Op donderdag 26 februari 1660 werd de klucht List tot welstandt, ofte Bekeerde dronckaert voor de eerste keer opgevoerd. Op donderdag 4 maart en maandag 8 maart werd de klucht voor de tweede en voor de derde keer opgevoerd. Vervolgens viel het doek voor deze klucht. Het is zonder twijfel één van de kortst lopende kluchten uit de geschiedenis. De auteur ondertekende het stuk, dat bij de vaste uitgever van Schouwburgdrukken, Jacob Lescaille, verscheen, met A. Tr. Wie achter deze initialen schuilgaat is nog niet gevonden. De man had onderwijs genoten: hij legt de eenvoudige lieden die in het stuk optreden regelmatig Franse en Latijnse termen in de mond.
Volckert Hangebast (hangebast betekent ‘schurk’, íemand die gehangen moet worden) is alle dagen dronken. Hij is schoenmaker van beroep, een niet al te hoog aangeslagen beroep. Zijn vrouw, Trijn Mans-kraght, heeft er meer dan genoeg van en mept hem het huis uit. Volkert jeremieert wat over hoe beroerd hij het heeft getroffen met zo’n vrouw, terwijl ze toch uit zo’n vriendelijke familie komt. Maar, hij gaat maar eens wat schoenen lappen en het daarmee verdiende geld besteden in de kroeg, voordat hij weer naar huis teruggaat om Trijn de muts van het hoofd te slaan en de ogen uit haar hoofd te rijten.

Nichtje Pleun heeft een zwak voor Volkert en neemt het voor hem op tegenover Trijn en haar zuster Griet. Pleun wordt aan het spinnewiel gezet en de gezusters maken een plan hoe Volkert kan worden aangepakt. Eigenlijk wil Trijn hem niet meer in huis toelaten, maar Griet vraagt haar hoe ze dan weer aan een vent komt? Griet ziet meer in een plan om hem van het drinken af te helpen. Lukt nooit, zegt Trijn, want zelfs toen ze hun kind gingen begraven zat hij met zijn vriend in de kroeg. Het plan van Griet komt er op neer dat er een doodskist in huis gezet zal worden, en Volkert bij thuiskomst te horen zal krijgen dat Trijn gestorven is. Hij zal dan nog meer te drinken krijgen, zodat hij stomdronken in een diepe slaap zal vallen. Wanneer dan de kist er de volgende ochtend niet meer zal staan zal hij denken dat hij gedroomd heeft.
Volkerts vrienden Lubbert en Jorden zitten al in de kroeg van Els wanneer Volkert arriveert. Hij is in Sloten geweest waar het kermis was en heeft daar wat verdiend. Vervolgens moppert hij over lieden die je altijd afzetten, zoals zijn buurman de kleermaker en de kroeghoudende mof. Tijdens het drinken klaagt hij over Trijn die hem het huis uit heeft geslagen.
Hij komt met zijn schoenmakersmes de kroeg uit en komt de ratelwachten (nachtwakers met ratel die ieder half uur riepen hoe laat het was) Aert en Krelis tegen, die zich een hoedje schrikken van het mes, echter geheel ten onrechte. Volckert haalt een vlo uit zijn nek en slingert naar huis.
Thuis gekomen krijgt hij te horen dat Trijn dood is. Hij kan het nauwelijks geloven: “Heeft ze belooft dat se doodt sal blijven?” Hij is opgetogen, nu wordt hij niet meer afgekat en geslagen. Griet berispt hem. Volckert blijft aarzelen: “Vraegh’er iens ofze doot is, dan ben ick gerust”. Hij vraagt Pleun een kan bier te halen, hij moet zijn rouw wegdrinken. Pleun laat de kan op de grond in gruzelementen vallen, maar Volkert is niet zo als Trijn: hij geeft haar daarvoor niet op haar donder. Griet wijst er op dat het een dure kan is, van wel “seven stuyvers”, maar Volckert zegt haar dat ze de rol van Trijn niet hoeft over te nemen. Hij gaat plannen maken om een nieuwe vrouw te zoeken, zonder vrouw zou hij naar de hoeren moeten en dat is wat begrotelijk. Hij drink nog wat brandewijn en valt in slaap.
Trijn, die natuurlijk alles gehoord heeft is droevig en kwaad tegelijk. Ze wou dat ze hem gisteren dood had geslagen. Ze halen de kist weg en sieren Volckert op met nijptang, muts en schortekleed, alle drie schoenmakersattributen, terwijl hij nog zit te slapen.
Volckert schrikt zich een hoedje zodra hij wakker wordt en constateert dat er helemaal geen kist staat. Als hij de anderen vertelt over de gebeurtenissen van de vorige avond, ontkennen zij alles. Ze maken hem wijs dat hij de doodskist heeft gedroomd, omdat hij zelf niet lang meer te leven heeft door al dat gezuip. Hij trapt er in.
Griet is buitengewoon tevreden over zichzelf en mag het publiek een goede nacht wensen.