Tuesday, September 09, 2008

Ik moest direct denken aan Gucci en Gucci, de olijke tweeling die een taxichauffeur overviel, zich heer en meester maakten van diens taxiauto en naar Italië wilden tuffen om zich daar aan te sluiten bij de mafia. Ver kwamen ze niet, een meter of tien, omdat de twee beoogde gangstermeisjes liever naar de bioscoop gingen en uitstapten. Toen al had de tweeling ook geen zin meer.

 

Maandagmiddag stonden de gebroeders Adriaan (19) en Olivier (23) terecht.

In Lochem hadden ze een Ford Fusion gestolen, in Haren een Ford Focus, in Assen kentekenplaten en in Groningen brandstof bij de Shell. Bij de arrestatie reed Adriaan in op een politieauto met agenten er in.

 

Op 10 maart dit jaar hadden de gebroeders honger en omdat de McDonald's al gesloten was, belandden ze bij de Febo. Daar in de buurt zagen agenten hun rijden in de rode Focus. Het kenteken werd nagetrokken waarna de agenten 'verhip' zeiden en de achtervolging inzetten.

 

Adriaan die geen rijbewijs heeft, maar wel reed, had al snel in de gaten dat ze werden achtervolgd. Op de Hereweg zette hij de auto aan de kant in de hoop dat hij het mis had en de politieauto door zou rijden. In plaats daarvan werden ze klemgezet, werden de dienstwapens getrokken  en werd de procedure 'aanhouding in auto' ingezet: handen aan het stuur!

 

Adriaan wierp een snelle blik over de schouder en gooide de auto in de achteruit. Hij had niet gezien dat daar twintig meter verder ook een politieauto stond. Gevolg: aanrijding, een agent licht gewond.

 

Rechters vragen Adriaan waar hij dan deed.

Adriaan: 'Vluchten, weet ik, is niet verboden. Ik dacht weg te kunnen komen, ik wou mijn kansen pakken. Die politieauto had ik niet gezien, anders had ik 'm wel in de bocht gegooid. Ik ben ook nog niet zo ervaren.'

 

Rechters tegen Olivier: En u zat ook in de auto.

Olivier: 'Daar kan ik zeg maar niks over zeggen.'

Rechters tegen Adriaan: 'Zat uw broer naast u?

Adriaan: 'Ik doe een beroep op mijn verschoningsrecht.'

 

Ze hadden de auto's niet heus gestolen. Bij het Autohuis Zutphen BV in Lochem hadden ze de auto meegekregen voor een proefrit. Bij Van der Molen in Haren ook.

 

Adriaan: 'We hebben de auto's geleend.'

Olivier: 'Dat is geen diefstal op zich.'

 

Adriaan geeft toe dat de proefrit een leugentje was en dat het niet de bedoeling was de auto's terug te brengen.

Olivier wel: 'We waren het alleen vergeten.'

 

Waarom ze de auto's leenden en vergaten bleef wat onduidelijk. Adriaan kon wel een auto gebruiken in verband met een verhuizing en ze waren een keer naar Eibergen gereden om hun vader te bezoeken die daar in de buurt in een tbs-kliniek verblijft.

 

Bij de Shell aan de Van Ketwich Verschuurlaan hadden ze getankt en reden ze zonder te betalen weg.

Dat deden ze wel vaker.

Rechters: Diesel?

Adriaan: 'Ik geloof het wel. Euro 95?'

Rechters: Dat is benzine.

Adriaan: 'Okay dan.'

 

Nu wek ik misschien de suggestie dat het er vermakelijk aan toeging in de rechtszaal.

Maar dat was niet zo.

Moeder wil al lang niets met ze te maken hebben, de stiefvader nog minder.

Er is sprake van een 'instabiele opvoedingssituatie.'

De advocaat van Adriaan: 'Er is sprake van een problematische jeugd en dat is een statement van de eerste orde.'

 

Een groot deel van hun leven brachten ze door in pleeggezinnen en jeugdinrichtingen. Als ze niet vast zaten, waren ze wel voortvluchtig. Het strafblad van de 23-jarige Olivier begint in 1997.

 

Adriaan: 'Als je niks hebt, heb je ook niets te verliezen. De juiste hulp heb ik nooit gehad. Jullie kunnen mij nu wel weer straffen, maar tralies zijn geen medicijnen. Ik ben geen psychopaat. Ik heb mijn problemen, maar ook mijn talenten en diploma's. Ik heb structuur nodig, dan ben ik al een heel eind.'

 

Olivier voelt altijd druk in zijn hoofd en verblijft momenteel met een rechterlijke machtiging in een forensisch psychiatrisch ziekenhuis.

Zegt, zeg maar: 'Het gaat z'n gangetje. Ik kijk daar tv en af en toe zal ik maar zeggen luchten ze mij. Ik wacht mijn tijd rustig af.'

Olivier is detentieongeschikt.

 

Adriaan was onder voorwaarden uit detentie geschorst, kwam de voorwaarden niet na, werd een voortvluchtige en weer gepakt voor een reeks andere zaken,  inbraken in Assen. Daar moet hij zich binnenkort voor verantwoorden.

 

De officier van justitie zegt dat Adriaan en Olivier hem doen denken aan het schelmenduo van Leonhard  Huizinga. Die namen ook auto's mee en eindigden dan vaak tegen de dorpspomp. De aanklager zegt dat het hier niet gaat over halsmisdrijven, maar dat er wel iets moet gebeuren.

 

Tegen beide eist hij een gevangenisstraf die overeenkomt met de tijd die ze al in voorarrest hebben gezeten (Adriaan 17 dagen, Olivier 73) en vier voorwaardelijke maanden. Adriaan mag vanwege het inrijden op de politieauto als extraatje 150 uur werken.

 

Mr. C. Krijger, de advocaat van Adriaan, vindt dat een goed idee. 'Een werkstraf heeft hij nog nooit gehad. Helpt misschien.'

Mr. Th. U. Hiddema, de advocaat van Olivier, zegt dat hij het kort zal houden. 'Meneer is niet rijp voor juridische bestraffing. Hij weet niet altijd wat er om hem heen gebeurt. Meneer toert door heel het land en om de haverklap duikt hij auto's in en hup, weer een strafzaak. Ik ben het zicht al lang kwijt.'

 

Ik kijk de twee broers na als ze door de parketpolitie worden afgevoerd.

Adriaan op badslippers, Olivier op blote voeten.

 

Pechvogels.

 

Rob Zijlstra

posted @ 11:54 AM | Feedback (20)

Ik las wel eens iets over recidivecijfers. Dan las ik dat zoveel procent van veroordeelde boeven binnen een bepaalde tijd opnieuw de fout ingaat.
Lang dacht ik dat ik dat met een korreltje zout moest nemen.
Want ik zag ze niet zo vaak en ik zag toch heel wat boeven veroordeeld worden.

 

Nu weet ik dat het aan mij lag.

Want naarmate ik langer op de rechtbank zit, neemt het aantal boeven dat ik als eens eerder heb gezien in zittingszaal 14 toe.

 

In maart 2005 zag ik de toen 25-jarige Rabia terechtstaan.
Een aardige, lange man met een vlotte babbel, met zo’n babbel waardoor je denkt, deze Marokkaan komt er wel.

 

In september 2004 stak Rabia in Groningen de 32-jarige Ramphis Curiel dood.

Hij deed een beroep op noodweer, maar de officier van justitie zag dat niet zitten en eiste drie jaar gevangenisstraf en tbs met voorwaarden wegens doodslag.
De rechtbank zag dat nog minder zitten.
De rechtbank veroordeelde hem tot acht jaar cel wegens moord.
Het gerechtshof in Leeuwarden maakte daar in februari 2006 weer doodslag van en vond een celstraf van drie jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden.

 

Ik vond dat destijds een terechte uitspraak van het hof.
Het aangevoerde bewijs in die zaak, zo schreef ik destijds, was flinterdun.
Ik schreef dat het merkwaardig moet zijn om iemand op basis van flinterdun voor moord te veroordelen.

Ik ga dat verhaal niet nog eens vertellen (het is hier te lezen).

 

Exact drie jaar en zes maanden later zit Rabia op precies dezelfde stoel als toen. Ik ook.
Dat was vanochtend.
Ik knik naar hem en hij naar mij.
We denken: daar heb je hem ook weer.

 

Justitie verdenkt hem ditmaal van een poging tot doodslag.
Hij zou in mei dit jaar in een nachtcafé in de krochten van de Groninger binnenstad een man met een bierglas in de hals hebben gestoken.

Rabia zegt van niet.
Hij heeft wel geslagen, maar ‘duizend procent zeker’ niet met een bierglas in de hand.

Hij was die nacht op stap en had behoorlijk gedronken.
In het keldercafé weigerde de barkeeper hem een glas bier, want genoeg gedronken.
Rabia vond dat geen probleem en stortte zich op de dansvloer.

Daar werd stevig gedanst: de dansers hupten op en neer en botsten daarbij vrolijk tegen elkaar aan.

 

Ineens wordt hij in de rug geduwd en valt.
Hij schrikt, staat op en haalt uit.

 

De vrienden van het slachtoffer: met een bierglas in de hand.
De vrienden van Rabia: zonder glas.
De barkeeper: hij sloeg, maar ik heb geen glas gezien.
Het slachtoffer (‘ik duwde ‘m voor de lol’) had wel snijwonden in de hals.
Niet heel diep, maar wel met veel bloed.
Rabia: ‘Toen ik de trap naar boven opliep, werd er nog steeds met glas gegooid.’

 

De officier van justitie gelooft het slachtoffer en diens vrienden.
Rabia heeft met een glas geslagen.
En wie met een glas slaat, in de hals, maakt zich schuldig aan een poging tot doodslag.

 

De advocaat gelooft Rabia en diens vrienden en de barkeeper: er is wel geslagen, maar er was geen glas. En omdat het glas wegvalt, vervalt ook de poging tot doodslag. Blijft over: een mishandeling.

 

Rabia: ‘Ik ben een man die feest, danst, met iedereen grapjes maakt en nooit iemand met een glas zou slaan. Ik heb wel met de vuist geslagen. Want ik schrok. Want het duwen in de rug maakte geen deel uit van het danspatroon.’

 

De echtgenote van Rabia had tegen de politie gezegd dat haar man een lieve, zorgzame vader is, maar te veel drinkt.

 

De officier van justitie: zou dit de eerste keer zijn, dan zou ik 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk eisen. Maar Rabia is een recidivist.’
Eis daarom: 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk en na de straf een verplichte opname in een kliniek vanwege de alcohol.

 

De advocaat: ‘Dat wil hij zelf ook.’
Rabia: ‘Het liefst wil ik de alcohol nooit meer aanraken.’

 

Er zit nog een adder onder het gras, want de rechtbank kan – weet Rabia als geen ander – nog heel anders oordelen.

 

De psycholoog heeft de rechtbank geadviseerd Rabia een tbs met dwangverpleging op te leggen. Want Rabia is een gevaarlijke man tegen wie de samenleving beschermd moet worden. De zwaarst mogelijke beveiliging is noodzakelijk.

 

De psychiater vindt van niet.
Voor zo’n delict moet je niet iemand voor jaren in de tbs willen stoppen, zegt hij.
De psychiater denktzegt: zonder die alcohol was de kans denk ik klein dat dit zou zijn gebeurd.

In 1998 raakte Rabia zeer ernstig gewond bij een verkeersongeluk en liep daarbij een hersenbeschadiging op.

 

De psychiater: ‘Daardoor kan hij impulsief heel heftig reageren. Die hersenbeschadiging is een hardwareprobleem. Daarnaast heeft hij een persoonlijkheidsprobleem. Dat is meer softwarematig waar nog wel wat aan te doen valt. Daar kun je de scherpe kantjes van af halen. Maar het gaat pas echt mis als de alcohol er bij komt. Dan crasht de boel. De alcohol werkt bij hem als een turbo.’

 

De officier van justitie zegt de twee uiteenlopende adviezen van de getuige-deskundigen wel charmant te vinden.
‘Komen we niet zo vaak tegen.’
Hij vindt de psychiater het meest overtuigend.
De drank als de turbo, volledig toerekeningsvatbaar, de tbs een brug te ver.

 

Rabia krijgt het laatste woord: ‘Ik wil graag herenigd worden met mijn gezin.’
Ik meen mij te herinneren dat hij dat de vorige keer ook zei.

 

Rob Zijlstra

 

 

uitspraak over twee weken

 

posted @ 9:25 AM | Feedback (91)