Hoe obscuur kan een reputatie zijn, wanneer je in de het midden van de veertiger jaren van de vorige eeuw even opduikt op podia en hitlijsten, vervolgens meer dan twintig jaar uit de openbaarheid verdwijnt om vervolgens respectievelijk in de zeventiger en tachtiger jaren opnieuw een comeback te maken. En dan die bijnaam: 'The Hipster'.

Toen Harry Raab op 27 juni 1915 in de Bronx, New York werd geboren, waren er geen tekenen die er op wezen dat dezelfde Harry als Harry 'The Hipster' Gibson dertig jaar later van de radio zou worden verbannen. Hij begon op vroege leeftijd piano te spelen in de Bronx en in Harlem en kwam daarbij in de ban van de boogie woogie. Tijdens de drooglegging kende hij al snel de nummers van zijn favoriete jazzpianisten. De blanke teenager werd uitgenodigd om in zwarte speakeasies en andere dubieuze kroegen te komen spelen. Zijn accent was overtuigend en echt South Bronx. Tijdens de dertiger jaren speelde hij regelmatig in de nachtclubs van Harlem. In 1939 zag Fats Waller hem spelen. Omdat Harry veel Fats Waller nummers op zijn repertoire had, engageerde Waller hem als pauzepianist op Swing Street. Voor die tijd stond hij als Harry Raab op de affiches, 'Gibson' leende hij van een ginfles. Maar hij vond dat hij ook nog een bijnaam nodig had. 'Talking jive' betekende dat jazzmusici en andere artiesten in de omgang een taaltje met eigen termen hanteerden. Toentertijd raakten termen als 'hep' en 'hepcat' bij de musici uit de mode, omdat teveel 'squares' zich van deze termen bedienden. 'Hep' werd 'hip' en dienovereenkomstig Harry benoemde zichzelf tot 'hipster'. Met een 'Gather 'round, all you hipsters,'richtte hij zich tot zijn publiek. De naam 'Harry The Hipster kreeg definitief zijn beslag, nadat hij in de vroege veertiger jaren de song 'Handsome Harry, The Hipster 'had geschreven en deze in 1944 aan het geduldige schellak toevertrouwde. Van 1939 tot en 1945 werkte hij fulltime op Swingstreet, tussen de 5e en de 7e Avenue, een buurt die bekend stond als 'The Apple'. Tegelijkertijd studeerde hij op Juillard, de prestigieuze hogeschool voor muziek. In 1944 nam hij Boogie Woogie in Blue, een platenalbum van 4 platen met 8 nummers op. Dit platenalbum verschafte hem de nodige publiciteit en een uitnodiging om naar Hollywood te komen. Aldaar nam hij in 1946 vier nummers op voor het Musicraft label, inclusief zijn beruchte nummer over de Murphy familie, Who Put The Benzedrine In Mrs. Murphy's Ovaltine?
In hetzelfde jaar trad hij op in de film Junior Prom en in een toneelstuk met Mae West. In 1947 verdween hij van het aardoppervlak, tot hij in de tachtiger jaren opdook als leider van een rock and rollband die ofwel'The Rock Boogie Blues Jammers ofwel The Bop Boogie Blues Jammers heette. Ook toen noemde Harry zichzelf nog steeds 'The Hipster'. Het blijft een raadsel wat hij tussen 1947 en 1980 uitvoerde. Er gaan geruchten dat hij in de veertiger jaren een gevangenisstraf uitzat in verband met drugshandel en gebruik. In de vijftiger jaren was zijn stijl passé en in de zestiger en zeventiger jaren was hij waarschijnlijk taxichauffeur. Zijn rentree was die van een witharige excentriekeling met een rauw stemgeluid die hard rock, boogie en ragtime speelde in bands met medemusici die veertig jaar jonger waren. In 1991 verwisselde hij het tijdige voor het eeuwige, de man die met zijn wilde zang en pianospel twintig jaar vóór Jerry Lee Lewis en Elvis als eerste rock and roller zijn !
tijdgenoten verblufte.
Hij beheerste boogie woogie, Dixieland, bop, blues, klassieke muziek, ragtime, stride en Bach. Hij zong over onderwerpen die in de jaren dertig en veertiger in musicals en anderzijds beslist niet comme il faut waren, zoals drugs, overspel, zuipen, moord en dolgedraaide gekken. Het leverde hem verbanning bij de radiostations op, iets wat zijn bekendheid geen goed deed. Al zijn opnamen zijn eigen composities, die op zijn zachts gezegd in tekstueel opzicht ongebruikelijk zijn. Twee elpees in 1989 voor Delmark Records, Chicago zijn verzamelobjecten onder fans geworden. Filmpjes uit de veertiger jaren laten een blonde man zien die met lichtelijk spastische lichaamsbewegingen en gelaatstrekken in knullige decors zijn nummers neerzet met directheid en aplomb. Kijk daarna eens op you tube naar oude filmpjes van Jerry Lee Lewis en je weet waar deze rocker de mosterd haalde.
C.P. Vincentius
www.cpvincentius.nl