Ik moest direct denken aan Gucci en Gucci, de olijke tweeling die een taxichauffeur overviel, zich heer en meester maakten van diens taxiauto en naar Italië wilden tuffen om zich daar aan te sluiten bij de mafia. Ver kwamen ze niet, een meter of tien, omdat de twee beoogde gangstermeisjes liever naar de bioscoop gingen en uitstapten. Toen al had de tweeling ook geen zin meer.
Maandagmiddag stonden de gebroeders Adriaan (19) en Olivier (23) terecht.
In Lochem hadden ze een Ford Fusion gestolen, in Haren een Ford Focus, in Assen kentekenplaten en in Groningen brandstof bij de Shell. Bij de arrestatie reed Adriaan in op een politieauto met agenten er in.
Op 10 maart dit jaar hadden de gebroeders honger en omdat de McDonald's al gesloten was, belandden ze bij de Febo. Daar in de buurt zagen agenten hun rijden in de rode Focus. Het kenteken werd nagetrokken waarna de agenten 'verhip' zeiden en de achtervolging inzetten.
Adriaan die geen rijbewijs heeft, maar wel reed, had al snel in de gaten dat ze werden achtervolgd. Op de Hereweg zette hij de auto aan de kant in de hoop dat hij het mis had en de politieauto door zou rijden. In plaats daarvan werden ze klemgezet, werden de dienstwapens getrokken en werd de procedure 'aanhouding in auto' ingezet: handen aan het stuur!
Adriaan wierp een snelle blik over de schouder en gooide de auto in de achteruit. Hij had niet gezien dat daar twintig meter verder ook een politieauto stond. Gevolg: aanrijding, een agent licht gewond.
Rechters vragen Adriaan waar hij dan deed.
Adriaan: 'Vluchten, weet ik, is niet verboden. Ik dacht weg te kunnen komen, ik wou mijn kansen pakken. Die politieauto had ik niet gezien, anders had ik 'm wel in de bocht gegooid. Ik ben ook nog niet zo ervaren.'
Rechters tegen Olivier: En u zat ook in de auto.
Olivier: 'Daar kan ik zeg maar niks over zeggen.'
Rechters tegen Adriaan: 'Zat uw broer naast u?
Adriaan: 'Ik doe een beroep op mijn verschoningsrecht.'
Ze hadden de auto's niet heus gestolen. Bij het Autohuis Zutphen BV in Lochem hadden ze de auto meegekregen voor een proefrit. Bij Van der Molen in Haren ook.
Adriaan: 'We hebben de auto's geleend.'
Olivier: 'Dat is geen diefstal op zich.'
Adriaan geeft toe dat de proefrit een leugentje was en dat het niet de bedoeling was de auto's terug te brengen.
Olivier wel: 'We waren het alleen vergeten.'
Waarom ze de auto's leenden en vergaten bleef wat onduidelijk. Adriaan kon wel een auto gebruiken in verband met een verhuizing en ze waren een keer naar Eibergen gereden om hun vader te bezoeken die daar in de buurt in een tbs-kliniek verblijft.
Bij de Shell aan de Van Ketwich Verschuurlaan hadden ze getankt en reden ze zonder te betalen weg.
Dat deden ze wel vaker.
Rechters: Diesel?
Adriaan: 'Ik geloof het wel. Euro 95?'
Rechters: Dat is benzine.
Adriaan: 'Okay dan.'
Nu wek ik misschien de suggestie dat het er vermakelijk aan toeging in de rechtszaal.
Maar dat was niet zo.
Moeder wil al lang niets met ze te maken hebben, de stiefvader nog minder.
Er is sprake van een 'instabiele opvoedingssituatie.'
De advocaat van Adriaan: 'Er is sprake van een problematische jeugd en dat is een statement van de eerste orde.'
Een groot deel van hun leven brachten ze door in pleeggezinnen en jeugdinrichtingen. Als ze niet vast zaten, waren ze wel voortvluchtig. Het strafblad van de 23-jarige Olivier begint in 1997.
Adriaan: 'Als je niks hebt, heb je ook niets te verliezen. De juiste hulp heb ik nooit gehad. Jullie kunnen mij nu wel weer straffen, maar tralies zijn geen medicijnen. Ik ben geen psychopaat. Ik heb mijn problemen, maar ook mijn talenten en diploma's. Ik heb structuur nodig, dan ben ik al een heel eind.'
Olivier voelt altijd druk in zijn hoofd en verblijft momenteel met een rechterlijke machtiging in een forensisch psychiatrisch ziekenhuis.
Zegt, zeg maar: 'Het gaat z'n gangetje. Ik kijk daar tv en af en toe zal ik maar zeggen luchten ze mij. Ik wacht mijn tijd rustig af.'
Olivier is detentieongeschikt.
Adriaan was onder voorwaarden uit detentie geschorst, kwam de voorwaarden niet na, werd een voortvluchtige en weer gepakt voor een reeks andere zaken, inbraken in Assen. Daar moet hij zich binnenkort voor verantwoorden.
De officier van justitie zegt dat Adriaan en Olivier hem doen denken aan het schelmenduo van Leonhard Huizinga. Die namen ook auto's mee en eindigden dan vaak tegen de dorpspomp. De aanklager zegt dat het hier niet gaat over halsmisdrijven, maar dat er wel iets moet gebeuren.
Tegen beide eist hij een gevangenisstraf die overeenkomt met de tijd die ze al in voorarrest hebben gezeten (Adriaan 17 dagen, Olivier 73) en vier voorwaardelijke maanden. Adriaan mag vanwege het inrijden op de politieauto als extraatje 150 uur werken.
Mr. C. Krijger, de advocaat van Adriaan, vindt dat een goed idee. 'Een werkstraf heeft hij nog nooit gehad. Helpt misschien.'
Mr. Th. U. Hiddema, de advocaat van Olivier, zegt dat hij het kort zal houden. 'Meneer is niet rijp voor juridische bestraffing. Hij weet niet altijd wat er om hem heen gebeurt. Meneer toert door heel het land en om de haverklap duikt hij auto's in en hup, weer een strafzaak. Ik ben het zicht al lang kwijt.'
Ik kijk de twee broers na als ze door de parketpolitie worden afgevoerd.
Adriaan op badslippers, Olivier op blote voeten.
Pechvogels.
Rob Zijlstra