In een poging om mijn zus uit te leggen wat ik qua stemming met de vleugel had gedaan, vertelde ik haar dat
Prinses Anna Amalia van Pruissen die bij koninklijk bevel verbood nog langer te discussieren over het stemmen van orgels en vleugels. Mijn zus stelde me een hele goeie vraag: Waarom maakt een prinses zich druk over een discussie die in de marge van de musicologie plaatsvindt? Wikipedia geeft indirect de oplossing: Amalia studeerde muziektheorie en compositie bij
Kirnberger, die zelf een leerling van Bach was. Het was Bach die een andere manier van stemmen voorstond, om zo niet 7, maar 24 toonaarden voor zijn muzikale idioom te verwerven. Daarmee wordt onderstreept waarom Bach zo ontzettend belangrijk is voor de Westerse muziek. Kirnberger had een methode van stemmen voorgesteld. De discussie over wat
"wohltemperiert" dan precies moest zijn, vond dus onder de neus van de prinses plaats. Het is goed mogelijk dat verbod om daar nog langer over te discusseren vanwege een persoonlijke kwestie uitgevaardigd is.
In mijn vak als docent geluid zoek ik altijd naar methodes om wiskundige fenomenen uit te leggen zonder dat het nodig is om wiskundige formules door te rekenen. Daarom zoek ik naar een methode om de kernvraag van het stemmen van orgels en piano's uit te leggen. De beste vergelijking is: Schrikkelen. 12 kwinten is niet gelijk aan 7 oktaven. Je houdt een kwart toon over. Daarom zit er in Griekse en Middeleeuwse manieren van stemmen een schrikkelkwint: "De wolf". Bij de pythagoras-manier van stemmen is die schrikkelkwint te klein, in de middentoon stemming is er gekozen voor mooie grote-tertsen. De schrikkelkwint die dat oplevert, is veel te groot. Maar uiteggen waarom dat verschil tussen kwinten en oktaven er is, blijft lastig.
Alle manieren van stemmen zijn eigenlijk methodes van het verdelen van de wolf over verschillende kwinten. In de moderne "geen-gezeik-manier" van stemmen is dat schrikkelen over alle kwinten evenveel gedaan. Bij historische stemmingen worden kleinere kwinten gebruikt tussen de witte toetsen, hetgeen mooie tertsen oplevert, en grotere tussen de zwarte toetsen. Daardoor krijgt elke toonaard zijn eigen aard. En dat levert discussiestof op voor componisten.
Overigens heeft de zelf-kritische Amalia een aanzienlijk deel van haar eigen composities verbrand.