
Op een maand na drie jaar geleden, op 11 april 2004 werd Arjan Erkel vrijgelaten na twintig maanden op verschillende plekken vastgezeten te hebben in de Russische deelrepubliek Dagestan waar hij country manager was voor Artsen zonder Grenzen. De langste periode, 14 maanden, bracht hij door in een donker hok van twee bij anderhalve meter, tussen het ongedierte.
Hoewel hij er na verloop van tijd in slaagde enig respect bij zijn ontvoerders te krijgen, was hij al die tijd zijn leven niet zeker. Hoe overleef je in een situatie die hopeloos lijkt? Wat doet zoiets achteraf met je, en met de manier waarop je in het leven staat? En wat is er nu eigenlijk belangrijk?
Wat heeft de ontvoering met je gedaan?
‘Het belangrijkste is dat ik nu veel meer dingen relativeer. Ik maak me minder druk als er iets mis gaat, of als ik in de file sta. In het begin had ik ook totaal geen trek in een nieuwe computer of in een nieuwe auto. Ik had na een tijdje wel een computer gekocht, maar die zat na vier weken nog in de doos. Ik had ‘m wel nodig, maar eigenlijk vond ik dat ding totaal niet belangrijk. Ik was al blij dat ik in m’n eentje op de wc kon zitten, onder de douche kon of in bad kon liggen. Of op het strand kon wandelen, met m’n vriendin of met m’n familie iets kon doen. Ik vind het nog steeds geweldig als ik sneeuw zie, of als ik ver voor me uit kan kijken, als ik ’s ochtends de zon voel. Dat soort kleine dingen waardeer ik juist weer meer.’
Veel mensen zitten tegenwoordig juist al in een goede situatie en dan…
‘….gaan ze het moeilijke opzoeken. Ja, en dan zitten klagen. Het is jammer dat we vaak eerst een diep dal moeten meemaken om te zien hoe goed we het eigenlijk hebben. Waarom moet je nou eigenlijk ook nog een grotere auto, of nog vaker naar een restaurant?’