De 22e naar Don Giovanni geweest, de versie van DNO.
Ik ben bang dat
mijn commentaar naar aanleiding Figaro hier in grote lijnen kan worden herhaald: zangers door de bank genomen goed, muzikaal als geheel matig, regie "interesting", dat wil zeggen: eigenlijk knudde.
Nu zijn er bij Don Giovanni nogal wat verachtende onstandigheden: het is een onmogelijk verhaal, sterker: het is helemaal geen verhaal. Waar Cosi en Figaro echte theaterstukken zijn, compleet met eenheid van tijd, plaats en handeling, is Don Giovanni een raar, nogal onsamenhangend geheel. De basislijn van de plot is duidelijk: de Don vermoordt (of zo) de Commendatore, en komt die aan het einde weer tegen, en hoe! En daar doorheen de lijnen met Donna Elvira, Donna Anna en Zerlina, die echter met de hoofdlijn niet zoveel te maken hebben, en met elkaar nog minder. Eigenlijk een heel modern stuk dus, en het is dan ook niet zo raar dat DNO in de recitatieven heeft geknipt. (Gelukkig niet zoveel als in de
rampzalige productie van Opera Zuid eerder dit jaar, waar ze voor het gemak maar helemaal de recitatieven hadden weggelaten.) De regisseurs Jossi Wieler en Sergio Morabito hadden een soort scenische opvoering bedacht, waarbij bovendien de beklemming van het stuk werd uitgebeeld door de meeste protagonisten op het podium te laten, ook als ze niet in een scene thuishoorden. Ze lagen dan op een van de vele uitgestalde bedden.
So far, so good. Zoals gezegd: Don G is een raar stuk, en een "experimentele" regie is dan een zinnig idee. En het basisidee van die regie: het treffen van de beklemming in de ralties tussen de Don, de vrouwen, etc, is niet zo gek. Maar afgezien van dit basisidee was er eigenlijk niet veel. Het gedoe met de bedden ging gewoon zo door, zonder dat het ergens toe leidt. Tot de slotscenes, want toen ontspoorde het. Het slot van Don G (de kerkhofscene, het standbeeld dat begint te bewegen, Don G die door het vuur wordt verzwolgen) is zonder twijfel dramatisch wel heel sterk. En daar bleef niks van over. Het kerkhof was er niet, het standbeeld was geen standbeeld, maar gewoon een zanger die na de beginscene roerloos op een bed had gelegen, en er nu plotseling op stond. En van vuur en/of een verzwelging was ook geen sprake. Het leek alsof het zou eindigen in een kussengevecht, maar dat ging helaas niet door. Lulligheid troef dus.
En muzikaal golden dezelfde bezwaren als bij Figaro. De nogal zware, "beethovenachtige" ouverture ging uitstekend, maar daarna miste toch weer de scherpte die Mozart nodig heeft. En weer had ik het idee dat het grote podium en de regie (de afstand tussen zangers in een ensemble bedroeg soms wel een meter of 20) daaraan debet was.
Maar de bezetting was goed. Eigenlijk geen zwakke plekken. En uitblinkers in Pietro Spagnoli (Don G), Myrtò Papatanasiu (Donna Anna), Cora Burggraaf (Zerlina) en (na een aarzelend begin) Charlotte Margiono (Donna Elvira). Een betere voorstelling waardig.