Snelheid in tekst

Posted on Saturday, July 15, 2006 3:24 PM
In de discussie bij de Stottert Stein post hieronder vroeg Renee zich af of je de beweging van de tekst (bij Stein) kunt beschouwen los van verleden en toekomst. Als antwoord daarop kwam ik een beetje overdreven met de complete differentiaalrekening aanzetten. Het kan simpeler gezegd. Het komt er op neer dat je kunt zeggen: "Om 12u, 13 minuten en 14 seconden precies liep de heer Jansen met een snelheid van 5.3 km per uur door de Kalverstraat. Om 12:13 en 14 en een halve seconde was zijn snelheid reeds opgelopen tot 5.31 km/u."

Hier volgt nu een geimproviseerde theoretische speculatie. Het zou leuk zijn om op zo'n manier de 'betekenissnelheid' van een tekst te kunnen meten, woord voor woord. Net als bij het meten van snelheden van meneren Jansen speelt bepaling van een domein, een tijds-interval aangeven waarop je die snelheid meet, een rol.

Bij Stein's abstractere teksten heeft een woord meestal maar een zeer kort-durend domein waarin het actief is. De betekenis van een woord heeft in zo'n tekst meestal vier woorden verderop al geen directe bijdrage aan de betekenis van wat daar staat, behalve inzoverre de latere tekst de beweging van de eerdere tekst voortzet. Bij het gemiddelde woord van Proust werkt de betekenis er van soms een pagina door, en dan hebben we het nog maar over het effect van het woord binnen één zin, en dan kan het ook nog de betekenis bijstellen van eerder gelezen woorden. Dat geeft zo'n woord een heel breed betekenis-domein. Het woord balt zijn betekenis-domein dan samen tot een ervaringspunt, en dat definieert dan iets als een "breedte van het heden".

Aangezien de woorden in Stein's teksten zo'n korte werking hebben is haar heden zeer kort, met weinig ruimte voor interne variatie. Bij een zin van Proust bal je juist grote lappen tekst steeds opnieuw samen, en dat heden correspondeert met heel veel verleden en toekomst.

Bij het meten van snelheid moet je natuurlijk niet alleen een tijdsinterval van meting bepalen maar ook de hoeveelheid verplaatsing die in die tijd optreedt. Wat zou verplaatsing binnen zo'n tekst kunnen zijn? Misschien gaat dat dan over hoe de in het hoofd van de lezer opgeroepen betekenissen aan het schuiven gebracht worden? Per woord kom je in een net iets andere betekenis-wereld.

Als Stein "snel" is komt dat doordat niet alleen doordat die hedens zo kort zijn op zich. Het feit dat je bij teksten als Patriarchal Poetry in het 'heden' steeds maar een woord of twee, drie denkt maakt de betekenis-verschillen tussen die woorden groot. For en Before blijken een totaal andere werking te hebben, en als je van For naar Before gaat schuift er iets. Dit effect kan alleen gaande blijven als het patroon van die woorden nooit helemaal voorspelbaar wordt: zodra de lezer het gevoel krijgt in rondjes te lopen ontstaan er overkoepelende betekenis-domeinen - herhaal vaak "for before for before for before for before" en op een gegeven moment zou je de losse woorden niet eens meer zien. Stein's onregelmatige herhalingen en additieve ritmiek van gevarieerde woordgroepen houden de snelheid dus op stoom.

Als Proust "langzaam" is komt dat ongetwijfeld deels door dat heel brede heden, maar ook misschien omdat hij minder bezig is met het verleggen van betekenissen en het introduceren van verrassende nieuwe elementen dan met het steeds meer in detail treden en steeds verder interpreteren van de dingen die hij beschrijft.

Ashbery (nu ik toch aan het speculeren ben) is ook interessant, die heeft (vooral in de gedichten uit ongeveer het midden van zijn werk, van die gedichten met ellenlange vloeiende zinnen) een techniek waarbij beelden aan elkaar gekoppeld worden, hij introduceert dan een nieuw beeld altijd als een bijstelling bij het vorige beeld - "... but only it was as if ..." zou een typische Ashbery koppel-formule tussen twee beelden kunnen zijn. Daardoor probeer je als lezer de gedachtegang te blijven volgen, alleen verliest Ashbery zich meteen in het volgende beeld. De tekst vergeet wat er zojuist was gezegd, maar de lezer blijft het in zijn lezing meenemen. Daarmee wordt de breedte van het heden bijzonder diffuus in Ashbery.

Naast die maat van 'verandering van beeld/betekenis-toestand' kun je ook een maat voor snelheid hebben die meet hoe zeer de lezer verlangt om verder te lezen. Zo werkt een "Spannend Boek" toch ook. Stein of Ashbery houden dat verlangen op gang door nergens een afsluiting te maken. Proust maakt zijn zinnen juist altijd mooi af, syntactisch en qua betekenis, en daardoor krijgt hij ook iets van een oom die met het kleine neefje gaat wandelen en die bij elke boom stilstaat om op allerlei interessante wetenswaardigheden over de natuur te wijzen.



(PS: zie ook de post Een blok beweging op poezienotities, waar Jeroen ingaat op enkele van deze kwesties)

Feedback

# re: Snelheid in tekst

7/15/2006 5:06 PM by Rutger H. Cornets de Groot
Hoi Samuel,
Over Ashbery zeg je dat de tekst vergeet wat er zojuist was gezegd. Ken je Oosterhoffs theorie en praktijk van het voortijlen? In 'Dans zonder vloer' staat een verhaal waarin de schrijver zichzelf oplegt om zonder op te houden en zonder terug te bladeren voort te schrijven. Merkwaardig genoeg keren er hele tekstgedeelten in nagenoeg dezelfde bewoordingen terug. Niet de tekst is daar dus vergeetachtig, maar de auteur, die door een zekere urgentie wordt voortgedreven.

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: