Monday, November 26, 2007

Op maandag 26 november 1663 ging het blijspel D’edelmoedige harder, of Geluckige ongevallen van Ferdinand de Molde in première. Het is één van die vele kortlopende stukken, zoals ze in die tijd wel vaker voorkwamen. Het stuk, een volwaardige vijfbedrijver, werd tot en met 1672 tien keer met behoorlijk succes opgevoerd. Ferdinand de Nolde leefde van 1631-1680 en was vrijgezel. Hij was klerk bij de Weeskamer (één van de instellingen die inkomsten verkregen uit de opbrengsten van de Schouwburg) en boedeladministrateur. Hij had vooral faam als verzamelaar. Hij bezat twee huizen op de Prinsengracht, waarin hij in tien kamers een bibliotheek had en vele naturalia (schelpen, insecten e.d.), artificialia (porselein en lakwerk), edelstenen en antiquiteiten (munten, gemmen, bodemvondsten, e.d.), schilderijen, tekeningen en etsen. Na zijn dood liet hij een ruime boedel na, echter ten dele belast vanwege zijn ambt van boedelbeheerder. Hij werd hoofd van de Schouwburg in de seizoenen 1670-71 en 1671-72. Vanaf juni 1672 (rampjaar) tot december 1677 was de Schouwburg gesloten.

 

Voor zover wij weten heeft hij slechts één toneelstuk geschreven. Niet zo vreemd gezien het geringe succes.

J.A. Worp schreef in Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland (1904, deel 1, p. 397-398) over dit stuk: ‘Eveneens naar het Spaansch of Italiaansch is D’edelmoedige harder, of Geluckige Ongevallen (1663) van F. de Molde; eene korte ontleding van dit ingewikkelde drama, waarvan de edelman Vincence “in Harders kleeren” de hoofdpersoon is, zou een paar bladzijden beslaan.’ Nou was Worp (1851-1917) niet voor een kleintje vervaard. Hij heeft vrijwel alle toneelstukken van de Middeleeuwen tot ver in de negentiende eeuw gelezen. Maar hij had niet geheel ongelijk. Het stuk hangt van de verwikkelingen aan elkaar en de handeling wordt gecompliceerd door het feit dat niet iedereen weet wie die ander nou precies is.

Het stuk werd uitgegeven door de boekverkoper Jacob Lescaille, de vaste uitgever van de Schouwburg van die dagen. De Molde draagt het op aan Jan Roeters, Secretaris der stad Amsterdam. Deze Roeters zal hij ongetwijfeld hebben gekend door hun gezamenlijke hobby, het verzamelen. Cosimo de’ Medici, prins van Toscane, bezocht op zijn reis van 1667-1668 naast vele beroemde personen en vele kunstkabinetten in de Lage Landen, ook de volière van Jan Roeters. Dat moet dus wat geweest zijn. De opdracht is gedateerd op 26 november 1663, de dag van de eerste opvoering.

Een Siciliaanse graaf maakt de schone Diana het hof op een opdringerige manier. Vincence, in herderskledij, komt binnenrennen, op de vlucht, omdat hij iemand had vermoord, die zijn geliefde van haar eer wilde beroven, en verlost haar zo van de al te wilde avances van de graaf. Diana wordt op slag verliefd op Vincence. Diana’s broer, Lourens, is verliefd op Clorinde. Als de perfide graaf door heeft, dat de twee elkaar hatende families, de Ancols en de Armengols, hier op elkaar verliefd worden, ziet hij mooie perspectieven voor ultieme wraak. Vincence en Clorinde zijn broer en zus en hun vader is Albartus, die door de koning werd verbannen. Clorinde weet wie haar vader is, maar Vincence weet dat niet, en hij weet ook niet dat zijn geliefde Clorinde zijn zuster is. Hij slaat dus de liefde van Diana af. De graaf gaat naar Albartus om de hand van Clorinde te vragen, voordat Lourens dat kan gaan doen. Hij krijgt een brief waarin dat staat. Albartus zint op wraak op Lourens, die de aanleiding was geweest van zijn verbanning.

Inmiddels heeft Diana een brief geschreven aan Vincence, waarin zij hem uitlegt dat ze echt niets van die enge graaf wil weten, en dat ze hem bemint. De brieven worden, al dan niet vervalst door de graaf, overal te berde gebracht. Het resultaat is dat iedereen met iedereen in steeds wisselende samenstelling gaat vechten. De strijd valt stil wanneer Albartus roept dat Vincence zijn zoon is. Vincence weigert echter weer de liefde van Diana, omdat hij het toch niet vertrouwt met die graaf. Lourens maakt van de verzoening gebruik om Albartus om de hand van zijn dochter Clorinde te vragen, die dat weigert omdat hij haar al had vergeven aan de graaf. Weer ruzie. Het is Lourens inmiddels duidelijk geworden dat de graaf een vies spelletje aan het spelen is en met de brieven aan het manipuleren is. Clorinde en hij beloven elkaar trouw. Intussen laat de graaf een boot klaarleggen door zijn dienaar Garsus met het oog op de schaking van Diana. Vincence doodt de graaf. Diana, hiervan onkundig, stapt in het schip. Albertus krijgt de schuld van de moord op de graaf en wordt door de koning gevangen gehouden. Deze ontvangt een brief, waarin Vincence schuld bekent en meedeelt dat hij het heeft gedaan omdat de koning alle ellende had veroorzaakt. Garsus, de dienaar van de vermoorde graaf, probeert nu Diana te verkrachten. Ze zijn inmiddels in een gebergte aangeland. Diana schreeuwt moord en brand. Soleiman, een Turkse zeerover, vergezeld van twee Moren, komt toevallig langs en steekt Garsus overhoop. Dan maakt hij zelf aanstalten om Diana te verkrachten. Vincence en Clorinde komen net op tijd langs, en Diana, toch kennelijk dankbaar dat Soleiman haar van Garsus had gered, stelt hem voor als de redder van haar eer. Albartus komt met een leger aanzetten om de koning te tonen hoe trouw hij wel is en rekent zijn eigen kinderen in. Voor de koning geleid wordt alles toch opgelost en krijgen Lourens en Clorinde en Vincence en Diana toestemming om met elkaar te trouwen, waarmee de familievete uit de wereld is.

posted @ 5:54 PM | Feedback (0)