Op maandag 12 maart 1663 ging het blijspel Het veranderlyk geval, of Stantvastige liefde in première. De auteur was Dirck Pietersz Heynck (1630-1679), een rijke koopmanszoon uit Amsterdam. Naast het feit dat hij drie toneelstukken heeft geschreven is er weinig over hem bekend. Zijn eersteling, het treurspel De gestrafte kroonzught, ging op 28 maart 1650 in première en zal later deze maand in dit blog behandeld worden.

Zijn derde en laatste stuk, Don Louis de Vargas, of edelmoedige wraek, ook een treurspel, valt buiten de in het weblog behandelde periode, maar omdat er opvallende overeenkomsten zijn met het opvoeringschema van Het veranderlyk geval na 1665 wordt dit hier kort geschetst. Het stuk is een bewerking naar El tejedor de Segovia van Juan Ruiz de Alarcón y Mendoza (1581-1639). Het ging op 9 januari 1668 in première. Pas na tien jaar kwam het succes: het werd met uitzondering van slechts 10 jaar van 1678-1769 één à twee keer per jaar gespeeld, in totaal 121 keer. De jaren waarin het stuk niet werd gespeeld waren 1669-1677, 1691, 1714, 1740, 1747-1748, 1753-1758. In 1815 werd het stuk bewerkt door dichter en toneelauteur A.L. Barbaz.

Het veranderlyk geval  was zijn enige blijspel. Het was nog succesvoller dan Don Louis de Vargas. In 1663 werd het elf keer opgevoerd, in 1664 drie keer en in 1665 drie keer in de droogbak, die werd gebruikt tijdens de verbouwing van de Schouwburg (zie hiervoor 25 februari 1665: Palamedes) en op de Nieuwe Schouwburg één keer. Tussen 1665 en 1669 werd het vijftien keer opgevoerd. Vervolgens werd het op 4 april 1678 weer voor het eerst opgevoerd met een gemiddelde van twee à drie keer per jaar tot en met 1769 met een totaal van 140 keer in de periode 1678-1769. Het werd niet gespeeld in de jaren 1669-1677, 1724, 1748 en 1754-1758. Jacob Campo Weyerman zag er een opvoering van in de 'Schouwburg der Smoussen', waarover hij vertelt in de Echo des Weerelds van maandag 25 maart 1726, gepubliceerd op de weblog van Herkauwer, Schouwburg der Smousen (1726) (3) en Schouwburg der Smoussen (4) (slot).

 

In de opdracht aan zijn neef Gerard Colterman (1632-1670), een Haarlems magistraat, deelt Heynck mee dat hij het stuk lang geleden al heeft gerijmd op basis van een door Jacobus Baroces voor hem vertaald Spaans stuk. Tot op heden heeft nog niemand kunnen ontdekken wat het Spaanse origineel is. Deze Baroces leverde vaker prozavertalingen aan toneelauteurs die er dan een berijmd toneelstuk van maakten. Voor zover we kunnen nagaan valt zijn werkzame periode in de jaren 1646-1657. Het is de periode waarin de Spaanse toneelstukken aan populariteit winnen op de Schouwburg. Het is niet bekend wie Heynck de prozavertaling heeft geleverd voor zijn beide andere naar een Spaans stuk bewerkte stukken.

De opdracht is gedateerd op 27 maart 1663, evenals het lofdicht van zijn stiefneef, de dichter Bartholomeus Abba (1642-1684). De ijdele Abba spreekt ‘de aanminnige Amsteldamsche Jufferen’ aan met een acrostichon, waarbij hij de letters van zijn eigen naam als beginletters gebruikt. In de zeventiende-eeuwse drukken worden twee vertoningen beschreven: één vóór en één ná het spel.

 

De koning van Napels wordt door zijn broer van de troon gestoten. Bij zijn vlucht laat hij zijn vrouw en zijn zuster achter bij Albano, een ‘adelyk landman’. Zij sterven beide in het kraambed. Toen de koning weer, geholpen door het Duitse leger, op de troon was teruggekeerd, liet hij navraag doen naar zijn vrouw, zuster en eventuele nageslacht. Als hij een zoon zou hebben, dan zou die kunnen trouwen met zijn nicht Porcia, was het een dochter, dan had hij voor haar neef Frederico achter de hand. Nu waren bij Albano, in volledige onkunde over hun afkomst, Karel en Margareta opgegroeid. En zij waren natuurlijk aan elkaar verbonden door een mooie en oprechte liefde. Dit geeft aanvankelijk alleen maar problemen, omdat Albano’s zoon Leonido ook verliefd was op de mooie Margareta.

De koning komt op een jachtpartij in de landstreek, waar Albano en de zijnen wonen, Albano, Karel en de anderen tegen en wil van Albano weten hoe het de zijnen is vergaan. Albano vertelt dat zijn zuster met haar kind in het kraambed is gestorven, evenals de koningin, maar dat Karel de zoon van de koning is. Tot grote droefenis van Karel en Margareta betekent dit dat zij van elkaar gescheiden worden. Zij beloven elkaar echter dat zij elkaar trouw zullen blijven. Karel verpietert in Napels. Omdat hij en zijn geliefde van ongelijke stand zijn kan hij haar niet huwen, maar moet hij nicht Porcia, die tijdens de jacht beren omlegt, trouwen. Frederico, die de pest in heeft, omdat hij nu geen koning van Napels kan worden, beraamt een moordaanslag op Karel. Deze ontvangt een brief, zogenaamd uit naam van zijn geliefde, om ’s nachts naar een bepaalde plek te komen. Margareta heeft zich inmiddels in mannenkleding gestoken om Napels te bezoeken en Karel te zien. Het toeval wil, dat op het moment dat Karel, die ongewapend is, wordt overvallen door Frederico en zijn kompaan, Margareta ter plekke is om Karel op dappere wijze te ontzetten. Karel wil de onbekende danken, maar Margareta zegt haar naam niet. Karel geeft zijn redder een diamant als dank.

Frederico verzint een nieuwe list: Albano moet de koning zeggen dat Margareta eigenlijk het kind van de koning is. De rollen worden nu dus omgedraaid: nu is Karel niet goed genoeg voor Margareta. Karel keert terug naar zijn geboortedorp en wil dood. Leonido vertelt hem tot overmaat van ramp ook nog dat Margareta zal trouwen met Frederico. Inmiddels heeft de koning weer een jachtpartijtje georganiseerd in de buurt. Porcia zoekt Karel op en vertelt hem dat ze nog steeds verliefd op hem is. Margareta, die stiekum toekijkt, trekt meteen de verkeerde conclusie. Zij stuurt Karel heen, waardoor deze op zijn beurt weer de verkeerde conclusie trekt. Inmiddels is de perfide Frederico op weg naar de koning, die zich bij een beekje bevindt, om hem te doden teneinde de troon zo gauw mogelijk te verkrijgen. Karel en Margareta, die intussen de misverstanden uit de weg hebben geruimd, verhinderen dit echter.

Albano komt vervolgens op de proppen met het ware verhaal: Karel is de zoon van de koning en Margareta is de dochter van de zuster van de koning. De koning is zo tevreden, dat hij Frederico en Albano onmiddellijk vergeeft en als wens te kennen geeft dat Porcia en Frederico, en Karel en Margareta  zullen trouwen. En zo komt er een gelukkig einde aan dit incestueuze spel.

Het stuk zit vol met terzijdes en de hoofdrolspelers barsten op moeilijke momenten uit in gezang. Heynck zei het zelf al in zijn opdracht aan neef Colterman: hij is ‘een groot liefhbber, doch een kleen uitvoerder der Dichtkunst’.

Post Comment

Title  
Name  
Url
Comment   

ATTENTION: the code you need to copy is CaSe SeNsItIvE and is required to prevent spam.
Enter the code you see: