Nee, herhaal ik nog maar eens, het verveelt nooit.
Geen rechtszaak is hetzelfde, ook al omdat er steeds maar weer nieuwe verdachten komen opdraven in zittingszaal 14, op die paar recidivisten na dan.
Als beroepstoeschouwer, als buitenstaander, maakt het mij eerlijk gezegd niet veel uit of een verdachte nou wel of niet wordt veroordeeld.
Als het maar terecht is.
Wel is het zo dat ik voor de ene boef meer sympathie voel dan voor de andere.
Wat?
Sympathie voor de duivel?
Als buitenstaander kan dat best.
Wat een boef sympathiek(er) kan maken is de drijfveer die achter een misdaad schuilgaat.
Dit betekent niet dat je die misdaad ook goedkeurt of -praat.
Met de vier verdachten die donderdagochtend in zaal 14 terechtstaan, heb ik niet zo veel. Eigenlijk helemaal niks.
Ze hadden brievenbussen met vuurwerkbommen opgeblazen in portieken van flatwoningen in Groningen. Daar hadden ze ook erg om moeten lachen. Tot ze werden gepakt. Toen vonden ze zichzelf niet meer grappig en hadden ze ineens ook spijt.
Het opblazen van brievenbussen komt mij voor als een tamelijk onzinnige bezigheid.
Maar waarom ik deze verdachten maar stomme verdachten vind, is omdat ze geen motief voor hun misdaad hebben. Volwassen mannen van nota bene 26 en 27 jaar die brievenbussen met vlinderbommen opblazen en niet weten waarom ze dat doen.
Dat vind ik niks.
De officier van justitie eist werkstraffen tot 240 uur.
Ook met de man van 29 jaar die even later terecht staat, heb ik niet veel op. Hij is wat moe die dag en wil net naar bed als de bel gaat.
Karel voor deur.
Karel stelt voor om nog even op stap te gaan. Roy heeft eigenlijk geen zin en al een half krat bier op, maar stapt toch in de auto.
In Delfzijl stappen ze weer uit en samen lopen ze naar een café dat gesloten is.
Daar blijven ze staan.
Op dat moment duwt Karel hem een molotovcocktail in de handen en die kegelt hij brandend door de ruit.
De vrouw met kind die boven het café woont, belt de politie. De brandweer, snel ter plaatse, weet erger te voorkomen. Waarom, vragen de rechters, waarom heb je het gedaan? Maar Roy weet het niet. Hij zegt het zelf: 'Ik ben hartstikke stom.'
Eis: 24 maanden, zes voorwaardelijk.
Maar dan de laatste strafzaak van de dag.
Een heuse crime passionel.
Zij hield van hem, al drie jaar, maar hij ging vreemd en dat dreef haar tot wanhoop.
Nachten had ze wakker gelegen, op haar natte kussen op hem gewacht.
Nare beelden van hem met die andere haar spookten door haar verdrietige hoofd.
Hij nam zijn telefoon niet op.
Ten einde raad kon ze zich niet langer beheersen…
De officier van justitie had haar een poging tot moord ten laste gelegd.
Wikipedia, de internetencyclopedie die net zo goed is, schrijft dat tot 1975 een man in Frankrijk die zijn vrouw op heterdaad betrapte met een andere man en haar daarom vermoordde, vrijspraak kon krijgen. Omdat in veel Europese landen het rechtssysteem is gebaseerd op de Franse wet, gold dit ook in veel andere Europese landen. In sommige landen is een crime passionel nog steeds een verzachtende omstandigheid.
Aldus Wikipedia.
Veel romantiek viel er donderdag bij de laatste strafzaak overigens niet te bespeuren.
Toen Carmen ten einde raad zich niet langer kon beheersen, belde ze haar zoon en samen fietsten ze, zij achterop, door de Schoolstraat richting de cafetaria die in het dorp 'de Chinees' wordt genoemd.
Daar zou 'ie zitten, waarschijnlijk zat.
Sinds Carmen een kunstgebit heeft, heeft ze een mes in haar fietstas om een appeltje te kunnen schillen.
Zittend achterop stuurt ze hem een sms: 'Nu ben je aan de beurt'.
Halverwege de Schoolstraat komen ze Koert en die vervelende ouwe Jacob tegen. Die weten van de vreemde gangen van Carmen's geliefde en ze pesten haar daar mee.
Getergd pakt ze het mes uit de fietstas en dreigt.
Daarna fietsen ze door.
Als ze binnenkomen, zit hij inderdaad daar, halverwege de zaak aan een tafeltje, met een fles bier in de hand.
Ze gaat voor hem staan, grijpt het appelmes dat ze toen ze woest voor Koert en die ouwe Jacob stond in haar binnenzak had gestopt, en steekt hem in de buik.
De officier van justitie verandert de poging tot moord in een poging tot doodslag, iets minder ernstig, want geen voorbedachten rade.
De verwondingen vielen, achteraf, ook mee.
Carmen zegt: 'Ik wilde met hem praten, ik wilde weten waar ik aan toe was. Of hij met haar of hij met mij. En ik wilde hem niet steken. Ik wilde hem alleen maar even prikken, dat hij het even zou voelen.'
De officier van justitie eist drie jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Gelukkig hoef ik niet te oordelen en kan het mij dus ook om het even zijn.
Maar een misdaad uit liefde roept bij mij meer sympathie op dan met een leeg hoofd brievenbussen met vlinderbommen mollen of zonder passie en niks cafés met molotovcocktails in brand steken.
Rob Zijlstra