Und ich sah, wie Aaron [Copland] den Anfang eines meiner langen Stücke anschaute, und ich sagte: >>Aaron, bist Du schon bei der Stelle mit den Streichern, wo das Solocello nicht aufhört?<< [...] Er sagte: >>Da kannst Du Gift drauf nehmen, und wie ich das gesehen habe.<< Und dann tranken wir Kaffee, machten Frühstück, er schaute mich an und sagte: >>Morty, wie hältst Du es in Gang?<< Das ist die einzige richtige Frage.
Morton Feldman, Middelburg Lecture
Hoe hou je het aan de gang? Hoe zet je het continue heden voort? Deze vraag moet Stein hebben bezig gehouden, gezien de nadruk die ook zij steeds legt op het almaar doorgaan van het schrijven, onder meer bij haar overpeinzing van de punt in
Poetry and Grammar. In datzelfde essay spreekt ze haar voorkeur uit bepaalde woordsoorten ten opzicht van andere. Met name de eigenschap van zekere woorden om zich te kunnen vergissen - "being able to be mistaken" - maakt haar vrolijk. Ze noemt deze eigenschap eerst bij haar bespreking van werkwoorden, maar het best in dat opzicht, zegt ze, zijn de voorzetsels:
"Prepositions can live one long life being really being nothing but absolutely nothing but mistaken and that makes them irritating if you feel that way about mistakes but certainly something that you can be continuously using and everlastingly enjoying. I like prepositions the best of all [...]" Ik las deze tekst zeven jaar terug en dit is nog steeds het punt in Stein waar ik het meest aan denk. En hoewel Stein dit nergens zo stelt, neig ik er naar om deze twee punten in samenhang te zien. De mislukking van woorden (op zijn best bij die voorzetsels) is wat de continuiteit van de tekst garandeert. Neem de tweede alinea van Patriarchal Poetry:
For before let it before to be before spell to be before to be before to have to be to be for before to be tell to be to having held to be to be for before to call to be for to be before to till untill to be till before to be for before to be until to be for before to for to be for before will for before to be shall to be to be for to be for to be before still to be will before to be before for to be to be for before to be before such to be for to be much before to be for before will be for to be for before to be well to be well before to be before for before might while to be might before to be might while to be might before while to be might to be while before for might to be for before to for while to be while for before while before to for which as for before had for before had for before to for to before.
Ik heb het drie keer overgelezen maar ik durf niet te garanderen dat ik geen kopieerfouten heb gemaakt. Ik reken wat dit betreft op uw begrip. En alleen al deze ervaring van het proberen over te schrijven van zo'n klein stuk Stein bevestigt hoe sterk haar schrijven gaat over het onherhaalbare.
Hoe dan ook. We hebben duidelijk met literatuur van topniveau te maken: het gaat maar door en maar door, vestigt sterk de aandacht op het heden in het lezen, en bestaat uit zo ongeveer niets anders dan voorzetsels en werkwoorden die om het hardst bezig zijn zich te vergissen. Wat is dan dat vergissen precies? Ik heb dat vergissen altijd begrepen in samenhang met dat doorgaan en dat heden. De voorzetsels vergissen zich zolang hun status onopgelost blijft - immers, wat een voorzetsel betekent of doet kan je alleen begrijpen als je het woord weet waar het voorzetsel voor staat. In dit fragment wordt de oplossing van het voorzetsel de hele tijd uitgesteld. Op miliseconde-niveau van de activiteit van het lezen zijn voorzetsels
projectief: ze wijzen vooruit naar iets wat moet komen. De werkwoorden doen dat ook ongeveer, die verlangen een object of een predikaatsnomen en dat komt ook maar de hele tijd niet echt. Tegelijk doet de taal op mij in elk geval niet geforceerd aan: het klinkt helemaal naar soepel engels, beetje raar misschien maar ik krijg nergens het gevoel dat het engels ontwricht wordt of iets dergelijks, bijna elke twee opeenvolgende woorden klinken als een aannemelijke opvolging, een paar kleine uitzonderingetjes daargelaten: "to till" is bijvoorbeeld wel echt gek. Er ontstaat dus een continuum van micro-verwachtingkjes. Elke tiende seconde dat je leest word je doorverwezen naar de volgende tiende seconde. En die woorden doen ook nagenoeg niks anders dan dat: ze zijn op zichzelf min of meer niks - "absolutely nothing but mistaken".
Doordat op micro-niveau de logica van het engels wel gerespecteerd wordt, blijft tijdens het lezen een 'betekenis-gevoel' overeind. Als je er echt in zit, kun je al lezende het gevoel blijven houden dat er iets belangrijks gezegd gaat worden. Als je de zin maar uitleest. Je blijft de syntactische wendingen volgen, de woorden verschuiven door in andere volgordes te staan ook subtiel van betekenis (b.v. je zou 'for' in een opvolging "to be for to be" enerzijds kunnen betrekken op het eerste to be, en dan betekent het 'voor', of op het tweede to be, en dan betekent het misschien 'aangezien'). Zo blijft de tekst, in al zijn herhalen, actief.
In "An Acquaintance with Description", voor mij een van de meest emotionerende teksten die ik heb gelezen, is een vergelijkbare projectieve rol weggelegd voor de ontkenning. Woorden als "not". Op de eerst pagina lees ik al "To describe it not as dew because it is in the trees". Op de derde pagina: "Not it is not it is not it is not it is at all as it is". Op de vierde pagina staat ook een prachtig voorbeeld, en ik word verleid deze zin als programmatisch te lezen: "Letting it be not what it is like".
Wat is er opvallend aan veel van de ontkenning die Stein hier gebruikt? Ze gebruikt het woord "not" en op 'not' moet iets volgen - ze zet 'not' en 'never' graag aan het begin van een zin. De ontkenning is dus projectief. De ontkenning kondigt alvast de vergissing aan. Stein gebruikt de ontkenning bijna als een bezwerende mantra, alsof de ontkenning er voor moet zorgen dat de vergissing die de continuiteit van de tekst garandeert intact blijft. Stein "mislukt" dus in dit soort constructies willens en wetens en bij voorbaat. Het is misschien goed om Stein's "not" te contrasteren met Beckett's "no" aan het begin van zijn Texts for nothing:
SUDDENLY, NO, AT LAST, long last, I couldn't any more, I couldn't go on.
"No" is geen projectieve ontkenning. Ze is
retrojectief. De lezer wordt tijdens het lezen van "no" teruggeworpen naar "suddenly". Waar Stein ontkent wat ze nog moet zeggen ontkent Beckett wat hij zojuist gezegd heeft. "Suddenly" is inadequaat. En inderdaad zeg, waar Stein haar 'not' inzet om eindeloos door te gaan roept Beckett aan het begin van zijn 13 teksten al dat hij niet verder kan. En deze muziek van het "no", van de ontkenning of op zijn minst de bijstelling van wat er zojuist is gezegd, is karakteristiek voor veel teksten van Beckett - zoals het projectieve "not" van Stein karakteristiek is voor haar stijl.
Beckett's No is een hapering. Het articuleert een discontinuiteit, een moment van breuk. Deze is bepalend voor zijn ritmiek, die als hortend wordt ervaren. Stein's ritmiek ervaar ik als continu, als soepel, ondanks de ontkenningen (*).
Volgende keer op Vriezen vindt over hoe deze observaties in mijn muziek hebben gewerkt - stay tuned. In die tussentijd wijs ik het half dozijn diehards er op dat de discussie naar aanleiding van
mijn vorige Stein-postje na twee weken luwte weer leven vertoont dankzij een interessante bijdrage van Sarah Posman.
(*)Stein's teksten bevatten trouwens ook elementen die ik retrojectief zou noemen, maar dat zijn vooral bevestigende relaties, zoals rijm.