Het moet maar eens worden gezegd: Kleine kinderen zijn een plaag voor onze samenleving. Kleine kinderen verstaan de kunst om geld om te zetten in stront en voor de rest krijgen we er maar bar weinig voor terug behalve volgepiste en bescheten luiers, krijsen tot middenin de nacht, mazelen, pokken, rode hond, tandjes die doorzetten, kilo's papier vol met gekraste poppetjes (mamma, dat heb ik voor je gemaakt, 'ja mooi zoon'), schoolgeld, duur speelgoed, onopgeruimde kamers, kapotte broeken, gebitsbeugels, jeugdpuisten, enz.
Op het moment dat ouders nesteldrang krijgen en de vrouw bevrucht is, moet de hele omgeving eraan geloven want: 'Wij zijn zwanger'. Jaja, uit pure frustratie gaan sommige vrouwen asbakken leegeten. En dan de geboorte, mevrouw gaat liggen gillen van de pijn en perst na enkele uren een larf uit haar batterij. Een onsmakelijke bloederige vertoning van een bedenkelijke horror-B-film kwaliteit. En dat moet dan het mooiste moment van de wereld zijn. "wil je de foto's van de bevalling zien"? of erger- "ik heb het op video opgenomen, zal ik hem eens aanzetten"?
Kinderen zijn vervelende apparaten die krijsen in de supermarkt en zeuren om een ijsje, een slok amoniak of gootsteenontstopper uit de keukenkast nemen, of de videorecorder volstoppen met brood met als excuus "maar de video had honger".
Op het moment dat de fontanel is dichtgegroeid, vertoont de larf langzaam aan menselijke trekjes maar dat mag de pret niet drukken want ondertussen krijst, schijt en zeikt de larf er lustig op los. Gemiddeld heeft u dan nog 22 jaar te gaan voordat uw persoonlijk gefabriekte jong volwassene het huis verlaat.
Daartussenin zit nog de pubertijd waarin de larf geslachtsrijp wordt met alle vervelende hormonale kwesties vandien. Vooral als het apparaat gitaar gaat spelen, z'n fiets fluoriserend groen gaat verven en gelijk zijn kamer en zijn haar in die kleur meeneemt. Een afschuwelijke beproeving.
"Pa ik moet meer zakgeld",
"Nee zoon",
"Ja hallo, jij hebt me op de wereld gezet voor je eigen bevrediging dus kom op met de poen". Kinderen koeieneren het gezin met harde muziek. En ze denken ook dat ze de dienst uit kunnen maken met de keuze van wat er op de tv wordt gekeken. Maar ondertussen gaat de stoelgang van uw apparaat gewoon door want van het vele zakgeld wat ze krijgen worden hamburgers en patat genuttigd, maar ook tevens cd's aangeschaft met vervelende muziek, zonnebrillen, sportschoenen, merk-kleding, etc.
Kinderen zijn vreselijke atributen die het product van onze paringsdrang zijn. Ze kosten een vermogen!
Dat schreeuwt de Vereeniging van Onbeleefde Menschen van de daken. En als je aan de leden van de vereniging vraagt 'maar u bent toch ook kind geweest'? is het standaard antwoord 'jazeker, maar daar kan ik mij gelukkig helemaal maar dan ook helemaal niets meer van herinneren'.
Nee, kinderen zijn een plaag, het remspoor in de onderbroek van het gezin. De ratten van Hamelen die onvermoeibaar knagen aan uw incasseringsvermogen, de onverwijderbare strontkorsten van de toiletpot die alleen met ruim chloor kan worden verwijderd, de rubberen muur die je omver kan duwen maar daarna weer met dezelfde vaart terugveert, ongewenst drukwerk wat dagelijks in de brievenbus valt ondanks dat je een sticker op je brievenbus hebt geplakt met "NEE! NEE!", de iritante melodie die de hele dag in uw hoofd blijft hangen, de mug die rond uw hoofd blijft zoemen in een zwoele zomernacht en u alsnog leegzuigt voordat u de mug plet met een rode spetter op het behang, het brevet van onvermogen om voor zichzelf te zorgen, de aambei die voortdurend wrevel wekt, de pulk uit de neus waaraan een natte sliert onverwacht aanhangend vocht ongevraagd meekomt, de blinde darm die prikkelt na een zware maaltijd, de likdoorn in de hiel terwijl u geen likdoorn heeft, de achterbuurt uit mijn herinneringen. Ze zijn lui, laks, egoistisch, asociaal, lelijk, ongeintresseerd, laf en slap.
En zo kan ik nog wel maanden doorgaan, dat doe ik niet. Ik eindig met de onbegrijpelijke paradoxale anticlimax... 'zeg schat, zullen we een tweede nemen'? 'ja leuk'.
Het leven is mooi.
Ruud uit het Instituut