Friday, January 26, 2007

Op maandag 24 januari 1661 was de première van de Broedermoort te Tranziane, geschreven door Bernard Vollenhove (1633-1694), de broer van dominee-dichter Johannes Vollenhove. Bernard was burgemeester van Zwolle en lid van de Admiraliteit van Amsterdam. Zijn belangrijkste bezigheid was schilderen. Er zijn van hem een aantal portretten bekend, die ondanks de wat knullig geschilderde handen niet onverdienstelijk zijn.

Bernart (Bernhard) Vollenhove, Portrait of a gentleman in a blue dressing gown, seated at a table in his study

Bernart (Bernhard) Vollenhove, Portret van een man in blauwe ochtendjas in zijn studeerkamer, 1679. Olie op canvas.

Zijn literaire werk bestond voornamelijk uit gedichten, maar in 1660 schreef hij zijn treurspel, waarbij hij in zijn Opdracht aantekent dat, wanneer het goed valt bij het publiek, hij in de tijd die overschiet van het schilderen nog meer toneelstukken zal schrijven. Het is er niet van gekomen: het stuk beleefde welgeteld vier opvoeringen op de Schouwburg: 24, 27 en 31 januari 1661 en 4 juni 1663. De totale inkomsten bedroegen ƒ 737.

Het stuk speelt in Tranziane, een vorstendom in India, waar twee koningszonen werden geboren, die erg op elkaar waren gesteld. Door de duivel ingeseind wilden de ouders weten hoe het de jongens zou vergaan. Er werd toen voorspeld dat zij elkaar om het leven zouden brengen. Men was in die contreien bijzonder bijgelovig, maar er zijn door Vollenhove wel een Griekse godin, de tovenares Circe, en een Griekse Furie, Alekto, bijgesleept om de voorspelling uit te laten komen. De broers verwierven zich allebei een koninkrijk en een echtgenote door voor de keizer van Pegu succesvol ten strijde te trekken tegen de keizer van Narzingen. Hun rijken liggen ver van elkaar. Maar dan komen Circe en Alekto met hun verschrikkelijke list, waardoor de broers zonder het van elkaar te weten naar het land van hun vader reizen. En allebei krijgen ze daar zin om hun oude boel, zeg maar hoertje, op te zoeken, wat ze op het zelfde moment, vermomd (waardoor ze elkaar niet herkennen) ook doen. Uit jaloezie steken ze elkaar overhoop, herkennen elkaar te laat en sterven schreiend in elkaars armen. Hun vader krijgt bericht van deze tragedie en pleegt bovenop hun lichamen zelfmoord.

Vollenhove heeft goed nagedacht over de stof. In zijn Opdracht geeft hij zijn overwegingen prijs: het is al verschrikkelijk wanneer bloedverwanten elkaar uit wraak om zeep helpen, zoals Medea, Agamemnon en zo vele anderen deden, nog verschrikkelijker is het echter wanneer dit soort gruweldaden worden gepleegd zonder dat men van elkaar weet dat men verwant is, zoals Oedipus. En dat in dit geval dan ook nog door reukelooze en snoode wellust en vrouwemin!

Zijn bron is De vermaarde reizen van de heer Vincent Le Blanc, dat door de bekende vertaler J.H. Glazemaker uit het Frans was vertaald en in 1654 was verschenen. Vollenhove vertelt in de Inhoudt het hele verhaal van Le Blanc in eigen woorden na. Het oorspronkelijke werk van Le Blanc was verschenen door de inspanningen van Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, een duizendpoot die tot zijn dood in 1637 met geheel geleerd Europa in contact stond. Diens goede vriend Petrus Gassendus schreef in 1641 zijn biografie. Vollenhove heeft hierin, of in de Engelse vertaling uit 1657, dit gegeven gevonden. Hij vond het zo belangrijk dat hij de passage vertaalt en opneemt na de Inhoudt. Gassendus vertelt in het door Vollenhove geciteerde hoofdstuk, waarin hij het jaar 1619 beschrijft, hoe Peiresc de geleerde Nicolaus Bergeron op Le Blanc had afgestuurd om diens verhalen te redigeren, want die Le Blanc dacht nog dat de aarde plat was. Zou Vollenhove hiermee de ongeloofwaardigheid van zijn eigen onderwerp hebben willen benadrukken?

Hoe dan ook: hij was wél behoorlijk trots op zijn toneelstuk. Naast de gebruikelijke uitgave in octavo, die uitgebracht werd door de uitgever van de schouwburg, boekhandelaar Jacob Vinkel, verscheen er ook een druk in kwarto bij boekdrukker Herman Aeltsz. Deze uitgave zal door Vollenhove geheel bekostigd zijn. In het citaat uit Gassendus' biografie ontbreken zowel bij Vinkel als bij Aeltsz (die dus ook het boek had gedrukt voor Vinkel) twee woorden. In de kwartodruk zijn deze in keurig handschrift met inkt in de tekst aangebracht.

posted @ 11:29 AM | Feedback (1)