Wednesday, September 10, 2008

Het zijn de standaardzinnen die rechters in de zittingszalen van de Nederlandse strafrechtspraak uitspreken: Heeft u het vonnis begrepen? Als u het er niet mee eens bent, kunt u in hoger beroep. Dat moet u doen binnen veertien dagen.

Soms volgt dan nog: U moet het maar even met uw advocaat bespreken.

 

Charlie kwam even voor een uur ’s middags zonder al te veel zorgen het gerechtsgebouw binnenwandelen. Buiten scheen de zon.

 

Twee weken geleden was hij er ook.

Justitie had hem gedagvaard wegens het medeplegen van een poging tot moord.

Charlie heeft wel enige tijd vastgezeten, maar niemand had het nodig gevonden hem in ieder geval tot aan het strafproces op te sluiten.

 

Charlie was niet de schutter, maar zou er wel bij zijn geweest.

Een omwonende die ’s nachts even uit het raam keek, had een man gezien met lang rasta-haar,

Charlie heeft dat.

 

Ik schreef al eerder over deze zaak.

De schutter kreeg vijf jaar celstraf bij een eis van acht jaar.

 

Wat de deelname van Charlie betreft: de officier van justitie was niet wettelijk overtuigd.

Er zijn wel meer mannen met lang rastahaar.

Charlie had geknikt: zo is het maar net.

 

Zelf kon hij zich weinig van die avond herinneren.

Hij had zich in kennelijke staat bevonden.

Wel wist hij nog dat hij er niets mee te maken had.

 

De officier van justitie verzocht de rechtbank Charlie vrij te spreken.

Zoals het moet: bij twijfel hoort vrijspraak.

 

Het was misschien ook wel daarom dat Charlie de zon buiten even liet voor wat die was en tegen enen zonder zorgen plaatsnam in de wachthal van zittingszaal 14.

Om een uur ’s middags zijn daar de uitspraken van de zittingen van twee weken eerder.

 

De rechter die het vonnis voordroeg, zei dat ze het er niet mee eens was.

Charlie fronste en wiebelde wat.

De rechter zei: een gevangenisstraf van drie jaar. Als u het er niet mee eens bent…

 

Charlie keek met schrik naar de advocaat die er ook niets meer aan kon doen.

Daarop verliet hij vlug de zittingszaal.

Nu het nog kon.

 

Charlie gaat in hoger beroep, want hij is het er niet mee eens.

 

Als officieren van justitie het er niet mee eens zijn, kunnen die ook, eveneens binnen veertien dagen,  in hoger beroep gaan.

Dat komt regelmatig voor, doorgaans zijn ze het er niet mee eens dat de rechters een lagere straf opleggen dan was geëist.  

Tegen de schutter in dit verhaal luidde de eis 8 jaar. Het vonnis: 5.

Te weinig, besloot het openbaar ministerie en dus is hoger beroep aangetekend.

 

Ook in geval van Charlie kan de officier van justitie het niet eens zijn met de veroordeling tot 3 jaar cel. Zij had de overtuigende bewijzen immers niet kunnen vinden en achtte een vrijspraak daarom gerechtvaardigd.

Een hoger beroep ligt dan voor de hand.

Het gekke is: als het andersom is, komt dat niet zo vaak voor.

 

Zo gek is het nu nog niet: het openbaar ministerie laat weten dat er nog geen besluit is genomen al dan niet beroep aan te tekenen.

 

Het vonnis wordt nog bestudeerd.

 

Rob Zijlstra

posted @ 4:50 PM | Feedback (22)