Thursday, December 07, 2006

Marc Reugebrink is steeds meer van mening dat de literaire kritiek niet thuis meer hoort in de krant, maar twijfelt aan de mogelijkheden van internet: Daar bestaan immers al de nodige recensiesites die een alternatief bieden voor wat het ‘officiële’ circuit nog te melden heeft. Maar heel vaak blijkt de verhouding tot dat ‘officiële’ circuit er een van verongelijktheid te zijn, en één van de belangrijkste kenmerken van de huidige recensiesites is dat er niemand is die het voortouw durft te nemen, die één en ander boven het niveau van soms werkelijk goed geslaagd, maar niet zelden bedroevend hobbyisme uit weet te tillen. Tot op heden weten ze zich niet het gezag te verwerven dat ze tot meer maakt dan uiteindelijk toch al te particuliere meningen van het type ‘ik vind dat nou eenmaal zo...’ en ‘over (mijn) smaak valt niet te twisten’.

Ik heb zelf het idee dat het probleem met literaire kritiek op internet vooral is dat men nog veel te veel vast houdt aan de recensie, het kritische genre dat we kennen van uit de krant, een genre dat uiteindelijk vooral een mening naar buiten projecteert maar dat in zijn vorm iets afgeslotens moet hebben, met het aureool van autoriteit van de krant en de kenners-status van de criticus als de sluitende kurk. In zo'n krant gaat dat nog best aardig, je kunt die krant niet onmiddelijk van repliek dienen, en zo versterken de aard van het medium en de gesloten vorm van het genre elkaar en ontstaat "literaire autoriteit" in zijn publieke gedaante. Het apodictische dat krantenkritieken vaak hebben (b.v. een favoriete Gerbrandy-truuk: "Dat leidt soms tot grootse poezie", gevolgd door drie regels met meestal veel adjectieven, klankeffecten en iets vlezigs in het onderwerp) wordt natuurlijk ook versterkt door de zeer beperkte ruimte die beschikbaar is, waardoor voor de betere essayistische haarkloverij, die het eigen oordeel helderder zou kunnen contextualiseren, meestal gewoon de middelen niet bestaan (en vandaar natuurlijk: leve de tijdschriften!).

Maar kritiek op internet die langs die lijnen werkt - dus met recensies - heeft vaak iets onbenulligs. Het wordt makkelijk "krantje spelen" of "autoriteitje spelen" zonder de institutionele steun die dat dan geloofwaardig zou moeten maken. Met rapportcijfers wordt de potsierlijkheid er van nog duidelijker gemaakt. En dan resulteert dus die cultuur van verongelijktheid - het genre dat autoriteit zou moeten uitstralen geeft op internet nou juist niet die autoriteit, iedereen kan dat zien, en dat wordt huilen.

Internet met die verongelijktheid afdoen lijkt me echter voorbarig. De poezie-scene in de VS bijvoorbeeld (met name die van San Francisco, die ik nu voor een zeker vlaams literair tijdschrift op noodtempo zit door te ploegen) maakt op een bijzonder intensieve manier gebruik van weblogs. Silliman's blog is maar één voorbeeld. Bij het nagaan van de verschillende auteurs in Bay Poetics kom ik voortdurend op allerlei interessante weblogs terecht - er blijkt zelfs een weblog te bestaan dat zich uitsluitend op de receptie van Bay Poetics richt! Er zitten daar in de VS vele honderden experimentele dichters de godganse dag interessante dingen te melden over de literatuur op hun weblogs en op elkaar te reageren en zich te verantwoorden!

Een serieuze literair-kritische cultuur online is dan ook zeer goed mogelijk. Het vereist, lijkt me, vooral dat je de vorm van de recensie als standaardvorm kunt relativeren. Wat ik b.v. vaak tegenkom zijn 'leesaantekeningen', die tot soms behoorlijk serieuze discussies kunnen leiden - Jeroen's blog werkte ook zo. En ook Silliman, die vaak stukken schrijft die veel op recensies lijken, schrijft uiteindelijk altijd expliciet vanuit zijn persoonlijke literaire ervaring - hij geeft zeer vaak b.v. aan op welke manier hij de dichter die hij bespreekt persoonlijk kent, enz.

De basis van internetpubliciteit is onontkoombaar meer persoonlijk dan die van een krant die geacht wordt te doen alsof hij objectief journalistiek verslag doet van de werkelijkheid. Dat is vandaag de dag de stichtende mythe van de krant. In een krantenartikel is het woord "ik" zo ongeveer verboden. Maar die totale toegankelijkheid van internet maakt die objectieve pretentie daar waardeloos. De cultuur online wordt daar ook vaak op afgerekend. Maar Internet functioneert juist het best als er uitgenodigd wordt tot uitwisseling van gedachten, en voor zo'n uitwisseling heb je personen nodig, compleet met contingente achtergonden en voorkeuren en gezichtspunten en agenda's. En de ontwikkeling van de blogpost als zelfstandig genre, die het persoonlijke van het weblog en het opene van de mogelijkheid commentaren te geven op een gunstige manier kan inzetten. Niet uit exhibitionisme maar om het medium juist te gebruiken.

Ik zal maar eens kijken of ik een goeie vorm kan verzinnen voor mijn leesaantekeningen...

posted @ 4:58 PM | Feedback (16)