De weblog van Paule Maas en Karel Steenbrink

Najaar 2007: Bijbel en Koran in acht verhalen

My Links

Blog Stats

Archives

Post Categories

Image Galleries

Sunday, November 25, 2007 #

Bezoek aan moskee Ridderkerk, 29 november, vanaf 20.00

In Ridderkerk woont Syeikh Ahmad Dede Pattisahusiwa, die op donderdagavond een meditatie leidt van de Maulana Orde, de soefi-beweging gesticht door Djalaloeddin Roemi in de 13e eeuw. Belangrijke oefening daarbij is het ronddraaiend dansen. Ded avond begint vanwege de wintertijd om 20.00 uur met het rituele avondgebed en zal doorlopen tot ca 23.30. Adres: Moskee Baiturrahman aan de Bachstraat in Ridderkerk-Slikkerveer (verder even zelf opzoeken!)[p] Er is een website: http://www.haqqani-mevlevi.nl/Sheich%20Ahmad%20NL/sh-Ahmad_NL.htm

posted @ 3:52 PM | Feedback (102)

Thursday, November 15, 2007 #

Iedere dag een (inter)religieuze conferentie? Over Faith en Belief...

Voor de agenda van (inter)religieuze conferenties is zeer behulpzaam de website http://www.interreligieuze-werkplaats.nl/portal/index.phtml?p=Home[p] Of gewoon even Google Interreligieuze Werkplaats opzoeken.[p] Dan nog over het verschil tussen Faith en Belief: Faith is personal, terwijl Belief juist verwijst naar de institutionele en algemene vorm ervan. Tenminste in het taalgebruik van Wilfred Cantwell Smith. De reader (die afgelopen zomer in zes dagen snel in elkaar gezet moest worden, kijk maar naar de vele typefouten) was dus fout en bij het college was het volgens het taalgebruik van WC Smith. Hartelijk groet, Karel Steenbrink

posted @ 7:15 PM | Feedback (58)

23 en 29 November: conferentie en fieldtrip

22 en 23 November houdt de Gulen-beweging een Conferentie in Rotterdam aan de Erasmus-universiteit. Steenbrink zal er zelf alleen bij zijn op 23 November, want we hebben HOVO op de 22e in Eindhoven. Fethullah Gülen is een zeer actieve moderne Turkse moslim die een samenwerkende religie wil promoten. Aanbevolen. Zie www.Gulenconference.nl [p] Op 29 organiseert Karel Steenbrink een bezoek aan de Soefidansen in de Baitul Rahman moskee van Ridderkerk-Slikkerveer (Bachstraat). Deze moskee, gebouwd in dejaren 1980 voor Molukse moslims houdt elke donderdagavond een meeting van dansende derwisjen. Programma is dan: ca. 20.30 begin met het reguliere avondgebed in de moskee, dan een toespraak van de 40-arige sjeik Ahmad Pattisahusiwa, dan chanten (litanieën zingen, arabisch) met dansende derwisjen in hun grote witte mantels en hun kolossale toeters-tulbanden. Toespraak zal wel in het engels zijn vanwege de studenten van University College Utrecht die ook meegaan.

posted @ 8:54 AM | Feedback (53)

Friday, November 02, 2007 #

Rode Zee of Rietzee? Een kort antwoord op een korte vraag

In het verhaal van Mozes komt in de Oude Bijbelvertaling de Schelfzee voor, ook wel Rode Zee of Rietzee genoemd. Waarom? Ik heb even op Wikipedia gekeken en de volgende uiteenzetting gevonden: het blijkt dus in het Hebreeuws Rietzee, in het Grieks Rode Zee te zijn!

De Schelfzee (van het woord schelf dat bies, riet betekent) is de bijbelse naam voor Rode Zee. Het woord is de vertaling van het Hebreeuwse woord Jom suf, dat dan ook met rietzee wordt vertaald. De benaming Rode Zee was al in gebruik bij de Grieken en Romeinen, doch haar oorsprong is onzeker. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, wordt rode zee (eruthra thalassa) gebruikt. De naam Rode Zee kan ontleend zijn aan de weerspiegelingen van de rondom gelegen roodgranieten rotsformatie in het water of aan het rode koraal, dat bij laag water zichtbaar werd.

Ligging

De Schelfzee wordt geassocieerd met zowel de Golf van Suez, als met de Golf van Akaba, waartussen het schiereiland Sinaï ligt. Die keren dat in de Bijbel een geografische aanduiding terug te vinden is, blijkt het echter telkens om de golf van Akaba te gaan (Exodus 13:20, Numeri 21:4, Deuteronomium 2:1). De reden dat men denkt aan de Golf van Suez, heeft vooral te maken met de naam ‘Rietzee‘. Riet groeit nu eenmaal alleen in zoet water en was volop terug te vinden in de uitloper van de Golf van Suez, de Bittermeren. In de Golf van Akaba vond men riet alleen in de top van de golf.

posted @ 11:56 AM | Feedback (280)

Wednesday, October 24, 2007 #

De vrouw weer de schuld? Beetje Diskotabel!

Er wordt heel wat afgepraat in de media. Zo zijn er op zondag twee praatprogramma's: een met vaak stevige discussie, Buitenhof. Confronterende opinies worden er beschaafd tegenover elkaar gezet. Heel anders is op de klassieke muziekzender het programma Diskotabel, waar muziek-opnames worden besproken. Iedere musicus zijn vrijheid en verschillende interpretaties mag dus! Er wordt er af en toe wel eens een afgekraakt, maar in het algemeen worden alleen de verschillen belicht.

Zo gaat ook onze cursus over de Basisverhalen van Bijbel en Koran. We zien daar dat de verhalen steeds weer andere vormen aannemen en onderwerp worden van een doorgaande verteltraditie. Die kan soms best pittig zijn.

Een cursist protesteert tegen het woord 'bastard' dat gebruikt wordt door Salman Rushdie voor Abraham die zijn zoon Ismaël met haar moeder Hagar wegstuurd. Hij heeft het bijbelverhaal goed gelezen en ook Gen. 21 waar Sara de schuld krijgt en de slaving-met-zoon weg wil sturen. Abraham wilde het eerste niet doen, maar krijgt dan in een droom van God bevel om Sara's wil uit te voeren. De vrouw dus weer de schuld?

Ook vrome moslims ergeren zich over deze harde opmerking van Salman Rushdie, maar helemaal onbegrijpelijk is die niet: hoe vaak hebben allerlei figuren Gods woord niet misbruikt om apert foute dingen te doen? Ook is er het latere verhaal (dat in Talmoed én islamitische traditie bewaard is gebleven) dat Abraham bij een bezoek aan Hagar-Ismaël niet van zijn kameel af mocht van Sara, bang dat hij opnieuw iets zou beginnen met Hagar. Daar verwijst in het grote moskeecomplex van Mekka nog de maqam Ibrahim naar.

Hebben de moslims de Abraham-verhalen niet begrepen en zijn zij aan het vervalsen geslaan? Dat lijkt me erg eenzijdig gekeken naar die verhalen: zij hebben hun eigen recht om de verhalen ook weer verder te ontplooien en bovendien hebben zij dat gedaan in nauwe aansluiting met de latere christelijke en vooral joodse traditie!

posted @ 6:56 AM | Feedback (90)

Wisseling van de wacht in Trier

Samen met mijn vrouw heb ik een lang weekend in Trier doorgebracht. De stad is nu een van de culturele hoofdsteden van Europa (samen met Cibiu in Roemenië). Overal straalt de trots je toe van de oudste stad van Duitsland, het centrum van het West-Romeinse Rijk (zij het slechts een 50 jaar: na de dood van de grote Constantijn). In die periode werden grote bouwwerken neergezet die ook voor ons nu nog imposant overkomen: de stadpoort Porta Nigra, de termen, de romeinse brug en de basilika, keizerlijke ontvangsthal met muren van 2.5 meter dik.

Er waren maar liefst drie tentoonstellingen gewijd aan de tijd van de grote Constantijn, de eerste keizer die het christendom als religie toeliet, erkende en vooral via zijn moeder ook bevorderde. Dat ging niet allemaal even gemakkelijk: wij hadden bijzondere belangstelling voor de heilige bisschop Paulinus (kleine Paulus). Die was een voorstander van Athanasius, de overwinnaar op het concilie van Nicea (325). Maar keizer Constantius II van rond 350 in Trier was nu juist op de hand van Arius en zodoende is Paulinus verbannen naar het oosten van het rijk, in Phrygië, ergens in Oost-Turkije dus, waar hij stierf in 356.

Een van de meest indrukwekkende beelden van die drie tentoonstellngen waren vroeg-christelijke sarcofagen. Dus echt mooie romeinse grafmonumenten, maar wel met christelijke afbeeldingen. Jona komt er veel voor. Zoals Jona uit de walvis werd gered zou ook de christen uit de dood gered moeten worden. Zo werd ook Noah afgebeeld. Hij uit de zondvloed gered, wij uit de wateren des doods. Het Exodus-thema van Mozes komt ook zo voor: uit de Rode Zee des doods, mogen wij ook gered worden.

Dat is een heel andere herneming van het thema dan in de improperiën of klaagliederen op het kruis, waar Jezus in de mond wordt gelegd: Ik heb U uit Egyptye geleid en Farao in de Rode Zee gedompeld: en gij, gij hebt mij overgeleverd aan de opperpriesters... Of 'Ik ben voor u uitgegaan in een wolkkolom; en gij, gij hebt mij geleid naar het rechthuis van Pilatus'. Hier worden die bijbelse verhalen allemaal gelezen in het perspectief van Jezus' vernedering en lijden. Wisseling van de wacht.

Een andere wisseling van perspectief vinden we in de verhalen van de Koran: bij ellende, problemen en tegenslag in het leven van de grote bijbelse figuren gaat het dan vaak om tijdelijke terugval. Noah had wel de lachers en cynicic tegen zich, maar toen het grote water begon te stromen kregen zij de rekening en werd hij gered. Mozes ontmoette een farao die zich een god achtte en niets liever deed dan opscheppen over de eigen macht, maar uiteindelijk ging de echte gelovige levens en al de zee over en ging hij ten onder.

posted @ 6:33 AM | Feedback (51)

Saturday, September 29, 2007 #

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 7

Geen dubbel maar een kritisch lidmaatschap Bij de verdediging van een proefschrift horen stellingen. Bij mijn dissertatie uit 1974 had ik een stelling toegevoegd naar aanleiding van een vroege poging, rond 1970 al, om het zo stroperig moeizame proces van eenwording tussen Hervormden en Gereformeerden wat te versnellen. Een groep van 18 had toen voorgesteld dat alle Hervormden tegelijk ook het Gereformeerde lidmaatschap zouden aanvragen en omgekeerd. Op deze manier zouden de leden van de twee kerken dan allemaal lid van elkaars kerk zijn geworden en was het probleem opgelost. Het bleek toch ingewikkelder en de eenwording is er nu, einde 2002, nog steeds niet. Hoopvol gestemd heb ik toen naar aanleiding van dat initiatief geformuleerd: Wellicht mede naar analogie van ideeën die leven onder hervormden en gereformeerden in Nederland, zou de mogelijkheid voor een 'dubbel lidmaatschap' van christendom en islam onderzocht moeten worden. Is een dubbel lidmaatschap van christendom en islam een aardige optie om de dialoog te versnellen? Ik denk het eigenlijk niet, want de meerderheid der leden en vooral de religieuze leiderswijzen dit sterk af. De laatste jaren denk ik zelf ook niet meer aan een dubbel lidmaatschap. Regelmatig ontmoet ik moslims die mij vragen, waarom ik geen moslim wordt, als ik toch zo openlijk over allerlei zwakheden en problemen in de katholieke kerk kan praten en tevens sympathie kan tonen met zoveel moois in de wereld van de islam. Op zo’n vraag antwoord ik tegenwoordig meestal, dat het weinig zin heeft om van godsdienst te veranderen. Als je moslim wordt, dan ben je een moe’allaf, een beginneling. Je hebt bijzondere privileges, je krijgt zelfs recht op steun vanuit de islamitische armenbelasting, de zakat. Kleine fouten zullen moslims je dan ook nog gemakkelijk vergeven. Maar je mag natuurlijk geen kritiek hebben. Je moet wel de islam ‘als geheel’ accepteren en omarmen. Wat dat precies inhoudt, hangt af van de moslimleiders in je omgeving, maar je hebt als beginneling maar heel weinig anders te vertellen dan dat het allemaal zo mooi is. Dan kun je eigenlijk maar beter bij je oude religie blijven, ook al zitten daar haken en ogen aan. Als geboren katholiek mag je best af en toe wat mopperen over Vaticaan en kerkstucturen. Dan is het je goed recht om sommige dingen wel en sommige niet te accepteren. Die religies van ons mensen hebben nu eenmaal een hele grote traditie, niet alleen van fouten, ook van grote en bemoedigende gedachten. Maar je moet wel de vrijheid hebben er een beetje selectief mee om te gaan. Daarom raad ik iedereen hierbij aan om zeker maar in je oude religie te blijven en er zoveel mogelijk van te genieten, zonder al die heerlijke bijgerechten te versmaden.

posted @ 2:18 PM | Feedback (56)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 6

Ik had in Jakarta en vooral Yogyakarta ook nogal eens contact met de Nederlandse en Indonesische Jezuïeten die daar de katholieke kerk leiden. In Yogyakarta ontmoette ik ze niet alleen om met Nederlanders onder elkaar een pilsje te drinken na het werk ‘in de wijngaard des Heren’ (waarbij ik dan wel op het perceel van de buurman, alias concurrent werkte). De Jezuïeten hadden in Yogyakarta ook een fantastische bibliotheek, met de beste oriëntalistische werken. Ook mijn vrouwelijke studenten gingen er graag naar toe: vanwege de prima service, de unieke boeken en de airconditioning in de bibliotheek. Je zag er vaker meer gesluierde dan ongesluierde vrouwelijke studenten. Op een gegeven moment kwam er in Yogyakarta een Engelsman bij me, medewerker van een project van de wereldbank voor ‘toeristenvriendelijke’ muziek bij de hotels en ontspanningsgelegenheden. Hij was verliefd geworden op een prachtige alt en vroeg mij of ik hem kon vertellen hoe hij moslim kon worden, want dat was de voorwaarde van de toekomstige schoonfamilie voor het huwelijk dat volgende week gesloten zou worden. Ik bracht hem in contact met het islamitische studentenpastoraat en twee dagen later al zou de ‘opname in de islam’ plaats vinden. Ik was ook daarbij en zag tot enige verbazing mijn naam op de lijst van getuigen staan. Na de eigenlijke opname kreeg eerst de rector van de IAIN, toen ikzelf het woord. Ik bekritiseerde eerst de formule van de geloofsovergang. Ook al was de roodharige musicus nauwelijks een echte Anglicaan, hij moest toch het christendom afzweren en de islam omhelzen. Naar mijn mening (ik kreeg daar later ook gelijk in) hoef je het christendom helemaal niet af te zweren om moslim te worden, omdat de islam inclusief is. De boodschap van Jezus wordt ook als een authentieke verwoording van de islam geaccepteerd. Maar daarna prees ik deze religieus inactieve, dat hij de laatste tijd veel over religie, vooral islam gelezen had en zich realiseerde dat hij bij dit internationale huwelijk wel degelijk ook rekening zou moeten houden met religieuze verschillen. De lokale pers en fotografen van islamitische tijdschriften waren bij deze plechtigheid aanwezig en het geheel kwam dus ook bij de Jezuïeten ter tafel. Die hebben mij nog enkele keren ter verantwoording geroepen: hoe kon ik als katholiek meewerken aan een overgang tot de islam? Mijn verweer was, dat ik enigszins geholpen had bij de religieuze activering van een religieus onverschillig persoon en dat toch als iets goeds kon zien. Het conflict is nooit helemaal opgelost, maar met een aantal Jezuïeten ben ik in ieder geval goede vrienden gebleven.

posted @ 2:17 PM | Feedback (32)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 5

Indonesisch veldwerk: leven in een Islamitisch Seminarie Ter voorbereiding van een proefschrift over de moderne islam in Indonesië, bezocht ik in 1970-1 gedurende een jaar een groot aantal pesantren, een soort kloosterscholen. Een pesantren heeft leerlingen in de leeftijd van 12-30 jaar. De leraar, kiyahi, onderwijst er zijn leerlingen in de gevraagde vakken. Belangrijkste vak is de islamitische plichtenleer (met een ongelukkig woord ook wel islamrecht genoemd, het Arabisch woord sjarie’a betekent ‘weg’ en heeft dus meer van richtlijn, levenspad). Sommige pesantren zijn gespecialiseerd in het van buiten leren van de Koran. Andere zijn weer beroemd om hun inwijding in de mystiek, of voor de encyclopedische kennis van de overleveringen van Mohammed. Er zijn er ook die de islamitische kunsten van koranvoordracht of kalligrafie bijzondere aandacht geven. Sommige hebben ook een nauwe band met ontwikkelingsorganisaties en leiden de leerlingen op tot propagandisten voor nieuwe methoden van landbouw en bouwtechniek. Als belangrijkste pesantren voor mijn onderzoek koos ik een grote school, die van Gontor. Daar werden behalve de islamwetenschappen ook de algemene vakken van de middelbare school gegeven. Aan de pesantren van Gontor was ook een hogere theologische opleiding verbonden. Er zaten 1200 leerlingen in de kloosterschool. Zij sliepen in groepen van 20 in de klaslokalen. De banken werden ’s avonds weggezet en de matjes voor het slapen uitgespreid. Ik kreeg voor de drie maanden dat ik daar permanent verbleef wel een eigen kamer in een speciaal huis voor buitenlandse studenten. Behalve ikzelf waren daar nog twee studenten uit het islamitische deel van Thailand, de provincie Patani. Dan was er nog een moslim-Japanner. Bij aankomst voor het langere verblijf in Gontor vroeg ik ook om deel te mogen nemen aan het gebed in de moskee. Ik verklaarde dat ik katholiek was en voorlopig geen plannen had dat te veranderen. Maar ik had al veel Koran gelezen, kende een aantal korte soera’s van buiten. Bovendien had ik me ter voorbereiding de precieze regels voor de rituele wassingen eigen gemaakt, had dat ook onder leiding van moslims op de onderzoeksreis geoefend. Het verzoek tot deelname aan het moskeegebed riep enige verbazing op. Ik kreeg eerst een Koran voorgelegd, geopend bij soera 112. Ik werd gevraagd die Arabische tekst te lezen en te vertalen. In Nederlandse vertaling luidt die: In de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige Zeg: Hij is God, één. God, Die het al bewaart; baarde niet, is niet gebaard en niets is Hem gelijk, niet één. Bij de discussie hierover kon ik benadrukken, dat de eerste zin van het christelijke Credo ook luidt: Credo in unum Deum, ik geloof in één God. Daarom zou deze korte soera (die zeer vaak in het gebed gebruikt wordt) ook geen probleem hoeven te zijn. Ook niet de zinsnede baarde niet, is niet gebaard, omdat dit immers tegen pre-islamitisch Arabisch heidendom is gericht en niet tegen het christendom. God ‘baart’ immers niet op een lijfelijke manier als hier beschreven staat. De betekenis van de profeet Jezus als Gods Zoon moet op een heel andere manier begrepen worden. Het duidt allereerst op een Godsverbondenheid, die niet eens uniek of exclusief hoeft te worden begrepen. Er werd nog lang over gediscussieerd, maar uiteindelijk kreeg ik de toestemming. Wel onder strikte voorwaarde, dat ik me ook netjes aan de voorgeschreven wassingen en reinheidsverplichtingen zou houden. Bij de discussie was immers wel gebleken, dat ik de post-Vaticaanse afkeer van casuïstiek en al te precieze verboden had eigen gemaakt en de islamitische plichtenleer niet op alle fronten echt heel zwaar op wilde nemen. Tijdens het verblijf in Gontor en ook daarna nog wel, heb ik met groot plezier aan het gebed deelgenomen. Het korte islamitische gebed is namelijk een mooie combinatie van een zeer woordenrijk gebed met expressieve handelingen. Op zich is het een dans met drie gebaren als kern: juichend de handen omhoog in lofprijzing en dan de halve en de hele buiging in onderwerping aan God. Ook al moet het gebed in het Arabisch gedaan worden, het is voor mensen die geen Arabisch spreken toch ook een zinvolle betekenis, alleen al vanwege de expressiviteit van de gebaren. En wat die taal betreft: als jongen van vijf had ik al de Latijnse gebeden van de Mis van buiten geleerd. Ook daar was de formule van Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa gemakkelijk te begrijpen door de diepe buiging en het driemaal op de borst kloppen. In het eenvoudige gebed, dat op iedere gewenste plaats en zonder voorganger gedaan kan worden, heeft de religie van de islam wel zijn grootste kracht gekregen.

posted @ 2:15 PM | Feedback (155)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 4

Mijn theologie-studie heb ik in Nijmegen afgesloten. Dat was in de bruisende periode kort na Vaticanum II, toen er in korte tijd grote veranderingen in de katholieke kerk kwamen. Het was een soort beeldenstorm. Ook letterlijk, want allerlei heiligenbeelden, tot dan toe met bloemen versierd en met kaarsen geëerd, moesten verdwijnen. Er kwam een theoretisch veel grotere welwillendheid ten opzichte van afwijkende meningen. Protestanten, socialisten en communisten, ook andere religies werden niet meer zo snel verketterd. Maar de theoretische openheid betekende in lang niet alle gevallen een echte tolerantie of acceptatie. De ‘vernieuwers’ in de katholieke kerk legden hun revolutionaire gedachten graag met enige dwang aan hun tegenstanders op. De interne strijd binnen de katholieke kerk tussen radicale vernieuwers en evenzo vastbesloten conservatieven heeft veel goede ideeën uiteindelijk doen verzanden. In Nijmegen kreeg ik godsdienstwetenschap van Professor Etienne Cornelis. Hij spoorde zijn studenten aan om ook studie te maken van eigenaardige sekten (zoals van Lou de Palingboer). Ik ging daar voor het eerst ook kerkdiensten van andere dan katholieken bezoeken: van zware Hervormden tot het luchtige handgeklap van de Pinksterkerken (waar ik overigens niet van harte aan mee kon doen). Colleges Islam kreeg ik van Prof. Houben, een aimabel Jezuïet. Hij had vrijwel alle boeken over drie belangrijke wetenschappen van de Islam (theologie, filosofie en mystiek) op zijn privé-kamer in het Canisius-college staan, ook al waren ze bezit van het Semitisch Instituut. Die boeken moest ik daar dus lenen en terugbrengen. Bij het terugbrengen moest ik dan wel een mening over het boek geven. Dat waren dus eigenlijk kleine tentamens. Vanwege het klein aantal studenten (hoogstens drie of vier) kende hij iedereen persoonlijk. Aan het recht van de Islam deed Houben niet. Het belang daarvan heb ik pas later tijdens veldonderzoek in Indonesië ontdekt. Voor Houben was de Islam een waardige partner-religie van het christendom, tenminste voorzover de Islam terug zou willen gaan naar de filosofische theologie van Avicenna (980-1037) en Averroës (1126-1198). Hij was als katholiek zelf uitgesproken conservatief: als de katholieken zich nu eens netjes aan de uitgewogen leerstellingen van Thomas Aquinas zouden houden en de moslims aan de leerstellingen van de school der Mu’tazila of die van Avicenna en Averroës, dan zou een evenwichtig gesprek tussen moslims en christenen nog heel wat kunnen opleveren. Probleem was en is natuurlijk dat er in beide godsdiensten sinds die tijd van de grote middeleeuwers heel wat gebeurd is. En dat verhoudingen tussen godsdiensten door heel wat meer bepaald worden dan door redelijk ingewikkelde theologische systemen. Bij Houben moest ik ook tentamen Arabisch doen. Ik herinner me nog dat hij me opdroeg om het begin van Soera 12 (Joesoef) te lezen en te vertalen. Aan Arabisch lezen was maar beperkt aandacht gegeven. Houben deed het na mijn gebrekkige uitspraak nog maar eens over. Hij had een aantal jaren in Baghdad gewoond en hield ervan om als ervaren Koran-voorlezer de medeklinkers zeer vet en stevig aan te zetten en de letters werkelijk over zijn tong te laten rollen. Dan zei hij: “Hoe prachtig is dit Arabisch toch” en keek dan even vergenoegd als een wijnkenner die de drank over zijn tong heeft laten rollen. De vergelijking moge wat oneerbiedig lijken voor het lezen van de Koran, maar lijkt voor zo’n vrome en gevestigde priester nog wel gepast. Wij kregen van Houben niet veel praktische richtlijnen over de omgang met moslims. Hij had wel aan de Amerikaanse Universiteit van Baghdad gedoceerd, maar het zou me niet verbaasd hebben, als hij daar ook tamelijk afstandelijk in zijn colleges was geweest. Hij gaf tijdens zijn colleges een selectie van hoogtepunten van het islamitisch denken. Hij had bewondering voor de wijze waarop Aristoteles met het monotheïsme was verbonden in de Islam. Hij sprak nooit over Abraham als de verbindende figuur van Islam en Christendom en het idee van de Abrahamitische religies was hem dan ook helemaal vreemd. Aristoteles en het neo-platonisme waren voor hem de verbindende schakels tussen het beste van de islam en het christendom.

posted @ 2:14 PM | Feedback (34)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 3

Deze dubbele loyaliteit van Luypen brengt me op een gebeurtenis van enkele jaren eerder, een gebeurtenis die ik ook vaak aan moslims heb verteld. Op het Klein-Seminarie, een gymnasium-opleiding met heel veel aandacht voor Latijn en Grieks, hadden wij een priester-leraar, Anacletus ter Huurne. Hij vond het jammer, dat wij bij Grieks alleen de drie auteurs voor het eindexamen lazen, Homerus, Herodotus en Plato. Eenmaal per week kregen daarom ‘ter kennismaking’ een tekst van een andere auteur. Dat hoefden wij niet voor te bereiden. Hij gaf zo’n tekst dan in stencil en wij moesten in een half uur maar begrijpen waar dat allemaal over ging. Op een gegeven dag vroegen wij pater Anacletus om ook eens een keer een tekst uit het Griekse Nieuwe Testament als voorbeeld van zijn Griekse teksten te nemen. Hij keek even verbaasd, bijna boos bijna. En zei toen: “Het Grieks van het Nieuwe Testament? Maar dat is toch slecht Grieks! En heel eenvoudig. Als jullie later theologie studeren, lees je dat gemakkelijk.” Voor deze man, nu nog trouw levend als celibatair priester, waren er twee belangrijke werelden. Enerzijds de prachtige wereld van de klassieke cultuur. Homerus, Plato en vooral Seneca waren voor hem zeer belangrijk als bron van grote levenswijsheid. Daarnaast was er bij hem een grote waardering en liefde voor het christendom, de bijbel, de katholieke liturgie. Niemand kon zo mooi als hij in de Goede Week het passieverhaal zingen. Met zijn grote feeling voor de kracht van het Latijn van de Vulgaat-vertaling, kon hij dat op onnavolgbare wijze reciteren. Maar Grieks van het Nieuwe Testament was heel wat anders. Wij kregen dus geen goede taalkundige inleiding, en moesten wachten op de echte theologie-studie, waar inderdaad eigenlijk nauwelijks echte aandacht aan die taalkundige kant van het Grieks van het evangelie werd gegeven. Voor moslims, die dit verhaal later nogal eens van mij gehoord hebben, was het wel zeer eigenaardig om te horen dat het Grieks van het Nieuwe Testament voor ons ongeveer dezelfde kwaliteit heeft als het Engels dat wij tegenwoordig in allerlei academische ontmoetingen spreken en schrijven: min of meer verstaanbaar, maar verre van volmaakt en zeker niet elegant. En dat terwijl het Arabisch van de Koran voor moslims het meest volmaakte is en voor niet-moslims, die zich daarin inwerken, toch ook fascinerend kan werken.

posted @ 2:12 PM | Feedback (37)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 2

In de jaren 1970 stond er op de lange wand van de mensa van de Eindhovense Technische Universiteit een prachtige spreuk: “Gelukkige slaven zijn de grootste vijand van de vrijheid”. Typisch 70er jaren. Met de afgebakende wereld van mijn jeugd ben ik nooit ongelukkig geweest. Ik denk nog met weemoed terug aan de wierook, de brandende kaarsen, de opgewonden gezichten bij processies, de inspanningen die de priesters in onze parochie zich getroostten om alle kinderen op de katholieke school te krijgen. Een pastoor huilde zelfs eens op de preekstoel toen hij vertelde, dat er nog een enkel katholiek gezin was dat zijn kind op de neutrale school deed. Wat moest daarvan komen? En dan een pastoor, toch ook een man, huilend in het openbaar! En de inspanningen van de priesters om de volleybal-club van de parochie zo succesvol mogelijk te laten zijn. Want dat was immers de markt voor exclusief-katholieke huwelijken. Gemengde ontspanning onder priesterlijke controle. Toen vond ik het niet erg en nu is het al weer zo lang geleden, dat ik er eerder met weemoed dan kwaad naar terugkijk. Mijn vader stuurde wel een telegram naar een nicht die een gemengd (katholiek-protestant) huwelijk aanging. Maar het was geen gelukstelegram en er stond ook geen proficiat op. Neen: “Het beste gewenst in jullie verdere leven” dat klonk toch vriendelijk maar tegelijk ook religieus correct genoeg om te versturen. Ik kan me persoonlijk nauwelijks meer herinneren hoe in de jaren zestig dat beeld instortte, hoe de muren om het katholieke bolwerk inzakten. Ik studeerde toen theologie aan een katholiek seminarie op de Cauberg van Valkenburg, Zuid-Limburg. Dat was toen nog een vrijwel homogene katholieke wereld. Een belangrijke aanzet tot de veranderingen was grondige wijziging in de opzet van de eerste twee jaar studie, geheel gewijd aan de filosofie. Tot eind jaren 1950 waren die nog geheel in het Latijn en strak in het keurslijf van de laat-Thomistische traditie, helemaal in de apologetische sfeer. Filosofie niet alleen als dienstmeisje van de theologie (ancilla theologiae), maar eerder als wapendrager. De filosofie zou de instrumenten moeten geven om de katholieke theologie dan nader op te bouwen. In 1956 was er nog een geruchtmakende visitatie van de katholieke theologische opleidingen geweest. Meerdere theologen waren toen ontslagen en er waren nog eens strikte instructies voor orthodoxie gegeven. In 1961 resulteerde dat in een typisch katholieke oplossing. De Latijnse handboeken stonden nog in groot aantal in de collegezaal. Zij zouden dus binnen enkele seconden op de tafels kunnen komen. Maar in feite werd een zeer veelvormige inleiding in de filosofie gegeven. Het was eerder een geschiedenis van de filosofische methodiek dan een typisch katholieke leer. Vanaf de Griekse, de middeleeuwse en de zo moeilijke leer van Kant en Hegel, kwamen we uit bij wat toen het modernste was: Heidegger, in de prachtige Nederlandse vertaling van de taalkunstenaar Luypen, een Augustijner monnik, die volgens mij vooral aan de filosofie verslingerd was. Ik heb hem later nog wel eens horen preken, en dan gaf hij een prachtige analyse van een bijbeltekst, zo’n beetje tussen zijn heldere analyse van filosofische begrippen door. Die twee wist hij enerzijds prachtig gescheiden te houden, anderzijds in tweeluik op een pakkende wijze te presenteren.

posted @ 2:11 PM | Feedback (35)

Een portret van de docent, Karel Steenbrink deel 1

Binnen de grote katholieke traditie zijn veel variaties, die met een redelijk groot gemak naast elkaar kunnen bestaan. Mijn vader was hoog-kerkelijk: het religieuze speelde zich vooral af rond het kerkgebouw. In de jaren 1940 en 1950 ging hij meestal tweemaal per dag ter kerke: in de vroege morgen voor de mis, in de avond voor het Lof, de aanbidding van de hostie die in een gouden monstrans werd uitgestald. Wij woonden in Breda in de parochie van het Heilig Sacrament (aan de Zandberglaan, de kerk die werd overgenomen door het koor toen de bisschop hem onlangs wilde sluiten). Aan de eredienst werd veel zorg besteed. Een jongenskoor moest iedere avond (met de mannen) het Lof zingen en daarvoor repeteerden zij zo’n drie keer per week, meteen na school. Ook kinderen van de lagere school werden geacht zeer vaak ’s morgens naar de kerk te gaan: de onderwijzer zat in de kerk om zijn klas netjes te houden. We kregen een bonnetje als we naar de kerk gingen. De schooldag begon met het noteren van de kerkgangers en op ieder rapport stond ook vermeld hoe vaak iedere leerling per trimester in de kerk was geweest. Mijn vader ging wel iedere morgen naar die kerkdienst maar genoot vooral ’s avonds van de muziek van het koor. Mijn moeder was niet zo gesteld op al die kerkdiensten. Zij was er meer een van het kleine individuele gebed. Toen wij later in Den Bosch woonden en de oudere kinderen werkten, of naar middelbare school gingen, kwam er een verschillend ritme van opstaan. Zij vond het belangrijker om met iedereen die ontbeet een kop thee te drinken en een beschuit te eten, dan zelf naar de kerk te gaan. Als zij boodschappen deed op de markt ging zij wel een tijdje zitten bij het Mariabeeld van de Zoete Moeder in de Sint Janskathedraal. Dat was meer haar individuele stijl van gebed, zonder grote koren of processies, laat staan preken. Gewoon die stilte, dat vond zij prettiger dan de uitgewerkte en formele eredienst. Tot en met volksgeloof, met devotie voor enkele heiligen. Toen zij later in het bejaardenhuis kwam, was er geen Anthoniusbeeld. “En die oude mensen zijn toch zo vaak iets kwijt en dan hebben zij geen beeld om hun gelofte in te lossen,” zei zij tegen haar kinderen. Bij het volkse katholicisme hoort de devotie tot de Heilige Antonius. Als je iets kwijt bent beloof je een dubbeltje of een kwartje aan Antonius, je zegt een gebedje (“Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn handschoenen enz. weer vind”) en als je je spulletjes weer gevonden hebt, dan moet je die belofte ook inlossen. Toen mijn moeder dus in het bejaardenhuis kwam, vormde zij al gauw een commissie, waarin ze zelf als enige actief was om geld in te zamelen voor een Anthoniusbeeld in de kapel van dat huis. Het beeld staat nog altijd in de kapel van De Wulverhorst van Oudewater. Het verschil tussen het ‘officiële’ katholicisme van mijn vader en het meer volkse geloof van mijn moeder heeft nooit merkbare spanningen opgeleverd. Ik denk dat ik die verschillen in mijn jeugd zelfs niet eens echt goed heb opgemerkt. Misschien heb ik het ook wel gewoon toegeschreven aan een mannelijke of meer vrouwelijke beleving van geloof. Dat was geen pijnlijke tegenstelling en je kunt het zeker niet vergelijken met de interconfessionele of inter-religieuze verschillen. Maar soms denk ik toch wel eens dat het eigelijk tussen de religies zo zou moeten zijn als tussen de diverse varianten binnen de katholieke kerk, die eigenlijk toch ook zo groot zijn, maar elkaar niet uitsluiten. In Den Bosch deden we allemaal mee aan de diverse ceremonies rond het beeld van de Zoete Moeder (zo ook meelopen in de processies), maar als je dat niet zou doen zou dat ook wel goed zijn. Je mocht naar de Stille Omgang, eenmaal per jaar in Amsterdam, maar dat was evenmin verplicht. Zo zijn er gelukkig heel wat varianten die vrijblijvend zijn en een behoorlijk grote innerlijke tolerantie in de katholieke kerk hebben gegeven. Met Vaticanum II is er eigenlijk een grotere eenvormigheid in de katholieke kerk gekomen. Er kwam meer nadruk op de offiële liturgie en allerlei ‘devotionalia’ kregen de bijklank van onecht en kwalijke bijzaak. Toen is ook de tolerantie voor de verscheidenheid minder geworden. De “8 Mei Beweging” is scherp tegenover de (welhaast van nature, of door hun ambt, ex officio, daar kunnen zij dus zelf ook niets meer aan doen) vaak conservatieve bisschoppen komen te staan. Maar beide partijen hebben een nogal eenkennig katholicisme bepleit.

posted @ 2:10 PM | Feedback (36)