Monday, June 18, 2007

Voordracht gehouden afgelopen vrijdag bij het symposium Bundel, boek, blog van de VAL


I

Het thema van dit symposium is "bundel, boek, blog". De suggestie die van deze titel uitgaat is: het aanzien van de poëzie verandert door blogs, of misschien door internet in het algemeen. Een blog is een vorm om poëzie te verspreiden die vergelijkbaar is met boeken, en die misschien tot een andere opvatting van 'bundels' zou kunnen leiden.

Maar ik kan me voorstellen dat "blog, krant, tijdschrift" ook een geldig thema zou zijn. Dit omdat volgens mij niet in de eerste plaats de aard van de poëzie zelf verandert door nieuwe media en nieuwe distributie, maar wel de aard van de receptie van de poëzie, een andere manier van met poëzie omgaan, van het te lezen, er over te schrijven, te discussiëren, te archiveren en te distribueren. En de veranderingen die op dat vlak plaatsvinden kunnen uiteindelijk natuurlijk hun weerslag vinden in een andere poëzie.

Natuurlijk hoor je veel over e-poëzie en nieuwe vormen. Ik ontken niet dat nieuwe media een waardevolle bijdrage kunnen leveren bij het ontstaan van een nieuwe manier van kijken naar literatuur. Door de geschiedenis heen maakt elke technologische verandering het makkelijker om andere literaire vormen te ontsluiten. Maar je kunt vaak de nieuwe vormen die door computers en internet mogelijk gemaakt worden zien in een oudere, bestaande lijn. De patroonheilige van de bewegende poëzie in Nederland bijvoorbeeld is Tonnus Oosterhoff. Ik vind zijn gedichten waardevol, en ook zijn bewegende gedichten, die zijn avontuurlijk, maar ook betrekkelijk conservatief: ze appelleren aan een manier van lezen en aan een manier van opmaken die erg aan papieren bundels doet denken.

Maar ook van vormen die wat verder weg gaan van de traditionele papieren bundel kun je heel vaak verdedigen dat ze op een of andere manier al aangekondigd zijn in de poëzie van de 20e eeuw vanaf Dada en vanaf ver daarvoor. Bijvoorbeeld, bij een flitsende abstracte letteranimaties kun je denken aan concrete poëzie. Of, bij een interactief ontstaand gedicht kun je denken aan cadavre exquis-type spelletjes. Combinatorische poëzie, die live gegenereerd wordt, brengt de Cent Mille Milliards de Poèmes van Queneau in herinnering. Enzovoorts. Ook staan er op weblogs wel eens gedichten, maar die gedichten hebben zelden een vorm die radicaal afwijkt van wat je in een boek zou kunnen verwachten. Gewoon regels, woorden, enzovoorts.

Ik denk ook niet dat het de elektronische media ooit de papieren boeken gaan vervangen. Laten we wel wezen, het papieren boek is goed in enkele dingen waar de computer niet zo best in is. Vooral dit: een boek geeft rust. Je kunt het lezen zonder dat er tien andere programma's aan het runnen zijn, of zouden kunnen zijn, en zonder dat je de hele tijd mail krijgt of dat er een of andere debiel met je wil chatten. Je hoeft om optimaal over de volledige functionaliteit van een boek te beschikken eigenlijk alleen maar je mobiele telefoon uit te zetten. Bovendien weet je dat het boek morgen dezelfde informatie zal bevatten als vandaag, mocht je even willen slapen. Een blog waarop de godganse tijd wel iemand iets interessants als comment toevoegt kan daar nooit tegenop.



II

Toch brengen de vormen van internet wel degelijk allerlei nieuwe mogelijkheden met zich mee. Naar mijn ervaring zijn dat in de eerste plaats mogelijkheden van in contact komen met andere mensen, nieuwe mogelijkheden van over poëzie of muziek praten, en zo ook nieuwe manieren van iets leren over de kunstwerken zelf. Sinds zeker tien jaar gebruik ik het internet al om ideeën uit te wisselen, eerst over experimentele muziek, en eerst via discussiegroepen. Sinds een jaar of twee ben ik met blogs bezig en gaan de uitwisselingen meer over literatuur. Het ging bij die uitwisselingen wat mij betreft altijd in de eerste plaats om uitwisselingen van inzichten, standpunten, ervaringen, en kennis van muziek of poëzie. De mogelijkheid om muzikale of literaire werken zelf te verspreiden per internet is voor mij altijd secundair geweest.

Wat discussiegroepen betreft: die hebben meestal een dynamiek die het uiteindelijk moeilijk maakt om tot serieuze uitwisselingen te komen. Ze zijn meestal niet gebonden aan een moderator, en daardoor anoniem, of te publiek, en voelt het een beetje gek als je zomaar een heel artikel op een discussiegroep plaatst. Alsof je zomaar op de markt op een zeepkist gaat staan en enorm begint te oreren. Ook kunnen op discussiegroepen, puur door het formaat van de discussie-draden, discussies heel erg makkelijk hun oorspronkelijke onderwerp kwijtraken, waardoor je weinig houvast hebt en makkelijk kon verzanden in eindeloze herhalingen van zetten of onnavolgbare zijsporen. Hoewel ik via discussiegroepen veel interessante mensen en interessante ideeën heb leren kennen vormen ze heel zwakke instituten. Zwak in de zin van: weinig gedefinieerd, weinig consistent.

Dat is anders bij blogs. Blogs worden onderhouden door een persoon, of door een groep mensen. Het blog heeft een agenda - persoonlijk en/of inhoudelijk - en dat geeft focus. Dat maakt het makkelijker om discussies in gang te zetten en ook om ze te stroomlijnen. Er is iemand die het blog beheert, en zonder wie er geen discussie is. Die structuur maakt dat blogs een sterker institutioneel karakter hebben dan de discussiegroepen. Maar hoe sterk institutioneel kan zo'n blog zijn? Om wat voor soort instituut kan het gaan? Eerst een vijftal observaties over de aard van weblogs:


Ten eerste: blogs lijken meer op tijdschriften of kranten dan op boeken en bundels. Blogs worden namelijk regelmatig bijgewerkt en elke keer dat dat gebeurt wordt de voorpagina van een blog vervangen.

Ten tweede heeft een blog niet van zichzelf veel status omdat het heel makkelijk is om er een te beginnen en je meningen te verkondigen. Je hebt niet de inspanning van een complexe distributie nodig, of de goedkeuring van een grote redactie.

Ten derde staan blogs altijd in de context van het complete internet met zijn overvloed. Blogs bevatten vaak links - veel blogs bestaan vrijwel alleen uit links naar 'gevonden voorwerpen' op internet. Het genre van de link is een van de oergenres van de weblogs. Daarmee zijn weblogs poreuzer, meer doordrongen van de complete onoverzichtelijke overvloed van internet dan boeken of kranten.

Ten vierde heeft alles wat je op internet zet, en op blogs met een comments-functie in het bijzonder, een voorlopig karakter. Een volledig af werk op een blog is nooit echt af, omdat er in potentie altijd aan gesleuteld kan worden, maar ook omdat mensen het werk van hun commentaar kunnen voorzien, waardoor lezers een stukje meteen kunnen 'ombuigen'. Een goede blogpost houdt daar rekening mee.

Tenslotte: een eigenschap van online publiceren en discussiëren dat mij altijd enorm fascineert is hoe het op een onduidelijke manier tussen formeel en informeel invalt. Bij blogs is dat heel mooi te zien. Iemand maakt een post met daarin een min of meer overwogen betoog. Dat is formeel, je leest een stukje met een opinie of een gedicht of zo dat ook in een krant of tijdschrift had kunnen staan. Reacties lijken in de eerste plaats op ingezonden brieven. Maar vaak zie je al snel dat de reacties veel meer de dynamiek van een gesprek krijgen, zeker als mensen gelijktijdig on-line zijn en gelijktijdig dat blog volgen. Het gevolg is een schriftuur die op een onduidelijke manier tussen formeel betoog en informeel gesprek in hangt. Je zou ook kunnen zeggen: middels internetdiscussies worden voor het eerst informele gesprekken gearchiveerd.

Het is vooral deze vijfde eigenschap die maakt dat de invloed van onze nieuwe media op de discussies over poëzie wezenlijker lijkt dan die op de nieuwe vormen van de poëzie zelf. Want je kunt een e-gedicht maken met alles erin wat computers en internet te bieden hebben, volstrekt dynamisch en interactief en ga zo maar door, maar in de presentatie is het altijd een Werk en verkrijgt alleen al door Werk te zijn altijd een eenheid. Een interactief Werk bijvoorbeeld calculeert elke mogelijke reactie van de gebruiker bij voorbaat in als onderdeel van het Werk. Maar discussies hebben dat Werk-karakter niet: elke discussie kan écht overlopen in totaal andere discussies: men kan b.v. een zijtak van een discussie die op het ene blog begint voortzetten op een ander blog.



III

Wat voor instituten kun je met dit al beginnen? Ik onderscheid twee houdingen: blogs als alternatieve instituten en het blogs als alternatieven voor instituten.


Alternatieve instituten

Het feit dat blogs wel op kranten lijken maar dat ze ook makkelijk op te richten zijn maakt blogs erg geschikt als alternatieve instituten. Om wat voor reden dan ook voelt een groep mensen zich niet gerepresenteerd door de eerbiedwaardige oude cultuur van kranten en tijdschriften. Blogs zijn dan een uitkomst: je hoeft niet te wachten tot je 'ontdekt' wordt door 'de gevestigde orde', je kunt gewoon je eigen toko beginnen. Blogs zijn dan gewoon de meest efficiënte manier van zoiets doen. Ze zijn de opvolger van de kleine drukkerij of de stencilmachine. Via blogs kun je makkelijk je eigen kleine niche vestigen.

Voor zover blogs als alternatieve instituten worden opgevat zie je vaak dat men zich op een of andere manier spiegelt aan de gevestigde instituten. De blogosfeer kan bijvoorbeeld erg gericht zijn op het vliegen afvangen van de "main-stream media", eindeloos wijzen op de tekortkomingen van die gevestigde orde. Die gevestigde orde ziet allerlei moois en belangrijks over het hoofd en dient uitsluitend de eigen institutionele belangen. Aan de andere kant kunnen weblogs als alternatieve instituten juist de vormen van de gevestigde orde willen overnemen, om te laten zien dat de blogs het spelletje van de gevestigde orde net zo goed kunnen spelen als de gevestigde orde zelf.

Een mooi voorbeeld vind ik het overnemen van de krantenrecensievorm door bloggers. Een blogger neemt dan de professionele, "objectieve" toon van de krantenrecensent over. Maar de recensent in de krant is voor zijn autoriteit ook echt afhankelijk van zo'n toon. De krant pretendeert immers objectief nieuws te brengen en de recensent is professioneel omdat hij flink betaald wordt en objectief omdat dat van hem geëist wordt (of het bij poëzie-besprekingen nou mogelijk is aan zo'n objectiviteits-eis te voldoen of niet). Voor een niet-betaalde blogger is er echter geen enkele reden om professioneel en objectief over te willen komen, behalve als hij solliciteert naar de status van autoriteit, waarvan de kranten-toon kennelijk de maatstaf is.

In dat licht is de recente toetreding van Philip Hoorne's mooie initiatief Poëzierapport tot de gesubsidieerde wereld te zien: het toegezegde geld is niet genoeg voor de recensenten om van te leven, dus ze blijven het doen uit liefhebberij, maar de betaling maakt hun werk wel gevestigder - andersom is het voordeel voor de subsidiënt, die in een nagenoeg totaal kunstmatige poëziemarkt de hoofdleverancier van erkenning is, dat ze grip krijgt op het oncontroleerbare medium Internet.


Alternatieven voor instituten

Spannender vind ik het idee van een blog als een alternatief voor een instituut. Binnen de wereld van het blog zou je de ruimte kunnen nemen om die aan bestaande vormen gebonden professionaliteit te laten voor wat ze is. Er zou een manier van poëtisch bloggen mogelijk moeten zijn die juist maximaal gebruik maakt van het voorlopige karakter van het geschrevene, van het half-informele karakter van alle online discussies, van de overvloed van het internet. Dat vereist dat je het genre van de blogpost als zelfstandig genre benadert met eigen mogelijkheden.

Zo schreef Jeroen Mettes op zijn bekende weblog Poëzienotities stukjes die men op een gegeven moment "non-recensies" is gaan noemen. En dat klopte wel. Hij nam bundels als aanleiding voor soms wilde beschouwingen die bij wijze van spreken niet eens meer over die bundel zelf hoefden te gaan. Die beschouwingen waren recensie-achtig maar daarvoor te weinig objectief, essay-achtig maar daarvoor te veel voorlopig, het was bijna meer een soort intellectueel dagboek via bundels. Bij een weblog als dat van Ron Silliman zie je dat hij zijn blog gebruikt om geleidelijk aan allerlei polemische theorieën over de structuur van de Amerikaanse poëzie-tradities uit te werken en uit te testen, en dat ook vaak naar aanleiding van boeken of evenementen. Zelf gebruikte ik wel eens de term "theoretische improvisaties" voor een soort flarden van essays, soms alleen maar losse ideeën om eventueel nog eens uit te werken. De componist Daniel Wolff intussen stelt onder de titel Landmarks stuk bij stuk een volstrekt persoonlijke canon van belangrijke muziekstukken samen op zijn weblog - zie onderaan zijn blogroll voor de Landmarks. De musicoloog, componist en criticus Kyle Gann schrijft ruime fragmenten van hele muziekgeschiedenisboeken online, waarbij op elk hoofdstuk stevige discussies met zijn lezers volgt. In een recente post ging hij er zelfs toe over om meteen na de hoofdstuk-tekst direct zijn weblog-lezers aan te spreken. De visie van Chrétien Breukers op hoe een weblog er uit kan zien is te vinden in zijn bijdrage aan het mini-symposium.

In al deze gevallen kunnen bespreking, essay, theorie, anekdote, mening, vondst, discussie enzovoorts in elkaar overlopen, en steeds opnieuw kan een andere vorm, een andere balans van dit soort ingrediënten gevonden worden. Anders dan bij recensies is de inhoudelijke belofte van zo'n wilde genre niet goed te definiëren. Het is alsof alles wat er aan inhoud plaatsvindt in zo'n blog in het voorbijgaan, toevallig, ontstaat.

Maar de belangrijkste inhoud van het wilde blog-genre is misschien wel de andere manier van lezen. Een andere manier ook van omgaan met het overweldigende aanbod van materiaal op internet. Een alternatief misschien voor het ordenen van aanbod middels vaststaande autoriteiten. En deze andere manieren van lezen kunnen mogelijk gaan leiden tot een werkelijk nieuwe literatuur.




Naschrift

Een van de punten die in de discussie achteraf naar voren werd gebracht betrof de vraag of al die voorlopigheid enzovoorts van het weblog nou eigenlijk wel zo nieuw was. Waarop het antwoord natuurlijk alleen maar kan zijn: ja in zoverre dat... en nee in zoverre dat... Puur formeel gezien is elke in elk tijdperk altijd wel door zulke voorlopigheden en reactie-mogelijkheden getekend geweest. Het enige verschil met de mogelijkheden van nu zou zijn dat de cyclus van lezen en reageren wat sneller werd. Het verraste me dat dit tempo-verschil dat internetdiscussies met de toestand van vroeger vormen door sommigen als 'slechts' een gradueel verschil werd opgevat, secundair ten opzichte van de primaire overeenkomsten die media voor discussies altijd hebben. Kan een verschil dat alleen op de organisatie van tijd (snelheid) en ruimte (wereldwijd bereik) is terug te voeren geen wezenlijk verschil zijn? Mijns inziens zijn juist zulke kwantitatieve verschillen wezenlijk: tijdsduren kan ik relateren aan mijn leven én aan de geschiedenis, afstanden aan mijn afmeting én aan de wereld - veranderingen in die verhoudingen veranderen dus mijn positie ten opzichte van het totaal. Zulke verschillen worden naar mijn gevoel al helemaal primair als je opvatting van media voldoende abstract is om alle media naar structuur op elkaar te laten lijken.

posted @ 2:03 AM | Feedback (1)