fonds voor de Onverwachte Ontwikkelingen op. Het Fonds heeft geen budget. Aanvragen kunnen twee keer per jaar worden ingediend. Een commissie beoordeelt de aanvragen en wijst ze vervolgens af.

posted @ 5:40 PM | Feedback (2)