Goldsmith, Xenakis en originaliteit

Posted on Monday, March 26, 2007 2:42 AM
Misschien hebben we met Kenneth Goldsmith eindelijk een voorbeeld van een intelligente manier van post-romantische literatuur bedrijven, lijkt Marc Reugebrink te zeggen op een Inwijkeling-post van een paar weken terug. Onder het Romantische paradigma was literatuur: een schrijver heeft iets te zeggen over de wereld, of iets aan de wereld bij te dragen door er over te schrijven, zijn of haar werk drukt een wereldbeeld uit of maakt het eerst mogelijk. Maar Goldsmith heeft een literair ideaal waarin authenticiteit, uitdrukking, (her)-beschrijving van de wereld e.d. er niet toe lijken te doen. In plaats daarvan schrijft hij bijvoorbeeld de krant over.

Nu lijkt me dat Goldsmith's strenge schrijf-methodes niet een afschaffing van het wereldbeeld in de literatuur vormen. Hij schaft vooral het gebruik van de smaak van het ego als bron van het talige materiaal af. Daarin staat hij in een lange traditie, en een hoofdzakelijk niet-literaire: zijn helden zijn mensen als Duchamp, Cage en Warhol. Maar een wereldbeeld komt zeer duidelijk naar voren uit zijn werk, alleen, het zit niet meer vooral in de tekst zelf. Het zit vooral in de opvatting die hij heeft van lezen. (meer nog dus dan zijn opvatting van schrijven)

Ik vind het interessantste aspect aan Goldsmith dat hij boeken maakt die zinvolle kunstobjecten zijn, maar die niet bedoeld zijn om te lezen op de goede oude manier van in een hoekje met een boekje en dan van kaft tot kaft. Het zijn boeken om door te bladeren. Ze zijn ook echt interessant, zelfs leuk om door te bladeren en in dat bladeren roepen ze een heldere leeservaring op. En in die leeshouding waar zijn werk toe uitnodigt lijkt hij mij iets zeggen over onze tijd en onze wereld, gekenmerkt - zeker sinds internet - door de overweldigende beschikbaarheid van tekst, cultuurgoederen, informatie, enz. Goldsmith laat ons een andere, meer panoramische manier van tegen tekst aankijken zien.

Bijvoorbeeld: het feit dat hij zijn boek, waarin hij de krant overtypt, als onleesbaar karakteriseert - en inderdaad, wie zou het ooit helemaal inclusief beursberichten lezen? - maakt duidelijk dat de krant (jawel, uw vertrouwde krantje waar u in plezierig ritueel dagelijks uw nieuws uit haalt!) onleesbaar is.

Maar aan de 'literaire' kant doet deze boek-opvatting mij ook (opnieuw) me afvragen of boeken sowieso wel leesbaar zijn. Voor zijn opvatting van de onleesbaarheid van tekst beroept hij zich o.a. op Gertrude Stein, toch nog echt wel een literair auteur. En inderdaad, ook als ik een 'gewone' roman van 200 paginas lees, hoeveel van die 200 paginas blijft me dan uiteindelijk bij? Uiteindelijk blijft me altijd een samenvatting bij, maar nooit het boek in zijn geheel. En zelfs als ik het geheel van een boek zou kunnen kennen, dan is het nog vrijwel ondenkbaar om dat geheel in een totaaloverzicht, op een en hetzelfde moment, me te kunnen voorstellen. De boek-ervaring bestaat bij de gratie van onoverzichtelijkheid. De onleesbaarheid zorgt er ook voor dat mensen soms niet kunnen ophouden met (her)lezen, want er is altijd voorradige tekst die misschien beter begrip zal gaan opleveren. De onleesbaarheid houdt de lezer verslaafd aan meer overzicht, meer tekst. Die onleesbaarheid is een van de dingen die romans aantrekkelijk maakt, en wordt zelf door Goldsmith helder gethematiseerd.

Wereldbeeld zat, dus. Maar het zit op een andere plek dan op de inzichten die door een persoonlijke stijl worden ontsloten. Het zit in de inzichten die door de keuze voor een bepaalde werkwijze worden ontsloten. En dat is een kenmerk van de experimentele traditie.

Vragen als Is Goldmith een Romantisch / modernistisch / etc. kunstenaar, of een postromantische? zou ik liever willen beantwoorden met: hij is een experimenteel kunstenaar. En die experimentelen worden vaak toch nog op een of andere manier in de moderne stamboom geplaatst. Zijn opmerking dat hij tot de eerste generatie auteurs van na het modernisme zou horen kan ik dan ook niet goed plaatsen. De grote hoeveelheid namen die hij noemt van kunstenaars waar hij zich op beroept is al veelzeggend: dat gaat dus van Stein via Duchamp en Cage tot Warhol, maar hij haalt evengoed de Oulipo aan of Jackson Mac Low enzovoorts. Allemaal mensen die ik in meerdere of mindere mate tot de experimentele kunstenaars zou rekenen. En dat is zijn traditie, en ofwel hij is precies even modernistisch als die lui, ofwel hij is precies even niet-meer-modernistisch als die lui.

Het aan de oppervlakte ontbreken van authenticiteit en originaliteit als idealen in die experimentele werkwijze moet trouwens niet worden begrepen als het ontbreken van authenticiteit en originaliteit. Het gaat hier om thema's die vooral door het romantische kunstbegrip op de agenda zijn gezet, maar die ook buiten hun oorspronkelijke context begrepen kunnen worden.

Zo ben ik de laatste dagen nogal onder de indruk van een citaat van Xenakis, dat als motto fungeert van een boek over de relatie tussen zijn architectuur en zijn muziek. Xenakis was zeker een experimenteel componist, iemand voor wie een onderzoekende werkwijze eerst kwam en de persoonlijke stijl (die hij zeker ontwikkelde!) daar een bijproduct van kon lijken, iemand die niet vanuit 'métier' schrijft maar vanuit nieuwsgierigheid (en die daarom door opperhork Boulez tot de amateurs wordt gerekend). Dit motto luidt:

L'originalité est une nécessité absolue de survie de l'espèce humaine.

De originaliteit is dus niet meer een kwestie van een opvatting, een keuze, of een stijl, maar een noodzaak zonder meer. Ik zie er wel wat in. Ik vind het zelfs een adembenemend krachtige uitspraak. Maar om deze opvatting van originaliteit te waarderen moet je denk ik af van elk idee dat originaliteit een al of niet wenselijke eigenschap van een werk of een oeuvre is. Liever: origineel is wie in staat is om het eigene van zijn situatie te begrijpen. En elke situatie, in welk pre-modern, post-romantisch, experimenteel of eventueel volstrekt traditioneel paradigma gelegerd dan ook, is eigen, is iets eigens dat begrepen moet worden, dat je enkel tot je schade niet begrijpt. Dan is de originaliteit een universeel gegeven - dat misschien door zekere takken van romantisch denken gethematiseerd is geraakt, maar daarmee niet enkel aan bepaalde artistieke opvattingen vast zit.

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: