


Van dinsdag 29 juli tot donderdag 7 augustus waren wij er even tussenuit naar Martragny, een plaatsje in Normandië. We kampeerden op een camping bij een kasteel uit 1747, Chateau Martragny.
Woensdag 30 juli

Hier zie je Berber en ik voor onze tent zitten. De tent hadden we geleend van mijn schoonouders, dit omdat onze eigen tent te klein is nu we Berber er ook bij hebben. We wilden eerst weten of kamperen met Berber leuk zou zijn voordat we zelf een grotere tent gaan kopen. Nu gaan we waarschijnlijk een tent kopen die nog weer een slagje groter is als die we geleend hebben. Nog meer foto's van woensdag 30 juli:
Berber en ik hebben die dag ook nog lekker gezwommen:
De camping was vlakbij Bayeux. Terecht wereldberoemd om het tapijt. Dit is wat Wikipedia er over schrijft: Het tapijt van Bayeux werd vervaardigd in 1068. Het is een borduurwerk van 70 meter lang en 50 cm hoog, dat de geschiedenis uitbeeldt van de slag bij Hastings in 1066, waarbij Willem de Veroveraar vanuit Normandië Engeland binnenviel en de Angelsaksische koning Harold versloeg. Het tapijt is vernoemd naar de stad Bayeux in Frankrijk, waar het te bezichtigen is in een speciaal daarvoor gebouwd museum.
Terug op de camping hebben we gezwommen in het zwembad, de foto's daarvan heb ik gisteren geplaatst. Daarna tijd voor Berber om haar campingsmoking aan te trekken en plaats te nemen op haar reiskinderstoel die Hedzer en ik, als je de foto's ziet moet je het met de benaming wel eens zijn, 'troon' hebben genoemd.

donderdag 31 juli
Op 31 juli zijn we naar de Pegasusbrug en het memorialmuseumgeweest in Ranville, over het kanaal van Caen vlakbij Ouistreham. Op deze brug zijn de eerste gevechtshandelingen geweest op D-day en het was van strategisch belang deze brug en de brug over de Orne in handen te krijgen van de geallieerden. De operatie werd uitgevoerd met zogenaamde Horsa zweefvliegtuigen. In de tuin van het museum staat de originele brug als ook een replica van een Horsa zweefvliegtuig. Het museum zelf is een mooi museum. Zowel het grote verhaal van de slag om de brug krijgt alle aandacht en wordt goed in de bredere context van de slag om Normandië geplaatst, maar niet al teveel aandacht gaat naar het grote geheel. Ook is er aandacht voor de kleine geschiedenis doordat je logboeken van de piloten kunt bekijken en er ook brieven aan ouders en echtgenotes staan uitgestald. De foto's en opsommingen van de feiten confronteren je met het feit dat de soldaten die daar vochten voor het grootste deel erg jonge jongens waren van rond de twintig. Als je de jonge koppies op de foto's ziet van vlak voor het vertrek in Engeland waar ze hun laatste bakje thee krijgen krijg je daar toch wel wat rillingen van over je rug. Het museum geeft in ieder geval een goed beeld van hoe het op die plek geweest moet zijn en welke voorbereidingen er allemaal wel niet voor deze specifieke operatie geweest zijn.
De brug:

De replica Horsa glider:

Voor Berber was het een beetje vermoeiend op het einde van het museumbezoek:

Toen wisten we nog niet dat Berber niet alleen zo aan het duimen was omdat ze moe was, maar dat er ook twee kiezen aan het doorbreken waren. Die zijn trouwens, een dikke week later, nog niet volledig door, dat is nog wel even een strijd.
vrijdag 1 augustus
Op 1 augustus gingen we naar het Château de Balleroy met daarin het luchtballonmuseum. Het kasteel is eigendom geweest van Malcom Forbes, die als eerste non-stop over de Verenigde Staten vloog in een luchtballon. Van buiten ziet het kasteel er zeer goed onderhouden uit, net als de tuin.
Helaas was het kasteel zelf gesloten op het moment dat wij er kwamen, we konden alleen in het ballonmuseum in een bijgebouw en dus alleen de buitenkant van het kasteel zelf bewonderen.
Het uitzicht vanuit het kasteel was magnifiek:
Mooie kastelen en uitzichten zijn behoorlijk vermoeiend als je zo klein bent!
zaterdag 2 augustus
2 augustus was een beetje koud en regenachtig, daarom wederom maar een museum bezocht. Dit keer dat van Sainte-Mère-Eglise, het Airborne museum. Het stadje is het meest bekend van de ochtend van 6 Juni 1944 waar verschillende units van de U.S. 82nd Airborne en U.S. 101st Airborne Divisions het stadje overnamen in Operation Boston, hierdoor werd Sainte-Mère-Eglise een van de eerste steden die bevrijd werden. Het stadje is ook bekend om de noodlottige landing van paratrooper John Steele van de 505th PIR, zijn parachute bleef aan de toren van de kerk hangen. Het incident met de parachute is ook bekend van de film The Longest Day.
Helaas is het Airborne museum zelf niet zo spectaculair als de geschiedenis van het stadje. Het is wel een grote verzameling van heel veel zaken die met de Slag te maken hebben, maar helaas is het meer een kwestie van vitrine na vitrine na vitrine die zonder samenhang is volgeduwd. Bepaalde zaken die er hangen zijn interessant, maar echte uitleg ontbreekt. Het is ook wat ouder dan de andere twee musea over de Slag waar we geweest zijn, maar die twee gaven iets meer perspectief en informatie. In een eerste gebouw in de vorm van een parachute bevinden zich een Waco-zweefvliegtuig in originele staat en talloze displays met documenten, getuigenissen, wapens, munitie enz. uit deze periode. Het tweede gebouw, dat de vorm heeft van een deltavleugel, herbergt de Douglas C47 Argonia die bij de Landing parachutisten heeft gedropt en zweefvliegtuigen heeft gesleept. Op zichzelf wel spectaculair, maar er is van dit museum nog wel heel wat meer te maken.
Na Sainte-Mère-Eglise zijn we naar Pointe du Hoc gereden. Pointe du Hoc is een klif dat 30 meter boven de zee uit steekt. Ook Pointe du Hoc is bekend vanuit de Tweede Wereldoorlog. Op 6 juni zijn er 225 man geland op het strand onder de Pointe du Hoc, vervolgens moesten ze er bij omhoog klimmen om de bedreigde stranden vrij te krijgen van het dreigende geschut van de 155 mm scheepskanonnen. Door de bombardementen door de geallieerden in de dagen voor de beklimming, hadden de Duitsers de kanonnen naar achteren geplaatst, maar dat wisten de soldaten die de opdracht tot vernietiging hadden gekregen niet. Een zeer moeilijke en zware operatie dus. Nu, meer dan zestig jaar na dato, is het landschap er nog steeds indrukwekkend en lijkt het met alle kraters wel alsof je op de maan rondloopt.
Het monument staat achter een omheining en mag niet meer bezocht worden omdat het gevaar dreigt dat het in zal gaan storten.
zondag 3 augustus
Op 3 augustus zijn we naar het Château de Crèvecœur en Auge gegaan. Dit niet alleen om het mooie kasteel uit de twaalfde eeuw, maar ook omdat ze er op dat moment middeleeuwse feesten hielden waarbij alles teruggezet was naar de vijftiende eeuw. Inclusief een heus riddertoernooi. Voor ons al spectaculair, maar voor Berber was het helemaal een groot avontuur. Die had al ogen op steeltjes toen we de stallen van het kasteel gingen bekijken en er schapen met gedraaide hoornen waren, varkens die lekker middeleeuws in de modder wroeten en een koe die tegen alle middeleeuwse gebruiken in toch van die gele flappen in de oren moest. Het echte spektakel moest toen nog los! Behalve dat er veel te zien en beleven was, deed de zon ook nog eens behoorlijk haar best, genieten dus.

en natuurlijk... Berber deed heel vrolijk en probeerde ons te overtuigen dat ze niet moe was. Maar toen we haar mooie lach op de foto wilden zetten:

maandag 4 augustus
Op 4 augustus zijn we naar Mont Saint-Michel geweest. Ik geef het linkje naar de Engelstalige info op Wikipedia, dit omdat er een storende fout in de Nederlandse info zit. In het museum dat we bezochten voordat we naar de Mont Saint-Michel zelf gingen, hebben we namelijk behoorlijk wat geleerd over het ontstaan van dat bijzondere bergje. In het Maison de la Baie – Relais de Courtils (Bay centre – Courtils), een vrij nieuw museum/educatiecentrum werd namelijk door middel van een videorondleiding helemaal uit de doeken gedaan hoe het allemaal ontstaan is. Ook werd uitgelegd dat het ontstaansverhaal dat Mont Saint-Michel ooit een bergje in een bosrijk gebied was en dat het bos door een vloedgolf weggeslagen is een mythe moet zijn. De ontstaansgeschiedenis is vele malen fascinerender dan dat. Behalve dat het een goed en duidelijk museum was, was er buiten ook nog veel informatie op panelen te vinden en een schitterend panoramaterras met een geweldig uitzicht op Mont Saint-Michel. Bovendien hadden we ook nog eens het weer mee en was het zicht perfect.
Op deze foto's zie je goed dat de kust voor de Mont Saint-Michel ingepolderd is, ook dat is een bijzonder iets in het landschap.
Daarna natuurlijk naar Mont Saint-Michel zelf. Hedzer en ik kregen bij het aanrijden over de de dijk naar het eiland allebeide een deja vu gevoel toen we de touringcars vol Japanners en Amerikanen zagen die bij het begin van de stadsmuur werden afgezet, namelijk naar onze vakantie van 2002 naar Italië, en dan het stadje waar ze de lekkerste ijsjes ter wereld verkopen: San Gimignano.
. Tja, San Gimignano is ook Unesco Werelderfgoed natuurlijk.
Ondanks dat het ongelofelijk toeristisch is, geldt voor beide plekken dat het toch ook wel heel bijzonder en mooi is om te zien.
.
Op Mont Saint-Michel alleen niet super lekker Italiaans ijs, maar wel heerlijke crêpe bretonne met boter en suiker. Vooral de boter maakt het erg speciaal: doordat de koeien vlakbij de kust grazen is de melk al voorgezouten en krijgt de boter dus een heel bijzonder smaakje. We hadden voor Berber niet apart nog een crêpe besteld, maar als je zag hoeveel ze van onze crêpes heeft meegesnoept en hoe lekker ze aan het smullen was had het makkelijk gekund.
dinsdag 5 augustus
Op 5 augustus zijn we naar Falaise geweest, naar het kasteel van Willem de Veroveraar. Zo zag Willem er uit op het tapijt van Bayeux: 
Het kasteel kun je van vrij ver al zien en ziet er, hoewel gehavend, zeer imposant uit. De restauratie is nog druk aan de gang, er werd nu gewerkt aan de ophaalbrug die er voor zorgt dat de voetgangers makkelijk bij het kasteel kunnen komen. Nu moesten we nog provisorische bouwtrappen op om bij het (moderne) voorportaal te komen. Hier was het museumwinkeltje gevestigd met allemaal leuke riddersnuisterijen voor veel te veel geld, dus uiteindelijk maar niks gekocht. Ook hier weer de koptelefoons voor de rondleiding met geluid en vervolgens het kasteel in. Het was erg mooi gedaan met een film op een scherm over de ruimte waar we ons op dat moment bevonden. Als het filmpje afgelopen was gingen de schermen voor de ramen omhoog en kon je de zaal in het natuurlijke licht bekijken. Ook kon je in de kasteeltoren helemaal bovenop staan en met eigen ogen zien waarom dit kasteel zo mooi strategisch gelegen was.
woensdag 6 augustus
Op zes augustus zijn we in Bayeux gebleven en hebben we het Musée Mémorial de la Bataille de Normandie
bezocht.
Dit musuem heeft het tapijt van Bayeux (losjes) als voorbeeld genomen en neemt je dag voor dag mee door de Slag. De informatiepanelen zijn duidelijk en ontzettend uitgebreid. De exposities en kleine monitoren met filmpjes geven ook goede achtergrond informatie. Halverwege is de 25 minuten durende film, ook deze was een goede aanvulling op de rest van de informatie die je in het museum kreeg. Voor degenen die maar even in Normandië zijn en niet alle musea kunnen of willen bezoeken zou ik aanraden om deze te bezoeken als je een groot en compleet beeld wilt hebben.
Dit was de laatste dag van onze vakantie in Normandië. De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan (het hielp dat Berber vijf minuten voor de wekker wakker werd!) en hebben we de hele weg terug geen drup regen gezien, wat wel bijzonder was gezien het vreselijke weer van deze donderdag. We hebben precies tussen de twee regengebieden in gereden. Toen we thuiskwamen en de beelden zagen van onderstroomde tunnels en ingeslagen bliksem hier in de regio stonden we dus ook wel even te kijken, maar gelukkig hadden we daar onderweg dus geen last van. donderdag 7 augustus