Aardig stuk in de New Yorker. Vooral die opmerking dat bach de componist was voor de 20e eeuw, maar Handel voor de 21e is wel aardig. het is natuurlijk onzin, maar toch zit er een kern van waaarheid in. In ieder geval in die opvatting over Bach. Want de voorkeur voor bach had ook iets te maken met het steile modernisme: abstract, zeer sterk gestructureerd, consequent.
Vooral de verafgoding van Die Kunst der Fuge door veel 20e eeuwse modernisten is een point in case. (ik heb er zelf nooit veel aan gevonden, eerlijk gezegd. Ik vind vooral de "lossere" muziek uit de cantates etc leuker.)
Handel sluit beter aan bij de post-modernen. Niet consequent, niet opvallend baanbrekend, vaak (op het oog in ieder geval) conventioneel. En de revival de laatste jaren is inderdaad opvallend. Plotseling worden zijn opera's overal uitgevoerd alsof het geen geld kost. Neem DNO: nooit werd een Handel-opera uitgevoerd, tot 2001, toen Guilio Cesare op het programma stond. En daarna was het bijna elk seizoen raak: Samson, Alcina, Tamerlano, en volgend jaar Hercules. En ook daarnaast is de stroom aan Handel-opvoeringen, -concerten en -recitals verbluffend.
Affijn, niet dat Bach echt uit de mode zal raken, maar zijn aandelen zijn wel wat gezakt.