Mijn eigen woorden, uit de comments van de vorige post:
Maar er is nog steeds een permanente behoefte aan de andere blik. Die andere blik hoeft niet een ongeprecedenteerde blik te zijn: het is al heel wat als het een blik is die serieus afwijkt van, zeg, de dagelijkse verkrachtingen van de taal in het politieke bedrijf.
Ton van 't Hof, in reactie daarop:
Dat is méér dan zomaar een losse opmerking: dat is een standpunt. Ik zou daar een stelling tegenover willen zetten: Vanuit een traditionele visie dat taal betrouwbaar naar de werkelijkheid zou moeten verwijzen, hollen politici de taal inderdaad uit. Maar vanuit een ander, wellicht ook poëtisch opzicht bezien, laden politici de taal eveneens op met nieuwe betekenissen/connotaties/mystificaties/taalvormen. Politici naast bedriegers ook als avant-garde?
Kyle Gann, in een
tirade tegen het oprukkende
academicisme in de
electronische muziek:
Whatever happened to the concept of artist as a magician with a suspicious bag of tricks? Art is about appearances, not reality, so who cares if you cheat? Our society is truly upside down. Our politicians and CEOs, whom one could wish to keep honest, dazzle us with virtuoso sleight-of-hand, while our musicians, who are supposed to entertain us, meticulously account for every waveform. It’s completely bass-ackwards.
Wie weet er nog wat leuke citaten bij?