Juarroz over het aanwezige en het afwezige

Posted on Tuesday, June 19, 2007 1:59 AM
Vaak lees ik van poëzieliefhebbers dat een of andere regel hen getroffen heeft en dat ze te pas en te onpas over die regel nadenken. Mij gebeurt dat niet vaak. Maar sinds een paar maanden duikt soms een regel van de Argentijn Roberto Juarroz in me op. Juarroz schreef dertien bundels "verticale poëzie". Hij is bekend in onze taal vanwege een uitgave van de Elfde Verticale Poëzie bij Uitgeverij P en een vertaling van een keuze uit zijn hele werk die bij Wagner en Van Santen uitkwam. In Spanje kocht ik een andere bloemlezing, en daarin trof ik dit gedicht (eronder mijn versie):



         Periódicamente,
         es necesario pasar lista a las cosas,
         comprobar otra vez su presencia.
         Hay que saber
         si todavía están allí los árboles,
         si los pájaros y las flores
         continúan su torneo inverosímil,
         si las claridades escondidas
         siguen suministrando la raíz de la luz,
         si los vecinos del hombre
         se acuerdan aún del hombre,
         si dios ha cedido
         su espacio a un reemplazante,
         si tu nombre es tu nombre
         o es ya el mío,
         si el hombre completó su aprendizaje
         de verse desde afuera.

         Y al pasar lista
         es preciso evitar un engaño:
         ninguna cosa puede nombrar a otra.
         Nada debe reemplazar a lo ausente.



                  *



         Van tijd tot tijd
         is het nodig de dingen af te roepen,
         hun aanwezigheid weer vast te stellen.
         Je moet weten
         of er nog steeds de bomen zijn,
         of de vogels en de bloemen
         hun onwaarschijnlijke toernooi vervolgen,
         of de verborgen helderheden
         de wortel van het licht blijven verstrekken,
         of de naasten van de mens
         nog weet hebben van de mens,
         of god afstand heeft gedaan
         van zijn plaats voor een vervanger,
         of jouw naam jouw naam is
         of reeds de mijne,
         of de mens klaar is met leren
         zich te zien van buiten.

         En bij het afroepen
         is het zaak jezelf niet te bedriegen:
         geen enkel ding kan een ander ding benoemen.
         Niets mag het afwezige vervangen.

                  - Roberto Juarroz




Sinds ik dit gedicht las, verbaas ik mezelf door vaak, als ik iets lees waar ik het totaal niet mee eens ben, plotseling te denken "Nada debe reemplazar a lo ausente". Het komt me dan voor dat men dit verbod heeft overtreden, en dat men iets op de plaats van het afwezige heeft gesteld. Men geeft bijvoorbeeld poëtische omschrijvingen van wat er in iets of iemand omgaat waar men eigenlijk helemaal geen toegang toe heeft. Zo treedt soms in onze poëzie de idioot op. Maar hoe weet Vasalis dat de idioot bevangen wordt door een oude vertrouwde droom? Of hoe weet Wigman dat de zwemmende idioot op zijn rug een heelal ligt te zijn, een 'heel' heelal zelfs, en dat geen vader ooit greep op 'deze pees' kreeg, en dat hij 'wijs' zwom? De inleving van de dichters - of het pathos van de inleving - is begrijpelijk maar wordt niet gewaarborgd, dat wil zeggen: het wordt niet aannemelijk gemaakt dat de idioot voldoende toegankelijk is voor de dichter om zulke uitspraken te mogen doen. De afwezigheid van de idioot wordt ingevuld met dromen, met wijsheid of met hele heelallen - abstracte invullingen met weinig inhoud, maar toch aanzetten tot dubieuze sentimentalisering.

Nu is dit een les van een soort die je uit wel meer teksten zou kunnen halen die bewust zijn van het afwezige of, om het met hoofdletters te zeggen, het Niets. Maar op een of andere manier treft Juarroz' waarschuwing me meer dan veel andere. Geregeld lees ik teksten, of hoor ik voordrachten, die zo'n Niets thematiseren, en vaak ook heb ik dan het gevoel dat het Niets als een konijn uit de hoge hoed wordt gehaald. Het gaat er vaak om dat wij pas authentiek kunnen zijn als wij steeds bewust zijn van een grondeloosheid onder waar we mee bezig zijn. Teksten zijn bijvoorbeeld goed omdát ze in zichzelf verdwijnpunten bevatten, waarin de ravijnen onder ons bestaan zichtbaar worden, waar het punt wordt aangeduid waar we niet kunnen zeggen wat we zouden willen zeggen en ga zo maar door. Vaak zijn dit belangrijke dingen om bewust van te zijn, maar soms krijg ik er een bijna liturgisch gevoel van, alsof het Niets (en zijn diverse namen) bijna ritueel wordt aangeroepen.

Ook Juarroz eindigt met het afwezige, dus dat heeft wel iets konijn/hoge hoederigs. Maar Juarroz komt bij het afwezige uit terwijl hij de dingen roept - dus als deel van een weinig rituele en meer levensbevestigende bezigheid. Hij roept ze van een presentielijst af, maar dat heeft ook iets in zich van een aanroep. Het afwezige waar je zo voorzichtig mee moet zijn is daarbij dan niet een spreuk van het Niets die als een Memento Mori bij elke menselijke ervaring gedacht dient te worden, maar een eenvoudige, te vermijden vergissing: iets wat er niet is verkeerd te benoemen. Ik vermoed dat juist omdat Juarroz de mogelijkheid van deze vergissing plaatst in het volle leven (van het afroepen en vaststellen van de dingen) zijn laatste regels bij mij tijdens mijn dagelijks bestaan zo vaak onverwacht te binnen zijn geschoten.

Feedback

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/19/2007 6:23 PM by Leo Hermens
"Wanneer ik het woord Niets uitspreek,
schep ik iets dat in geen enkel niet-bestaan past".

Die is van Wislawa Szymborska. Uit "De drie wonderlijkste woorden".

Ach, taal is veelzeggend en ontoereikend tegelijk, er is niets tegen empatische invulling, noem het voor mijn part projectie. Wees mild.

"Buscar una cosa
es siempre encontrar otra".


En die is van Juarroz.

Vriendelijke groeten van Leo Hermens

www.leohermens.nl

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/19/2007 7:11 PM by Samuel
Mijn probleem met die 'empathische invulling' is dat ik niet het idee heb dat de invuller empathisch is met iemand anders dan met zichzelf.

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/19/2007 10:08 PM by Leo Hermens
Dat is een idee, misschien zelfs een mogelijkheid, eventueel waar. Is dan de lezer een cynicus of hanteert de schrijver zijn instrument (de taal) slecht? Het is mogelijk om te bezielen, iets dat we niet kennen een stem te geven. En allicht blijft dat onze stem. Toch kan een acteur een overtuigende ander zijn.
Dat een gedicht ons raakt is toch ook omdat we er iets in herkennen van onszelf. Wat weten we nou, we vullen in.
Leo

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/19/2007 11:57 PM by Joost Baars
Wat is de relatie van jouw punt met een belangrijk element uit het jodendom en de islam, namelijk dat je god niet mag afbeelden, of zelfs noemen?

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/20/2007 1:52 AM by Samuel
Leo, ik geloof dat het 'bezielen' inderdaad mogelijk is, maar je moet wel uitkijken met wie en wat je hoe en waarom zo representeert. Ik zat parallel aan dit postje na te denken over het animisme in de poezie zoals je dat bij o.a. Kenneth Koch aantreft, en ik ben van plan om daar ook nog eens over te schrijven - je moet bij blogs wel altijd uitkijken om dat soort beloftes te doen alleen, want voor mij werkt zo'n blog niet als ik me verplicht gaat voelen...

Wel denk ik dat de mens die bezig is te leren zichzelf te zien van buiten, middels ook het nagaan van of de dingen om hem heen nog weet van hem hebben, in de richting van een animisme wijst die ik sterk vind.

Joost: over God heb ik het nog niet gehad, en dat doen zal me niet een postje kosten, dat kost me dertig jaar van mijn leven! Voorlopig houd ik het erop dat god (of misschien zijn vervanger) opvallend voorkomt in Juarroz' eerste strofe, als onderdeel van de dingen die je moet nagaan.

In beide gevallen - het bezielen en god - lijkt Juarroz' gedicht me te suggereren dat het daarmee bezigzijn altijd een tastende bezigheid is.

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/20/2007 9:03 AM by Joost Baars
God zou je, als je niet gelooft, een empathische benoeming van het Niets kunnen noemen.

# re: Juarroz over het aanwezige en het afwezige

6/20/2007 9:53 AM by Leo Hermens
Samuel, op de tast, dat is het. Af en toe raak, af en toe mis. Soms moet je iets onmogelijks proberen. In mijn bundel Totzoverdetover staan een aantal gedichten vanuit een ding geschreven (een boksbal, een windzak, een plant, een steen). Ik stel hun aanwezigheid vast door ze een verhaal te geven. Natuurlijk zeggen die gedichten meer over mij dan over dat ding, maar het is niet buitengewoon om iets van jezelf in een ding te zien. Iets persoonlijks is altijd algemener dan dat. Verder denk ik dat de dingen om ons heen Niets van ons vinden.

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: