Doolhof 4-7-2011
Vanochtend, al haastend met de hond naar binnen, steekt hij zijn hoofd om de deur en zegt; “loop nog maar even door, we hoeven er voorlopig niet heen hoor..” Ik schrik en vraag me af wat nu weer aan de hand is. De afspraak waar wij ons voor haastten omdat we ons een uur vergist hadden, bleek na een telefoontje (omdat wij zo vriendelijk wilden zijn te laten weten dat we misschien iets later kwamen) niet meer te bestaan.
Vorige week dinsdag, toen hij na een paar uur, waarin ik in spanning heb zitten afwachten, weer terug kwam op zijn kamer, gaf hij direct al aan nog dezelfde pijn te voelen als voor de operatie. Niet waar je op hoopt. Bij inspectie van de wond werd ik overvallen door paniek. Ze hebben hem mismaakt, zo’n grote wond, nog steeds pijn, waar is dit hele gedoe eigenlijk goed voor?! De zuster komt even kijken en zegt dat ze het wel begrijpt, dat ik een beetje geschrokken ben, waarna ze gauw weer verdwijnt. Weer een paar uur later kwam eindelijk de chirurg kijken. Aan beide kanten van de drain zijn ontstoken gebieden gevonden en uitgekrabd. Afwachten. A.F.W.A.C.H.T.E.N. Zo vaak geprobeerd, ik geef de hoop op dat we er goed in worden. Er wordt een vervolgafspraak gemaakt, op 1 augustus. Dat duurt nog meer dan een maand! Daar gaan we niet op wachten, heb je die wond gezien! Er staat nog een afspraak voor 4 juli, dan laten we die wel staan, meer uit medelijden dat uit noodzaak geloof ik. Gewoon spoelen, dan komt het vanzelf in orde. Helaas doet hij dat al een jaar en de hoop dat het vanzelf wel in orde komt is voorgoed vervlogen.
En dan dus dat telefoontje vanochtend, dat de afspraak niet bestaat. Hij staat nog wel op de afsprakenkaart, dus waarom is hij verwijderd? De mevrouw aan de telefoon kan het ons niet vertellen, ze belt terug met de mededeling dat de arts het niet nodig vind om er naar te kijken, 1 augustus is vroeg genoeg, de wond heelt wel. Maar de pijn niet, er wordt niet geluisterd naar de alarmbellen en signalen dat deze operatie alweer niets heeft uitgehaald en dat er misschien wel verder gekeken moet worden. Moedeloos worden we er van. De frustratie in onze woonkamer is bijna tastbaar en de radeloosheid drukt het laatste beetje rust weg uit ons huis. Je ziet niets, maar de lucht zit vol met alles wat we niet kunnen gebruiken. Een telefoontje naar de klachtenfunctionaris loopt uit op niets. Er wordt aangedrongen op een gesprek tussen de klachtenfunctionaris, de chirurg en ons, om alles weer enigszins recht te trekken. Na de zomer, dat dan weer wel. Op internet vinden we een telefoonnummer van een organisatie voor zorgbelang, die misschien wel kunnen helpen, maar ook zij kunnen op dit moment niets doen. Ze geven wel advies bij het indienen van klachten. Vanmiddag maar eens kijken hoe we dat het slimst aanpakken.
Dan de huisarts maar bellen. Om half 2 hebben we een afspraak bij de vervanger van de huisarts. Ze is flink op zoek naar problemen, je ziet dat ze het leuk vind om daar naar op zoek te gaan. De wond wordt gecontroleerd, maar verder kan ze niets voor ons doen, want het is geen acuut medisch probleem. Hij is niet ernstig ziek met koorts en overgeven, heeft geen dusdanige pijn dat hij niets meer kan. Weer komt het neer op afwachten.
En nu is het klaar. Waar is degene die voor ons belang opkomt? Die er voor zorgt dat er geluisterd word naar het probleem in plaats van naar de planning van artsen? Iemand die dat stomme ziekenhuis verteld dat ze zo niet met mensen omgaan? Dat we geen jojo’s zijn en dat we moeten weten waar we aan toe zijn? Dat ze moeten communiceren en informeren? Dat mensen het niet volhouden als er zo met ze wordt omgegaan? Dat ze dan geen normaal leven meer kunnen leiden? Dan moet je bij de klachtenfunctionaris zijn. Jammer alleen dat de klachtenfunctionaris goed kan luisteren, maar zelf ook geen reet te vertellen heeft in die logge instantie die ziekenhuis heet. Een groot doolhof is het, waar niemand de weg weet, zelfs degene die jou de weg moet wijzen, heeft geen idee achter welke afslag de juiste weg ligt. En ondertussen blijf je verdwalen.
Doodziek moet je zijn, een ernstige ziekte hebben, dan zijn er mensen die je willen begeleiden, specialisten die je kunt bezoeken en lotgenoten waar je mee kunt praten. Maar nu niet, pijn, abces, onschuldig. Wat nou onschuldig. Niet ziek genoeg om zielig te zijn, maar ziek genoeg om je leven te moeten laten afhangen van artsen, die niet genoeg hun best doen om je probleem onder ogen te zien en er wat aan te doen. Niet ziek genoeg om mensen op bezoek te krijgen, maar de deur niet uitkunnen om te ontsnappen aan de muren van de woonkamer, aan de moedeloosheid en frustratie die je leven beheersen. Wij willen vooruit, niet stilstaan, maar weer een leven voor ons hebben, waarin we dingen kunnen ondernemen zonder pijn, voelen dat we leven, weer een beetje lachen!
Nee, geen acute medische noodzaak, geen zaak van leven en dood, maar wel een zaak van een leven dat stil staat, bevroren is. Wie helpt ons? Wie helpt ons om deze zomer een klein beetje te ontdooien…