Thursday, February 01, 2007

Op 1 februari 1657, vandaag precies 350 jaar geleden, ging het treurspel Den Grooten Tamerlan, met de doodt van Bayaset de I, Turks keyser van Johannes Serwouters (1623-1677) in première. Dat het stuk voor de zeventiende- en achttiende-eeuwse schouwburgbezoeker aantrekkelijk was blijkt uit het feit dat het stuk 110 jaar stand hield: in de periode tot 1672 werd het 35 keer opgevoerd, van 1678-1699 nog eens 16 keer en in de periode 1700-1772 tellen we 30 opvoeringen. Op 23 september 1768 vond de laatste opvoering plaats.

 

Het was Serwouters’ eersteling. Hij was sinds het seizoen 1655-1656 regent van de schouwburg. Na het seizoen 1662-1663 keert hij niet meer terug als regent. Het is de periode waarin Jan Vos, die vanaf het seizoen 1647-1648 tot en met het seizoen 1663-1664 regent was, in hoge mate de touwtjes in handen had. De regenten hadden grote invloed op de keuze van het repertoire en hielden daarbij goed in de gaten wat voor soort toneelstukken veel publiek trok. Serwouters heeft zich dus prima van zijn taak gekweten. Naast Den Grooten Tamerlan schreef hij nog twee stukken: Den trotsen Leo en Philippus de Goede, koningen van Siciljen (1658), dat na 16 opvoeringen tussen 13 mei 1658 en 12 november 1663 niet meer zou terugkeren op het Amsterdamse toneel, en Hester, oft Verlossing der jooden (1659), dat heel wat meer succes kende en tot 1766 zou worden doorgespeeld.

 

Den Grooten Tamerlan is een vrije bewerking van La nueva era de Dios y Tamorlan de Persia, dat wordt toegeschreven aan Luiz Velez de Guevara. Het speelt zich af in Turkije, waar sultan Bayaset het beleg van Constantinopel afbreekt, wanneer de Griekse keizer Paleologus hem zijn dochter Aurelia als vrouw schenkt, dit overigens zeer tegen het zere been van Bayasets minnares, Maächa. Een officier uit Bayasets leger eist inkwartiering in de vallei, waar de herder Tamerlan heerst. Deze Tamerlan pikt dit niet, slacht de manschappen af en trekt ten strijde tegen Bayaset, die op hoge toon onderwerping van Tamerlan eist. Na een korte strijd overwint Tamerlan Bayaset, die van zijn paard tuimelt. Tamerlan sluit hem op in een kooi en vernedert hem door hem als voetenbank te gebruiken en als opstapje om op zijn paard te klimmen. Aurelia, die bij Tamerlan komt om de vrijlating van haar bruidegom te vragen, wordt aangesteld als serveerster. Maächa voorziet Bayaset van een vijl om zich te kunnen bevrijden uit zijn kooi, maar Bayaset doorsteekt zich ermee, wanneer hij de vernedering van Aurelia ziet. Tegelijkertijd bezwijkt Tamerlan aan de inhoud van de gouden gifbeker die het dienstertje Aurelia hem had aangereikt. In de tussentijd verslaat Paleologus het leger van Tamerlan. De vrouwen blijven bedroefd, maar met elkaar verzoend achter.

 

Tamerlan gebruikt Bayaset als opstapje

 

Het zal een geweldig spektakel zijn geweest op het toneel. Ooggetuigen vertellen dat er echte paarden op het toneel werden gebruikt! Het werd ook vertoond in Den Haag, Leiden, aan het Zweedse hof en in Hamburg. Met paard.

 

In de achttiende eeuw werd er op het toneel nog een kluchtige Tamerlan aan toegevoegd, Arlequin Tamerlan van Henrik van Elvervelt (ca. 1700-1781), een inmiddels vergeten toneelauteur, die vele stukken (vooral bewerkingen naar het Frans) op zijn naam heeft staan en wiens stukken tot begin 1800 werden opgevoerd. Deze Arlequin Tamerlan verscheen in 1737 en werd daarna een aantal keer als naspel opgevoerd na het treurspel. De klucht verloopt op dezelfde wijze als het drama, met dien verstande dat waar het treurspel een droevig einde kent, de klucht natuurlijk een happy end heeft. Dochter Colombine (Aurelia) van dokter Balouard (Paleologus) gaat trouwen met Scaramouche (Bayaset), die hiervoor zijn liefje Marinette (Maächa) laat zitten. Scaramouche eist het huis van Arlequin (Tamerlan) op om daar het feest te vieren. Arlequin pikt dit niet en er volgt een gevecht tussen hen beiden met hun vriendenaanhang, waarbij de twee kemphanen op een ezel zitten. Scaramouche wordt gevangen genomen en opgesloten in een kippenhok. Marinette wordt, als hofnar verkleed, voorgesteld aan Arlequin, die haar in dienst neemt wanneer men hem ervan overtuigd heeft dat iedere vorst een hofnar dient te hebben. Zij voorziet de gekooide Scaramouche van een vijl om zich uit zijn hok te bevrijden. Scaramouche staat er inmiddels op met ‘Tamerlan’ te worden aangesproken. Hij zwicht voor geen enkele smeekbede, want zegt hij, hij wil Scaramouche hebben als ‘trap, als ik te Paard styg, of als ik aan tafel stap.’ Ook Colombine komt haar verloofde te hulp. Dan maakt Arlequin een echte Arlequinfout: hij gaat in zijn eentje, dus zelfs zonder zijn vrienden, zitten schransen. Gevolg: zijn vrienden keren zich van hem af en zelf begint hij verschrikkelijk te ‘purgeren’. Vervolgens wordt Scaramouche vrijgelaten, ze geven elkaar de hand, en de vrede is getekend op voorwaarde dat Arlequin nooit meer Tamerlannetje zal gaan spelen. En Marinette trouwt met Arlequin, Scaramouche met Colombine. Het eindigt met het dansen van een Contre dans ter ere van het dubbele huwelijk.

 

posted @ 2:10 PM | Feedback (4)