Er wordt heel wat afgepraat in de media. Zo zijn er op zondag twee praatprogramma's: een met vaak stevige discussie, Buitenhof. Confronterende opinies worden er beschaafd tegenover elkaar gezet. Heel anders is op de klassieke muziekzender het programma Diskotabel, waar muziek-opnames worden besproken. Iedere musicus zijn vrijheid en verschillende interpretaties mag dus! Er wordt er af en toe wel eens een afgekraakt, maar in het algemeen worden alleen de verschillen belicht.
Zo gaat ook onze cursus over de Basisverhalen van Bijbel en Koran. We zien daar dat de verhalen steeds weer andere vormen aannemen en onderwerp worden van een doorgaande verteltraditie. Die kan soms best pittig zijn.
Een cursist protesteert tegen het woord 'bastard' dat gebruikt wordt door Salman Rushdie voor Abraham die zijn zoon Ismaël met haar moeder Hagar wegstuurd. Hij heeft het bijbelverhaal goed gelezen en ook Gen. 21 waar Sara de schuld krijgt en de slaving-met-zoon weg wil sturen. Abraham wilde het eerste niet doen, maar krijgt dan in een droom van God bevel om Sara's wil uit te voeren. De vrouw dus weer de schuld?
Ook vrome moslims ergeren zich over deze harde opmerking van Salman Rushdie, maar helemaal onbegrijpelijk is die niet: hoe vaak hebben allerlei figuren Gods woord niet misbruikt om apert foute dingen te doen? Ook is er het latere verhaal (dat in Talmoed én islamitische traditie bewaard is gebleven) dat Abraham bij een bezoek aan Hagar-Ismaël niet van zijn kameel af mocht van Sara, bang dat hij opnieuw iets zou beginnen met Hagar. Daar verwijst in het grote moskeecomplex van Mekka nog de maqam Ibrahim naar.
Hebben de moslims de Abraham-verhalen niet begrepen en zijn zij aan het vervalsen geslaan? Dat lijkt me erg eenzijdig gekeken naar die verhalen: zij hebben hun eigen recht om de verhalen ook weer verder te ontplooien en bovendien hebben zij dat gedaan in nauwe aansluiting met de latere christelijke en vooral joodse traditie!
Samen met mijn vrouw heb ik een lang weekend in Trier doorgebracht. De stad is nu een van de culturele hoofdsteden van Europa (samen met Cibiu in Roemenië). Overal straalt de trots je toe van de oudste stad van Duitsland, het centrum van het West-Romeinse Rijk (zij het slechts een 50 jaar: na de dood van de grote Constantijn). In die periode werden grote bouwwerken neergezet die ook voor ons nu nog imposant overkomen: de stadpoort Porta Nigra, de termen, de romeinse brug en de basilika, keizerlijke ontvangsthal met muren van 2.5 meter dik.
Er waren maar liefst drie tentoonstellingen gewijd aan de tijd van de grote Constantijn, de eerste keizer die het christendom als religie toeliet, erkende en vooral via zijn moeder ook bevorderde. Dat ging niet allemaal even gemakkelijk: wij hadden bijzondere belangstelling voor de heilige bisschop Paulinus (kleine Paulus). Die was een voorstander van Athanasius, de overwinnaar op het concilie van Nicea (325). Maar keizer Constantius II van rond 350 in Trier was nu juist op de hand van Arius en zodoende is Paulinus verbannen naar het oosten van het rijk, in Phrygië, ergens in Oost-Turkije dus, waar hij stierf in 356.
Een van de meest indrukwekkende beelden van die drie tentoonstellngen waren vroeg-christelijke sarcofagen. Dus echt mooie romeinse grafmonumenten, maar wel met christelijke afbeeldingen. Jona komt er veel voor. Zoals Jona uit de walvis werd gered zou ook de christen uit de dood gered moeten worden. Zo werd ook Noah afgebeeld. Hij uit de zondvloed gered, wij uit de wateren des doods. Het Exodus-thema van Mozes komt ook zo voor: uit de Rode Zee des doods, mogen wij ook gered worden.
Dat is een heel andere herneming van het thema dan in de improperiën of klaagliederen op het kruis, waar Jezus in de mond wordt gelegd: Ik heb U uit Egyptye geleid en Farao in de Rode Zee gedompeld: en gij, gij hebt mij overgeleverd aan de opperpriesters... Of 'Ik ben voor u uitgegaan in een wolkkolom; en gij, gij hebt mij geleid naar het rechthuis van Pilatus'. Hier worden die bijbelse verhalen allemaal gelezen in het perspectief van Jezus' vernedering en lijden. Wisseling van de wacht.
Een andere wisseling van perspectief vinden we in de verhalen van de Koran: bij ellende, problemen en tegenslag in het leven van de grote bijbelse figuren gaat het dan vaak om tijdelijke terugval. Noah had wel de lachers en cynicic tegen zich, maar toen het grote water begon te stromen kregen zij de rekening en werd hij gered. Mozes ontmoette een farao die zich een god achtte en niets liever deed dan opscheppen over de eigen macht, maar uiteindelijk ging de echte gelovige levens en al de zee over en ging hij ten onder.