Stottert Stein?

Posted on Saturday, June 17, 2006 1:40 AM
Sinds de laatste Yang op mijn deurmat viel vraag ik me af: Stottert Stein? Het karakter van haar werk is in elk geval verre van stotterend - toen die Yang binnenkwam was ik net aan het eind gekomen van "Everybody's Autobiography", een van de meest kletserige boeken die ik heb gelezen, maar het gezoem is voor wie eenmaal de Stein-slag te pakken heeft aangenaam en soms, plotseling, verbluffend. EA is natuurlijk een totaal ander werk dan Tender Buttons, maar ook in TB valt me eerder de treffendheid van haar toon op, zelfs een soliditeit, een feilloos bewustzijn, dan een indruk van stotteren. Wat we over Stein's karakter op kunnen maken uit haar geschriften suggereert ook bepaald geen stotteren - het gaat hier om een auteur die door te schrijven, in de handeling van het schrijven zelf, er achter kwam dat ze een genie is. Nu zijn er zeker goede redenen om Stein (en dan vooral Stein vertaald door Van Bastelaere) in een stotter-dossier op te nemen. Deze keuze van Yang wordt gemotiveerd enerzijds vanuit een algemeen perspectief op literair stotteren aan de hand van een essay van Gilles Deleuze, anderzijds aan de hand van een essay van Van Bastelaere over TB en poeticale stukken van Stein.

Dit wordt een kleine digressie over deze Stein-opvattingen, dan weer ritme.

Eerst Deleuze. Als ik het artikel Stotterde Hij (vertaling van Bégaya-t-il door Piet Joostens) goed begrijp bedoelt Deleuze met stotteren iets als het anders leggen van de dynamiek in het systeem van de taal, ergens heet het 'uit balans trekken'. Ik stel me voor dat je een normale manier van omgang met taal zou kunnen hebben, die allerlei complexe verbanden en bewegingen die je in de taal zou kunnen zien normaliseert door alles te bekijken door de bril van een of ander gestandaardiseerd idee van syntaxis en van hoe een verhaal wordt opgebouwd. Maar de taal biedt ook de mogelijkheid om er juist heel andere soorten verbanden in te zien, er zijn zelfs oneindig veel andere soorten verbanden latent in de taal aanwezig, dus de taal als geheel is niet beheersbaar, en dat zou dan het stotteren van de taal zelf zijn. Bijzondere schrijvers nu kapitaliseren op dat stotteren in de taal, op die andere manieren om een opvolging van het ene woord naar het andere te begrijpen, en verleggen als het ware de bedding van de stromen in de taal tot er andere circuits aan het licht komen. Dat destabiliseert dan de normale omgang met de taal, en uiteindelijk kan uit zo'n ongebalanceerde toestand via een 'strakke lijn van variaties of moduleringen' (van het taalsysteem) uitmonden in een 'limiet', een eindpunt waar de goede oude grammatica er niet meer toe doet. Zo'n proces speelt zich altijd binnen de taal af - we blijven gewoon woorden gebruiken en we schakelen niet zo maar even ons syntactisch bewustzijn uit - maar reikt naar een grens van de taal: "[de limiet] vormt wel de buitenkant van de taal maar ligt er niet buiten. Het is een schilderij of een muziekje, maar dan een woordmuziek of een woordschilderij, een stilte in de woorden [...]".

Natuurlijk was Stein een flink deel van haar carriere bezig met zulke veranderingen binnen de taal. Je hebt die eindeloze zinnen vol herhaling van The Making of Americans, die zijn nog wel grammaticaal maar de lezer raakt er zo dolgedraaid van dat het grammaticale van die zinnen op een goed moment ophoudt überhaupt waarneembaar te zijn. Met Tender Buttons en andere Portraits en extreme boeken als How to Write houdt het dan met die grammaticaliteit wel ongeveer op. Hoewel... een lezing als Poetry and Grammar laat wel een blijvend, nogal kritisch oor zien voor grammaticale categorieen. Werkwoorden en bijwoorden zijn interessanter dan zelfstandig naamwoorden en bijvoeglijk naamwoorden, maar voorzetsels zijn het interessantst. En hoewel ik het toepassen van Deleuze op Stein zeker kan volgen, merk ik dat ik op dit punt neig naar een andere accenten in mijn lezen. Stein's "limiet" is geen stilte, maar een luisteren - naar of het een voorzetsel is of een zelfstandig naamwoord. En die ervaring werkt door in de latere boeken, waarvan er veel weer conventioneel leesbaar zijn (de autobiografieen, dat kinderboek, die lezingen).

Ik twijfel aan dat aspect van de combinatie Deleuze/Stein. Niet om een analytische reden maar om een reden van smaak. Het is die stilte waar Deleuze's stuk op uitdraait die ik niet helemaal kan accepteren. Sowieso heb ik weinig affiniteit met benoemingen van negatieve absoluutheden, metafysische obsessies met het negatieve doen mij denken aan spartelen. Het negatieve is altijd goed voor veel paradoxen en dat is aantrekkelijk, het negatieve is een prachtig spiegelpaleis van niet, niet en niet, maar er zit ook vaak iets dwangmatigs bij. En wat de stilte betreft: ik volg Cage: de stilte bestaat niet, er is altijd je hartslag en je zenuwstelsel. Die "stilte" in de woorden is misschien eerder het moment waarop je ze eindelijk eens zinvol kunt gebruiken. Minder het punt waarop namen verdwijnen maar een punt van eindeloos noemen, een punt waarop je hoort dat een zelfstandig naamwoord bijvoorbeeld niet interessant is en een voorzetsel wel.

Ik zei al, het is een kwestie van smaak, & ik heb weinig smaak voor stilte als metafoor. Maar Deleuze's tekst is wel verder doortrokken van negatieve metaforen en op sommige punten vind ik dat hij ontspoort. Van de bijzondere schrijvers die de taal laten stotteren zegt hij dat ze de taal verminderen, "zoals in de muziek, waar de mineure modus betrekking heeft op combinaties die voortdurend uit balans zijn". Dat slaat wat mij betreft de plank totaal mis. Mineur is niet per se meer dissonant dan majeur en zeker geen 'vermindering' van majeur, maar een volkomen onderscheiden ladder. Het is een kleinigheid, maar Deleuze lijkt zo gretig op die negativiteit dat hij in de conventionele naam voor het verschil tussen de kleine terts (frequentieverhouding 6:5) en grote terts (frequentieverhouding 5:4) aanziet voor een ontologische hierarchie. Het artikel is er niet minder boeiend om maar raakt wel zo ontsierd, dat ik de terminologie begin te wantrouwen. Ik vraag me uiteindelijk ook af of 'stotteren' wel zo'n rake metafoor is voor hetgeen Deleuze beschrijft. Het zou interessant kunnen zijn om een positievere herformulering uit te proberen.

Van Bastelaere's positie over Stein wordt door inleider Sarah Posman als volgt samengevat: "In Wwwhhhoooosshhh beschreef hij Tender Buttons als Steins mislukte poging de dingen een adequatere naam te geven. De dingen laten zich niet kennen. Ze laten zich zeker niet herscheppen in de taal. Met taal willen we dan wel collectief de grote chaos structuur geven, een transparant resultaat van dit betrachten is niet mogelijk". Ik heb dat essay van Van Bastelaere, Het onnoembare herlezen. Van Bastelaere volgt Stein's lezing Poetry and Grammar, waarin zij laat zien hoe zij tot het schrijven van poezie kwam, en wat voor haar poezie tot poezie maakt. Poezie gaat over de fascinatie met de naam van de dingen. In haar proza was ze er achter gekomen dat zelfstandig naamwoorden - de conventionele namen van de dingen - niet zo interessant zijn: "A noun is a name of anything, why after a thing is named write about it. A name is adequate or it is not. If it is adequate then why go on calling it, if it is not then calling it by its name does no good." Maar poezie gaat over de fascinatie met de naam, de liefde voor het noemen van de dingen. In het schrijven van poezie moet Stein dus grote moeite doen om dingen niet bij hun naam te noemen. Ze zoekt een andere techniek die de namen van de dingen zelf vermijdt om de dingen te her-scheppen in de taal: "I remember in writing An Acquiantance With Description looking at anyting until something that was not the name of that thing but was in a way that actual thing would come to be written." Inspiratie vond ze bij Shakespeare: "I had always been very impressed from the time that I was very young by having had it told me and then afterwards feeling it myself that Shakespeare in the forest of Arden had created a forest without mentioning the things that make a forest. You feel it all but he does not name its names."

Van Bastelaere wil niet meegaan in zoveel optimisme. Hij spreekt van een verblinding "die er ... op neer komt dat Stein in de ... waan verkeert dat een gedicht 'over' een ding 'that actual thing' is". Merk hierbij op dat Van Bastelaere de reserves die Stein formuleert laat vallen (ze schrijft "in a way that actual thing"). Op dat punt grijpt Van Bastelaere naar Nietzsche om Stein een standje te geven, dat toch ook haar dinggedichten "nichts als Metaphern der Dinge [zijn], die den ursprünglichen Wesenheiten ganz und gar nicht entsprechen." Stein beschreef haar project als recreating, her-scheppen van de dingen in de taal; hier wordt dat entsprechen, overeenkomen. In de loop van het zevende segment van zijn essay verschuift Van Bastelaere de term her-scheppen verder: "Zowel in een tekst als 'Poetry and Grammar' als in Tender Buttons zinspeelt Stein op het onrepresenteerbare" - herschepping wordt hier representatie.

Kan het zijn dat er in representatie een problematiek schuilt die Van Bastelaere zo streng maakt, maakt dat hij de poetica van Stein moet afwijzen? Ik hoor een groot verschil in ethische lading tussen her-scheppen en representeren. In het eerste geval kun je denken aan een speels nabouwen zoals van een zandkasteel. Maar een representatie is ongeveer een afvaardiging, een afvaardiging van een ding uit de werkelijkheid naar de taal, en de afgevaardigde komt natuurlijk makkelijk in problemen als hij geen recht doet aan zijn achterban. En inderdaad, een representatie is een vertaling, en er gaat iets verloren in die vertaling, en de representatie doet nooit volledig recht aan de werkelijkheid. En omdat het bij representeren, bij vertegenwoordigen, over iets met mogelijk serieuze consequenties gaat, over macht misschien, moeten we ten allen tijde ons bewust zijn van dat falen van elke representatie. Vandaar dat we streng moeten zijn tegen eenieder die probleemloos meent te kunnen representeren. En hier kom ik bij mijn twijfel aan Van Bastelaere's Stein-lezing. Ik kom namelijk in die hele poetica van Stein helemaal geen claims van het soort repreentatieve pretentie tegen die wat mij betreft zulke strengheid rechtvaardigen.

Stein zegt niet dat haar herschepping van de dingen de dingen probeert te vervangen. Ze suggereert zeker niet dat wij haar tekst "Pastry" moeten eten, en voor zover ik kan zien ook niet dat wij er hongerig van zouden moeten worden. Ik geloof niet dat haar 'descriptions' grote claims leggen op de werkelijkheid - ze blijft kennelijk steken bij "An Acquaintance With Description", wel dat ze er op een of andere manier door veroorzaakt waren. Het her-scheppen van de dingen zou nog best iets totaal persoonlijks kunnen zijn, mogelijk gaat het vooral om de persoonlijke ervaring van dat over de dingen schrijven zelf, en wie zijn wij om dan met Nietzsche in de hand te zeggen dat dat helemaal niet mogelijk is? Het gaat ook niet om het vinden van een adequatere naam - Stein zegt, "Was there not a way of naming things that would not invent names, but mean names without naming them". Het gaat dus eerder over iets adequaters dan een naam. Ik neig er naar te concluderen dat Stein, in haar portretten en 'descriptions', op zoek was naar iets adequaters dan representatie zelf, en dat vond in de handeling van schrijven en luisteren.

Ongeveer de helft van Poetry and Grammar gaat over de "nuts and bolts" van de taal. Ze evalueert woordsoorten, door te luisteren naar wat het is dat ze doen, dan evalueert ze verschillende soorten interpunctie, ze evalueert het emotionele verschil tussen een alinea en een zin. Dit zijn allemaal vormen van luisteren naar de taal, en daarmee vormt haar buitengewoon eigenaardige omgang met taal zelfs een affirmatie van de taal: "Of course you might say why not invent new names new languages but that cannot be done. [...] So every one must stay with the language their language that has come to be spoken and written and which has in it all the history of its intellectual recreation." (in Poetry and Grammar) - waarmee zij haar accent anders legt dan Van Bastelaere, die Tender Buttons hoort als een 'texte de jouissance', die "zelfs de meest gehaaide lezer destabiliseert: de meest diverse waarden worden door deze vreemde prozagedichten (nou ja) aan het wankelen gebracht." Tussen deze twee citaten zit geen regelrechte tegenspraak, en Van Bastelaere heeft zeker geen ongelijk - heel wat lezers voelen zich gedestabiliseerd, en er valt zeker een hoop sublieme chaos in die teksten zelf lezen als je er oog voor hebt - maar je kunt je zeker afvragen of de Tender Buttons en An Acquaintance With Description inderdaad wel vooral over die destabilisering gaan, wat je overslaat als je ze vooral in het teken van destabilisering leest, waar het ook mogelijk is ze eerst als bevestigingen te lezen van het gedrag van het Engels, maar dan op een zeer gedetailleerd niveau van syntaxis. Het niveau waar grammatica overgaat in ritme (ha, iets voor de volgende post).

Stein verlangde naar woorden. Naar het gevoel van de woorden. Ze gebruikt dingen om haar heen om tot aandachtiger schrijven te komen. Jeroen Mettes neemt in zijn ritme-artikel een motto van Stein: "Successions of words are so agreeable. It is about this". En aan het eind van Everybody's Autobiography - een boek dat deels gaat over het overkomen van de twijfels bij het schrijven die zij kreeg na haar doorbraak, toen haar werk plotseling geld waard bleek te zijn ofwel: toen haar werk iets ging voorstellen (representeren?) - kun je lezen hoe haar verhaal steeds dichter het heden nadert, en ze gaat steeds enthusiaster schrijven over het schrijven:

Of course all this time I was always looking at pictures, why not except walking and driving an automobile it is what I like best after my real business which is of course writing. I like writing, it is so pleasant, to have the ink write it down on the paper as it goes on doing. Harlan Miller thought I left such a large space in between so that I could correct in between but I do not correct, I sometimes cut out a little not very often and not very much but correcting after all what is in your head comes down into your hand and if it has come down it can never come again no not again.

Schrijven vertegenwoordigt niet, het maakt de lezer en de schrijver zelf tegenwoordig. En als die tegenwoordigheid op zich het hoofdonderwerp zou zijn zou er eigenlijk is stotteren eigenlijk niet eens mogelijk. Everybody's Autobiography eindigt als volgt:

That is a natural thing, perhaps I am not I even if my little dog knows me but anyway I like what I have and now it is today.

Feedback

# re: Stottert Stein?

6/19/2006 9:28 PM by Jeroen Mettes
Ah ja, dat stotteren... Het is een metafoor natuurlijk, zoals je zelf zegt. Misschien niet de beste. Maar ongelooflijk veel kletsen vind ik er ook onder vallen. Dat is ook een soort afwijking of aandoening. Wat Deleuze met "stotteren" bedoelt (in die verder inderdaad erg metaforische en speculatieve tekst) is zoiets als de taal van binnenuit wat aandoen. Stilte is maar één mogelijke limiet, denk ik, die al te vaak gefetisjeerd wordt. Eindeloos gelul en teringherrie zijn twee andere. In Tender Buttons is de limiet het Beeld zou ik zeggen. Het is ekfrastische poëzie die echt probeert over te steken van het ene domein (woorden) naar het andere (beelden, of zelfs: dingen), en daarin natuurlijk faalt; maar dat falen is dan het gestotter, de onmacht, die paradoxaal de kracht van het werk is. (Als het goed is...)

Her-schepping is inderdaad niet hetzelfde als representatie, maar het is ook niet per se minder ambitieus, of iets waarbij we minder snel vraagtekens kunnen zetten. Ik denk bij "her-schepping" minder aan het bouwen van een zandkasteel dan aan een herhaling van de scheppingsdaad van God, maar dan beter! Wat dan weer aardig past in Steins genieverhaal... Zo vind ik ook "in a way" niet per se relativerend. Het gaat zeker niet om representatie (om gelijkenis of evenredige vertegenwoordiging), daar heb je gelijk in, en dat lijkt me de onoverkomelijke zwakte in DvB's verhaal. Maar Stein maakt een andere claim volgens mij: dat er een continuïteit bestaat tussen de dingen die worden waargenomen (die worden beluisterd, in jouw termen) en de tekst (die wordt geschreven), ofwel: dat er een evidente relatie bestaat tussen "the time OF the composition" en "the time IN the composition". Ook dat is problematisch denk ik. Ook daar mislukt iets op een productieve manier. (Niet op een manier die zou duiden op een soort subliem Onnoembare, wat mij betreft. Waarom moet men bij alles wat mislukt om goede empirische redenen (dingen zijn geen woorden, etc.) meteen een transcendent Ding an sich postuleren?)

Maar productief mislukken... Is dat een vorm van destabilisering? Ja en nee. Ja in de zin dat het afwijkt van wat gangbaar is; anders mislukt het niet. Nee omdat destabilisering geen doel op zich is. Het gaat om "het gevoel van woorden", om "a sense of measure" zoals Creeley het noemt, maar dat kun je alleen inschatten als je iets uitprobeert, d.i. een limiet opzoekt. (Creeley geeft het voorbeeld van met de zijkant van je hand tegen een boom slaan. De boom valt niet om. Dat is "a sense of measure" zowel van de boom als van je hand... (Ik bedenk me net dat dit de reden is dat oppermachtige wezens nooit een gedicht zullen schrijven, ook al hebben ze natuurlijk tijd te over...))

# re: Stottert Stein?

6/20/2006 9:06 PM by Samuel Vriezen
Jeroen,

of het problematische van Stein het best gezocht kan worden in zo'n continuiteitsclaim vraag ik me toch af, redenerend langs ongeveer dezelfde lijn - die continuiteit is onderdeel van de scheppingsdaad zelf, en die blijft eigenlijk haar ding. Ik zou een moeglijk probleem bij Stein net anders formuleren: de claim die misschien twijfelachtig is is minder die van de continuiteit met 'de dingen' denk ik dan die van de natuurlijkheid van haar taal. De 'tegenwoordigheid' die je ervaart bij haar werk is heel sterk en komt voort uit intrigerende analyses van hoe de grammatica werkt, maar wat heeft ze eigenlijk aan retorische middelen daarbij te verbergen? Misschien doel je daar ook op als je je afvraagt hoe dat met die relatie tussen time OF/time IN composition zit.

Mislukken blijf ik een lastige term vinden bij zo'n op productie gericht schrijfproces als het hare, dat bijna niet mislukken kan. Volgens mij is het schandaal van haar werk voor veel mensen, ik denk i.h.b. voor Van Bastelaere, juist die optimistische weigering te mislukken. Velen van ons europeanen (ik word in deze kwestie vaak heel schematisch) neigen er naar de vrijheid te zoeken in een of andere noodzaak te mislukken, een of andere tragiek.

Ik vind dat ook heel mooi van het stotter-dossier, dat Stein naast Beckett staat - teksten die enerzijds heel veel met elkaar te maken hebben qua grammaticale strategieen, qua woordregister, maar anderzijds totaal tegenover elkaar lijken te staan: Beckett is de man die dat stotteren ook écht thematiseert, bij hem is dat stotteren niet alleen iets dat je heel abstract moet zien, het lijkt een goede beschrijving voor waar het allemaal over gaat, woorden zoeken en daar eigenlijk niet uitkomen. En Stein vindt de woorden alleen maar.

(Wat die opperwezens betreft, ik ben altijd van mening geweest dat de almachtige God ook wel heus zo'n steen kan scheppen die hij niet kan optillen als hij een beetje zijn best doet)

# re: Stottert Stein?

6/21/2006 2:59 PM by Samuel
Ha Samuel (en Jeroen), een uiterst boeiende discussie!! Enkele vragen:
Samuel, je zegt dat Europeanen ertoe neigen de vrijheid te zoeken in een of andere noodzaak te mislukken, een of andere tragiek. Maar reken je daar dan ook Beckett toe? Komt zijn mislukte zoeken naar de juiste woorden, naar hoe het te zeggen, voort uit een zoeken naar die vrijheid volgens jou? En gaat het bij Stein alleen om de vreugde van het vinden? Het vinden van wat? Opeenvolgingen van woorden die haar en de dingen tegenwoordig stellen? En geldt het niet voor Beckett dat hij zichzelf of de dingen aanwezig stelt of herschept in het schrijven? Bij Beckett lijkt de ervaring van het zoeken en mislukken dominant, bij Stein de ervaring van het vinden en triomferen.En toch zijn het allebei schrijvers die geen "majeure" taal spreken. En is dat niet waar het om gaat? "Het spreken van een soort vreemde taal" in je eigen taal, zo omschrijft Deleuze zijn begrip van stotteren (stokken vind ik ook wel mooi)ergens. Maar misschien vind jij niet dat Stein "een soort vreemde taal" spreekt? Maar toch wel op een vreemde manier? In een interview schrijft Deleuze: "er is een soort onhandigheid, een broosheid in de gezondheid, een zwakke constitutie, een vitaal stotteren die de charme van iemand uitmaakt. De charme, bron van leven, zoals de stijl, bron van het schrijven". Om een stukje verderop te zeggen: "charme en stijl zijn slechte woorden, je zou er andere voor moeten zoeken". Hij stuit dus ook op de mislukking maar het gaat bij hem althans niet gepaard met tragiek, het is een vrolijke mislukking: als deze woorden niet goed zijn zoeken we toch gewoon anderen, de taal en het leven zijn rijk genoeg. Misschien lijkt het zo in het artikel in Yang maar negativiteit lijkt me beslist het "onjuiste" woord voor het denken van Deleuze. Misschien vinden we een ander woord?

# re: Stottert Stein?

6/21/2006 3:04 PM by Renee
O jee, nu staat Samuels naam boven een stuk dat ik, Renee, geschreven heb. Er valt hier nog wat te leren op technisch vlak. Excuses. Het probleem van het geven van de goede naam...

# re: Stottert Stein?

6/22/2006 9:03 PM by Dirk Vekemans
Dat gestotter bij Deleuze heeft, Renee, inderdaad helemaal niks negatief en ook niks tragisch. Het lijkt me wat makkelijk om daar met een Amerikaanse vrijheidsheroiek of zoiets over te walsen, of om het zo, Jeroen zegt het zelf, weg te schematiseren. Deleuze bindt het ook aan de interruptie als betekenis-genererend principe: het menselijk systeem dat voortdurend instort om zich in stand te houden, en dat zit dan op zijn beurt weer verweven met zijn biologisch-evolutief denken geinspireerd op Bergson en Simondon.

Een poetica van het falen of zoiets moet je in dat opzicht dan ook volstrekt tragiekloos, gevoelloos lezen, denk ik, net zoals je de echo's van een tijdig ego in teksten op hun werkzaamheid dient te beoordelen en niet op hun 'waarheidswaarde' of hun representerende overtuigingskracht.

Bovendien is de ene Deleuze de andere niet. In Mille Plateaux haalt ie met Guattari Mallarmé nog onderuit als een boosaardige hoofdpriester van het Boek, in Le Pli klinkt dat al helemaal anders. De intensiteiten van het anti-modernisme hebben zich dan al anders geplooid, net zoals de gezonde argwaan van Van Bastelaere nu andere reacties oproepen als tien jaar terug.

Om uit te komen bij de oude koe uit de grachtengordel: gij zult geen literatuur lezen op ideologisch-programmatorische wijze, zelfs niet als den auteur aldus het woord tot u richt, misschien?

Uw anti-niet stellingname siert u overigens, Samuel (en bij dezen overigens ook mijn bewondering voor uw hoogst boeiende muzieksels), ik doe al een tijdje onderzoek naar de wortels van dat spiegelpaleis en (h)erken de noodzaak om daar afstand van te nemen. Als je het niet afschuift (wat eigenlijk aan te raden is, of zoals Derrida deed: zolang mogelijk de boot afhouden), is dat niet zo'n simpele opgave. Maar dit is niet de plaats hiervoor en tijd heb ik ook al niet.

# re: Stottert Stein?

6/23/2006 12:43 AM by Samuel Vriezen
Tja, het is vermoedelijk mijn fout dat er nu zoveel door elkaar loopt... mijn weblog is zeker niet minder 'speculatief' dan zo'n stuk Deleuze!

Anyway, ik ken Deleuze (nog!) niet goed genoeg om over zijn filosofie tout court te spreken, maar deze tekst maakt op essentiele punten gebruik van enkele negatief smakende metaforen, terwijl de portee van het verhaal inderdaad niet speciaal negatief lijkt te moeten zijn. Daar is op zich niks mis mee. (& als het inderdaad zo is dat Deleuze niet zo op het negatieve gericht is, verklaart dat misschien nog weer dubbel waarom zijn gebruik van de term 'stilte' op het eind zo weinig overtuigend op mij overkwam?)

Maar "stotteren" heeft natuurlijk behalve zo'n abstracte betekenis, die erg nuttig is, een hoofdbetekenis waarin het gaat om grote moeite te hebben met zeggen wat je wilt zeggen. Nu is die abstractere betekenis - datgene waar het, bij Deleuze en in Yang, kennelijk "om gaat" - zeker goed te begrijpen en ook bij Stein te begrijpen. Maar ik denk dat je iets van de interessantere problemen die het werk van Stein opwerpt mist als je het leest onder het teken van moeilijkheid met taal. Wat Stein wat mij betreft verontrustend maakt is eerder haar grote gemak met de taal. En zeker, Renee, is die taal vreemd. En dat het dan allemaal zo vanzelfsprekend gaat maakt het nog gekker!

Ze zegt - om een nieuw zijpad in te slaan - in veel (latere) stukken ook vaak dingen a la "it is very natural for somebody..." etc. Dat zijn interessante formuleringen. Enerzijds presenteert ze dan een gedachtegang als natuurlijk. Anderzijds is zo'n expliciet onderstrepen van die natuurlijkheid juist het tegendeel van een enscenering van de natuurlijkheid (anders hoef je het er niet bij te zeggen). Alsof ze zichzelf nog eens moet overtuigen. Toch een tasten, een strompelen door de taal en door het denken dan? Maar, ten derde, schrijft ze gewoon op wat ze denkt. Zo wezenlijk is de twijfel dan ook weer niet. Of misschien: twijfel is ook iets wat je gewoon kunt denken en opschrijven. Dat is misschien toch iets anders dan twijfelend schrijven, waarbij het twijfelen voelbaar is in de schriftuur. En wat is er ook natuurlijker dan dat een mens vreemde dingen denkt?

Om even terug te komen op de Deleuze-woorden die je aanhaalt, Renee, ik kan met die onhandigheid eventueel nog wel wat met Stein, mogelijk zelfs met dat vitale stotteren (vitaal is het zeker...) maar die zwakke constitutie? En nou neem ik aan dat Deleuze ook niet in het bijzonder Stein op het oog had bij die woorden.

Dirk, dank voor de vriendelijke woorden! Ik wil trouwens niet de suggestie wekken dat ik per se tegen het Niet in het denken ben, ik wil wel er voor waken dat het Niet of de Stilte of wat dan ook, zoals Jeroen het formuleert, gefetisjeerd wordt. Het Niets helpt je bij b.v. Stein niet per se veel verder. Niet toevallig is Stein Niets achterwaarts.

# re: Stottert Stein?

6/25/2006 1:51 AM by jeroen
Ik geloof niet dat we Deleuzes tekst hoeven verheffen tot "waar het yang om gaat". Het is weliswaar een "theoretische" tekst, maar die NAAST Stein staat, NAAST etc, zelfs NAAST Sarahs introductie. Het is niet per se de tekst die alles moet verklaren, denk ik.

HOE DAN OOK, Deleuze is inderdaad, zoals men zegt, een expliciet, uh, anti-negatief denker. Het boek Anti-Oedipe is een boek TEGEN negativiteit. De paradox lijkt me evident. Samuel is zeker niet de eerste (zelfs niet de eerste buiten de y-redactie) die "Stotterde hij" leest als volledig "in line" met een traditie van negatie, die je van een bepaald soort avant-garde ("NEE!") of modernisme ("STILTE!") terug zou kunnen voeren tot een "tragische" tendens in het Europese denken.

Maar, maar... Is tragiek per se negatief? Of zelfs maar treurig? Is mislukking per se contraproductief? Zuivere (100%) productiviteit: wat is dat? Dat is hetzelfde als totale vernietiging. WANT ALS productie "iets nieuws" toevoegt aan wat reeds bestaat, dan is absolute productie de vervanging van alles wat bestaat door zijn tegendeel, d.i. door Niets. Wat toch wel anti-productief mag heten! Mislukking weerhoudt productie van het Niets, zou ik zeggen. Mislukking is netzomin anti-productief als een vraag anti-antwoord is. Integendeel! Zonder vragen geen antwoorden. En mislukking is de motor van productiviteit. Dat is bizar, maar ook grappig... (Tragische humor?) Zo kun je "stilte" misschien ook opvatten als niet het absolute tegendeel van spreken, maar als de sprakeloosheid die zich tussen onze woorden voegt (als spaties, pauzes, komma's...) om zinnen te kunnen vormen?

Vinden of mislukken: geen tegenstelling! Het vinden van het een of ander veronderstelt al een zoektocht, dus mislukking. Je kunt jezelf, zoals Stein of Picasso, best voorstellen als genie -- wiens formule "ik zoek, dus ik vind" lijkt te zijn --, maar zelfs dan kun je je niet voorstellen als *absoluut* Genie, d.w.z. als de kunstenaar die NIET zoekt en op een of andere manier TOCH vindt. In dat geval zou je immers helemaal geen werk hoeven maken; je wordt 's ochtends wakker en daar is het dan: de vondst! Zelfs Marcel Duchamp -- die de kunst, nadat hij haar schijnbaar had teruggebracht tot een min of meer willekeurige ("geniale") gedachtesprong, officiëel had ingeruild voor professioneel schaken, werkte stiekem aan een installatie. Er is niet zoiets als een "pure" vondst, los van een traject van mislukkingen. En is er een vondst die een eind maakt aan elk zoeken? Ik hoop het niet.

"die continuiteit is onderdeel van de scheppingsdaad zelf" --> snap ik niet. Natuurlijk wordt er een continuïteit verondersteld, of zelfs vastgesteld. Maar als die continuïteit perfect zou zijn -- "ik = rabarber" --, waarom zou er dan nog wat worden opgeschreven? Objecten en voedsel en kamers schrijven niet.

P.S. De typfout (?) "moeglijk" (mogelijk/moeilijk) moet bredere ingang vinden. (Q: "Gaat het goed?", A: "Moeglijk.")

# re: Stottert Stein?

6/25/2006 2:39 AM by Samuel Vriezen
Tragiek lijkt me niet per se treurig, negatief misschien in zoverre dat het minstens te maken heeft met een dubbele blik op de dingen b.v. hoe ze zijn vs. hoe ze eigenlijk zouden moeten zijn, en dat die twee dan botsen. Op zulk soort dubbelzinnigheden kom ik bij mijn Stein-lezen zelden uit. Inderdaad omdat ik bij haar vooral het maken van (jaja, The Making Of) een tekst lees.

Wat ik met die scheppingsdaad en zo bedoelde: de continuiteit tussen de dingen en de teksten is iets wat eigenlijk alleen relevant is tijdens het schrijven. Stein zit een stuk taart en schrijft dan een tekst die door dat stuk taart wordt opgeroepen. Is dan voor de lezer dat stuk taart nog relevant? Ik heb het nooit zo opgevat. Ik heb altijd de tekst gelezen als "Wat Stein dacht bij een taart", dan geprobeerd zo veel mogelijk mee te krijgen van de soorten ritmes en denkbewegingen die ze uitvoert, en die taart daarbij ter kennisgeving aangenomen. Zeker bij die taarten. Bij Picasso voel ik b.v. wel ongeveer aan waarom ze over Napoleon begint. Fantastischer nog dan die taarten enz. vond ik An acquaintance with description, waar ik morgen nog eens wat over moet schrijven denk ik zo.

# re: Stottert Stein?

6/25/2006 3:25 PM by renee
Ja, doe dat, Samuel: meer schrijven over An aquaintance with description. dat is wel heel interessant wat je zegt: dat het erom gaat wat Stein dacht bij die taart en niet om de taart zelf. Dan zijn we ook weer terug bij wat je zei over de representatie. Terug op de hoofdweg. Maar over de zijweggetjes wil ik nog even zeggen dat ik dat wel erg verhelderend vind van Jeroen om het mislukken te zien als het voorkomen (weerhouden) van de productie van het Niets. En om mislukken en vinden te vergelijken met vragen en antwoorden. En is het tragisch bewustzijn bij Nietzsche niet een affirmatie van de verschrikkelijke werkelijkheid, dus een positieve bevestiging van iets wat gewoonlijk negatief wordt genoemd? Maar misschien zou je die tegenstelling inderdaad toch beter zo lang mogelijk moeten "opschorten".
Zodat je op die manier ook waakt voor het fetisjeren van het Niets of de stilte of wat me net zo belangrijk lijkt voor de fetisjering van het tegendeel, het anti-niet. Maar vertel hoe dat zit met dat achterwaartse Niets van Stein. Dat klinkt wel vrolijk.

# re: Stottert Stein?

6/25/2006 5:04 PM by Samuel Vriezen
Eh, Stein & nietS... om nog een moeglijk zijpad in te slaan... misschien bestaat bij mensen als Stein en Cage de neiging om van niets iets te maken? Niet een niets waarvoor je al die moeite blijkt te hebben gedaan (Beckett's "Texts for nothing") maar een niets waar je bovenop kunt zitten en beginnen (Cage's "Lecture on nothing"), beginnen met niets doen, en niets doen is b.v. naar de maan kijken. Stein in gesprek met Charlie Chaplin:

"We talked a little about the Four Saints and what my idea had been, I said that what was most exciting was when nothing was happening, I said that saints should naturally do nothing if you were a saint that was enough and a saint existing was everything, if you made them do anything then there was nothiing to it they were just like any one so I wanted to write a drama where no one did anything where there was no action and I had and it was the Four Saints and it was exciting, he said yes he could understand that, I said the films would become like the newspapers just a daily habit and not at all exciting or interesting, after all the business of an artist is to be really exciting and he is only exciting, when nothing is happening, if anything happens then it is like any other one, after all Hamlet Shakespeare's most interesting play has really nothing happening except that they live and die but it is not that that is interesting and I said I was sure that it is true that an interesting ting is when there is nothing happening, I said that the moon excited dogs because it did nothing, lights coming and going do not excite them and now that they have seen so many of them the poor things can no longer see the moon and so no lights can excite them [...]"

Ik heb de neiging om een positief niets van een negatief niets te onderscheiden, en vervloekt die terminologie want ik vind het drie keer niks maar voorlopig het er maar bij houden dan, anyway - vergelijk ook het verschil tussen de opvatting van Rutger en van mij bij de ontwikkeling van de poezie van Dix.

Dat "nothing' bij Stein is vooral een niet-wijzigen van de toestand, denk ik. Iets anders ook dan de stilte of de gaten tussen de woorden waar Jeroen het over had. Ik geloof ook niet dat Stein zo geinteresseerd was in die gaten tussen de woorden. Punten en komma's zet ze bijna bij wijze van compromis:

"When I first began writing, I felt that writing should go on, I still do feel that it shold go on but when I first began writing I was completely possessed by the necessity that writing should go on and if writing should go on what had colons and semi-colons to do with it, what had commas to do with it, what had periods to do with it what had small letters and capitals to do with it to do with writing going on which was at that time the most profound need I had in connection with writing. What had colons and semi-colons to do with it what had commas to do with it what had periods to do with it.

What had periods to do with it. Inevitably no matter how completely I had to have writing go on, physically one had to again and again stop sometime and if one had to again and again stop some time then periods had to exist. Beside I had always liked the look of periods and I liked what they did. Stopping sometime did not really keep one from going on, it was nothing that interfered, it was only something that happened, and as it happened as a perfectly natural happening, I did believe in periods and i used them. [...]"

Dit suggereert weinig belangstelling van Stein voor die 'sprakeloosheid die zich tussen onze woorden voegt' - tenzij je op een of andere manier de 'need' for 'writing going on' zelf tot een dergelijke stilte rekent.

# re: Stottert Stein?

6/26/2006 10:13 AM by renee
Ja, dat is het misschien wel: stilte, of de onderbreking, als noodzaak voor het voortgaan van het schrijven, als de voorwaarde. De onderbreking zelfs als een fysieke noodzaak. En nu begrijp ik ook nietS. He,he. Wat een goed citaat weer.

# re: Stottert Stein?

7/7/2006 10:49 AM by sarah posman
Beste Samuel, Jeroen, Renee en Dirk

Hier een late Steinbijdrage aan jullie boeiende discussie. Op de openingsvraag antwoord ik natuurlijk positief. Stein stottert - niet uit faalangst of uit moeilijkheid met de taal maar uit verzet tegen de oude taal(kunst). Dat er in de tijd van Chaucer poëzie werd gemaakt aan de hand van de connectie woord en ding vindt Stein geoorloofd omdat die link toen nog jong en fris was. In haar ‘nu’, echter, meent ze dat er een geurtje is aan dat verband. Daarom maakt ze portretten - en ze beschrijft Tender Buttons zelf als ‘portraits of rooms and foods and everything’ - waar het wel degelijk om representatie gaat zij het niet om een conventionele vorm maar een nieuwe, een moderne .
Volgens Wendy Steiner maakt Stein het niet van de ene dag op de andere nieuw: haar portretdenken legt een lange weg af. In haar vroege werk houdt ze zich bezig met typologieën. In The Making of Americans vind je bijvoorbeeld:

‘There are then two kinds of women, those who have dependent independence in them, those who have in them independent dependence inside them; the ones of the first of them always somehow own the ones they need to love them, the second kind of them have it in them to love only those who need them such of them have it in them to have power in them over others only when these others have begun already a little to love them, others loving them give to such of them strength in domination. There are then these two ways of loving there are these two ways of being when women have loving in them, as a bottom nature to them…’

Stein is van plan elke persoon zijn type toe te wijzen, dat type uitvoerig te beschrijven en de relaties tussen de types in kaart te brengen. Ze wil hiermee ‘the meaning of the being’ in mannen en vrouwen doorgronden. Pas in de periode dat ze The Making of Americans aan het afronden is, komt ze tot het inzicht dat ‘description is really unending’. Volgens Steiner maakt Stein hier de overstap van William James’ ‘knowledge about’ kennis naar zijn ‘acquaintance’ kennis. De eerste focust op een ding in zijn relaties met andere terwijl de tweede de relaties negeert en enkel oog heeft voor ‘the bare impression which it makes’. Die ontwikkeling in Steins poëtica is terug te vinden in haar onderscheid tussen identity en entity:

‘The thing one gradually comes to find out is that one has no identity that is when one is in the act of doing anything. Identity is recognition, you know who you are because you and others remember anything but essentially you are not that when you are doing anything’

Stein legt zich niet meer toe op de plaats van haar onderwerp in een totaliteit maar op ‘the state of being in action, the movement of the moment without concern for past or future’. Bij het portret van George Hugnet geeft ze dan ook de volgende verklaring:

‘It really does not make any difference who Georges Hugnet was or what he did or what I said, all that was necessary was that there was something completely contained within itself and being contained within itself was moving, not moving in relation to anything not moving in relation to itself but just moving.’

Beschrijving wordt aan de kant geschoven en een tekstobject komt in de plaats – een tekst die door zelf onafhankelijk en uniek te zijn beoogt op een directe manier de onafhankelijkheid en uniciteit van het onderwerp weer te geven. Of beter Steins perceptie ervan want meer nog dan de eenheid van het onderwerp, beklemtoont Stein dat we waarnemen op een ‘uniformerende’ manier. Sprekend in deze context is haar cinema metafoor: ‘I was doing what the cinema was doing, I was making a continuous succession of the statement of what that person was until I had not many things but one’. Precisie en uniciteit mogen echter niet leiden tot stasis: moving blijft essentieel.
Stein wil haar taalding doen bestaan in de wereld. Ze ‘herschept’ inderdaad in taal maar dit is geen bescheiden of gemakkelijk project. Ze streeft precisie na maar doet dit dus op een manier die de traditionele representatie (even) terzijde schuift.

‘A sentence should not refer make it a reference to hyacinths or bulls or their kind or equivalent it should refer to beauty and decision it should also have contentment it should never think it should never think of letting well enough alone.’

Dit mag dan een stotteren heten omdat het onderwerp niet herkenbaar wordt gemaakt zoals we dat in portretten verwachten. Stein ‘mislukt’ dus als traditionele portrettist. Ze brengt ons denken over taal en de wereld in de war. En net als bij Deleuze is dit mislukken bij Stein een erg affirmatieve bezigheid. Voor beiden haken het destabiliseren van de conventionele kunst- en taalopvatting en het affirmerend bestuderen van de taalchaos in elkaar. Zo worden voor Stein de saaie ‘nouns’ die zonder omwegen lijken te benoemen pas interessant als ze inziet dat ook zij kunnen mislukken, kunnen worden ‘misbruikt’, of, ambiguïteit kunnen creëren. De (vaak geciteerde) zin uit Tender Buttons ‘The difference is spreading’ geeft dit mooi aan. En ik denk dat Steins persisteren in die spreading difference de taal (voor de lezer althans) ook naar een limiet, naar een stilte kan brengen – een door exces dan. Maar daar ben ik eigenlijk nog niet helemaal uit.

# re: Stottert Stein?

7/8/2006 12:30 AM by Samuel Vriezen
Ha Sarah, welkom en veel dank voor je bijdrage aan de discussie!

Het schijnt mij toe dat jouw affirmatieve antwoord op de vraag of Stein stottert samenhangt met een historiserende lezing van haar werk. Haar stotteren is haar mislukken als *traditionele* portrettist. Zeggen "Stein stottert" betekent in feite: ik lees Stein tegen de achtergrond van de geschiedenis van de beschrijving in de literatuur. Dat ik de vraag stelde komt misschien doordat ik zelf die neiging om historisch te lezen niet zo sterk heb (behalve waar ik Stein zelf lees over de geschiedenis van haar schrijven).

Ik merk dat ik met het woord 'representatie' enige moeite blijf houden, zeker als het gaat om werk dat geen verleden of toekomst wil hebben en de tijd zo ongeveer opzegt ten faveure van de beweging. Je krijgt dan iets als permanent heden, en van het woord 'representatie' klinkt het 'present'-deel mij zeker adequaat in de oren - het is meer dat 're' dat ik in de context van Stein's uiteindelijke portretkunst lastig te plaatsen vind. Er zit ook iets onherhaalbaars in (maar niet iets onhaalbaars?), vandaar ook haar weerstand tegen het corrigeren van de tekst.

Wat het mislukken aangaat: heeft het zin twee kanten van het mislukken te onderscheiden? Het mislukken in de zin van "niet kunnen bereiken wat je zou willen" - een mislukken als onvrede met de taal die weer kan aanzetten tot een nieuwe stijl. Dat is de zin waarin Stein mislukt als traditioneel portrettist. En er is ook een (niet helemaal van het eerste losstaand) mislukken dat in de taal plaatsvindt en dat Stein kan gebruiken als de motor voor haar teksten, dat is het mislukken waar volgens Stein met name voorzetsels zo geschikt voor zijn. Een mislukken dat voor haar min of meer hanteerbaar wordt, waarover ze behoorlijk concreet kan theoretiseren ook, en dat mislukken wordt dan uiteindelijk een technisch repertoire-element.

# De richting van de vergissing

7/8/2006 2:04 AM by Vriezen Vindt...

# De richting van de vergissing

7/8/2006 2:06 AM by Vriezen Vindt...

# re: Stottert Stein?

7/8/2006 3:22 PM by Rutger H. Cornets de Groot
Je zou kunnen zeggen dat Steins mislukken heuristische waarde heeft, - maar geldt dat niet voor elk schrijven? Wie ooit heeft gemerkt dat de wereld níet op zijn plaats viel na het uitspreken van de formule 'hocus pocus pas' weet dat. Mijn ervaring van die lange voortzetselteksten van Stein is er een van eindeloze verveling; alleen voorgedragen zou ik het dragelijk kunnen vinden, dus als muzikale ervaring. Dat heeft er mee te maken dat de tekst zichzelf voortzet; het vindt in de taal plaats, zoals Samuel zegt, zonder verwijzende functie - of beter gezegd: wat verwezen wordt is de verwijzende of projecterende functie zelf, het voorzetsel in dit geval. Dat maakt mij ongelofelijk moedeloos. Net als bij die heen-en-weer-machine vraag ik me hier af waarom de taal toch zo nodig aan zichzelf moet worden overgelaten. Je kunt de continuïteit ook op andere manieren waarborgen: reekspoëzie is daar een voorbeeld van (Dix, maar ook Verwey en Vestdijk met hun antithetische methode).

Wat gaten tussen de woorden betreft: dat zijn voor mijn gevoel niet de leestekens en andere syntagmatische functies (zoals voortzetsels) maar juist de paradigmatische of geprojecteerde woorden, naamwoorden veelal. Ik begrijp dat het van belang is om die naamwoorden stevig in de hand te houden; ik zou niet durven zeggen dat 'een goed woord steeds een goede plaats vindt' zoals Lucebert zegt, al begrijp ik dat hij voldoende vertrouwen in zichzelf heeft om dat wel te doen. Maar dat is wat anders dan ze nagenoeg volledig de pas af te snijden, zoals Stein doet. Het moet duidelijk zijn dat er ALTIJD iets wordt verwezen zodra je taal gebruikt. Wie dat niet ziet, gaat vanzelf geloven in zoiets onmogelijks als 'autonome poëzie' en de aankleve van de close reading daarvan, waarbij auteur en lezer buiten spel worden gezet.

In aansluiting daarop nog over identiteit: ik zou niet willen zeggen dat zoiets niet bestaat, zoals Stein beweert, maar wel dat het tot de paradigmatische kant van de taal behoort, en dus afhankelijk is van de syntagmatische setting. Marinetti, de voorman van het futurisme, stond een poëzie voor zonder grammaticale beperkingen, waardoor zelfstandige naamwoorden zich eindeloos aaneen konden rijgen: een andere manier om continuïteit te bereiken. Maar juist doordat ze aan zichzelf werden overgelaten konden ze voorwerp van manipulatie worden (wat Marinetti als propagandaminister van Mussolini natuurlijk ook beoogde). Identiteiten worden gemakkelijk uit- en inwisselbaar, en het volk krijgt het voor het zeggen: de taal staat immers voor alles en iedereen open. Daartegenover Steins voorzetselproza, die geen enkele identiteit toestaat, maar eenieder dan ook het zwijgen oplegt: alleen de taal zelf spreekt nog, en de mens wordt gereduceerd tot een operator in dienst van een taalmachine. Beide posities brengen wat mij betreft grote risico's met zich mee.

Beetje onsamenhangend, althans slecht gecomponeerd verhaal, maar met een beetje heen en weer lezen wel te volgen hoop ik.

# re: Stottert Stein?

7/8/2006 10:12 PM by Xavier Roelens
@Rutger: Het woord "voortzetsels" vat Steins beweging mooi samen, inderdaad.

x

# re: Stottert Stein?

7/10/2006 12:34 AM by Rutger H. Cornets de Groot
Xavier,
Heel alert van je! Ik had het woord niet bewust zo geschreven, maar dit is wel een voorbeeld van een fout met heuristische waarde!

# re: Stottert Stein?

7/12/2006 9:59 PM by Renee
Samuel, ik begrijp niet hoe je beweging kunt denken zonder het verloop van tijd, dus zonder verleden en toekomst. Of wil je dat niet? Gaat het er enkel om dat er beweging is zonder "concern for" toekomst of verleden.Als jij of Stein het over een continu heden hebben, hoe denk je dat dan? Wil je daar nog verder op in gaan? Ik begrijp ook niet wat je met die onherhaalbaarheid bedoelt. Want Stein herhaalt toch juist heel vaak woorden of stukken zin? Herhaling met een verschil omdat er tussen de herhalingen iets is gebeurd.
Sarah, dank voor je interessante bijdrage. Peins er nog over, vooral over jouw opmerkingen over representatie. Voel ook voor Samuels oplossing om het re- weg te laten omdat er in het schrijven iets nieuws tot stand komt. Maar in het citaat van Stein dat je geeft, staat dat de zin niet zou moeten verwijzen naar hyacinthen of stieren maar naar schoonheid of "decision". Zouden we hier ook niet weer een ander woord moeten gebruiken dan presentatie of representatie?

# re: Stottert Stein?

7/13/2006 1:28 AM by Samuel Vriezen
Renee, eh, beweging kun je denken zonder tijdsverloop - wiskundig kan dat in elk geval heel goed, bij wat differentieren heet. Dan bekijk je de ontwikkeling in een of ander proces op steeds kleinere tijdsintervalletjes, en die tijdsintervalletjes kun je naar nul laten naderen. In de limiet krijg je dan een soort maat voor absolute beweging. Een beetje zoals de pijl van Zeno die op elk moment in de tijd stilstaat - waar Zeno uit concludeert dat beweging illusie is, terwijl je met deze differentiaalcalculus (wiskunde B stof op de middelbare school) daar best mee uit de voeten kunt, zo'n pijl die op elk moment van duur nul toch beweegt.

Dit gegeven nu alleen nog even spijkerhard en waterdicht op Stein afbeelden.

De onherhaalbaarheid zit in het geheel. Ja, herhaling is deel van het proces, maar zoals ik al zei in het nieuwere postje: probeer maar eens een paar van die alineas over te schrijven en dan te corrigeren! Een nachtmerrie!

# re: Stottert Stein?

7/13/2006 9:17 PM by renee
Dank voor de uitleg, Samuel. Ik vermoedde al dat er zoiets moeilijks (voor mij) aan ten grondslag lag. Snappen doe ik het niet maar aannemen nu wel.

# re: Stottert Stein?

7/14/2006 11:21 PM by Rutger H. Cornets de Groot
Ik heb geen verstand van differentiaalrekening, maar zie wel dat beweging niet in tijd hoeft te worden uitgedrukt, al doen we dat meestal wel. Hoe ver is het naar het station? Niet: een kilometer, maar tien minuten lopen. Omgekeerd zou je de tijd in termen van ruimte uit kunnen drukken: ik heb hem tien miljoen kilometer geleden voor het laatst gezien; mijn jeugd: lichtjaren her - de laatste dan niet in overdrachtelijke zin.

# re: Stottert Stein?

7/15/2006 3:13 PM by Samuel Vriezen
Ik ging hierop een antwoord schrijven, maar dat breidde zich teveel uit, en toen is het een nieuwe post geworden.

# Snelheid in tekst

7/15/2006 3:28 PM by Vriezen Vindt...

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: