Mijn versie van een gedicht van de Franse dichter Tarkos (1964-2004), die ik maakte voor de dichtersmarathon in Perdu bij de vorige gedichtendag:
Gelukkig is hij dood, dat is prima zo. Hij is verdwenen. Dat is doodgewoon. Er was een dode, vandaag, gelukkig is hij dood. Hij is weg. Dat is er eentje minder, dat is prima zo, gelukkig is hij dood anders zou je het niet begrijpen. Bedankt voor het dood zijn. Dat moet zo af en toe, dat dient nergens toe. Er is een dode, gelukkig. Die viel gewoon opzij, het was niet zijn fout, en hop weer eentje minder, je weet niet waarom, dat wordt al begrijpelijker, het is helemaal goed zo, je telt er eentje minder, je begint het steeds duidelijker te zien. Gelukkig is er iemand dood, er is geen reden, anders is het compleet absurd. Gelukkig is er een die verdwijnt die je niet meer terugziet. Enkelen verdwijnen. Gelukkig is hij dood het is prima dat hij doodgaat, hij deed niets, er was een gat en hup hij viel er in, er zijn nou eenmaal gaten. Des te beter dat er gaten zijn. Dank de dode voor het dood zijn. De gaten bestaan waarlijk. Er is geen enkele reden dat hij sterft. Gelukkig is zij dood, dat is er eentje minder, dat is nou helemaal normaal, dat is prima zo. Ze deed niks, gewoon een die hup verdwijnt zo van juist als je het niet verwacht kom je zo terecht, bedankt voor het dood zijn, het is niet haar fout dat ze verdwenen is, ze is verdwenen, des te beter, dat is prima zo, het is beter te begrijpen met die gaten, ze is domweg doodgegaan, gelukkig, dat is doodnormaal, anders slaat het nergens op.
           - C. Tarkos
(Ik vernam overigens van een lezer van dit log dat er een andere versie, van Philip Ingelse, te vinden is in de Spiegel van de Franse poezie)