Posted on Thursday, October 18, 2007 2:29 AM
Charles Simic schijnt een recensie te hebben geschreven over het tweede deel van Creeley’s Collected Poems. Simic was niet helemaal positief over dit werk, hij vindt het duidelijk minder spannend dan het eerdere werk van Creeley. Ik ben te belazerd om de drie dollar te betalen voor het
artikel zelf, maar gelukkig kan men er
via-via wel ongeveer achter komen hoe de vork in de steel zit. Een klein deel van het probleem lijkt simpelweg te zijn dat Creeley zo veel heeft geschreven. Simic, geciteerd op het weblog digital emunction:
Unless one is an inmate serving a life sentence in a state penitentiary, a book of a thousand poems is nearly impossible to read, since the concentration and enthusiasm such an undertaking requires can only infrequently be summoned. More to the point, there are not many poets, even among our best ones, who are likely to have more than eighty pages worth reading….
Waarom zou een boek van 1000 gedichten toch moeilijker te lezen zijn dan een boek met 1000 pagina’s aan proza? En hoe zit dat dan met lange gedichten? Neem bijvoorbeeld Ashbery – je zou sommige van Ashbery’s boeken met veel gedichten er in op een zeer vergelijkbare manier kunnen lezen als zijn lange boeken met maar 1 gedicht er in, zoals Flow Chart en Girls on the Run. Je komt een vergelijkbare stilistische wendbaarheid en losheid van opbouw tegen. De bundels onderbreken de tekst alleen maar iets vaker met een titel.
Interessant vind ik de opmerking dat ook de beste dichters waarschijnlijk maar tachtig pagina’s hebben die het lezen
waard zijn. Simic meet poezie enerzijds in pagina’s, en anderzijds in
waarde. Poezie lezen is een manier om
waarde aan pagina’s
toe te kennen. We pakken onze favoriete dichter en kijken naar een pagina van hem of haar, in de hoop te zullen concluderen dat deze pagina het
waard is geweest om te lezen. Als onze favoriete dichter ook maar een beetje productief is geweest en duizend pagina’s schreef, krijgen we deze
waardevolle ervaring in 8 procent van de gevallen. Alsof je een staatslot koopt. Elke pagina nieuwe kansen, en meestal zuchtend vaststellen dat het weer niet is gebeurd.
Makkelijk vrolijk maken misschien, maar het gevoel is herkenbaar. Ik ben bijvoorbeeld erg blij dat er nu een
nieuwe Selected van Ashbery’s latere gedichten aankomt omdat veel van zijn boeken voor mij iets amorfs hebben, en ik hoop dat een selectie de opbouw van zijn oeuvre voor mij toegankelijker zal maken.
Dit lezen-per-pagina lijkt typisch bij de dichtkunst te horen – ik beperk me nu tot de modale dichtbundel die bestaat uit enkele tientallen gedichten van 1 of 2 pagina’s. Zo’n
bundel is een manier van tekst presenteren in duidelijke eenheden: pagina’s (met steeds een titel er boven), die bestaan uit strofen en regels, die bestaan uit woorden, die allemaal heel specifiek zijn, omdat ze overduidelijk een bepaalde positie binnen een regel hebben (een woord in het midden van een regel lees je anders dan het woord aan het eind van een regel). De hele presentatie van gedichten is gericht op een productie van zo veel mogelijk specifieke momenten. En de lezer wil het liefst dat elk moment
waard is om te leven / lezen.
Dat gevoel moet uiteindelijk uit de lezer zelf komen – uiteindelijk uit zijn of haar lichaam (onze hersens maken er ongetwijfeld een stofje voor aan). De productie van zo veel momenten door een dichtbundel zet de lezer permanent op scherp: gaat het weer gebeuren? bij de volgende regel misschien? bij het volgende woord? uiteraard kan niet elk moment altijd het beste leveren, en zo wordt de enorme productie van momenten door dichtbundels vanzelf een recept voor teleurstelling. Geen enkele voldoende grote hoeveelheid pagina’s kan pagina voor pagina instaan voor optimale beleving door een uitputbare lezer. Er is onvermijdelijk ruis.
Maar ruis is het tegendeel van
waarde. Er zal dus altijd meer geschrapt moeten worden. Als we alle beste dichters terugbrengen tot 80 pagina’s, zullen we vervolgens al deze dichters samen nemen en dat corpus ook weer willen terugbrengen tot 80 pagina’s. Het liefst zouden we alles reduceren tot een hanteerbare hoeveelheid momenten die volledig garant staan voor
waarde. Lezen is schrappen.
Poezie lezen is het overvragen van de pagina, het overvragen van het lichaam dat een pagina ziet, het overvragen van elk door een boek geproduceerd moment. Elke tekst die zijn momenten helder definieert – dus alvast elke dichtbundel - kan deze overvraging oproepen. Een tekst maken vereist dus een strategie om met de productie van momenten om te gaan – middels het naar voren brengen van een kwaliteit die in al de momenten van het boek voelbaar is: een ritmisch karakter.
P.S. Lees ook vooral Ron Silliman's zeer uitgebreide polemiek tegen Simic' recensie.