De richting van de vergissing

Posted on Saturday, July 08, 2006 2:04 AM
Und ich sah, wie Aaron [Copland] den Anfang eines meiner langen Stücke anschaute, und ich sagte: >>Aaron, bist Du schon bei der Stelle mit den Streichern, wo das Solocello nicht aufhört?<< [...] Er sagte: >>Da kannst Du Gift drauf nehmen, und wie ich das gesehen habe.<< Und dann tranken wir Kaffee, machten Frühstück, er schaute mich an und sagte: >>Morty, wie hältst Du es in Gang?<< Das ist die einzige richtige Frage.

                         Morton Feldman, Middelburg Lecture


Hoe hou je het aan de gang? Hoe zet je het continue heden voort? Deze vraag moet Stein hebben bezig gehouden, gezien de nadruk die ook zij steeds legt op het almaar doorgaan van het schrijven, onder meer bij haar overpeinzing van de punt in Poetry and Grammar. In datzelfde essay spreekt ze haar voorkeur uit bepaalde woordsoorten ten opzicht van andere. Met name de eigenschap van zekere woorden om zich te kunnen vergissen - "being able to be mistaken" - maakt haar vrolijk. Ze noemt deze eigenschap eerst bij haar bespreking van werkwoorden, maar het best in dat opzicht, zegt ze, zijn de voorzetsels: "Prepositions can live one long life being really being nothing but absolutely nothing but mistaken and that makes them irritating if you feel that way about mistakes but certainly something that you can be continuously using and everlastingly enjoying. I like prepositions the best of all [...]" Ik las deze tekst zeven jaar terug en dit is nog steeds het punt in Stein waar ik het meest aan denk. En hoewel Stein dit nergens zo stelt, neig ik er naar om deze twee punten in samenhang te zien. De mislukking van woorden (op zijn best bij die voorzetsels) is wat de continuiteit van de tekst garandeert. Neem de tweede alinea van Patriarchal Poetry:

For before let it before to be before spell to be before to be before to have to be to be for before to be tell to be to having held to be to be for before to call to be for to be before to till untill to be till before to be for before to be until to be for before to for to be for before will for before to be shall to be to be for to be for to be before still to be will before to be before for to be to be for before to be before such to be for to be much before to be for before will be for to be for before to be well to be well before to be before for before might while to be might before to be might while to be might before while to be might to be while before for might to be for before to for while to be while for before while before to for which as for before had for before had for before to for to before.

Ik heb het drie keer overgelezen maar ik durf niet te garanderen dat ik geen kopieerfouten heb gemaakt. Ik reken wat dit betreft op uw begrip. En alleen al deze ervaring van het proberen over te schrijven van zo'n klein stuk Stein bevestigt hoe sterk haar schrijven gaat over het onherhaalbare.

Hoe dan ook. We hebben duidelijk met literatuur van topniveau te maken: het gaat maar door en maar door, vestigt sterk de aandacht op het heden in het lezen, en bestaat uit zo ongeveer niets anders dan voorzetsels en werkwoorden die om het hardst bezig zijn zich te vergissen. Wat is dan dat vergissen precies? Ik heb dat vergissen altijd begrepen in samenhang met dat doorgaan en dat heden. De voorzetsels vergissen zich zolang hun status onopgelost blijft - immers, wat een voorzetsel betekent of doet kan je alleen begrijpen als je het woord weet waar het voorzetsel voor staat. In dit fragment wordt de oplossing van het voorzetsel de hele tijd uitgesteld. Op miliseconde-niveau van de activiteit van het lezen zijn voorzetsels projectief: ze wijzen vooruit naar iets wat moet komen. De werkwoorden doen dat ook ongeveer, die verlangen een object of een predikaatsnomen en dat komt ook maar de hele tijd niet echt. Tegelijk doet de taal op mij in elk geval niet geforceerd aan: het klinkt helemaal naar soepel engels, beetje raar misschien maar ik krijg nergens het gevoel dat het engels ontwricht wordt of iets dergelijks, bijna elke twee opeenvolgende woorden klinken als een aannemelijke opvolging, een paar kleine uitzonderingetjes daargelaten: "to till" is bijvoorbeeld wel echt gek. Er ontstaat dus een continuum van micro-verwachtingkjes. Elke tiende seconde dat je leest word je doorverwezen naar de volgende tiende seconde. En die woorden doen ook nagenoeg niks anders dan dat: ze zijn op zichzelf min of meer niks - "absolutely nothing but mistaken".

Doordat op micro-niveau de logica van het engels wel gerespecteerd wordt, blijft tijdens het lezen een 'betekenis-gevoel' overeind. Als je er echt in zit, kun je al lezende het gevoel blijven houden dat er iets belangrijks gezegd gaat worden. Als je de zin maar uitleest. Je blijft de syntactische wendingen volgen, de woorden verschuiven door in andere volgordes te staan ook subtiel van betekenis (b.v. je zou 'for' in een opvolging "to be for to be" enerzijds kunnen betrekken op het eerste to be, en dan betekent het 'voor', of op het tweede to be, en dan betekent het misschien 'aangezien'). Zo blijft de tekst, in al zijn herhalen, actief.

In "An Acquaintance with Description", voor mij een van de meest emotionerende teksten die ik heb gelezen, is een vergelijkbare projectieve rol weggelegd voor de ontkenning. Woorden als "not". Op de eerst pagina lees ik al "To describe it not as dew because it is in the trees". Op de derde pagina: "Not it is not it is not it is not it is at all as it is". Op de vierde pagina staat ook een prachtig voorbeeld, en ik word verleid deze zin als programmatisch te lezen: "Letting it be not what it is like".

Wat is er opvallend aan veel van de ontkenning die Stein hier gebruikt? Ze gebruikt het woord "not" en op 'not' moet iets volgen - ze zet 'not' en 'never' graag aan het begin van een zin. De ontkenning is dus projectief. De ontkenning kondigt alvast de vergissing aan. Stein gebruikt de ontkenning bijna als een bezwerende mantra, alsof de ontkenning er voor moet zorgen dat de vergissing die de continuiteit van de tekst garandeert intact blijft. Stein "mislukt" dus in dit soort constructies willens en wetens en bij voorbaat. Het is misschien goed om Stein's "not" te contrasteren met Beckett's "no" aan het begin van zijn Texts for nothing:

SUDDENLY, NO, AT LAST, long last, I couldn't any more, I couldn't go on.

"No" is geen projectieve ontkenning. Ze is retrojectief. De lezer wordt tijdens het lezen van "no" teruggeworpen naar "suddenly". Waar Stein ontkent wat ze nog moet zeggen ontkent Beckett wat hij zojuist gezegd heeft. "Suddenly" is inadequaat. En inderdaad zeg, waar Stein haar 'not' inzet om eindeloos door te gaan roept Beckett aan het begin van zijn 13 teksten al dat hij niet verder kan. En deze muziek van het "no", van de ontkenning of op zijn minst de bijstelling van wat er zojuist is gezegd, is karakteristiek voor veel teksten van Beckett - zoals het projectieve "not" van Stein karakteristiek is voor haar stijl.

Beckett's No is een hapering. Het articuleert een discontinuiteit, een moment van breuk. Deze is bepalend voor zijn ritmiek, die als hortend wordt ervaren. Stein's ritmiek ervaar ik als continu, als soepel, ondanks de ontkenningen (*).

Volgende keer op Vriezen vindt over hoe deze observaties in mijn muziek hebben gewerkt - stay tuned. In die tussentijd wijs ik het half dozijn diehards er op dat de discussie naar aanleiding van mijn vorige Stein-postje na twee weken luwte weer leven vertoont dankzij een interessante bijdrage van Sarah Posman.





(*)Stein's teksten bevatten trouwens ook elementen die ik retrojectief zou noemen, maar dat zijn vooral bevestigende relaties, zoals rijm.

Feedback

# re: De richting van de vergissing

7/9/2006 2:27 PM by martijn voorvelt
Wat een helder betoog over vergissing en ontkenning en richting. Overigens is het laatste woord van die Beckett-zin "on", een woord dat hij heel vaak gebruikt en dat natuurlijk het omgekeerde is van "no". Dat die twee elkaars omgekeerde zijn heb ik altijd veelbetekenend gevonden bij Beckett.

# re: De richting van de vergissing

7/9/2006 4:25 PM by jeroen
"to till" = (ook) "het land bewerken". [Plaats hier uw al dan niet feministisch poëticale interpretatie.]

Verder: excellent onderscheid tussen Stein en Beckett. Hoewel me voorkomt dat die retrojectieve vector in Stein (m.n. allerhande soorten rijm inderdaad) misschien wat belangrijker is dan een voetnoot. Er zit naast de projectieve wil-tot-beweging toch ook een wat meer klassieke wil-tot-evenwicht in haar teksten, of zelfs in haar individuele zinnen. Zelfs in jouw extreme voorbeeld. De herhalingen zorgen voor een bepaald gevoel van maat.

Benieuwd naar het vervolg.

# re: De richting van de vergissing

7/10/2006 11:37 PM by Samuel Vriezen
Verdomd, "to till" bestaat ook, natuurlijk, dank Jeroen! Daarmee zie je meteen trouwens hoe in die stroom van woorden altijd flitsen Werkelijkheid lijken op te duiken - en bij een superabstracte tekst als An Acquaintance with Description gaat het op evidente wijze over een of ander landelijk leven met boerderij en populieren en dieren en families, hoewel het het me b.v. niet helemaal duidelijk wordt op welk continent ik die boerderij zou moeten zoeken - & dit ook alvast in antwoord op wat Rutger gisteren schreef bij Stottert Stein?

Het "gevoel voor maat" beschouw ik trouwens als een projectief iets, waarover spoedig meer. Zeker eens dat Stein een classicistische neiging tot balans heeft - ik ben in haar werk nooit een zin tegengekomen die niet "af" op me overkwam, zelfs als ze met een voorzetsel eindigt of iets dergelijks. Haar zinnen lijken zelfs vaak alsof ze op elk moment af kunnen lopen, die balans is permanent aanwezig. An Acquiantance with Description en veel andere teksten kun je ook zien als studies in hoe je met zulke principes tot een uiterst gevarieerde alinea-opbouw kunt komen.

Martijn: natuurlijk, dat klopt - en Beckett gaat tot het bittere eind door met klagen dat hij verder moet. Bittere eind = Nohow On en daar heb je je spiegel natuurlijk. Of bittere eind = het einde van Stirrings Still en daarmee het einde van zijn proza: "Oh all to end", een voor Stein volstrekt ondenkbare uitspraak (die schrijft nou juist de hele tijd dingen als "Anyway. To begin again.")

# re: De richting van de vergissing

7/12/2006 9:04 PM by Renee
Wat een ontdekking Samuel: Beckett die wil dat alles eindigt maar ondanks dat doorgaat en Stein die ook altijd doorgaat maar zonder de twijfel, de nadenkende onderbreking van Beckett (zij onderbreekt alleen om adem te halen, Beckett om te zuchten). Beckett reflecteert: "suddenly", nee, dat is niet waar, not suddenly; Stein lijkt meer op een kind dat onvermoeibaar nieuwe mogelijkheden uitprobeert en daarvan geniet: positief mislukken. "The old world", beschouwend, tegenover de nieuwe, energiek en experimenteel. Terwijl Beckett ook onderzoekt, maar zonder het optimisme van Stein. En wat onderzoeken ze, vraag ik me af, Beckett de verhouding van de taal tot de werkelijkheid (klopt het wat ik schrijf?)en Stein de verhouding van de woorden tot elkaar, of liever de klanken? Maar ik dwaal af van je onderwerp: de richting van de vergissing (niet de aard van de vergissing).

# The good shepherd

2/18/2007 6:45 PM by Rutger H. Cornets de Groot

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: