Monday, March 30, 2009

Op dinsdag 30 maart 1655 ging de Klucht van Buchelioen, ’t kaboutermannetge in première. Van de auteur Jan Barentsz. is niets bekend. Heel misschien is hij de auteur van de album inscriptie in het album amicorum voor Johannes Montanus (ca. 1595-na 1657), docent op de Latijnse school te Amsterdam. Hij zou dan daar zijn schoolgegaan.

De klucht werd tot 1665 nog zeker 15 keer gespeeld en alle jaren op het repertoire gehouden. Na 1665 is het niet meer opgevoerd. Dat zal zeker te maken hebben met de nogal platte taal die met name door de knecht Jillis wordt gebezigd. De klucht had desondanks, zoals alle kluchten uit die tijd, tot doel het publiek te stichten. De auteur gaf deze aan

            Op de Zin

            Wie ziekte om een Vryer maakt,

            Wel dikmaals in groot lije raakt.

Meelis dreigt zijn knecht met de meest vreselijke straffen wanneer hij bij zijn afwezigheid ook maar iemand in huis zal laten. De knecht, Jillis, vindt alle dreigementen te erg en weet de straf tot redelijke proporties terug te brengen. Meelis wil niet dat zijn dochter Annetje manvolk ontvangt. Daarom had hij haar liever meegenomen, maar ze zegt dat ze ziek is. Voor hij vertrekt gaat hij nog proberen haar mee te krijgen op de visite, maar zij weet hem ervan te overtuigen dat ze te ziek is. Hij vertrekt. Jillis weet Annetje zo ver te krijgen dat zij wijn voor hem gaat halen in de kelder. Haar vrijer Karel heeft Meelis zien vertrekken. Annetje hoort hem op de deur kloppen en vertelt hem vanuit het venster haar plan: ze zal knecht Jillis op een dokter uitsturen, hem naar Karels huis laten gaan, zodat hij dan als dokter met Jillis naar haar toe kan komen.

Jillis was geschrokken van de bons op de deur en raakt in paniek wanneer hij Annetje niet ziet. Hij gaat op de grond liggen. Annetje komt met een genereuze kan wijn en vraagt wat er aan de hand is. Jillis vertelt dat hij bang was dat zij de deur was uitgegaan. Hij krijgt de wijn en zet het op een drinken, daarbij drankliedjes zingend. Dan gaat hij weer naar Annetje toe, die hem om een dokter wil sturen. Hij stribbelt wat tegen en stelt allerlei kwakzalversmiddeltjes voor die zeker zullen helpen, zoals brandnetel, want dat is zo zuiver omdat niemand er zijn gat mee afveegt. Annetje zegt hem op te houden met die flauwekul en te doen wat zij vraagt. Zij wijst hem waar hij moet zijn. Intussen instrueert Karel zijn knecht Buchelioen hoe hij, verkleed als kabouter, moet gaan kabalen op de kamer van Annetje, want Jillis is als de dood voor kabouters. Buchelioen zal hiervoor een flinke zak met geld krijgen. Jillis komt eraan en Karel weet hem ervan te overtuigen dat hij de dokter is die Jillis zoekt. Terwijl Karel Annetje ‘onderzoekt’ hoort Jillis de kabouter geld tellen. Hij denkt dat hij het geld van Meelis aan het stelen is. Omdat zijn kaars is uitgegaan gaat hij een lantaarn halen om het goed te kunnen zien, maar zet die toch weer terug, waardoor hij niets kan zien. Hij weet niet wat hij doen moet: op Annetje letten of de dief betrappen. In het donker weet hij niet waar hij loopt en zo loopt hij tegen Annetjes bed op en voelt dat daar een tweede hoofd op het kussen ligt. Hij denkt dat het de kabouter is.

Hij rent weg en roept om zijn baas. Meelis komt eraan, overziet de situatie en stuurt Karel het huis uit. Annetje probeert haar vader wijs te maken dat ze Karel had geroepen om haar te redden van een kabouter, die op haar kamer was gekomen. Intussen is Meelis toch bevreesd voor de vloek van de kabouter, die hij zo ruw had verwijderd: dat geeft ongeluk. Hij komt er van bij dat hij zijn mes en vork vergeten is mee terug naar huis te nemen. Hij gaat met Jillis op stap om ze te halen. Zodra ze weg zijn, komt Karel terug om de onderbroken vrijpartij voort te zetten. Wanneer Meelis en Jillis weer terugkomen, kunnen ze het huis niet meer in. Karel beweert dat hij er woont, met zijn vrouw Annetje, en dat ze op moeten hoepelen. Meelis dreigt zich op te hangen. Hij vermaakt al zijn bezittingen aan Jillis. Dit wordt Annetje te gortig. Ze stuurt Karel weg en smeekt haar vader haar te vergeven en belooft zich voortaan netjes te gedragen. Meelis gelooft haar en belooft haar alles wat haar hartje begeert. Maar Jillis denkt er het zijne van, maar houdt dat maar voor zich.

posted @ 4:33 PM | Feedback (0)