Verdonk komt steeds hard uit de hoek, bemoeit ze zich als bewindsvrouw met persoonlijke zaken die ze zonder enig maatschappelijk nut in de openbaarheid brengt, doet bindende uitspraken zonder zich in de materie te verdiepen en roept: Regels zijn regels. Dat kun je niet roepen als je de gene bent die de regels maakt. Het enge is dat Verdonk meent dat regels gelijkgesteld zijn aan de moraal. Dat is fascistisch. Als regelgever stel je zo je eigen grillen boven ieder fatsoen.
Er zijn morele vraagstukken en de afspraken over het naleven daarvan, dat zijn de regels. Regels staan dus in dienst van de moraal, niet andersom. Verdonk vind de regels echter heilig. In die gevallen waar het morele oordeel knel komt te zitten in de regelgeving, kiest ze voor de regels en concludeert vervolgens dat zij niet verantwoordelijk is voor de schade waar ze eigenlijk morele wroeging over zou moeten hebben. Dat is onmenselijk hard en immoreel.
En dat is waarom ze afgezet is.
Het wordt tijd dat we de Duitsers volgen in hun voorbeeld, en de grondwettelijke bepaling opnemen dat regels altijd vanuit menselijkheid moeten interpreteren. En het wordt tijd dat we politici installeren die verantwoordelijkheden nemen die horen bij hun functie als wetmaker.