Wednesday, August 22, 2007

Op donderdag 22 augustus 1633 gingen twee stukken in première, een lang stuk en een klucht. Dat er op één en dezelfde dag twee stukken in première gingen was heel bijzonder, dat die stukken van dezelfde auteur waren, maakte het nog meer bijzonder. De auteur was de arts Bernard Fonteyn, die we hiervoor al tegen kwamen op 6 en 14 april 1643 en op 23 mei 1644. Dat de stukken op die dag in première gingen weten we omdat dit wordt vermeld op de titelpagina’s van de stukken: Gespeelt op de Amsterdamsche Camer. 22, Augusti, Anno M.DC.XXXIII.

Sinds juli 1632 heette het gezelschap dat op de Academie speelde De Amsterdamsche Kamer. Dit gezelschap was een samenvoeging van de twee grote concurrenten, de sinds 1630 weer actieve Academie, die de Brabantse rederijkerskamer Het Wit Lavendel die tot half 1630 verantwoordelijk was geweest voor de opvoeringen van binnenuit had overgenomen, en de Oude Kamer In Liefd’ Bloeyende. Tot de hoofden van deze kamer behoorde ook Bernard Fonteyn. Hij is alleen voor het seizoen 1633-1634 als hoofd van de nieuwe kamer benoemd, omdat hij zich in 1634 aansloot bij de toen door de dissidente J.H. Krul opgerichte Musyck-Kamer. In tegenstelling tot de verantwoording van de opbrengsten tot medio 1630, die de dagelijkse recettes weergaven op grond waarvan we kunnen opmaken hoe vaak en hoe succesvol een stuk werd opgevoerd, zijn de enige gegevens over de periode 1630-1637 slechts de totaalbedragen die werden afgedragen aan het Weeshuis. In de noot bij het bericht van 14 april 1643 kan men lezen, hoe deze cijfers geïnterpreteerd moeten worden. Op 17 december 1633 wordt in het Kerkboek van de Weesvaders het volgende genoteerd: ‘van de Hoofden van de Accademy over ’t Spel gerymt door Dr. B. Fonteyn f 345:4’.

 

Het stuk Tranquilli de Mont zou na 1633 niet meer worden opgevoerd, hoewel dat voor de jaren 1634-1636 niet met volledige zekerheid te zeggen is, omdat we geen volledig overzicht van gespeelde stukken hebben voor die periode. Maar omdat hij zich in die jaren onder de aanhangers van Kruls Musyck-Kamer bevond is de kans klein dat de Amsterdamsche Kamer zijn stukken zou opvoeren.

Tranquilli de Mont is een vrije bewerking van Gl’Inganni (1547) van de Milanese staatsman, diplomaat en dichter Nicolò Secchi (ca. 1500-1560), een komedie in proza in vijf bedrijven, dat zelf weer een bewerking is van Gl'lngannati, Commedia degl' Accademici Intronati di Siena uit 1531, dat ook navolging in Spanje en Frankrijk zou vinden. Fonteyn kan het zelf hebben opgeduikeld toen hij in 1625 in Padua promoveerde in de medicijnen, want het stuk was in Italië populair en werd tussen 1562 en 1629 elf keer gedrukt. Het is ook mogelijk dat hij zijn stof haalde uit de imitatie met dezelfde naam van Curzio Gonzaga, die in 1592 in Venetië verschenen was, of uit de Franse vertaling van het stuk van Secchi, Les Tromperies van Pierre de Larivey (1541-1619) uit 1611. Hij verwijst echter op geen enkele manier naar zijn bron en gaat nogal vrij ermee om: hij maakt er drie bedrijven van, haalt de eenheid van tijd en plaats eruit en maakt van de komedie een tragikomedie. Hiermee sloot hij zich zonder dit te weten aan bij een heel wat betere toneelauteur, William Shakespeare, die ook dit stuk en nog een ander stuk van Secchi samen gebruikte bij zijn Twelfth night.

Tranquillus de Mont gaat met vrouw en kinderen, Fortunatus en Genura, per schip naar de Levant. De dochter, Genura, is gekleed in mannenkleren en wordt Ruberto genoemd. Het schip wordt gekaapt door een Turkse zeerover en Tranquillus en familie worden verkocht als slaven. Moeder en kinderen raken in Venetië verzeild, de moeder sterft al snel, Fortunatus wordt slaaf van een courtisane, Dorothea, en Genura, nog steeds vermomd als Ruberto, komt in dienst van de adelijke Maximus Carocoli. Deze heeft twee kinderen, een zoon en een dochter. De zoon, Gostanso, is verliefd op de courtisane Dorothea, terwijl de dochter, Portia, verliefd wordt op Genura/Ruberto. Gostanso wordt door de moeder van Dorothea, de koppelaarster Andriana, het huis uit gejaagd, maar niet nadat hij nogal wat geld aan Dorothea had besteed. Intussen heeft Dorothea haar oude minnaar, Panthalion, geld afhandig gemaakt, waarmee zij Gostanso haar moeder weer mild laat stemmen. Intussen is Genura/Ruberto verliefd geworden op Gostanso. Maar omdat Portia op haar verliefd is, schakelt zij Fortunatus in, die zich voordoet als Ruberto, en haar uiteindelijk zwanger maakt. Papa Maximus is woedend, maar komt erachter dat Ruberto er niets mee te maken kan hebben. Genura/Ruberto belooft Gostanso hem een veel mooier en jonger meisje te bezorgen en ontdoet zich van haar vermomming. Maximus, die hierbij heeft staan luistervinken, weet nu dat Ruberto het niet geweest kan zijn, die zijn dochter had bezwangerd. Fortunatus wordt opgepakt en ter dood veroordeeld. Maar voor het vonnis wordt uitgevoerd komt Tranquillus op de plaats van de onthoofding en herkent zijn zoon. Hij grijpt in door Maximus op de hoogte te stellen van de ware identiteit van Fortunatus en Genura. Nu staat niets meer een huwelijk tussen Fortunatus en Portia en Genura en Gostanso in de weg.

 

Mr. Sullemans soete vriagi is het enige stuk van Bernard Fonteyn dat succes zou hebben. In de periode 1637-1665 zou het stuk tenminste 59 keer worden opgevoerd. Omdat de naam van de gespeelde klucht niet altijd wordt vermeld, is het exacte aantal niet te noemen. Tussen 1665 en 1672 zou het stuk nog acht keer worden opgevoerd, daarna nog drie keer: twee keer in 1678 en één keer in 1679. Het was een zogenaamde singhende klucht, een genre dat ontleend was aan de jig, het genre komische zangspelen, dat door rondreizende Engelse toneelspelers populair was gemaakt. Het gegeven is ontleend aan zo’n Engelse klucht, The Black Man. In zijn voorrede maakt Fonteyn melding van zijn bron: een klein Engels gedichtje. Na de vertoning blijkt, getuige de voorrede, de klucht als onzedelijk te zijn beschouwd. Daarom geeft Fonteyn het uit, zodat de lezer er zelf over kan oordelen. Overigens: van 16 tot en met 26 augustus 2007 kan men zich zelf een oordeel vormen over dit zangspelletje. In het Huis te Linschoten (www.huistelinschoten.nl) wordt een muzikaal tijdsbeeld gegeven rond het jaar 1637 onder de titel 1637. Tulpenmanie met verkorte uitvoeringen van Jan Harmensz Kruls 't Vonnis van Paris (première op 11 oktober 1637) en van Mr. Sullemans soete vriagi. De NRC van 17 augustus kenschetst het stukje als volgt: 'Mr Sullemans soete vriagi is een klucht over de verovering van de lieftallige en kordate juffer Truytje. Soms lijkt het even op Mozarts Don Giovanni: ook hier een sprekend standbeeld en aan het slot een reeks moraliserende solo's van alle zangers'. Voor de liedjes uit dit stuk kan men terecht bij de Nederlandse Liederenbank.

Sulleman en Truytje zijn verliefd. Wanneer ze staan te vrijen komen er twee soldaten aan, waarvan er ééntje beweert de vriend van Truytje te zijn. Sulleman ontkent dat, maar hij kan niet tegen de soldaten op en moet de benen nemen. De soldaten krijgen vervolgens ruzie om Truytje. Sulleman komt vermomd als oude man terug. De soldaten vertrouwen hem Truytje toe om zelf de gelegenheid te hebben hun geschil te regelen. Sulleman maakt zich aan Truytje bekend en ze willen samen weggaan. De soldaten komen echter terug en zien hem aan voor een ‘ouw Susannaes boef’, zo’n oude man die naar de mooie Susanna in het bad staat te gluren. Ze trekken hem een wit hemd aan en zetten hem op een stoel, waarop hij doodstil moet blijven staan. Mocht hem iets gevraagd worden dan mag hij alleen maar antwoorden met ‘mom’. De soldaten vertrekken met Truytje. Dan komen een rottevanger en een kwakzalver langs, die allebei verschrikt doorlopen. Daarna komt Pen en Inckt, die niet zo schrikachtig is en blijft staan, waarop Sulleman hem zijn verhaal kan doen. Ze gaan de soldaten een poets bakken. Pen en Inckt trekt het witte hemd aan en Sulleman gaat zich verkleden als duivel. De soldaten komen met Truytje terug om Sulleman te pesten. Pen en Inckt zegt niets, behalve ‘ho ho’. Dan komt Sulleman onder het roepen van ‘ho ho’ aanzetten. De soldaten denken dat de duivel hen komt halen en zetten het op een lopen. Truytje wordt door Sulleman weer in genade aangenomen en zij worden door Pen en Inckt in het huwelijk verbonden.

 

posted @ 5:44 PM | Feedback (2)