Mijn lange gedicht Kromming staat in de nieuwe Parmentier, en 1 moeite door ben ik gevraagd als vaste medewerker - en het geworden. Het is een levendig blad waar volgens mij wel een en ander in mogelijk is, en waar ik hoop een goede bijdrage aan te zullen kunnen leveren.
Bij dezen een preview, twee strofen uit Kromming - natuurlijk in de hoop dat u dan direct naar de winkel rent of gewoon meteen een abonnement neemt (ik vind dat je als vaste medewerker best mag helpen het product aan de man te brengen en laat niemand zeggen dat ik geen cultureel ondernemerschap toon!). "Kromming" is ongeveer een jaar geleden geschreven. Het ging me om hoge dichtheid, ritme, de werking van leestekens; het is een soort epos, een gedicht dat een zwerftocht maakt door uiteenlopende landschappen - plekken op aarde, onderwerpen, soorten taal. De hele zaak is ongeveer tien keer zo lang als het onderstaande.
Verspreidheid. Neem twee dingen die niet op elkaar lijken,
een grof stuk wereld, bijvoorbeeld: poes - vliegdekschip. Zien
dat het goed is, de aarde is krom. IJzer - soep. Rechtbank - vlak.
Dit nodigt ons uit in de verspreidheid, een soundtrack zijn, ik oefen
mij in willekeurig geweld, tegen mijn dingen, een zucht, nam alle
verschillen in. Geldgebrek doet dat: geld maakt de wereld compact,
gebrek klein. Sowieso hoor je thuis bij de Flat Earth Society.
Door het ingeperkt berglandschap bewoog de robot door zich over te dragen
op hulzen in zijn blikveld (The Sentinel). Maar ik heb een antipode.
Wat hier zucht heet, heet ook wel voorzetsel: een open kooi: horizon:
de wereld gaat met de snelheid van de lucht en al staan we beiden onder
één passaat, de noordpool smelt weg, de zuidpool niet. Onzichtbaarheid
is de eeuwige derde. Gehoorschade. Uitstel. En het grove
vervalt zienderogen, alle bossen moeten worden omgehakt. Recht
op gapen, een totaal citaat, dat de wereld komt, te omvatten.
[...]
De woorden in hun volgorde zijn het toeval gaan simuleren:
alle dingen raken analoog, zeldzame dag, ritme springt over
van wolken en fietsers op letters en geld. Deze mensheid is meer
dan restant: ik ben per toeval bijeen, een contraprestatie,
of: jij vervangt toeval. Waarde is expansief. Elk ding levert
debatten op. Niemand kan kiezen. Ben je schaars? Incidenteel
is er massamigratie, of platentektoniek, wetenschap, maakt
meer toeval mogelijk, debat met een paria, gevolgtrekking kent
schimmige gevolgen, wat subliem was wordt bestaansvoorwaarde:
zij kan het toeval niet meer wegdenken uit haar huishouden.
Portret van een dode geleerde. Het enthusiasme voor een plan
dat iemand liet mislukken, zo weinig bedoeld woont iemand, met
boek en brief, een blijvend paleis in het uitzicht, vogeltrek.
PS - verder nog een niet onbelangrijke reden om deze Parmentier te gaan kopen is dat van Jeroen Mettes de cyclus Poor Yorick Entertainment er in staat.